Opheffer

Ik handel uit instinct

Het gebeurde in Amsterdam. Laatste tram naar het centrum om een uur of twaalf. Ik zit helemaal alleen in de tram. Bij een halte stapt een jongen in. Hij ziet er, net als ik, enigszins Indisch uit. Hij gaat precies voor me zitten.

Ik ruik een branderige lucht. Daardoorheen ruik ik alcohol. Ik denk dat de jongen heeft zitten free-basen en drinken. Hij maakt ook schokkerige bewegingen. Plotseling grijpt hij iets in zijn binnenzak. Ik zie dat hij een pistool te voorschijn haalt. Opeens word ik bang. Wat te doen? We zijn op ongeveer tweehonderd meter van de volgende halte verwijderd. Ik bedenk in razend tempo twee scenario’s ik kan de bestuurder verwittigen en ik kan uitstappen. Ik sta bij de halte op om naar de bestuurder te lopen, maar op het laatst maak ik een tournure en stap uit.

Als ik de tram zie wegrijden, weet ik niet waarom ik het heb gedaan. Ik verklaar het uit lafheid, maar ook uit instinct. Ik heb instinctief gehandeld. Ik wist zeker dat ik de bestuurder wilde waarschuwen, maar toch deed ik het niet. Waarom niet?

Ik loop er — uit schuldgevoel vermoedelijk — nu al een week over na te denken en ben tot de volgende conclusie gekomen: Waarschijnlijk vertrouwde ik de bestuurder niet. Bestuurders vertrouwen mij namelijk niet. «Hebt u wel een kaartje meneer… O ja, mag ik het dan even zien?» Ik vermoedde waarschijnlijk dat de bestuurder via zijn intercom zou roepen: «Hallo, hallo, ik heb hier een meneer en die zegt dat u een wapen heeft, klopt dat?» Ik zie bestuurders daarvoor aan. Ook was ik bang dat de bestuurder de politie op een domme manier zou verwittigen, zodat wij de gevangenen zouden worden van de jongen met het pistool. Vandaar dat ik, in een split second, besloot om uit te stappen: instinct. De vraag is nu: je kunt nog zoveel zaken bedenken en er nog zoveel opinies over hebben, blijkbaar speelt zich in je hoofd ook nog een proces af dat een beslissing voor je neemt. Zuiver rationeel gezien is mijn gedrag verwerpelijk. Ik had de bestuurder moeten waarschuwen, maar mijn levensdrift weerhield mij daarvan. Hoe moet ik nu oordelen?

Mijn vader en moeder vertelden mij ook zulke verhalen uit het kamp. Er was eten over (mijn moeder werkte in de keuken) en het was gebruikelijk om het eten te delen met de gevangenen bij wie je was ingedeeld. Mijn moeder wilde dat doen, maar toen ze haar eigen dochter zag, gaf ze die toch al dat eten. Daar had mijn moeder ook schuldgevoel over, want er waren nog meer vrouwen met kinderen. Mijn moeder zei: «Ik kon er niets aan doen, het ging vanzelf.» Nu pas geloof ik mijn moeder. Mijn vader had net zo’n verhaal. Hij loopt met medegevangenen door de bush, de Japanners bewaken de rij, en mijn vader ziet, met enige andere gevangenen, een kokosnoot uit de boom vallen. Als de jappen zien dat je die meeneemt, krijg je flinke klappen. Mijn vader moet nu binnen een seconde een besluit nemen: pak ik de kokosnoot op of laat ik hem aan mijn buurman? Mijn vader liet hem aan zijn buurman. Instinct, zei hij. Drie minuten later werd de buurman door een jap uit de rij gehaald en zo tot moes geslagen dat hij bloed piste. «Iets zei mij die kokosnoot te laten liggen», vertelde mijn vader, die zich ook schuldig voelde.

Mijn vraag blijft: bestaat er een rechtvaardiging voor je instincten? Kun je daar verantwoordelijk voor worden gehouden? Wat heb je aan nobele gedachten als je op momen ten van leven en dood wordt geleid door je instincten?