Ik heb een Kor

Luister naar dit artikel

Ik wilde beginnen met mezelf voorstellen, met mijn naam, en wie die naam volgens mij inhoudt. Het had me mooi geleken om uit te schrijven dat niemand haar naam is, omdat iedereen iets anders aan je naam koppelt, maar ook aan jou als persoon en je dus alleen al om deze reden een gespleten persoonlijkheid hebt.

Maar omdat ik mezelf voorstellen saai en voorspelbaar vind en het een verlammende werking op me heeft, gooide ik dit idee overboord.

Gister vroeg een vriend: ‘Hoe is het met Kor, waar is hij?’ Lachend antwoordde ik dat hij sliep, maar inderdaad: Kor, waar ben je?

Ik heb geluisterd, maar het is de warmte die Kor gedeisd houdt. Kor ademt niet, hij hijgt, snuift. Hij praat niet, maar roept dingen als: ‘Waar gaan die mooie beentjes naartoe?!’ Of: ‘Als ik seg dat ik so ben, dan ben ik so!’

De z in zijn vocabulaire is een s. Zijn o’s kort en schel. Ik, Sytske, vind het lastig om met deze zwaarlijvige man, gekleed in een wit hemd en joggingbroek, te communiceren, überhaupt te communiceren.

Kor zegt: ‘Je ken gewoon alles seggen wat je wil. Niet moeilijk doen. Eerst doen, dan denken. Het liefst alleen maar doen! Haha!’

Hij zegt: ‘Je ken ­gewoon alles ­seggen wat je wil. Niet moei­lijk doen. Eerst doen, dan denken’

Deze man kent geen schaamte of onzekerheid over het feit dat hij laagopgeleid is, altijd te laag scoorde op toetsmomenten, geen (oud) geld heeft en als glazenwasser werkt en steevast geldsores heeft. Kor voelt zich niet schuldig, nooit. Ook niet als hij het beetje geld dat hij heeft opmaakt aan bier en pizza. Hij is een luidruchtig maar tevreden man: onder zijn commentaar zit altijd verwondering: ‘Prachtig prachtig!’ Of: ‘Wat een leven!’

Als ik ergens nieuw ben – van borrel tot een ziekenhuis – en me moet verhouden tot de ander, ben ik nooit alleen. Dan heb ik Kor die me vergezelt en alles becommentarieert.

Een lange tijd schaamde ik me voor het idee dat ik een Kor heb, omdat hij vrouwonvriendelijk is, niet feministisch of geëmancipeerd. Met regelmaat schiet het door mijn hoofd dat Kor ‘de overheersende witte man’ is die altijd overal een opmerking over maakt gedurende mijn – een vrouw haar – leven. Kor: ‘Meisje waarom maak je het jeself so moeilijk?’

Maar ook omdat hij niet van verandering houdt, nooit open staat voor nieuwe dingen en veroordelend, stigmatiserend is en in hokjes denkt. Naast mijn schaamte vroeg ik me af of het niet óók stigmatiserend is van mij, Sytske, om zo’n alter ego te hebben. Want waarom is Kor zoals hij is, ik heb hem toch zeker aangekleed en op die plastic stoel geparkeerd of hoe werkt zoiets?

Hoe ouder ik word, hoe meer ik van Kor houd – op een vriendschappelijke manier. Want Kor was er altijd al. Er zaten Korren op mijn vmbo- en mbo-school, maar er waren ook Korren in de keet waar ik hing en later op straat met meerdere jongens en scooters en joints. Ook Kor hield van berenburg cola. Hij is met me meegegroeid, want ook nu komt hij op plekken waar ik kom: waar ik boodschappen doe, op mijn vrijwilligerswerk, tijdens het voetballen – waar hij uiteraard aan de zijlijn staat te schreeuwen – en ’s avonds zit hij in de straat achter mij met zijn vrienden bier te drinken.

Wanneer ik hem zie, laat hij me lachen maar hij zet me ook aan het denken. Juist door de dingen die hij roept. Dan breekt hij iets, maakt hij een opening. Al hoop ik ook dat Kor iets van mij leert, we blijven toch niet voor niets zo lang om elkaar heen cirkelen?

Tijdens elke nieuwe ontmoeting geloof ik dat niemand als individu is zoals hij zich voorstelt. Dat iedereen meer mensen in zich draagt. Mensen die ze onderdrukken of die door de maatschappij niet gezien worden of de mond wordt gesnoerd. Als het wat koeler is zal ik dat ff aan Kor vragen. Dan vraag ik ook of hij nog meer vrienden en buren heeft. Gezellig, voor als alles weer open mag en ik als Sytske me echt moet voorstellen.


Sytske Frederika van Koeveringe is schrijfster en beeldend kunstenaar. Ze vervangt Marja Pruis die even verlof neemt van haar column