Spin in het web van de Franse cultuur

‘Ik duld geen idioten aan het roer’

Marc Fumaroli is de verpersoonlijking van de Franse elite. Hij pleit voor meer subsidie voor de hogere cultuur. ‘Het land dat zijn burgers grootbrengt met rockmuziek kan stupide politici tegemoetzien.’

PARIJS - ‘Een paar cent betaalde ik ervoor op een markt in Thailand’, zegt Marc Fumaroli terwijl hij rommelt in de gangkast van zijn appartement. Triomfantelijk zet hij even later een goudkleurig plastic hondje op de salontafel. 'Daar heb je een Murakami’, vervolgt hij met een vals lachje onder verwijzing naar de Japanner wiens mangakunst voor astronomische bedragen wordt verhandeld op de internationale kunstmarkt. 'Wanneer ik het morgen naar veilinghuis Drouot breng, krijg ik er minstens een miljoen voor.’
Het hondje detoneert met de middeleeuwse tapijten en de antieke meubels die Fumaroli’s woning aan de Rue d'Université sieren. Alsof hij in het klein wil duidelijk maken waarom hij zich zo'n uitgesproken tegenstander toonde van de recente expositie van Murakami’s werk in het Château de Versailles. Dat deze uitgroeide tot een nationaal schandaal was mede te danken aan Fumaroli, die al zijn invloed aanwendde om de directie van dit in zijn ogen onzalige idee af te brengen.
'Murakami, dat is geen kunst, maar de kunst van het geld verdienen’, zegt hij. 'Je begint met niets en vervolgens sla je aan het gokken, dat is de richting die de hedendaagse kunst is opgeslagen. Ik heb er niets op tegen wanneer hij exposeert in een Parijse galerie, maar dat hij dat in Versailles mocht doen beschouw ik nog steeds als een grote vergissing, net als Jeff Koons twee jaar geleden. Het Château de Versailles is een van de grote referenties van de Franse nationale identiteit. Het is een plaats waar de Franse eigenheid en smaak zich met veel autoriteit gemanifesteerd hebben. Mag dat juweel worden gebruikt als een etalage voor iemand wiens kunst precies het tegendeel is van wat Versailles poogt te zijn? Net als Koons is Murakami een uiterst succesvol handelaar in banaliteiten, maar als inwoner van een land dat al vijftienhonderd jaar kunst van de allereerste orde produceert, pas ik ervoor mij voor zijn kar te laten sparren. Murakami in Versailles, dat is een belediging aan het adres van ons erfgoed.’
Anders dan met zijn offensief tegen de veiling van het Hôtel de la Marine haalde Fumaroli tegen Murakami bakzeil. Het monumentale hoofdkwartier van de Franse marine aan Place de la Concorde wordt geen vijfsterrenhotel, zo werd enkele weken geleden duidelijk. De tot gigantische proporties opgeblazen mangafiguren namen Versailles afgelopen najaar daarentegen in bezit. Een gevoelige nederlaag, maar daarmee is wel de toon van het gesprek gezet.
Hoger op de culturele en intellectuele ladder dan Marc Fumaroli (78) kom je in Frankrijk niet. Tot zijn emeritaat in 2002 bezette hij de leerstoel retoriek en samenleving van de zestiende en zeventiende eeuw aan het Collège de France - de meest prestigieuze instelling binnen de Franse universitaire wereld. Daarnaast behoort hij tot de 'onsterfelijken’, zoals de leden van de Académie Française worden genoemd. In 1995 volgde hij daar de toneelschrijver Eugène Ionesco op (fauteuil nummer 6). Buiten zijn wetenschappelijk werk bezorgde Fumaroli werk van schrijvers zo uiteenlopend als Joris-Karl Huysmans en Baltasar Gracián en met het vuistdikke L'État culturel: Essai sur une religion moderne (1991) deelde hij een klap uit aan het Franse cultuurbeleid die ervoor zorgde dat cultuurministers tot op de dag van vandaag voor hem sidderen.
Fumaroli’s tentakels reiken ver: van het nabijgelegen Louvre, waar hij de vereniging van vrienden presideert, tot in Rome, waar hij lid is van de benoemingscommissie van de Villa Medici. Het directeurschap van het instituut dat hier gevestigd is, geldt als een van de meest begeerde posten binnen de Franse culturele wereld. Wanneer televisiezender Arte een boek van Fumaroli verfilmt, zoals vorige maand het geval was met Quand l'Europe parlait français (2001), loopt Le Tout-Paris bij de voorpremière uit. Vooraan in de zaal: huidig cultuurminister Frédéric Mitterrand, voormalig cultuurminister Jack Lang, oud-premier Edouard Balladur, de familie Rothschild en zeker tien leden van de Academie Française. Jonge hemelbestormers uit Nederland komen op zo'n moment even op de tweede plaats. Zo werd de met Fumaroli bevriende promovendus Thierry Baudet tijdens het diner na afloop op hoffelijke wijze naar een tafel in de antichambre gedirigeerd.
Zeggen dat Fumaroli tot de Franse elite behoort is een understatement: hij is de verpersoonlijking ervan. Zelf vindt hij elite ook allesbehalve een vies woord. 'Ik kan moeilijk een stelletje idioten aan het roer van de staat dulden, net zomin als ik graag zie dat een bedrieger voor een groot kunstenaar gehouden wordt. Ik prefereer het goede boven het slechte. Is dat elitair? Ieder verstandig mens is elitair.’ Het idee van een elite kan volgens Fumaroli niet serieus worden betwist. Geen land kan het immers stellen zonder een verlichte elite die zich bewust is van de belangen van de natie.
Anders wordt het wanneer er sprake is van een oligarchie. Of van een schijnelite. 'Een elite die zich niet waarmaakt, zich vergist of zich onwaardig gedraagt dient zonder meer weggejaagd te worden. Dat is de reden dat men hier de Revolutie heeft gemaakt. De Fransen waren tot de overtuiging gekomen dat hun elite zo'n schijnelite was. Ze beseften dat ze enkel bestond uit hovelingen zonder de minste capaciteit om het land te regeren. Er zijn bourgeois en zelfs arbeiders voor in de plaats gekomen die over grote talenten bleken te beschikken. Denk maar aan oud-president Pompidou. Die doorliep de École Normale Supérieure, maar stamde af van boeren uit de Cantal. Het feit dat niet geboorte maar verdienste telt, is de reden waarom wij in Frankrijk accepteren dat er een elite is die schittert.’
Ieder land krijgt de elite die het verdient en alles hangt af van de onderwijsstructuur waarbinnen de elite wordt opgeleid. In Frankrijk is die structuur piramidaal en hoe breder de basis, hoe hoger de top kan reiken. Meest wenselijk volgens Fumaroli is een elite die politiek intelligent is en cultureel op de hoogte, en daarom hebben kunstinstellingen naar zijn idee een eminente rol te vervullen bij de vorming van die elite. Met stijgende verbazing luistert hij dan ook wanneer hem wordt voorgehouden dat de huidige Nederlandse regering fors aan het snijden is geslagen in de cultuursubsidies. 'Wat ik in L'État culturel veroordeelde was niet zozeer dat de staat veel geld spendeerde aan theater, klassieke muziek of dans, maar dat ze geld uitgaf aan rap, graffiti, rockmuziek en dergelijke dingen meer. De minister en ik waren het er destijds juist over eens dat de staat een belangrijke verantwoordelijkheid heeft in het culturele domein. Hoge cultuur een speeltje van de rijken? Maar het is onmogelijk om een opera zonder subsidie overeind te houden! Hoe denk je dat de Scala in Milaan blijft draaien? Vergeet ook niet: een opera is in de eerste plaats een onderwijsinstelling. Want zelfs al trekken opera, moderne dans of musea slechts een beperkt publiek, je zult de elite toch smaak bij moeten brengen. De elite van een land dient gevoed te worden door mooie dingen, anders kan het geen waarachtige elite zijn. Het land dat zijn burgers grootbrengt met rockmuziek kan stupide politici tegemoetzien. Naar Bach luisteren is allerminst een secundaire bezigheid voor iemand die verantwoordelijkheden draagt en geacht wordt zich beschaafd te gedragen. Dus daarom is het belangrijk dat een land niet alleen beschikt over de beste universiteiten en laboratoria, maar tevens over uitmuntende conservatoria, kunstopleidingen en culturele manifestaties van de allerhoogste kwaliteit. Gesubsidieerd met overheidsgeld, want het gaat hier om een zaak van nationaal belang.’
In Frankrijk lijkt daar van links tot rechts consensus over te bestaan. Zo werd het budget van het ministerie van Cultuur dit jaar met ruim twee procent verhoogd tot zeven miljard euro. 'In Frankrijk is cultuur inherent aan ons bewustzijn’, verklaart Fumaroli. 'We hadden de monarchie die zich omringde met de mooiste architectuur, muziek, literatuur, schilderkunst enzovoort. De Napoleontische keizerrijken zetten die traditie voort, net als de Derde Republiek, die zich onder geen beding wenste te associëren met de Terreur. Na de Tweede Wereldoorlog pakte André Malraux de draad weer op en creëerde in 1959 het ministerie van Cultuur onder auspiciën van generaal De Gaulle.’
Volgens Fumaroli heeft de notie van een elite ook van populistische bewegingen als de Amerikaanse Tea Party niet al te veel te vrezen. Het gevaar dreigt uit onverwachte hoek: uit Silicon Valley. Fumaroli veert op uit de bank, beent de gang in en keert terug met het boek You Are Not a Gadget van de Amerikaanse componist en essayist Jaron Lanier. 'Wikipedia, de encyclopedie van het internettijdperk, heeft de mythe van “wijsheid van de massa” de wereld in gebracht. Die wijsheid zou vanuit een steeds grotere groep komen, eerst honderd miljoen, toen tweehonderd miljoen en uiteindelijk zelfs een miljard. In dit uitmuntende boek dat ik momenteel aan het lezen ben, wordt uitgelegd in hoeverre we cultureel en politiek gevaarlijke ideeën hebben geprojecteerd op zaken die op zijn best verstrooiend zijn. Een nieuw collectivisme is bezig te ontstaan, zij het dit keer niet in de hoedanigheid van een politiek, maar van een technologisch totalitarisme. Het gedrukte woord heeft tot dusver een enorme autoriteit behouden, maar steeds op de voorwaarde dat men erin gelooft. Als we worden ingehaald door deze apocalyptische mythe die veronderstelt dat het individu moet worden ondergedompeld in de massa, dan staat niet alleen de toekomst van het boek, maar ook die van de persoonlijke reflectie op het spel. Dat geeft ruim baan aan een onverschillige massacultuur die heel eenvoudig te manipuleren is door tirannieke machten. De huidige opstand in de Arabische wereld wordt voorgesteld als een Facebook- of Twitter-revolutie en het is waar dat de aanstichters ervan jongeren zijn die weten hoe ze een mobiele telefoon moeten bedienen. Maar wie of wat zit er achter dergelijke sociale netwerken? Voor mij is de essentiële kwestie niet zozeer die van massa versus elite, maar die van het individu. Hoe vorm je waarachtige individuen die niet alleen zichzelf, maar ook anderen op integere wijze weten te regeren?’
In ieder geval niet met behulp van Facebook of Twitter, denkt Fumaroli. 'Tegenwoordig dient alles ogenblikkelijk publiek gemaakt te worden. Maar daarmee zetten we de bijl aan wat Montaigne zo treffend “de achterkamer” (l'arrière boutique) noemde. Ook bij Gracián, wiens werk een enorme invloed heeft gehad op de evolutie van het westerse individualisme, speelt deze achterkamer een belangrijke rol. Het is de plaats waar we ons terugtrekken om te reflecteren over de wereld en onszelf. In de etalage zetten wat er zich in deze achterkamer afspeelt, betekent op termijn het einde van de persoonlijkheid en de vrijheid die tot uitdrukking te brengen. Dat is het einde van de wereld, volgens Gracián.’