Ik ga voor zilver

Gisteravond ontmoette ik op ons personeelsfeestje een vrouw waar ik voor de rest van de avond mee ben blijven praten. Het was of wij elkaar al jaren kenden. Maar aan alles komt een einde. Dus werd ik de volgende ochtend naast mijn eigen vrouw wakker, waar ik al een eeuwigheid mee getrouwd ben. Ik had het gevoel dat zij een vreemde voor mij was. Een ander zou een scheiding overwegen of op zijn minst een affaire. Zo niet ik.

Ik redeneer als volgt: Binnen 24 uur heeft je gevoel je bedrogen. Tot twee maal toe.
Gelukkig ben ik geen gevoelsmens. Gevoelens zijn mijns inziens een noodzakelijk kwaad, met een vraagteken bij het woord noodzakelijk. Ik spreek bijvoorbeeld nooit van liefde, wel van respect, en een heerlijke wandeling is voor mij niet meer dan een gezond ommetje. Adjectieven van poetische aard mogen wat mij betreft uit het woordenboek worden geschrapt. Het overrompelende succes van de computer bewijst dat wij, mensen, eeuwenlang onze tijd hebben verknoeid met poezie en andere gepassioneerde schermutselingen. Net zolang tot het moment dat wij door de machine voorbij zijn gestreefd. Maar wat doen wij? In plaats dat wij proberen op onze beurt langszij te komen, beginnen wij een klaagzang over deze door-en-door vertechnocratiseerde samenleving.
Toch zie ik een uitweg uit deze misere. Gelukkig zijn wij het er inmiddels over eens dat er op de wereld weinig te lachen valt. Als wij het er nu ook met elkaar over eens kunnen worden het huilen af te zweren, kunnen wij in de struggle of life nog altijd voor de zilveren medaille gaan. Zo niet, dan riskeren wij dat wij straks zelfs door de mussen worden verslagen. Ooit een depressieve mus gezien?