‘ik een oude lul?’ ‘een moraalloze grap is geen leuke grap’

‘Misschien ben ik wel een oude lul geworden’, zegt cabaretier Youp van ‘t Hek. Wordt hij moe van het gevecht tegen de verrechtsing, de endemollisering, de proletarisering, de wat-niet-allisering? Dat valt wel mee. Zeg 'Jos Staatsen’ en het oude vuur is er weer.
MOE MAAR VOLDAAN zit Youp van ‘t Hek in de kleedkamer van het gloednieuwe theater De Veste in Delft. Hij heeft er net een succesvolle try-out van zijn nieuwe voorstelling Scherven op zitten en bovendien heeft Ajax in Zürich zijn plaats in de Champions League behouden door een nipte overwinning op Grasshoppers.

Misschien een te glorieuze avond voor een zwaar gesprek over de stand van de moraal in het Koninkrijk der Nederlanden anno 1996.
Maar dat blijkt alleszins mee te vallen. Na een wat aarzelend begin stromen de krachttermen en verwensingen er als vanouds uit. En hoe kon het ook anders. Moraal is de motor van de hageprediker van het Nederlandse cabaret. ‘Mensen noemen mij een moralist en dan hebben ze meestal geen goede bedoelingen’, zegt hij. 'Maar cabaret, in ieder geval het soort cabaret dat ik maak, leeft van moraal. Een moraalloze grap is meestal geen leuke grap.’
In zijn nieuwste show toont Van ’t Hek zich bitterder en melancholieker dan ooit tevoren. 'Klapt u maar voor de ondergang van uw democratie’, houdt hij zijn publiek voor als deze dankbaar applaudiseert voor een grap over de pillenlobby van Frits Bolkestein. En naar aanleiding van de actuele journaalbeelden van Zaïrese vluchtelingen die in de stromende regen met hun hele hebben en houden op hun hoofd een veilig heenkomen zoeken: 'Als het bij ons regent, doen we gewoon het dak dicht.’ Weer is het de discrepantie tussen de kleine gruwelen van het gereguleerde bestaan in een doorgeschoten consumptiemaatschappij als Nederland en de absolute horror in de ons omringende wereld waar Van ’t Hek veel van zijn munitie vandaan heeft gehaald. En weer maakt het dank zij zijn tomeloze inzet een onvergetelijke indruk.
NEDERLAND STAAT vanouds bekend als een domineesland. Maar is daar in de jaren negentig nog wel wat van over?
Van ’t Hek: 'Daar heb ik zo mijn twijfels over. Als ik in het voetbalstadion zit en Kees Jansma loopt langs de lijn, dan beginnen 59.000 van de 60.000 aanwezigen “Hé vuile kutkankerkop” te roepen. En als het dan alleen maar de jongens waren die dat riepen, maar nee. Je ziet dat vader en zoon heel gebroederlijk naast elkaar hun longen uit het lijf staan te schreeuwen. Dan denk ik toch dat er iets fundamenteels mis is. Ik bedoel, als ik dat vroeger had gedaan, had mijn vader me toch een klap voor mijn kop gegeven. Maar wat je tegenwoordig in het stadion hoort, je gelooft je oren niet. Een tijdje geleden schreef ik in mijn column in NRC Handelsblad over die verschrikkelijke spreekkoren tijdens Ajax-Feyenoord over de vrouw van Van Gaal. Ik vond dat gewoon veel te ver gaan, over de schreef. Het vreemdste van alles vond ik daarna wel dat ik bijna al mijn collega-columnisten over me heen kreeg. Die hadden een soort jalousie de métier, schreven dat die Van ’t Hek een publicitair succesje wilde halen over de rug van Van Gaals overleden vrouw. Niet die spreekkoren stonden ter discussie, maar degene die er zijn verontwaardiging over uitsprak. Dat is Nederland anno nu.’
Het voetbal lijkt sowieso een geschikte metafoor voor de stand der moraal. In je show maak je je nogal druk om de Arena en Jos Staatsen…
'Toen ik op de autoradio hoorde dat de Arena het kort geding van die sleep-in had verloren en dus de naam van het stadion moest veranderen, toen had ik even de neiging om de auto te parkeren en buiten te gaan juichen. Het is natuurlijk een geweldige overwinning op die proleten. Ten eerste hoort voetbal niet te worden gespeeld onder een dak. Als het regent, moeten de spelers tot hun enkels in de modder staan, dat hoort bij het spel. Wat er in de Arena gebeurt, is de endemollisering van het voetbal. Het is een verstikking in commercie, exploitatie tot de dood erop volgt.
Toen ik voor het eerst in de Arena kwam, dacht ik nog: wat een mooi stadion. Maar na een paar keer was de lol er wel af. Voetbal moet niet worden gespeeld in zo'n rare kermistent. Ze maken het spel kapot door het op te willen leuken. Zo'n Staatsen, je ziet toch aan het hoofd van die man dat die nooit van zijn leven op een voetbalveld heeft gestaan. Dat zie je toch? Hij ziet er keurig uit, maar het is een proleet van de eerste orde. Om burgemeester van Groningen te worden, moest hij even snel van partij wisselen, zoals je van jasje wisselt. Als je tot zoiets in staat bent, spreekt dat boekdelen over je karakter. En als hij dan nog verstand had gehad van commercie… Iemand met echt comercieel inzicht had natuurlijk nooit van zijn leven gebroken met Studio Sport. Iedereen met maar een beetje verstand van voetbal weet dat Studio Sport heilig is, diep geliefd door dat gedol van Smeets en Jansma. Op zo'n instituut moet je zuinig wezen. Het is natuurlijk wel mooi om te zien hoe zo'n Staatsen dan finaal op zijn bek gaat.’
'OVERAL OM JE HEEN zie je Nederland endemolliseren. Bij Tilburg komt er nu een Skiramide. Dat is een soort piramide van ik meen 170 meter hoog, met echte sneeuw erop en daar kan je dan met duizenden tegelijk skiën en ook nog congresseren en slapen. Ik hoop dat onze beschaving nooit wordt opgegraven later… Dit soort dingen vervult mij met een diepe droefheid.
Een tijdje geleden ging ik op zondagmiddag naar Carré, daar trad een vriendin van me op in een musical. Het publiek werd in bussen aangereden, allemaal personeel van bedrijven die per rij werden ingedeeld, en de sfeer was zo statisch, zo overgeorganiseerd, zo plichtmatig leuk, dat het helemaal niets meer met theater te maken had. Die mensen vergaapten zich even aan Carré en halverwege de voorstelling begonnen ze zich al te pletter te vervelen. Dat is endemollisering ten voeten uit. Een overgeorganiseerde aanslag op het individu. Vroeger, als de mensen een avondje uit gingen, pakten ze de krant en keken ze in de agenda en zeiden ze: die kennen we nog niet, daar gaan we naar toe. Nu is het een gigantische eenheidsworst geworden, alles is voorgekookt, het element van de verrassing is uitgeschakeld. Zelf ben ik ook al deel van die eenheidsworst geworden. Het gemak waarmee men zich voor mij inschrijft, het is niet leuk meer. Ga dan eens naar iets kijken wat je nog niet kent, zou ik zeggen. De mensen zijn niet meer verliefd op het theater, ze hebben er een uitgewoond en doodsaai huwelijk mee. En dan doe ik nog zeer mijn best om iets van dat spontane te behouden bij mijn optredens. Je moet bij mij nog echt je best doen om kaartjes te bemachtigen. Ik wil dat mensen ’s nachts voor de kassa liggen, fietsen tegen de pui. Ik wil niet dat men mij in groepen bezoekt en arrangementen met etentjes eraan vast zijn al helemaal taboe. Ik stond een keer in Apeldoorn in het theater en vooraf liep ik een verkeerde deur binnen en toen zag ik daar allemaal tafeltjes klaar staan voor een gezellig personeelsfeest van een aantal bedrijven. Dat ging dus mooi niet door.’
HEB JE ALS CABARETIER werkelijk invloed?
'Dat denk ik wel. Ik ben een van de weinigen die nog tegen de massa in schreeuwt, en ik schreeuw zo hard dat ik af en toe ook te horen ben. Ik krijg weleens brieven van mensen die zeggen: door jouw show ben ik gaan scheiden. Ja, dank je de koekoek, denk ik dan, zonder mijn show was je ook wel gaan scheiden. In 1989 heb ik in mijn oudejaarsconference in de camera gezegd: ga nou eens daarheen waar je eigenlijk had willen zijn, doe dat nou gewoon. Toen schijnt er in heel wat huiskamers de pleuris te zijn uitgebroken, zo van: “Die lul heeft eigenlijk wel gelijk, ik ga.” Ik geloof heilig in de kracht van oprechte kwaadheid.
Zoals toen de gemeente Amsterdam met het onzalige plan kwam om de Kleine Komedie op te heffen. Wat mij toen opviel was de ongelooflijke laksheid in de artistieke wereld van Amsterdam. Iedereen had zoiets van: ja, dat is nu eenmaal zo, zo gaan die dingen, en het scheelde maar een haar of die Manfred Langer had de tent gekocht en in een soort iT veranderd. Toen ben ik echt woedend geworden. Ik ben actie gaan voeren op de hardste manier die ik kon bedenken. Niet gewoon met een benefietoptreden van diverse artiesten, daar red je het niet mee. Je moet je altijd realiseren dat je tegenstander veel harder is, en daar moet je dan overheen. Dat het theater uiteindelijk opengebleven is, beschouw ik als mijn grootste persoonlijke overwinning.’
Waar is jouw persoonlijke moraal op gebaseerd?
'Eigenlijk ben ik een heel ouderwetse tien-gebodenman. Inclusief het gebod dat zegt dat je andermans vrouw niet mag begeren. Maar dan heb ik natuurlijk wel weer makkelijk lullen, omdat ik een vrouw heb (Debbie Petter, de kersverse nieuwslezeres van het NOS-journaal - rz) die ontzettend door andere mannen wordt begeerd. Zoals door Hans Dorrestijn. In de Varagids bekende Dorrestijn dat hij al jarenlang verliefd was op mijn vrouw. En terecht. Overigens staat Dorrestijn glashard te liegen als hij zegt dat ik hem bij mijn eerste voorstelling had uitgenodigd voor zijn professionele advies. Wel is het waar dat hij toen bij ons is blijven slapen, maar dat kwam omdat ik hem per brancard ladderzat het café had moeten uitdragen. Hans zegt dat hij niet jaloers is op mijn repertoire - dat is overigens wederzijds - maar wel op Debby. Dat mag.
Ik ben een man van de kleine dingen. Zo had ik eens een buurman die directeur was van een reclamebureau en allemaal heel ideële campagnes uitstippelde voor de PvdA en idealistische banken. Fijne man, denk je dan. Maar wat gebeurt er? Mijn vrouw en ik gaan een tijdje op vakantie en als we thuiskomen is mijn vrouw d'r fiets weg. Die stond ergens tegen een hek aan, op slot. Een paar dagen later zien we de buurman op die fiets. Dus ik stap wat later naar hem toe en vraag: zeg, die fiets van mijn vrouw, die stond daar tegen dat hek, heb jij misschien gezien wie hem heeft gestolen? Hij stotteren natuurlijk, en begint zich uit te putten in excuses. Ja, die fiets, zegt hij, die stond daar al zo lang en toen dacht ik… “Ja, wat dacht je toen”, vroeg ik fijntjes. De vernedering was compleet. Weet je wat, zei ik tegen hem, mijn vrouw en ik denken dat als een man van jouw kaliber een fiets steelt, dan zal je hem ook wel nodig hebben. Je mag hem houden. Die man is daarna snel verhuisd.
Maar toch, je moet er niet aan denken hoe zo'n man zijn kinderen opvoedt. Wat voor moraal krijgen die kinders mee? Ik bedoel, van opvoeden moet je niet een te zware zaak maken, maar enige sturing is op zijn plaats. Als een boom scheefgroeit, kan je hem na jaren niet meer rechtbuigen. Zo gaat het met opvoeding van kinderen ook. Maar misschien ben ik wel een oude lul geworden.’
'PAS HAD IK een vlammende discussie met een jongen van een jaar of twintig over de vraag of je een fiets van een junk mocht kopen. Dat doe je niet, zei ik. En die jongen vroeg toen heel verbaasd of ik dan nog goedkopere adressen wist. Op dat moment voelde ik me heel oud. Ik ben door mijn vader opgevoed met een aantal waarden. Mijn vader was weliswaar zakenman, maar een aantal dingen deed hij gewoon niet. Ik weet zeker dat hij de belastingdienst niet tilde. Tegenwoordig is het flessen van de fiscus de nationale volkssport. Als je het niet doet, ben je achterlijk. Iedereen gaat op zaterdagavond eten met zijn vrouw en vraagt een bonnetje voor de zaak. Zo'n zaak-Van der Valk, daaraan kan je zien hoe ver dit land al is afgegleden. Die tilt de belasting voor 140 miljoen en komt dan weg met een aantal uren dienstverlening. Die Van der Valk lacht de rechter toch recht in zijn bek uit? Ik bedoel, als ik morgen de zaak voor een ton naai en ik kom voor de rechter, dan kom ik toch wuivend bij de rechter binnen met die Van der Valk-uitspraak? Dan vind ik het toch prima om drie weken pampers te wisselen bij incontinente bejaarden in een verpleegtehuis?
Zo'n Van der Valk had ongenadig hard gepakt moeten worden op de enige plek die hem raakt: geld. Het is raar, maar ik merk dat ik voor strengere straffen begin te worden. Nu weet ik wel dat er in duizend rapporten wordt gezegd dat strenge straffen niet helpen, maar ik weet wel dat er op de A2 niet te hard meer wordt gereden sinds er op snelheid wordt gecontroleerd. Een ander voorbeeld - ik woon op de gracht. Eerst kreeg je daar een wielklem en dan moest je de verschuldigde parkeertijd betalen en dan haalden ze hem er weer voor je af. Dat was eigenlijk wel makkelijk, dan wist je dat je auto niet gestolen werd. Kortom, de hele gracht zag geel van de wielklemmen. Maar sinds ze er een forse boete bij optelden, zie je bijna nergens meer een wielklem, afgezien van een enkele auto met een Duitse nummerplaat.’
'ALS JE CABARET maakt zoals ik en door de mensen als een soort moraalridder wordt gezien, dan moet je extra op je hoede zijn. Je moet je woorden zien als meer dan handelswaar. Het zou bijvoorbeeld getuigen van een foute moraal als ik me suf zou schnabbelen voor de ING of de Rabo. Dat zou aan mijn geloofwaardigheid knagen. Dan zou iedere journalist en columnist mij kruisigen, en terecht. Er zijn er genoeg die die kans smachtend afwachten.
Ikzelf houd er bijvoorbeeld niet van als cabaretiers grappen maken over Van der Meijden maar vervolgens wel met hem in zee gaan voor de broodnodige publiciteit. Dan zeg je eigenlijk dat het allemaal maar nep is wat je doet. Ik praat niet met Van der Meijden. En dan kan je zeggen dat dat makkelijk lullen is, omdat mijn zalen toch wel vol zitten, maar vroeger, toen het nog niet zo makkelijk ging, deed ik dat ook niet. Ik heb tegen zo veel dingen nee gezegd, zo veel aanbiedingen gehad die heel lucratief leken, maar als ik erop zou zijn ingegaan, was ik nu net als Hepie en Hepie. Ik ben niet te koop, en dat vind ik prettig. In 1989 kreeg ik een aanbod om met een fabrikant van videocassettes in zee te gaan. Als je dan een lege band kocht, kreeg je er een van mij gratis bij. Daarbij werd zo'n gigantisch bedrag geboden dat ik bijna dacht: hier zit iets achter. Ik denk dat als ik er op was ingegaan, ik finaal zou zijn afgemaakt.
Ach, er zijn genoeg mensen die mij intens haten om mijn grote bek. Dat is bijna even heftig als fanmail. In ieder geval, ik heb toen voor de eer bedankt, en ik weet nog dat ik de brief met mijn antwoord zelf op de post heb gedaan. Als ik ooit helemaal aan de grond zit, kan ik nog eens melancholiek terugdenken aan dit moment, dacht ik. Je moet je realiseren dat het uiteindelijk veel meer kost om wel met dat soort dingen mee te doen. Een deel van je publiek zet je gelijk aan de kant als je jezelf zo prostitueert. Dan verlies je het recht van spreken. Om diezelfde reden doe ik ook geen verzamel-cd’s en dat soort dingen. Het heeft met een persoonlijk gevoel te maken. Ik zou zielsongelukkig worden als ik daaraan begon.’
Het gesprek komt op de politiek. Van ’t Hek ontpopt zich verrassend als een kokkiaan ('Kok is een doodeerlijke man, dat weet ik zeker, dat enkele internationale kniebuiginkje zij hem vergeven’), maar voor de overige bewoners van kabinet en Kamer blijkt hij niet erg gediend. 'We leven in een tijd van de absolute arrogantie van de macht. De proleten hebben het voor het zeggen als nooit tevoren. De jaren zestig zijn definitief voorbij, de sporen zijn uitgewist. Ik ben van 1954, toen ik vijftien, zestien jaar was dacht ik echt dat de wereld was veranderd en dat we nooit meer terug zouden keren naar die duistere tijden van weleer. Ondertussen ben ik daar niet meer zo zeker van. De werkelijkheid is dat het allemaal rechtser is geworden, veel rechtser dan ik me ooit had kunnen voorstellen. En rechts betekent de oppermacht der proleten, van de onbeschaamde corruptie. Neem zo'n IRT-affaire waar iedereen met kilo’s hasjboter op het hoofd mag blijven zitten waar hij zit.
Of neem Bolkestein en zijn pillen. Ik heb nog nooit zo'n slappe zoutzak gezien als Wallage toen de Bolkestein-affaire in de Kamer werd behandeld. Ik was echt geschokt over dat pillencommissariaat van Bolkestein. In mijn omgeving werd dan gezegd: wat ben jij toch naïef, natuurlijk gaat het zo. Nou, laat mij dan maar naïef blijven. Zo'n Bolkestein, zeg ik dan, is natuurlijk afgebrand, dat kan nooit meer wat worden. Maar dan zeggen ze tegen mij dat ik niks van politiek begrijp. Dan wìl ik er ook niets meer van begrijpen. Maar men moet natuurlijk niet verbaasd staan te kijken als een groot deel van het volk zich vervolgens van de poltiiek afwendt en voor allemaal enge dingen gaat kiezen.’
NASCHRIFT: Enkele dagen na het interview komt dan eindelijk het blijde nieuws van de ondergang van Sport7. Toch nog maar een keer Youp gebeld. 'Dit is natuurlijk een geweldige overwinning. De volgende stap moet zijn dat Ajax straks het huurcontract met de Arena opzegt en weer in een echt voetbalstadion, dus in de open lucht gaat spelen. Fijn ook dat John de Mol uit protest over de opstelling van Ajax zijn businessseats in de Arena van de hand doet. Scheelt weer een beetje onderwereld tijdens de wedstrijd.
Over moraal gesproken, ik heb net weer een vorstelijk aanbod afgeslagen. Libertel wilde dat ik op oudejaarsavond een reclamespotje van een halve minuut op televisie deed, precies na de oudejaarsconference van Freek de Jonge. Ik mocht dan zeggen wat ik wilde, en ik kreeg er op uurbasis nog beter voor betaald dan Koos Postema bij Sport7. Gigantisch! Maar daar ben ik dus mooi niet ingestonken. En zo ploegen we voort.
Overigens, optimischer ben ik er niet op geworden sinds ons gesprek. Gisteren had ik op rij vier een vent met een zaktelefoon. Dat ding gaat over - soit, kan gebeuren, hij had hem misschien vergeten af te zetten - maar die lul begint godverdomme ook doodgemoedereerd een gesprek te voeren. Ik ben een tijd lang stil geweest, daarna heb ik er een grap of zeven op losgelaten, maar ik denk niet dat het echt tot hem doordrong. Het is allemaal zo treurig.’