Toneel

Ik droomde dat ik langzaam leefde

Toneel: Tirannie van de tijd door Het Zuidelijk Toneel

De anekdote van de voorstelling Tirannie van de tijd is eenvoudig en indringend: een tijdbom die te vroeg ontploft op een Engels spoorwegstation. De ontploffing wordt drie keer herhaald. Het verslag ervan ook. Gaandeweg steeds meer verstoethaspeld. Zodat op den duur treinen zitten te wachten op banken die een kwartier te laat zijn. De negen wachtenden zijn na de ontploffing morsdood. Tevens hartstikke levend. Het station was dan ook niet zomaar een station: het was Greenwich, nabij Londen. Waar vroeger de machtige koningin Elisabeth I haar werkpaleis had. En waar in de negentiende eeuw het (toen nog) machtige, koloniale Britse imperium een meridiaan had laten neerleggen, een lijn als maatstaf voor de tijd, Greenwich Time. Dus belanden die negen uit elkaar gereten en verkoolde personen in een plooi van de tijd, een vacuüm gezogen ruimte, een tijdloos niemandsland. Ze kunnen daar achteruit én vooruit kijken. Actualiteit waarnemen gaat een stuk slechter, omdat die niet meer bestaat. Ze zwerven als dwaallichten in elkaars dromen en fantasieën en verledens. Negen anonieme treinpassagiers worden binnen een kleine twee uur fi guren met een verhaal, een hoop gedoe aan hun lijf & leden, verlangens, liefdes, angsten. Van één ding hebben ze voorgoed geen last meer: haast. Ik kon het niet helpen (waarom zou ik ook), ik moest tijdens de voorstelling almaar denken aan het eerste gedicht dat ik ooit uit mijn hoofd leerde, Tijd van Vasalis: «Ik droomde dat ik langzaam leefde …/ langzamer dan de oudste steen./ Het was verschrikkelijk: om mij heen/ schoot alles op, schokte of beefde,/ wat stil lijkt.» Dat gedicht (uit 1940) was voor mij een nachtmerrie. Hier lopen negen nachtmerries rond. Die ook nog eens met mekaar beginnen te praten!

Tirannie van de tijd is een vol ledig mesjoche (mooi Hebreeuws woord: gek, zot, dwaas) voorstelling waarin je kunt verdwalen als in het spiegellabyrint op een kermis uit de jaren vijftig. De tekst is van drie auteurs, die bepaald geen poging hebben gedaan een overzichtelijke wandelkaart voor dat doolhof samen te stellen. Het nominale resultaat van hun tekst is dat je als toeschouwer verdwaalt in de brokstukken van mensen. En geconfronteerd wordt met het onthutsende besef dat ieder individu – ook jij, de kijker, en ook zónder die tijdbom op een station nabij dé-meridiaan-der-tijdcirkels – bestaat uit fragmenten, voortdurend bezig is zichzelf aan elkaar te lijmen tot de illusie van een ge heel, een eenheid, een entiteit. De magie, nee, liever: het effect van de voorstelling is een permanente Aufförderung zum Tanz, dodendans zo u wilt, een uitnodiging om mee te denken, te puzzelen zo u wilt. Heerlijk hersenknersend – om die term van onze uit de tijd gevallen hoofdredacteur Martin van Amerongen in herinnering te brengen. Tirannie van de tijd zet de adrena lineproductie van de kijker vanaf moment 1 op standje 14. En pu blieksvriendelijk is de voorstelling ook: in de laatste tien, elf, twaalf (?) minuten, als je buiten adem bent geraakt, verstijven alle personages. En spreekt Bert Luppes een hallucinerende epiloog, die rust brengt, inzicht, volop stof tot nadenken geeft.

Als toneelverslaggever zat ik achteraf aanvankelijk met een zin derend hoofdpijnprobleem: hoe beschrijf je dit, zonder het verpletterend beeldrijm van deze haveloze doden in een neutrale ruimte te verklappen? Toen dacht ik terug aan het voorprogramma, drie kwartier voor de feitelijke voorstelling begint. Je mag kiezen uit een reeks vertogen over de tijd. Ik koos voor Jorrit Ruijs, die voor ons klaarstond met een koffer vol flesjes met geuren. Tijd = herinnering = geur, was zijn simpele (en ware) stelling. Hij had lavendel uit de linnenkast van mijn oma’s, de zoetige zeep die we gebruikten als we in de boerderij voor de kolenkachel in bad («in de teil») gingen, verschaalde wierook uit een ka tholieke kerk waar net een begrafenis is geweest. Ik snoof mezelf in een vergane tijd naar binnen. En werd daarna verliefd op negen levens die in een plooi van de tijd waren geslingerd. Toen ik dit had opgeschreven, las ik in mijn zorgvuldig bewaarde ochtendkrant dat Tirannie van de tijd «geen inleving, geen herkenning, geen in zicht» biedt. De koppensneller van mijn matineuze courant had er zijn voordeel mee gedaan: «Tirannie van de tijd biedt geen inzicht». Ach, herejezus! Ik hoop niet dat de regisseur (tevens de nieuwe ar tis tiek leider van het Zuidelijk To neel) Matthijs Rümke zich er iets van aantrekt. Binnenkort boventiteling voor dagbladjournalisten? Doe maar niet. Doe maar méér van dit soort (jawel, daar is-ie nog een keer) hersenknersende voorstellingen. Verpak de makreel in uw ochtendkrant.

Tirannie van de tijd

Het Zuidelijk Toneel, tot en met 28 januari 2006; www.hzt.nl