De Afghaanse asiel-loterij

‘Ik ga nog voor geen 200.000 euro terug’

In Nederland en Zweden krijgen de meeste Afghaanse asielzoekers geen asiel. In Frankrijk en Italië wel. Een verblijfsvergunning bemachtigen in Europa is voor Afghanen als meedoen aan een loterij. ‘Dit gaat niet om bescherming van kwetsbare mensen. Dit gaat om politiek bedrijven.’

Een Afghaanse familie komt aan op Lesbos, 2015 © Paula Bronstein / Getty Images

Ahmad (38)–klein, gedrongen, blote voeten in plastic slippers – wil wel praten, maar niet onder zijn eigen naam. Hij doet zijn verhaal op een zolderkamer, met trillende handen en wegschietende ogen. In de herfst van 2015 kwam hij met de grote stroom vluchtelingen naar Nederland. Een familielid woonde hier al, dus Nederland leek een goede keuze. Bovendien had hij, als je hem mag geloven, een dijk van een reden om te vluchten. Hij had een vrij hoge positie op een van de ministeries van de Afghaanse regering, waardoor hij gunsten kon verlenen aan derden op het gebied van huisvesting. ‘De Taliban wilden “iets religieus” bouwen in Kabul’, vertelt Ahmad, maar hij wilde hun geen voorrang geven en kreeg doodsbedreigingen. Hij is, ook in het veilige Nederland, nog steeds verschrikkelijk bang. ‘Volgens mijn vrienden is het levensgevaarlijk om met journalisten te praten.’ Hij vraagt nogmaals zijn naam niet te noemen.

Ahmad kreeg geen asiel. De ind geloofde zijn verhaal niet. In hoger beroep volgde de rechter de beslissing van de ind. Hij snapt het niet en stelt een voor hem retorische vraag: ‘Ik had in Afghanistan een auto, een goede positie, veel geld. Dat laat je toch niet achter als er niets aan de hand is?’

Slechts 35 procent van de Afghanen die in Nederland asiel aanvragen, krijgt dat ook. De rest moet in principe terug naar Afghanistan, waar het in de afgelopen zeventien jaar niet zo gevaarlijk is geweest. Meer dan 26.500 Afghanen – strijders en burgers – kwamen er vorig jaar volgens het Zweedse ucdp (Uppsala Conflict Data Program) om het leven door geweld. Dat zijn er in totaal meer dan in Syrië in 2018. Ook het aantal burgerdoden bereikte vorig jaar een hoogtepunt: 3804, onder wie meer dan negenhonderd kinderen.

Het gaat al decennialang uitermate slecht in het straatarme Afghanistan. Diverse provincies zijn in handen van de Taliban, en IS-Khorasan – de Pakistaans-Afghaanse tak van Islamitische Staat – wint er terrein. Zelfmoordaanslagen, kidnappings, afpersingen en bedreigingen zijn er aan de orde van de dag. Journalisten, atheïsten, afvalligen en vrouwen die de streng islamitische regels niet gehoorzamen, worden gemarteld of vermoord. En jonge jongens worden gerekruteerd om te vechten voor de Taliban, IS of het Afghaanse leger. Afghanistan is kortom een land waar je onnoemelijk veel redenen kunt hebben om uit te vluchten.

Mei vorig jaar bundelden een tiental mensen- en kinderrechtenorganisaties alsook kerken, waaronder Defense for Children, Amnesty International, pax en VluchtelingenWerk Nederland hun krachten onder de noemer #stuurzenietterug. Hun oproep: waarom geven wij niet alle Afghaanse asielzoekers bescherming? Zoals we dat doen bij vluchtelingen uit Syrië of Jemen. De oproep was aan dovemansoren gericht.

De actie werd ingegeven door een nieuw ambtsbericht waaraan werd gewerkt. Het nieuwe ambtsbericht – ambtsberichten vormen voor de overheid de basis voor de beoordeling van asielverzoeken – repte van een onveilige situatie, maar het beleid bleef ongewijzigd. ‘Het feit dat iemand afkomstig is uit Afghanistan betekent niet dat iemand ook automatisch voor bescherming in aanmerking komt’, stelde staatssecretaris van Justitie en Veiligheid Mark Harbers.

160 Afghaanse asielzoekers werden er sinds 2015 gedwongen op het vliegtuig naar Kabul gezet, twintig in 2018. In september werd een jongen die zei christen te zijn en die ernstige psychische problemen zou hebben, uitgezet naar Kabul. Begin augustus werd een Afghaans gezin met een minderjarig kind teruggestuurd. Er wachten op dit moment nog tientallen jongemannen maar ook Afghaanse gezinnen op uitzetting. Honderden andere Afghanen zijn ‘ondergronds’ gegaan of uit Nederland vertrokken naar een ander Europees land.

Inmiddels verscheen vorige maand weer een nieuw ambtsbericht over Afghanistan dat de veiligheidssituatie van juni tot en met december 2018 onder de loep neemt. Daaruit blijkt dat de situatie nog verder verslechterd is. Waarschijnlijk wordt er pas over een paar weken een bericht naar de Tweede Kamer gestuurd; nieuw beleid, als dat er al komt, zal nog zeker een aantal maanden op zich laten wachten. Tot die tijd worden de uitzettingen niet stopgezet, zo meldt een woordvoerder van het ministerie.

‘Uitzettingen naar Afghanistan zijn volstrekt onverantwoord’, vindt Laurence Verkooijen, landendeskundige Afghanistan bij VluchtelingenWerk. Behalve op analyses van Afghanistan-experts gaat VluchtelingenWerk af op de vele rapporten die er over het land verschijnen van Human Rights Watch, Amnesty, Afghanistan Analysts Network, Save the Children, de unhcr. In de literatuuropgave van het laatste ambtsbericht over Afghanistan staan deze ook genoemd. Daarnaast zijn ‘bevindingen ter plaatse en vertrouwelijke rapportages van de Nederlandse vertegenwoordiging in Afghanistan’ voor het ambtsbericht gebruikt, en is er ook een fact-finding-missie geweest. Verkooijen schudt het hoofd. ‘Wij beschikken over dezelfde openbare bronnen als de Nederlandse regering. Toch komen we tot diametraal tegenovergestelde conclusies.’ ‘Onbegrijpelijk’, noemt Verkooijen het Nederlandse beleid. In Frankrijk en Italië mogen bijna alle Afghaanse asielzoekers blijven. Bovendien hanteren die landen voor Afghanen meestal geen Dublin-claim, de Europese regel waarbij asielzoekers terug moeten naar het land waar ze een vingerafdruk achterlieten.

Isa (niet zijn echte naam) kwam als veertienjarige in 2011 naar Nederland. Waarom hij vluchtte wil hij niet zeggen. ‘Ik wil niet dat de Afghaanse overheid weet waar ik ben.’ Hij kreeg een negatieve beslissing. ‘Volgens de ind had ik niks te vrezen en kwam ik uit een veilige provincie.’ In hoger beroep ging de rechter met de ind mee. Omdat hij als amv’er (Alleenstaande Minderjarige Vreemdeling) binnenkwam, mocht Isa tot zijn achttiende in Nederland blijven. Maar hij zag de bui al hangen en besloot uit Nederland te vertrekken. Hij dacht aan Duitsland. ‘Maar daar sturen ze je direct terug naar Nederland.’ Hij vertrok naar Parijs, waar hij de vluchtelingenstatus kreeg. Dezelfde persoon, hetzelfde verhaal, andere uitkomst. En Isa is niet de enige. Een Afghaanse man die wegens eerwraak asiel aanvroeg in Nederland en dat niet kreeg, woont nu ook in Frankrijk met een verblijfsvergunning. Vorig jaar oordeelde het gerechtshof in Rome dat een Afghaanse jongen van twintig niet terug hoefde naar Noorwegen, omdat hij zou worden teruggestuurd naar Kabul. Tot eenzelfde conclusie kwamen diverse gerechtshoven in Frankrijk bij zaken van Afghaanse asielzoekers uit Finland en België.

Staatssecretaris Harbers lijkt niet onder de indruk. ‘Voor landen die vergelijkbaar beleid hebben als Nederland gelden ook vergelijkbare inwilligingspercentages.’ En inderdaad: in Zweden, Duitsland en Oostenrijk komen de percentages ook niet uit boven de 45. En er zijn landen die het nog veel slechter doen. Hongarije bijvoorbeeld. Of Bulgarije. Daar is de kans groot dat je als Afghaan linea recta op het vliegtuig naar Afghanistan wordt gezet.

Je zou denken: Kabul is Kabul, 26.500 doden zijn 26.500 doden. Maar de feiten worden per land verschillend geïnterpreteerd. Als Afghaan ben je afhankelijk van de plek in Europa waar je asiel aanvraagt. Afghanen hebben van doen met een ‘asiel-loterij’, zoals ecre (een verbond van 101 Europese vluchtelingen- en mensenrechtenorganisaties) het EU-beleid kwalificeert.

Hoewel volgens de Duitse politie blijkt dat Afghanen statistisch gezien zelden misdrijven begaan wil politiek rechts Afghanen zo snel mogelijk kwijt

Eenduidigheid is in de EU inderdaad ver te zoeken, beaamt Judith Sargentini, die namens GroenLinks in het Europees Parlement zit. Sargentini is met een handvol andere europarlementariërs expliciet tegen het uitzetten van Afghanen. ‘De gronden voor het toekennen van asiel verschillen van lidstaat tot lidstaat. Daar kan de Europese Commissie weinig invloed op uitoefenen.’ Al lijkt er wel een soort ‘morele ondergrens’ te zijn van het percentage Afghaanse asielzoekers dat een land bescherming zou moeten geven. In Bulgarije, waar Afghanen al jaren de grootste groep asielzoekers vormen, gingen in november 2016 tientallen Afghanen in een opvangcentrum op de vuist met de politie en voerde de regering als reactie een nieuwe wet in voor Afghaanse asielzoekers. Daarop daalde het inwilligingspercentage in 2017 naar een erbarmelijke 1,5. Ter vergelijking: het inwilligingspercentage van Syriërs was in datzelfde jaar 94,1.

‘Een discriminerende politiek’, vonden mensenrechtenorganisaties als het Bulgaarse Helsinki Comité (bhc) en de linkse partijen in het Europees Parlement. In 2017 stuurde de Europese Commissie een brief aan de Bulgaarse regering met de vraag hoe het kon dat er zo’n ‘striking discrepancy’ was tussen het Bulgaarse en het gemiddelde Europese inwilligingspercentage van Afghaanse asielaanvragen (47,2 in 2017). In 2018 had Bulgarije het percentage opgekrikt naar 24, al meent het bhc dat dit een gemaskeerd cijfer is omdat positieve beslissingen in hoger beroep veelal worden teruggedraaid. De vraag is of de Europese Commissie daadwerkelijk een zaak gaat maken van het Bulgaarse asielbeleid. Van een echte tik op de vingers, zoals een inbreukprocedure waarbij wordt geknipt in het budget van EU-fondsen, is geen sprake. Sargentini hoopt dat zo’n inbreukprocedure er wel gaat komen, al denkt ze dat de lidstaten het eigenlijk wel best vinden wat er aan de buitengrenzen van Europa gebeurt. ‘Het asielbeleid in landen als Bulgarije, Italië en Griekenland komt veel rechts georiënteerde West-Europese politici goed uit.’

Een Afghaanse familie wacht in een opvang op het voormalige Tempelhof-­vliegveld in Berlijn op uitsluitsel over hun asielaanvraag, 2016 © Sean Gallup / Getty Images

Het motto van rechts, ‘hoe minder asielzoekers, hoe beter’, richt zich niet enkel op Afghanen. ‘Maar juist de omgang met die groep toont haarscherp de race to the bottom’, zegt Laurence Verkooijen van VluchtelingenWerk. Want terwijl het aantal slachtoffers in Afghanistan een hoogtepunt in zeventien jaar oorlog bereikte, daalde het gemiddelde inwilligingspercentage voor de hele EU van 66,9 in 2016 naar 41 in de eerste drie kwartalen van 2018. ‘Dit gaat niet om bescherming van kwetsbare mensen’, zegt Sargentini. ‘Dit gaat om politiek bedrijven.’

Een cruciale rol in het beleid van de EU-landen lijkt de hoeveelheid Afghanen te spelen. Afghanen vormen de tweede grootste groep asielzoekers na Syriërs. Er zijn inmiddels al honderdduizenden Afghanen met een verblijfsvergunning, maar er zitten er nog zeker honderdduizend door heel Europa in procedure. Voornamelijk in Duitsland: zeventigduizend volgens de laatste cijfers van de Duitse vluchtelingenorganisatie pro asyl. De gastvrijheid tegenover vluchtelingen is drie jaar na het ‘wir schaffen das’ van Angela Merkel evenwel fors geslonken. Afghanen zijn verre van geliefd, zeker bij de voorstanders van een strikter asielbeleid. Die bedienen zich regelmatig van een handvol incidenten waar Afghanen bij betrokken waren. In 2016 viel een zeventienjarige Afghaanse jongen in Beieren treinpassagiers aan met een bijl. In oktober 2018 viel een Afghaan een studente aan in Freiburg. En ook Jawed S., de Afghaan die op het Amsterdamse Centraal Station twee Amerikaanse toeristen neerstak, woonde in Duitsland. Hoewel uit de Kriminalstatistik van de Duitse politie blijkt dat Afghanen, net als Syriërs en Irakezen, statistisch gezien zelden misdrijven begaan – het hoogste percentage komt op het conto van mannen uit de Maghreb-staten en Georgië – laat politiek rechts onomwonden weten Afghanen zo snel mogelijk kwijt te willen.

‘Uitgerekend op mijn 69ste verjaardag, zonder dat ik daarom heb gevraagd, zijn er 69 mensen teruggestuurd naar Afghanistan’, meldde de Duitse minister van Binnenlandse Zaken Horst Seehofer (csu) op een persconferentie vorige zomer. Een dag later pleegde een 23-jarige jongeman uit de groep uitgezette Afghanen zelfmoord in een hotel in Kabul. Het kwam Seehofer op fikse kritiek te staan. Maar aftreden hoefde hij niet.

Het gekissebis tussen links en rechts in Duitsland zorgt voor een zwalkend asielbeleid. In eerdere jaren mochten alleen specifieke groepen, zoals Afghanen met een strafblad, op het vliegtuig worden gezet. Maar toen er in mei vorig jaar in Kabul een bom afging nabij de Duitse ambassade waarbij 123 burgerdoden vielen, zette Duitsland het terugsturen van alle Afghanen stop. Nog geen twee maanden later hief Merkel deze restricties weer op. Sindsdien mag elke uitgeprocedeerde Afghaan, ook families met kinderen, teruggestuurd worden. ‘Mag’, want het is aan de regering van het betreffende Bundesland of dit ook echt gebeurt. Vanuit onder meer Hamburg en Sachsen-Anhalt, Bundesländer waar links een flink aandeel in de regering heeft, worden voorlopig geen Afghanen uitgezet. Terwijl in Beieren, het bolwerk van de csu, alle uitgeprocedeerde Afghanen risico lopen.

De 23-jarige Yusef Abdullah kwam in mei 2018 naar München. Hij reisde in 2015 met de grote stroom van het Afghaanse Nangarhar over land naar Bulgarije, maar daar maakte hij geen schijn van kans. Voordat Abdullah door de Bulgaarse politie werd opgepakt en in een detentiecentrum werd gezet vluchtte hij naar München. ‘Nee, niet naar Frankrijk en Italië’, zegt hij. ‘Misschien krijg je daar wel eerder asiel. Maar ik hoor van andere Afghanen dat je daar onder de brug moet slapen als je geen geld hebt.’

In München woont hij vooralsnog in een azc, maar hij heeft weinig hoop dat hij mag blijven. ‘Iedereen krijgt negatief. Elke week worden Afghanen gedeporteerd.’ Hij is ook bang om teruggestuurd te worden naar Bulgarije. Volgens de Dublin-regels zou dat wel moeten. Omdat Bulgarije zo slecht omgaat met Afghanen maakt Duitsland in veel gevallen een uitzondering, maar dat beleid kan zomaar veranderen.

Het idee dat die Afghanen allemaal zullen blijven jaagt veel Europese landen schrik aan. ‘Al zal nooit iemand het zo formuleren’, zegt Sargentini. ‘Het is natuurlijk wel zo dat als er maar weinig mensen van een bepaalde nationaliteit aankomen ze minder in de gaten lopen en het gemakkelijker is voor een overheid om over het hart te strijken.’ Ze maakt een vergelijking met de grote groep Eritreeërs in Italië. ‘Italië wil die Eritreeërs liever naar andere lidstaten overhevelen, maar die lidstaten hebben daar absoluut geen zin in. Die hebben liever complete gezinnen, geen lager opgeleide, alleenstaande Eritrese jongemannen. Hetzelfde geldt voor Afghaanse jongemannen. Dat zijn ook niet de meest geliefde asielzoekers.’

In maart 2016 – tijdens het EU-voorzitterschap van Nederland – lekten er berichten uit over een aanstaande deal tussen de Europese Commissie en de Afghaanse regering. Het ging, zo meldde de Commissie, aanzienlijk slechter in Afghanistan. Er waren al honderdduizenden vluchtelingen in de buurlanden Pakistan en Iran en de kans dat er veel vluchtelingen richting Europa zouden vertrekken was aanzienlijk. Een half jaar later ondertekenden Brussel en Kabul de zogenaamde Joint Way Forward-deal: in ruil voor een pakket van 13,6 miljard euro voor de periode 2017-2020 zou de Afghaanse overheid zorgen dat uitgeprocedeerde asielzoekers opgevangen werden in Kabul. Ze zouden geld krijgen om een nieuw leven te starten en mogelijkheden om te integreren door werk en scholing. Vanuit de Europese Unie konden in potentie circa tachtigduizend Afghanen teruggestuurd worden naar Afghanistan. Een win-win-deal, zogezegd.

Maar volgens critici is de deal de Afghaanse regering door de strot geduwd. ‘De EU heeft de Afghaanse regering destijds gechanteerd’, zegt Abdul Ghafoor aan de telefoon vanuit Kabul. Ghafoor leidt de Afghanistan Migrants Advice and Support Organization, een kleine ngo met als doel vluchtelingen die terugkeren waar mogelijk een veilig onderkomen te bieden. ‘De Commissie zei: “We sturen jullie de vluchtelingen terug en geven jullie geld voor opvang of we gebruiken dat geld in Europa, kies maar.” Maar Afghanistan is voor zeker negentig procent van zijn staatsinkomsten afhankelijk van buitenlandse hulp. Dan heb je natuurlijk niet echt een keuze.’

‘De Afghaanse regering liet zich inpakken met extra toezeggingen voor ontwikkelingssamenwerking’, zegt ook Judith Sargentini. Ze wijst op het informele karakter van de deal. ‘De Afghaanse regering wil geen officiële overeenkomst sluiten, want dan sluit je in feite een verdrag waarmee je Afghanen terughaalt die niet terug willen en waarbij de familie vaak duizenden euro’s heeft geïnvesteerd. Dat kun je natuurlijk niet aan de eigen bevolking verkopen.’ Samen met een groep andere europarlementariërs probeerde Sargentini de deal stop te zetten. Tevergeefs. Eind november verlengde de Europese Commissie in Genève de deal met ditmaal een pakket van in totaal 230 miljoen euro aan ontwikkelingshulp, waarvan 37 miljoen ten behoeve van ‘migranten’.

Sargentini maakt zich boos. Niet alleen omdat de deal zo weinig transparant is en niet is geratificeerd door het Europees Parlement, maar ook omdat het totaal onduidelijk is of het geld terechtkomt waar het terecht zou moeten komen. ‘Hoe integreer je mensen in een land dat totaal instabiel is? Dat kan helemaal niet!’ Gedegen monitoring van degenen die teruggaan is er niet. ‘De lidstaten zijn individueel verantwoordelijk voor en tijdens het uitzetten van mensen, de Afghaanse regering bij aankomst.’

‘Nederland of de EU monitort geen uitzettingen van uitgeprocedeerde asielzoekers’, zegt Laurence Verkooijen. ‘We weten dus niet wat er met Afghaanse asielzoekers gebeurt nadat ze zijn uitgezet. Zodra zij aankomen op het vliegveld staan ze er alleen voor.’ Abdul Ghafoor heeft er nog minder woorden voor nodig: ‘Er is geen enkele monitoring. Niet vanuit de EU, niet vanuit de Afghaanse overheid.’

Terwijl uitgezette Afghanen bij terugkeer wel degelijk gevaar lopen, volgens onder meer Amnesty International. In het rapport Forced Back to Danger dat de mensenrechtenorganisatie in 2017 publiceerde staan diverse verhalen van terugkeerders die in de problemen kwamen. Zoals de familie met drie jonge kinderen die in 2016 asiel aanvroeg in Noorwegen vanwege pogingen de vader te kidnappen. Eenmaal terug in Kabul werd de vader vermoord door waarschijnlijk dezelfde kidnappers. In maart 2017 keerde Sadi (24) terug uit Zweden naar Kabul. Hij had zich in Zweden bekeerd tot het christendom. Sadi vertelde de onderzoekers: ‘Ik ben bang dat iemand me herkent en me vermoordt.’

Ahmad sluit zijn ogen, veegt met zijn hand over zijn gezicht, zegt dan: ‘Ik weet niet wat ik moet doen.’ Toch wil hij hier blijven. Alles beter dan Afghanistan

Volgens Ghafoor zijn dit soort verhalen niet te onderschatten. ‘Christenen lopen absoluut het risico om omgebracht te worden.’ Hij wijst op het verhaal van de 27-jarige Farkhunda Malikzada, die in maart 2015 vermoord werd omdat ze volgens een moellah de koran zou hebben verbrand. Een groep fanatieke moslims schopte en sloeg haar tot bloedens toe met stokken en stenen, bond haar vervolgens achter een auto en sleepte haar door de straten van Kabul. ‘Ook al vertellen de returnees niets over hun bekering, het is een kwestie van tijd voordat iedereen in Afghanistan weet waar je bent. Sociale media zijn ook hier doorgedrongen.’

‘Terugsturen is levensgevaarlijk’, zegt ook Liza Schuster, die verbonden is aan de Universiteit van Londen en drie jaar onderzoek deed in Afghanistan naar teruggestuurde asielzoekers. Vooral de groep van jongeren die, in de woorden van Schuster, ‘hun vormingsjaren in Europa hebben doorgebracht en onbekend zijn met sociale codes en normen in Afghanistan’ loopt groot risico. ‘Ze lopen het risico te worden gezien als “besmet” of “verwesterd”.’

Riskant is daarnaast het ontbreken van een sociaal netwerk. ‘In Afghanistan zijn sociale netwerken essentieel om te overleven’, aldus Ghafoor. Dat geldt bovenal voor de groep jonge Afghanen die met hun familie naar Iran of Pakistan vluchtten om later alleen de tocht naar Europa te maken. Als deze jongens worden teruggestuurd naar Afghanistan komen ze in een land dat ze niet kennen. Sommigen steken de grens naar Iran weer over, maar daar dreigt rekrutering door het Iraanse leger. ‘Er zijn zeker twee gevallen bekend van Afghaanse jongemannen die gedeporteerd werden vanuit Noorwegen, die vanuit Afghanistan vluchtten naar Iran en daar gerekruteerd werden door het Iraanse regime om aan de kant van Assad in Syrië te vechten’, vertelt Ghafoor. ‘Een ervan sneuvelde, de ander wist te ontsnappen. Die zwerft nu in Turkije rond.’

Het is niet vreemd, meent zowel Schuster als Ghafoor, dat vooral de teruggestuurde jonge mannen – volgens schattingen meer dan zeventig procent – in een mum van tijd weer op weg zijn naar Europa. Ze gaan opnieuw de bergen van Iran over naar Turkije, waar ze uit handen moeten zien te blijven van de Turkse politie – alleen al vorig jaar zou Turkije minstens vijftienduizend Afghanen teruggestuurd hebben. Ze nemen de landroute via Bulgarije of de zeeroute naar Griekenland en blijven steken in de modderpoelen van Lesbos. Afghanen vormden de grootste groep asielzoekers die vorig jaar in Griekenland aankwam.

Vrijwillig terug?

Circa 110 Afghanen – 28 in 2018 – zijn in de afgelopen jaren ‘vrijwillig’ vanuit Nederland naar Afghanistan gegaan, zo blijkt uit cijfers van het IOM (Internationale Organisatie voor Migratie). Door de hele Europese Unie zijn dat er duizenden. De vraag is hoe ‘vrijwillig’ vrijwillig eigenlijk is. De Afghanen die op het vliegtuig worden gezet zijn uitgeprocedeerd en moeten hoe dan ook het land uit. Vanuit diverse landen krijgen Afghanen een geldbedrag mee, variërend van duizend tot drieduizend euro.

‘Een vriend van mij is teruggegaan vanuit Nederland’, zegt de Afghaanse Hamed Husseini (23). ‘Die hield het hier niet meer uit. Bovendien kreeg hij er geld voor, ik geloof zo’n tweeduizend euro.’ Husseini begrijpt het wel, hij leefde zelf drie jaar ‘illegaal’. De jaren dat hij van opvang naar opvang trok waren slopend, zegt hij. ‘Ik was erg depressief, blowde en dronk veel, dacht aan zelfmoord. Soms fietste ik uren rond en begon tegen iedereen te praten.’

Husseini kreeg meerdere keren de vraag of hij vrijwillig op het vliegtuig wilde stappen. ‘Ik ga nog voor geen tweehonderdduizend euro terug. Ik ben christen, in Afghanistan heb je dan geen leven.’ De vriend van Husseini is inmiddels al weer op weg naar Europa.

Recentelijk vroeg de Afghaanse minister van Vluchtelingenzaken en Repatriëring Alami Balkhi via journalisten van Nieuwsuur aan Nederland om te stoppen met het uitzetten van uitgeprocedeerde asielzoekers naar Afghanistan. Eerder vroeg hij dit ook aan de Zweedse regering. Volgens de minister is het land niet veilig genoeg voor terugkeer. Maar Abdul Ghafoor meent dat de oproep van Balkhi geen gewicht heeft. ‘Het is president Ashraf Ghani die de touwtjes in handen heeft. En die zal, onder druk van de EU, de uitzettingen gewoon door laten gaan.’

Ondertussen klinkt de roep om een gemeenschappelijk Europees asielbeleid. Dat zal echter niet in het voordeel zijn van asielzoekers, denkt Judith Sargentini. De kans is groot dat het asielbeleid dan zal worden geharmoniseerd op het allerlaagste punt. In de praktijk zal het nog wel even duren voordat er eenheid van beleid is. ‘Het Europees Parlement is op een heel groot aantal asieldossiers klaar om te onderhandelen met de Raad van Ministers. Maar de Raad is niet klaar want de lidstaten vechten elkaar de tent uit over dit onderwerp.’

Vooralsnog spinnen uitgeprocedeerde Afghanen daar garen bij. Politici als Horst Seehofer slaan zich dan wel op de borst over de groepen Afghanen die uitgezet worden, in praktijk is dat nog steeds maar een fractie van de tachtigduizend asielzoekers die volgens de Joint way Forward-deal naar huis kunnen. Volgens onderzoek van onder meer Liza Schuster waren er in 2017 in heel de EU 720 gedwongen uitzettingen. Het cijfer over 2018 voor de hele EU is officieel nog niet bekend, maar in Duitsland waren dat er volgens pro asyl 284 en in Nederland waren het er twintig.

Schuster verklaart dat relatief lage aantal door het feit dat uitzettingen in de praktijk moeilijk voor elkaar zijn te krijgen. ‘Het Afghaanse ministerie van Vluchtelingenzaken en Repatriëring, dat de juiste papieren moet verstrekken, werkt niet echt mee als het gaat om gedwongen terugkeer. De EU-delegatie en de ambassades van diverse EU-landen zijn wegens de veiligheidssituatie uitgekleed tot een minimum aantal medewerkers. En in Europa zelf worden uitzettingen bemoeilijkt door het verzet van burgers en mensenrechtenorganisaties.’

Op dit moment lopen er vredesonderhandelingen met de Taliban. Ahmad vertelt op de zolderkamer dat hij vreest voor de Taliban aan het bewind. Hij sluit zijn ogen, veegt met zijn hand over zijn gezicht, zegt dan zacht: ‘Ik weet niet wat ik moet doen.’ Echt een leven opbouwen in Nederland kan hij niet, misschien zelfs nooit. De kans dat hij opgepakt en teruggestuurd wordt is reëel. En dus leidt hij net als tienduizenden Afghanen in de EU een ondergronds bestaan, zonder opleiding of werk, zonder toekomst. Het is zwaar, zucht hij. Toch wil hij koste wat het kost blijven. Alles beter dan Afghanistan.

Cijfers

Aantal eerste asielaanvragen uit Afghanistan per jaar:

2018 325
2017 322
2016 1026
2015 2550

(Bron: IND)

Aantal beslissingen in eerste aanleg over asielverzoeken van Afghanen in Nederland. Asielzoekers moeten vaak maanden wachten voordat hun procedure start.

2018 695
Toegewezen 235 (33,8%)
Afgewezen 460 (66,2%)
2017 1895
Toegewezen 670 (35,4%)
Afgewezen 1225 (64,6%)
2016 1670
Toegewezen 575 (34,5%)
Afgewezen 1090 (65,3%)
2015 685
Toegewezen 360 (52,6%)
Afgewezen 320 (46,7%)

(Bron: Eurostat. Afgerond op vijftallen)