De zorgenkindjes van de leerplichtambtenaar

‘Ik ga níet naar een speciale school!’

In heel Nederland proberen leerplichtambtenaren scholieren bij de les te houden. De Groene keek een week mee op de Utrechtse afdeling leerlingzaken. Het gaat om ‘zwevende kinderen’, ‘allemaal kwetsbaar’, soms ‘met ouders die het geen ruk kan schelen’.

Medium leerplicht2

Verlegen wandelt ze binnen. Een wijde zwarte broek, zwarte schoenen, een volle studentenrugzak over haar schouder. De negentienjarige Ivy van der Voorn is uitgenodigd door leerplichtambtenaar Houria Bouzerda (42). De reden: Ivy’s verzuim op het Grafisch Lyceum in Utrecht.

‘Hoe gaat het met je?’ vraagt Houria.

‘Momenteel gaat het goed. Momenteel!’ begint Ivy haar verhaal. Het lijkt een wonder, gelet op wat er volgt. Haar ouders zijn gescheiden, haar moeder woont in Frankrijk, de rest van de familie heeft met Ivy gebroken. ‘Ik sta er helemaal alleen voor’, zegt ze met zachte stem. Haar vader betaalt de kinderalimentatie maar half, ‘ik moet 1069 euro schoolgeld betalen maar weet niet hoe’. Ze heeft angst- en woedeaanvallen. Ze heeft een poos met darmklachten op bed gelegen, maar haar ziekmelding is ergens binnen school blijven hangen. Haar opleiding wil ze afmaken, hoe dan ook. ‘School is voor mij als een thuis. Ik voel me er fijn.’

De leerplichtambtenaar vraagt of ze nog ergens mee kan helpen. ‘Als ik de financiën rond heb, kan ik knallen’, zegt Ivy. Op weg naar buiten vertelt ze dat ze bang was toen ze de eerste keer met Leerplicht te maken kreeg. ‘Foute boel, dacht ik, je hoort allemaal slechte verhalen. Maar ik heb gemerkt dat ze er ook zijn om hulp te bieden.’

Het zijn ware woorden, blijkt tijdens een week meekijken op de afdeling leerlingzaken van de gemeente Utrecht. De 21 leerplichtambtenaren zijn het grootste deel van hun tijd kwijt met het zoeken naar oplossingen voor de problemen die leerlingen van een succesvolle schoolcarrière afhouden. Tussen imago en werkelijkheid gaapt een groot gat, beseffen de ambtenaren maar al te goed.

‘Iedereen associeert ons met luxe-verzuim, het uitschrijven van boetes als leerlingen te laat terugkomen van vakantie. In werkelijkheid is dat maar een heel klein onderdeel van ons werk’, zegt de een. ‘Handhaven is geen doel maar een middel. Ons doel is: de leerling een diploma laten halen’, verwoordt de ander. ‘Ze zien ons als een soort parkeerwachters van het onderwijs’, vult een volgende aan. Een van de ambtenaren pakt een oude politiepet van een bureau. ‘Soms zetten we deze even op en spelen we de boeman. Maar meestal hebben we een heel andere rol.’

Uitvalsbasis van het legertje leerplichtambtenaren is een dertien-in-een-dozijn kantoorgebouw aan de rand van de Utrechtse binnenstad. De ‘afdeling leerplicht’ oogt als elke andere gemeentelijke afdeling: bureaus, prikborden en een koffieautomaat.

Leerplichtambtenaar Annemijn de Gram (34) zoekt met een 21-jarige mbo-leerling een spreekkamertje op. ‘Er was veel gezeik thuis en de opleiding was niet mijn ding’, verklaart de jongen zijn uitschrijving van de opleiding – de aanleiding om hem uit te nodigen voor dit ‘thuiszittersgesprek’ op vrijwillige basis. Vanaf achttien jaar geldt de leer- en kwalificatieplicht niet meer. Maar zolang jongeren tot 23 jaar geen startkwalificatie hebben (havo, vwo of mbo niveau 2) probeert de gemeente Utrecht hen te begeleiden naar opleiding of werk. De jongen klinkt gemotiveerd: ‘Ik ben hier om uit te leggen dat ik niet de hele dag op bed lig te snurken.’ Per 1 februari wil hij beginnen aan een nieuwe studierichting. Tot die tijd wil hij graag werken, ‘maar het uwv scheept me af, ik moet zelf maar wat zoeken’. Annemijn biedt aan het uwv eens te bellen. ‘Dat zou ik op prijs stellen!’ is de reactie.

‘Soms zetten we deze politiepet even op en spelen we de boeman. Maar meestal hebben we een heel andere rol’

De begeleiding van de scholen naar de juiste schoolkeuze is zwaar onder de maat, vertelt de jongen. ‘Als je zestien bent en je komt net van de mavo weet je helemaal nog niet wat je wil. De scholen proberen je met een leuk verhaaltje binnen te halen, “kom bij ons!”. Wat de opleiding inhoudt vertellen ze amper, niet op de afgeronde vooropleiding en niet op de nieuwe school. En dan ontdek je dat je op de verkeerde plek zit. Vrijwel al mijn vrienden zijn minstens één keer geswitcht.’

Het is een klacht die deze week diverse malen voorbij komt. Jongeren die aan hun lot worden overgelaten bij het uitstippelen van hun schoolcarrière. En als het mis gaat, belanden ze op het bordje van Leerplicht. Verkeerde schoolkeuze is reden nummer één voor schooluitval, blijkt uit Utrechts onderzoek. Nummer twee: problemen binnen het gezin of in de privé-sfeer. Vechtscheidingen, armoede, schulden, psychische problemen: allemaal factoren die een rustige, gestructureerde gang naar school belemmeren. Bij het opruimen van die hobbels fungeert Leerplicht als straatveger.

Keer op keer komt het langs: de verkeerde schoolkeuze als reden voor uitval. ‘De voorlichting zou al op het voortgezet onderwijs moeten beginnen’, zegt ambtenaar Edwin Baars (45). ‘Goede, verplichte informatieavonden, zoals defensie dat bijvoorbeeld doet. Maar hoe gaat dat op het mbo? Je zoekt op internet naar een opleiding, meldt je digitaal aan en klaar. Dan beginnen jongens aan een ict-opleiding omdat ze zo graag gamen. Hebben ze geen benul dat ze dan apparaten uit elkaar moeten schroeven. Het mbo zou zijn verantwoordelijkheid moeten pakken en zorgen voor een plek voor alle jongeren.’

Ideeën genoeg onder de leerplichtambtenaren. Meer instroommomenten, zodat een leerling niet maanden hoeft te wachten bij een overstap. Oriëntatieklassen, schakelklassen, ‘invoegstroken’, startklassen met algemene lessen en een voorbereiding op de nieuwe opleiding. En: terug naar de kleinschalige vakscholen die opleiden voor een praktisch beroep – waar ook werk in is. Leve de good old lts.

Medium leerplicht4

De leerlingen waar Leerplicht mee te maken krijgt, zijn zorgenkindjes. Figuurlijk, maar vooral ook letterlijk. Elke leerplichtambtenaar, elke schoolbegeleider schudt de verhalen moeiteloos uit de mouw, het ene nog treurniswekkender dan het andere.

Tijdens een vergadering van een Zorg Advies Team (zat) op een middelbare school in Leidsche Rijn komen negen gevallen voorbij. Een meisje dat thuis mogelijk wordt mishandeld. Een jongen, gameverslaafd, depressief. Een meisje dat thuis wordt verwaarloosd, gescheiden ouders, vader in het buitenland, stiefvader recent overleden. Een jongen met een hechtingsstoornis, onhandelbaar thuis, al meermaals uit huis geplaatst. Een jongen met gedragsproblemen, dyslectisch, vader overleden. Zelf een hartkwaal en de medicijnen maken hem moe. Een meisje, depressief, suïcidaal, moeder durft haar niet naar school te laten gaan. Een elfkoppig team van docenten, hulpverleners en leerplichtambtenaar Lennart Mensing (31) bekijkt per geval welke hulp eventueel geboden kan worden om het kind maar in de lesbankjes te houden. ‘En dan is dit nog een school met relatief veel hoogopgeleide, autochtone ouders. Op sommige andere scholen komen we nog heel andere problemen tegen’, zegt Lennart na afloop droogjes.

Alles begint met een verzuimmelding door de school. Leerplicht bekijkt wat er aan de hand is en of er een helpende hand kan worden geboden. Is repressieve actie vereist, dan loopt dat op van een waarschuwingsbrief, via een ‘verzuimgesprek’ tot een ‘zorgmelding’ bij Jeugdzorg of de Raad voor de Kinderbescherming. Eindstation: een proces-verbaal. Is er, voordat de rechter zich er enkele maanden later over buigt, verbetering, dan volgt vaak een sepot. Het breekijzer heeft dan wel gewerkt. Volgt er toch straf, dan is dat een verwijzing naar Halt, begeleiding door de Jeugdreclassering, verplichte hulpverlening of een boete.

Een meisje is depressief, en suïcidaal, en haar moeder durft haar niet naar school te laten gaan

Soms halen sancties niks uit, vertelt Ton van der Heijden (63), aanspreekpunt voor de Roma-leerlingen in Utrecht. ‘Bij de Roma gaan de familiebanden vóór alles. Oma in Italië ziek? Dan gáán ze. Maak je een proces-verbaal op, betalen ze de boete niet en gaan gewoon een poosje zitten. En het probleem, het spijbelen, is nog steeds niet opgelost.’ Dus, wil hij maar zeggen, moet je het hebben van inpraten op de ouders, proberen hen méér ‘pro-onderwijs’ te maken. ‘En dat lukt, heel langzaam.’

Handhaving, het uitschrijven van een proces-verbaal, is een stok achter de deur, een laatste redmiddel om ouders of leerlingen te dwingen hulp te accepteren, iets aan de problemen te doen. Zoals leerplichtveteraan Ben Tombeng (54), al tien jaar in het vak, het formuleert: ‘We kunnen tegen ouders zeggen: volg dit advies nou op, in het belang van het kind. Wij willen daarbij helpen, maar als u het nalaat, kan ik optreden. Het is petje op, petje af, en per geval bekijk ik welk petje ik op zet.’ Schoolverzuim, zegt hij, is meestal een ‘klein symptoom in een vastgeroest systeem. En Leerplicht kan al die problemen niet tackelen, dat is een illusie. We kunnen hooguit een steentje bijdragen.’ Pure onwil, gewoon geen zin om naar school te gaan, komen ze maar zelden tegen, vertellen de ambtenaren in koor. Het draait meestal om onmacht. ‘En handhavend optreden tegen de ouders heeft dan geen zin.’

Op 72.000 jongeren tussen vier en 23 jaar behandelt Leerplicht in Utrecht elk jaar 7500 zaken, aldus het jaarverslag. In 2011 werden zo’n tien processen-verbaal uitgedeeld voor ‘absoluut verzuim’ (niet ingeschreven op school), negentig voor ‘luxe-verzuim’ (te lange vakanties) en 170 voor ‘signaalverzuim’ (spijbelen). ‘Je kijkt altijd: gaat inzet van strafrecht ook hélpen’, aldus Rosanne Vermeulen, namens Leerplicht de contactpersoon met justitie. >

De leerplichtzaken zitten soms complex in elkaar. Dat blijkt deze middag als de vijftienjarige Daphne op gesprek komt. Ze wordt vergezeld door haar ouders, een medewerkster van Jeugdzorg en een begeleider van een beschermde woonvorm. Aan de andere kant van de tafel: Lennart Mensing namens Leerplicht en Janine Zanen (46) namens het regionale samenwerkingsverband voor passend onderwijs. Daphne gaat niet meer naar school omdat ze door klasgenoten wordt gepest, geslagen en, zo claimt ze, met de dood bedreigd. ‘Via Twitter en Whatsapp, “we steken je overhoop” en zo. Ik heb het de leraren laten zien, maar die deden er niks tegen’, stelt ze. Ze wil nu naar een nieuwe school en zolang dat niet is geregeld, zit ze thuis. De ambtenaren tegenover haar denken dat ze beter op haar plek is in het speciaal onderwijs. Daar is meer begeleiding, ook voor Daphne’s omgang met conflicten. Want, zo redeneren ze, het is niet voor het eerst dat ze in dit soort problemen verzeild raakt.

Haar school-cv is in ieder geval niet alledaags: zes verschillende basisscholen, drie middelbare scholen waaronder de Utrechtse School (een orthopedagogisch en didactisch centrum voor kinderen die uitvallen in het reguliere onderwijs) en een school voor de allermoeilijkste gevallen. Telkens hetzelfde patroon: ruzies, een radeloze, boze vader die garanties eist voor zijn dochters veiligheid en in conflict raakt met de schoolleiding, en ten slotte Daphne’s vertrek van school.

Maar Daphne weigert naar het speciaal onderwijs te gaan. ‘Want dan lijkt het net alsof ík de oorzaak van de problemen ben! En dat bén ik niet!’ roept ze fel en ze barst in tranen uit. ‘Jullie kunnen me net zo veel taakstraffen opleggen als je wil, maar ik ga níet naar een speciale school!’ Deskundige begeleiding wil ze ook niet: ‘We hebben al twee keer per week gezinstherapie, ik vind het wel genoeg. En ik wil niet nóg eens drie weken thuis zitten, ik verveel me dood!’

‘Dit zijn voor ons de zwaarste zaken’, zal Lennart later terugblikken. ‘De zaken waar je niet op één lijn met ouders en leerling komt.’ Een collega: ‘De vraag is soms: wie weet het beter, de ouders, de hulpverlening, de school, wij? Ons werk is vaak kneden tot je iets passends hebt.’

Een week Leerplicht is een week probleemgevallen. In alle soorten en maten. De negentienjarige Sarah Weaver bijvoorbeeld. Vergezeld door haar stiefvader komt ze ambtenaar Janine Douven (27) uitleggen waarom ze niet naar school gaat. Haar vader is overleden, ze moest naar de Verenigde Staten om de begrafenis te regelen. Daarnaast heeft ze migraine en nachtmerries en is ze een tijd ‘gewoon’ ziek geweest. Nu heeft ze vooral behoefte aan rust, rust, rust. ‘En verder weet ik het niet meer zo goed.’

‘De vraag is soms: wie weet het beter, de ouders, de hulpverlening, de school, wij?’

‘Kan ze niet een deel thuis onderwijs volgen?’ vraagt stiefpa. ‘School beslist, maar ik denk dat ze wel willen. Ik kan meegaan naar het gesprek op school’, zegt de ambtenaar.

‘Toen ik nog leerplichtig was, was Leerplicht veel strenger voor me’, zegt Sarah. ‘Nu vind ik het fijn dat ze me helpen.’

Toch, de rol van ‘parkeerwachter’ is óók nodig, vertellen de leerplichtmedewerkers. Ouders komen met de gekste verhalen om een kind uit school te mogen houden. Oma overleden in het buitenland. En drie jaar later overlijdt die oma nog eens. ‘O, pardon… ik bedoel stíefoma, zeggen ze dan ineens.’ Of opa werd plotseling ernstig ziek en de familie heeft – helaas, helaas – twee weken langer in Marokko moeten blijven. ‘Dan vraag ik dus bewijs dat ze oorspronkelijk hadden geboekt op een eerdere vlucht’, vertelt een van de ambtenaren.

Of de duvel ermee speelt: bij ambtenaar Burcu Sikar (32) rinkelt de telefoon. Een moeder vraagt toestemming om haar kind op 5 december uit school te mogen houden, zodat ze zelf een alternatieve sinterklaasviering kunnen houden. Zonder zwarte pieten, ‘die stereotiepe voorbeelden van racisme’, aldus de moeder. Twee jaar geleden hield deze moeder, van Zuid-Amerikaanse afkomst, haar kind al eens ruim een week uit school in de sinterklaastijd. Ze kreeg een proces-verbaal, de rechter oordeelde haar ‘schuldig zonder straf’.

Burcu gaat te rade bij Ingrado, de koepel van leerplichtambtenaren. Het verzoek valt niet onder de vastgelegde ‘gewichtige omstandigheden’ waar verlof altijd voor is toegestaan. De schooldirecteur moet beslissen of hij ditmaal verlof geeft.

‘En dáár zit echt een pijnpunt’, vertelt Meinou van Dijk, de nieuwe directeur van een openbare basisschool in Leidsche Rijn, een paar dagen later. Ze houdt een kennismakingsgesprek met ambtenaar Lennart Mensing. ‘Ik ben heel strikt’, zegt ze. ‘Maar als je verlof weigert, komt de relatie met de ouders toch onder spanning. En als je de ene ouder toestaat om het kind vanwege de educatieve waarde mee te nemen naar Oerol staat de volgende op de stoep die naar de Efteling wil.’

‘Ons advies bij luxe-verzuim: hoe rechtlijniger, hoe minder kopzorgen’, aldus Lennart.

Maar ook op de basisschool spelen soms veel ernstiger zaken, vertelt de directeur. Laatst nog, een jongetje, agressief, bijten, krabben. ‘Zelfs de leerkrachten waren bang voor hem. We hebben letterlijk de deuren op slot moeten doen. Zo’n kind kun je hier niet handhaven, de school heeft ook rust nodig. De enige oplossing is dan schorsen. Opvang voor dit soort gevallen is er niet, dat is echt een hiaat.’

‘Vroeger zeiden we: autist? Kom maar, we proberen het wel. Maar experimenteren kan gewoon niet meer’

Is een leerling achttien en niet meer leer- of kwalificatieplichtig, dan valt er niks meer te handhaven. Leerplicht mag zonder toestemming van de meerderjarige niet eens contact opnemen met de ouders. Nog sterker: als een ongeruste ouder zelf opbelt mag Leerplicht géén informatie geven. De leerplicht ophogen tot 23 of 27 jaar is niet zomaar de oplossing, zal de Utrechtse onderwijswethouder Jeroen Kreijkamp later die week filosoferen. ‘Want dan zit zo’n jongere op school terwijl hij helemaal niet wíl.’

Utrecht probeert de jongeren van achttien tot 23 zonder startkwalificatie toch tot schoolgang te bewegen, onder meer met onaangekondigde huisbezoeken. Zoals deze middag bij een net achttien geworden Marokkaanse jongen, ‘een notoire niet-willer’, aldus ambtenaar Sarah van der Horst (36). Spijbelen, drugs, criminaliteit. De jongen heeft al eens een proces-verbaal gehad waarna de rechter hem heeft verplicht tot hulpverlening en het afnemen van een persoonlijkheidsonderzoek. De jongen weigert zich te laten onderzoeken en moet als vervangende straf nu 35 dagen de cel in. Zijn vader is ten einde raad, vertelt Sarah als ze aanbelt. De jongen blijkt niet thuis, vader neemt de zaken met Sarah door. ‘Mijn zoon kan het best, maar hij doet het gewoon niet. Ik weet het echt niet meer…’

Medium leerplicht3

Leerplicht is ook: papier, administratie, bureaucratie. ‘Het is de kurk van ons werk’, zegt Slaus van Dam (49), manager van de afdeling leerlingzaken. ‘Als de registratie niet goed is, raken we leerlingen kwijt. En aan voortijdig schoolverlaten gaat áltijd verzuim vooraf. Het is een belangrijk signaal.’

Het klinkt eenvoudig: de school meldt het verzuim. De praktijk is weerbarstiger. Op een vergadering van het voltallige team ambtenaren wordt gesoebat over de precieze wijze van registreren. De wet zegt: meer dan zestien uur verzuim per aangesloten vier weken moet worden gemeld. Op een basisschool betekent dat: zestien klokuren. In het voortgezet onderwijs: zestien lesuren, van 35 of 50 minuten. Lessen van zeventig minuten tellen als 2 x 35 minuten, en 35 minuten tellen dan weer als één uur. Het Openbaar Ministerie telt sowieso alles als één uur. ‘Een ouder zou daarover eens naar de rechter moeten stappen’, flapt een van de ambtenaren eruit. De wet zegt ook: verzuim terstond melden. Terstond is: binnen vijf werkdagen. Maar wat als de leerlingen binnen die vijf dagen wéér verzuimt? Wanneer begin je opnieuw te tellen? En te laat komen: de ene school registreert het als ‘ongeoorloofd verzuim’, de andere niet.

Teamleider Sandra Snippe (36) vertelt dat het Openbaar Ministerie processen-verbaal soms seponeert omdat de verzuimadministratie niet aan de eisen voldoet en dus niet kan worden vastgesteld hoeveel uur er precies is gespijbeld. ‘Tja, dan kunnen wij ons werk dus niet doen.’ Over het algemeen geldt: hoe kleiner de school, hoe nauwkeuriger de administratie.

Op het Tech College van ROC Midden Nederland controleren Edwin Baars en Annemijn de Gram later die week de verzuimadministratie. Tellingen in de klas: de drie afwezige leerlingen staan keurig vermeld. Daarna, steekproefsgewijs, de boekhouding van drie klassen van de voorgaande periode: één leerling is vier dagen te laat gemeld. De rest klopt. De directie krijgt een schouderklopje. ‘Heel goed! Na de vorige controle hebben jullie een enorme inhaalslag gemaakt. Alleen zouden we graag zien dat bij geoorloofd verzuim de reden ook nog wordt vermeld.’

Andere vestigingen van het ROC Midden Nederland hebben het minder goed voor elkaar, heeft bestuursvoorzitter Leonard Geluk pas geleden moeten ervaren. Zijn school heeft twee boetes gekregen, van 3500 en 4500 euro: vijfhonderd euro voor elke nagelaten melding aan Leerplicht. In een gesprek met leerplichtmanager Slaus van Dam leggen Geluk en zijn directeur Ebby Pelsma uit: ‘Alles kost tijd, de docenten vinden het soms louter bureaucratie. Of ze denken: deze leerling gaat stoppen, waarom moet ik zijn verzuim dan nog melden? Of: de leerling is ouder dan achttien, Leerplicht staat toch machteloos.’ Maar, vertelt Geluk, er zijn óók gemeenten die zelf doodleuk zeggen: laat die meldingen bij achttien-plussers maar zitten, we doen er toch niks meer mee.

Medium leerplicht

Hoezeer alle betrokkenen ook hun best doen om elke leerling op school te houden, toch vallen er jongeren tussen de wal en het schip, bijvoorbeeld bij de overstap van het voortgezet onderwijs naar het mbo. In Utrecht betreft het 69 leerplichtige jongeren die na peildatum 1 oktober nog niet bij een school stonden ingeschreven. Ze zijn bijvoorbeeld afgewezen bij het mbo van hun keuze en zijn niet begeleid naar een alternatief. ‘Met die groep hadden we dus eerder aan de slag gemoeten’, beseft manager Van Dam. Tijdens een overleg met een ambtenaar van het ministerie proberen hij en zijn gesprekspartners de groep op de lijst te definiëren. ‘Zwevende kinderen’, zegt de een. ‘Allemaal kwetsbaar’, zegt de ander. ‘En met ouders die het geen ruk kan schelen’, zegt een derde.

Openlijk toegeven zullen ze het niet, maar mbo-scholen proberen de ‘lastige’ leerlingen soms buiten de deur te houden, zo vertellen diverse leerplichtambtenaren. ‘Scholen zien de zorgleerlingen soms als een gifbeker: liever niet dus.’ De reden: als een leerling zijn diploma niet haalt, krijgt de opleiding geen geld. De motivering om een leerling te weigeren is soms ondoorzichtig en subjectief: ‘te weinig motivatie’, ‘kan het niveau niet aan’ of gewoon: ‘we zitten vol’.

‘Een paar jaar geleden nam het mbo iedereen aan. Nu krijgen ze boetes bij schooluitval. En dus selecteren ze strakker aan de poort’, stelt ambtenaar Houria Bouzerda. Aan tafel zit ook José van der Ven (53), zorgcoördinator van het Horeca Travel College van ROC Midden Nederland. ‘Vroeger zeiden we: autist? Kom maar, we proberen het wel. Maar experimenteren kan gewoon niet meer, vanwege die bekostiging. En voor de meest kwetsbare groep, de zestien- en zeventienjarigen die niet “schoolrijp” zijn of ernstige gedragsproblemen hebben, is binnen het mbo geen passend onderwijs. Dat vind ik heel erg. Deze leerlingen, dát zijn dus de zorgenkindjes die bij Leerplicht belanden.’

Het steekt, vertellen diverse leerplichtambtenaren, als het niet lukt om een welwillend kind op school te krijgen. ‘Als ze gaan dwalen op het mbo, dat vind ik echt lastig. Dan vertel je een mooi verhaal, maar dan kan het op school niet’, zegt de een. Een ander: ‘Je hebt leerplicht maar óók leerrecht.’