Opheffer

Ik en mijn cv

U vraagt mij naar bijzonderheden over mijn cv. Ik weet niet precies wat u daaronder verstaat, maar ik zal mijn best doen.

Vader: heeft me altijd terecht geslagen, maar dat was soms wel eens wat veel. Ik raak altijd bitter als ik aan zijn dood denk; we waren nog in gesprek, ik moest hem nog iets laten zien, er waren nog dingen die we samen moesten doen en ik wilde hem nog wat vragen.

Moeder: heeft altijd onvoorwaardelijk van me gehouden, en ik van haar. Toen mijn moeder gestorven was, heb ik haar niet durven kussen. Daar heb ik meer spijt van dan ik kan zeggen.

Familie: heb ik niet zelf gekozen. Ik hou van ze op afstand. Het zijn goede mensen.

Dochter: ik noem haar even apart in dit cv. Ik heb momenteel geen vrouw van wie ik hou, maar ik hou zielsveel van mijn dochter. Als ik iets doe, doe ik het voor haar. Na de dood van mijn moeder ben ik met wat geld van de erfenis met mijn dochter naar New York gegaan, want dat had ik haar beloofd. Zo'n reis maakte ik om wat familiegeschiedenissen en eigenaardigheden door te geven. Niet dat je ze letterlijk doorgeeft, maar je geeft ze door door je aanwezigheid. Zo ben ik eens met mijn vader een week alleen geweest toen mijn moeder in het ziekenhuis lag. We moesten voor elkaar zorgen. Ik was toen al iets ouder. Mijn vader gaf iets door en dat wilde ik ook aan mijn dochter doorgeven. Nog maals: wat dat is, is niet in woorden te vatten. Ik stel er prijs op dat in dit cv te vermelden.

Vrienden: dat is een gevoelig punt. Ik heb nooit in vriendschap geloofd. De reden is dat ik dacht dat vriendschap vanzelfsprekend moest ontstaan. Vanzelfsprekend… dat woord gebruikte ik vroeger vaak, geachte sollicitatiecommissie, het werd bij mij wellicht synoniem voor lui. Vanzelfsprekend heb ik geen vrienden. Het is harde arbeid, die ik soms nalaat, en van de weeromstuit ontvang ik dus weinig terug.

Verantwoordelijkheid: mag ik zeggen dat ik mezelf vind meevallen? Ik vind dat ik een groot verantwoordelijkheidsgevoel heb; soms draag ik het ook, maar niet meer als een last. Ik kan ermee omgaan. Weet u hoe ik dat weet? Ik ben, vind ik, goed voor dieren. Ik ben ook goed voor mijn huidige planten. Ik ben ook goed voor mijn huis. Om eerlijk te zijn ben ik soms beter voor de dieren dan voor de mensen, juist omdat ik weet dat ik verantwoordelijk voor ze ben. Voor wie ik verantwoordelijk ben, zorg ik.

Liefde: waarom moet ik deze vraag nu al beantwoorden? Er is momenteel geen liefde in mijn leven, al is er wel geheime liefde. Ik heb twee relaties van ongeveer veertien jaar achter de rug. Als u, sollicitatiecommissie, wenst te weten of het ontbinden van die relaties mijn schuld was of de schuld van de ander, dan zou ik willen antwoorden dat het uiteraard mijn schuld was en zoniet, dan zou ik die schuld verdienen. Ik ben altijd op mijn ma nier trouw geweest, maar ben te laat tot het besef gekomen dat trouw ook zit in wederzijdse be langstelling en zorg, dat trouw ook moet blijken uit de balans in vrijheid die je de ander laat en die je zelf neemt. Het zijn deze wijsheden die ik zeer belangrijk acht voor mijn cv en die mijn bestaan overschaduwen; ze zaten niet in me, ik heb ze niet verworven, het leven heeft ze mij op hardhandige wijze duidelijk gemaakt.

Ik betreur vaak de manier waarop ik iets van het leven heb geleerd.

Tot slot, geachte commissie, de dood. Daar heb ik mijn hele leven over nagedacht.

Daar wilde ik het bij laten.