KUNST

Ik heb een cameraSa

Saul Leiter

Saul Leiter (1923) is een New Yorkse fotograaf die zijn brood verdiende in de mode en daarnaast een omvangrijk persoonlijk oeuvre schiep, waar lange tijd vrijwel niemand in geïnteresseerd was. Pas de laatste vijftien jaar is er aandacht voor, en nu dreigt Leiter opeens wereldberoemd te worden. Het Joods Historisch Museum heeft het genoegen Leiters werk in een ruim overzicht in Nederland te presenteren. En een genoegen is het: dit is schitterend werk, een echte revelatie, niet te missen.
Leiter begon te fotograferen in de vroege jaren veertig. Fotografie als kunst stond in de kinderschoenen, en zeker fotografie in kleur. Hoewel Leiter bevriend was met veel van de grotere namen in de naoorlogse scene in New York, bleef zijn werk grotendeels onopgemerkt - al werd hij in 1953 wel door MoMA getoond in het overzicht Always the Young Stranger, samengesteld door Edward Steichen. Dat hij nu op hoge leeftijd opeens zo sterk wordt gewaardeerd verrast hem, maar hij maakt graag duidelijk dat de hoogdravende poeha in de interpretaties van zijn werk niet aan hem is besteed. Een voorbeeld (van photography interviews, april 2009): ‘Hoe zou u de emotionele toon van uw werk in kleur karakteriseren?’ 'Ik moet bekennen dat ik nooit meer dan vijf seconden heb nagedacht over de toon van mijn werk in kleur.’ 'Was u meer geïnteresseerd in de evocatie van de identiteit van de mensen van New York, dan in de architectuur?’ 'Ik heb mensen nooit gefotografeerd als een voorbeeld van New Yorks stedelijke watdanook. Ik heb geen filosofie. Ik heb een camera. Ik kijk in de camera en neem foto’s. Mijn foto’s zijn het allerkleinste deel van wat ik zag dat kon worden vastgelegd.’ Ofwel: Ik rotzooi maar wat aan, zoals de schilder zou zeggen.
Maar dat is branie. Leiters beelden mogen ongezocht zijn gevonden, de presentatie ervan - meestal in verticaal formaat - verraadt een superieur talent voor het kadreren, het croppen, en een even superieur gevoel voor kleur. Zijn vroege zwart-witwerk leunt op Cartier-Bresson in het tonen van het 'onopgemerkte, het bijna verloren-gegane’ in passanten op straat. Een oudere man met grote pet draagt een stokbrood, een eenzame figuur zit aan een cafetariatafeltje, verscholen onder zijn hoed, als in een Toulouse-Lautrec.
In kleur wordt het werk nog eens zo interessant. Leiter gebruikte uit zuinigheid diafilm waarvan de uiterste verkoopdatum was gepasseerd, en zijn kleuren zijn merkwaardig rijk en vaal tegelijk. Dat maakt de foto’s al mooi, met sterke warme roden, koele blauwen en diepe zwarten, zo typisch voor americana, maar in de toevallig vastgelegde beelden van mensen op straat, passagiers in de metro, obers in een café, et cetera, zit ook een structuur waarmee Leiter ogenschijnlijk toevallig de compositie verankert. Een lijn op straat, een kozijn, een overhangende markies. De ruimte is (ook al omdat Leiter lange lenzen gebruikte) gecomprimeerd, afgeplat. Mensen zijn daarin opgenomen, en hun bezigheden zijn herkenbaar, maar Leiter vermijdt de anekdote zoals je die bijvoorbeeld in de schilderijen van Hopper ziet.
De samenstelster van de tentoonstelling stelt dat dat verfijnde gevoel voor stevige kleur en solide compositie Leiter verbindt met de schilderkunst van tijdgenoten als Rothko en Barnett Newman. Het is een heel verleidelijke gedachte, zeker als je foto’s ziet als Kutztown (1948) en Coachman (1957), die voor meer dan de helft uit een monochroom vlak bestaan. Ik denk dat Leiter er de schouders over zou ophalen.

Saul Leiter, New York Reflections, Joods
Historisch Museum Amsterdam, t/m 4 maart. www.jhm.nl