Ik en mijn kleine meid

Voorlopig ben ik een uitzondering: burgerlijk getrouwd, huisje-boompje-beestje en dolgelukkig. Maar daarvoor hebben wij onze prijs betaald. Want het is wel eens anders geweest. Mijn vrouw zwierf van het ene kindertehuis naar het andere. Een vader heeft zij nooit gekend. Mijn relaas was even triest. Met dat verschil dat ik twintig jaar ouder ben en dus aanmerkelijk langer heb moeten lijden.

God weet hoe eenzaam en nutteloos ik mij voelde. Het was mijn vrouw die mij het leven redde. En ik het hare. Wij herkenden elkaar onmiddellijk: dezelfde ogen, dezelfde handen, dezelfde stem en dezelfde manier van denken. Sedertdien zijn wij onafscheidelijk.
Inmiddels hebben wij twee schattige jongetjes. Helaas, wij zoeken op dit moment wanhopig naar een kindertehuis voor ze. Het afscheid valt ons zwaar. Maar het moet, het gaat om hun toekomst. Sinds kort, namelijk, hebben mijn vrouw en ik de bron van ons geluk ontdekt. Ik blijk de vader te zijn waarnaar zij zo lang heeft gezocht. En zij is mijn kleine meid. Tijdens haar laatste verjaardag zijn wij erachter gekomen. Het moet gebeurd zijn tijdens het country and westernfestival in Nashville, zesentwintig jaar geleden.
Dus is het duidelijk: vaders moeten met hun dochters trouwen, wil het huwelijk wat waard zijn. De mensheid is al een aardig eind op weg. Iedereen rotzooit maar wat aan zonder zich iets van de consequenties aan te trekken. Voor een man wordt het huwelijk straks de bekroning van een losbandig leven en voor de vrouw wordt het huwelijk de beloning voor het eeuwig zoeken naar de vader.