‘Ik ga zo verder’

Door de obsessie voor de Totale Oplossing wordt thuis bijna geen klus meer afgemaakt.

Nergens leeft de gedachte sterker dat techniek tot vooruitgang leidt dan op de koopzenders. Ze dragen de ene na de andere Totale Oplossing aan voor problemen waarvan je niet wist dat je ze had. En de honger naar hun panacees is zo groot dat er een gezonde markt is voor telkens weer nieuwe afslankmethodes, revolutionaire braadpannen, de bh die alle bh’s overbodig maakt en fitnessapparaten waar je een sixpack van krijgt door er alleen maar naar te kijken. Op de koopzenders wordt het wiel steeds opnieuw uitgevonden en vreugdevol onthaald. Nergens is het geloof in de techniek zo groot en nergens wordt dat in zulke religieuze termen beschreven.

Ik doe er niet geringschattend over, ook al zal ik nooit een ‘onverwoestbare en stijlvolle portemonnee’ van aluminium kopen. En ik verlang er ook niet naar om de veroudering van mijn huid te bestrijden met Meaningful Beauty, een product dat mij intens doet uitzien naar een begeleidende documentaire van Discovery. Dat komt door de beschrijving: ‘In een afgelegen natuurgebied hebben wetenschappers een zeldzame gecultiveerde meloen ontdekt met een krachtige super-antioxidant met wonderbaarlijke leeftijd-ontkennende eigenschappen.’ Die wetenschappers wil ik leren kennen! Ik wil ze volgen op hun tocht door onbarmhartige streken (Drenthe? Limburg?) en ze ’s avonds uitgeput maar vastberaden rond het vuur zien zitten, terwijl ze een blik bonen leeg lepelen, hun gedachten niet bij de ontberingen die ze moeten doorstaan, maar gericht op ‘een zeldzame gecultiveerde meloen’ die onze huid eeuwig jong zal houden. Als ik over Meaningful Beauty lees zie ik een documentaire voor me die kan wedijveren met Harrison Fords beste werk. ‘Indiana Jones en het raadsel van de huidveroudering’. Als het in 3D kan, graag.

Mijn persoonlijke panaceedenken beperkt zich tot woninginrichting. Ik verdenk het huis ervan een ideale schikking van kasten, stoelen en tafels te verbergen en dat het alleen maar een kwestie is van veel schuiven en slepen om dat ideaalplan te ontdekken. Gezinsleden huiveren als ze mij midden in een kamer zien staan, peinzend mijn kin krabbend. De kinderen sluipen stilletjes naar hun kamers, echtgenote herinnert zich een yogales en voor je ‘Zeg, zullen we…’ kunt zeggen is het huis leeg en sta ik daar met de instortende resten van een nieuw Ideaalplan in mijn hoofd.

Het is erfelijk. Ik weet niet meer hoe vaak ik uit school kwam en na het betreden van de ouderlijke woning niets herkende omdat mijn moeder weer eens alles had verschoven. Mijn vader had zich erbij neergelegd, maar ik heb lang geprobeerd om het te begrijpen. Verveling kon het niet zijn. Ze had een fulltime baan en was ook nog zo’n moeder van drie vitaminerijke maaltijden per dag. Pas jaren later toen ik op mezelf woonde zou ik het monster van het ­Ideaalplan leren kennen.

Dat was toen ik een leren tweezitsbankje een verdieping hoger sleepte. Het was een drift die plotseling bezit van mij nam en die ik niet kon weerstaan. Spijt kwam toen ik op de trap klem raakte onder het bankje dat ik op mijn rug naar boven had proberen te tillen. Heel zacht piepte ik ‘help’, in het besef dat dat zelfs niet had geholpen als ik het hard had gedaan, want ik onderhield met de buren uitsluitend knikcontact. Onder mijn bankje, op de trap, kwamen visioenen op van krantenberichten: ‘Hoe het slachtoffer daar terecht is gekomen is een vraag waarover de forensische recherche zich het hoofd breekt.’ Mijn veelbelovende toekomst lag achter me. Hier zou ik het leven laten. Niet nobel of heldhaftig, niet oud en wijs en der dagen zat, maar belachelijk en onnodig.

Pas na een uur wist ik me te bevrijden en zelfs nog dat ding naar boven te krijgen.

Mijn geloof in een betere oplossing voor de problemen des levens komt ook van vaders kant. Als iemand in vooruitgang door techniek gelooft, dan de ingenieur. Nou is mijn vader gezegend met totale desinteresse voor handenarbeid, maar het idee dat voor elk probleem een oplossing is heeft hij op mij overgedragen. Dat heeft ertoe geleid dat ik geen klus kan aanpakken zonder verloren te raken in gedachten over beter, sneller en slimmer. Daardoor bevindt de reparatie van het dak zich al een half jaar in wachtstand en verkeert het hardwaxen van het keukenblad al maanden in limbo. Elke keer als ik iets aanpak trap ik in dezelfde val. Nauwelijks bezig om te doen wat ik moet doen en dan gaat de gloeilamp in het hoofd aan en wordt er een krocht verlicht die beter donker had kunnen blijven. Waarna ik de Totale Oplossing begin uit te werken.

Er liggen klussen te wachten die soms meer dan een jaar oud zijn en nauwelijks nog als zodanig worden herkend. De eerste paar weken zijn ze zichtbaar aan een kluitje achtergelaten gereedschap dat ‘ik ga er zo mee verder’ suggereert. Maar na een tijdje heeft een gezinslid gemerkt dat ook dit weer zo’n geval is waar ingenieur Möring zich heeft teruggetrokken om aan zijn Theorie Voor Alles te werken. Hij hangt in een stoel en kijkt naar het koopkanaal, waar hij ziet dat de steammop veertig euro in prijs is verlaagd en dat de Magic Bullet de staafmixer, keukenmachine en citruspers kan vervangen. Alles kan zoveel beter en dat wordt elke dag weer bewezen op tv.