Ik en de krant

Ooit had je af en toe een mopje in de krant, een leuk stukje, en nu dringt de leukigheid zich in kapitalen op de voorpagina al aan je op.

Grunbergs oneliners vanaf de kansel ben ik op pagina 2 alweer vergeten, of is dat juist de bedoeling? Als Giphart over zijn kinderen begint, haak ik acuut af. De vrouwen van Toren C zijn grappig op tv, maar waarom moet die grappigheid dan ook weer in de krant worden uitgemolken? Ik hou van de stukjes van Annemarie Oster, alleen niet onder dat zelfhaterige kopje ‘Mooi geweest’. Al die ikken, al die zwoegende geesten die zich uitputten in geestigheden, die vechten om aandacht, met hun fotootje en hun gedoetje. Ik weet het, kilo’s boter heb ik op m'n hoofd, met m'n eigen gedoetje en m'n buurvrouwtjes en m'n kinderen niet te vergeten. Misschien ben ik gewoon toe aan vakantie, erger ik me aan het verkeerde, wordt m'n hoofd steeds maar wattiger, weet ik niet meer waarover ik me echt druk zou moeten maken.

'Wat houdt jullie nu het meest bezig?’ roep ik vanuit de keuken naar mijn huisgenoten.

De een zit in de tuin onder de parasol achter z'n laptop, proberend de financiële crisis het hoofd te bieden. De ander moet alle narrigheid vergeven worden, want net terug van ver. Voor de driehonderdste keer bekijkt hij in liggende positie Apocalypse Now. Ga nu niet meteen boven op hem zitten, had z'n oudere zus me gewaarschuwd. Gisteren had ik tegen alle adviezen hem toch van alles gevraagd en gezegd, daarna weer mezelf weggewoven met een algeheel 'laat maar’.

Hij stelde me gerust. 'Ik luister al vier jaar niet meer naar je.’

Vandaag ben ik hem ostentatief met rust aan het laten. Ondertussen maak ik een pizza, omdat ik al weken aan het experimenteren ben met gist. De ene keer rijst het de pan uit, de andere keer blijft het een waterig zooitje. Zo houd je koken spannend.

Vanuit de tuin klinkt het: 'Dat Hugh Grant is afgeluisterd door News of the World.’

Vanaf de bank: 'Dat de relatie van Gerstanowitsj waarschijnlijk op de klippen loopt.’

'Gerstanowitsj?’ echo ik, zoekend naar pen & papier.

In het diepst van mijn gedachten schrijf ik voortrazend over de toetsen, met wapperende haren, als een soort Chi Coltrane. In werkelijkheid is iedere zin er één, met moeite weggesleept voor de poorten van het eeuwig ongearticuleerd geblevene.

'Je snapt toch wel dat dit sarcasme is hè’, roept m'n zoon vanaf de bank.

Ik was even vergeten dat het sarcasme van mijn gezin geen grenzen kent.

Ik kneed de gist en zeg: 'Ik zoek naar iets dat in de krant staat. Iets waarover ik kan schrijven zonder het over mezelf te hebben.’

'Jij en de krant’, hoor ik vanuit de tuin.

Zou spotlust zich kunnen materialiseren, dan had ik het nu met soeplepels op kunnen scheppen.

Ik en de krant. Inderdaad. Ik lees ’m sinds jaar en dag, maar je moet me er niks over vragen. Moet ik het woord 'democratie’ uitspreken, dan word ik verlegen. Wat niet wegneemt dat ik steeds meer op zoek ben naar de saaie feitelijkheid van alledag. Naar politici die een taal spreken die ik niet onmiddellijk kan vatten. Ik snak naar mensen die hun werk doen in onberispelijke kledij en dito présence. Die onbegrijpelijk durven te zijn, omdat ze het beter weten. Die niet zoals Paul Verhoeven en Pieter Steinz de boel voortdurend op een rijtje aan het zetten zijn, alsof het leven één grote huiswerkopdracht is. (Waar is Floortje Smit eigenlijk gebleven? Haar columns over film mis ik nu juist weer wel.) Ik gun Femke Halsema een tweede leven, maar waarom moet zij nu óók al over Mad Men schrijven? Waarom niet over iets waarvan ik het bestaan nog niet vermoedde?

Ik voel het: dit wordt de beste pizzabodem ooit.

Actrice Marieke Heebink heeft eindelijk de ontrouw van haar man achter zich gelaten. Ik las het vanochtend in de krant, en voelde langzaam de morsigheid op me neerdalen. Intimiteiten en geheimen, ze zijn grondig aan devaluatie onderhevig. Heleen van Royen is bang dat iemand anders ook een roman over een vrouwelijke begrafenisondernemer gaat schrijven, en wil dit gegeven nu alvast claimen. De boekenbijlage van de krant is haar van dienst en drukt het af.

In de nieuwe Granta staat een verhaal van Rachel Cusk, 'Aftermath’, over een kersverse scheiding. Gestileerde openhartigheid van een schrijfster die nergens patent op hoeft aan te vragen. Zelfs van een vrouwelijke begrafenisondernemer zou zij nog iets weten te maken.

'Als iemand me zou vragen welke ramp mij was overkomen, zou ik vragen of ze het verhaal of de waarheid zouden willen horen’, schrijft Cusk.

'Hoe lang nog?’ roept mijn zoon boven de oerwoudgeluiden van Apocalypse Now uit.

Het verhaal of de waarheid. Ik roer in de tomatensaus, net zolang tot zich een vurige spelonk opent van zacht vlezig spul waarin ik met onstuitbare vaart naar beneden kan tuimelen.