Ik haatte die man

Wie principes heeft loopt het risico ze op een dag te moeten verdedigen. Zo heb ik eens de ramen van mijn muziekleraar Lapka ingegooid. Ik haatte die man, vooral omdat hij alle meisjes van de klas tijdens solfège bij toerbeurt op zijn knie nam. Dat deed pijn, aanmerkelijk meer dan op de momenten dat ik over diezelfde knie lag, met afgestroopte broek, terwijl Lapka mijn billetjes bewerkte.

Na iedere slag bleef zijn hand iets te lang op mijn gloeiende rondingen rusten. Ondertussen oreerde hij: ‘Zonder straf geen discipline, zonder discipline geen orde, zonder orde geen misdaad, zonder misdaad geen straf, zonder straf geen discipline.’
Lapka genoot zichtbaar en de klas met hem, want mijn kameraden wachtten gespannen op de scheet die ik speciaal voor dit soort gelegenheden had geprepareerd.
Op een dag kwam onverwachts de schoolinspecteur binnen. Ik begon onmiddellijk demonstratief te krijsen, hopend op rechtvaardigheid. Niets was minder waar. De inspecteur opende zijn aktentas, haalde daar een potje Nivea uit en begon teder mijn gemaltraiteerde achterwerk in te smeren, en sprak ondertussen: 'Zachte meesters maken stinkende wonden…’
Alleen mijn tegenwoordigheid van geest redde mij van verdergaande smeerlapperij. Ik sprong op. 'Meneer de inspecteur, mijn billen verdienen uw nobele zorg niet, ik heb mijn straf verdiend’, loog ik.
Nog dezelfde middag gingen Lapka’s ramen aan diggelen. Als ik ergens een hekel aan heb, dan is het aan dat ellendige gelieg.