Jozias van Aartsen zwaait af

‘Ik heb grote bewondering voor Angela Merkel’

Dit jaar neemt Jozias van Aartsen afscheid als burgemeester van ‘zijn’ Den Haag. Tijd voor een goed gesprek, over zijn partij de VVD, over Europa, de politie, en natuurlijk over president Trump. ‘Het is nú het moment om iets te doen.’

Medium hh 60230894
‘De rechtsstaat is een mooie verworvenheid. Ook als je het niet met een uitspraak eens bent, moet je er voorzichtig mee omgaan’ © Martijn Beekman / HH

Elke dag loopt Jozias van Aartsen als een trots man langs de levensgrote ‘Mondriaan’ die sinds enkele weken aan de glazen gevel prijkt van het IJspaleis, het helderwitte atrium waarin het stadsbestuur zetelt van Den Haag, met meer dan een half miljoen inwoners de derde stad van Nederland.

Van Aartsen (69) spreekt graag over de stad waarover hij als burgemeester sinds 2008 de scepter zwaait. Over de goede samenwerking met Rotterdam als metropoolregio. Over de vluchtelingen die – na een paar heftige discussies – door de inwoners van Den Haag (‘de stad van compassie’) ‘warm’ werden ontvangen. Over de soms wat turbulente Schilderswijk ‘waar heel Nederland zich op stort als er ook maar íets gebeurt – meestal op wrakke gronden zonder te weten wat er nou aan de hand is’. Over de noodzaak van meer diversiteit bij de politie – ‘dat is echt een toppriotiteit’. En over Mondriaan. Het hele jaar 2017 staat in het teken van deze schilder, die volgens Van Aartsen past bij de stad Den Haag.

Maar 2017 is vooral ook het jaar dat Van Aartsen afzwaait als burgemeester. Dáárover, over dat afzwaaimoment, spreekt hij minder graag. Hij is niet zo’n terugblikker en geeft daarom maar mondjesmaat interviews, die hij liever geen afscheidsinterviews noemt. Hij moet stoppen, want in Nederland mogen burgemeesters niet ouder zijn dan 69, maar als hij het zelf voor het zeggen had, dan was hij natuurlijk gewoon doorgegaan. Onlangs was hij in New York en probeerde hij een paar Amerikanen zijn verplichte pensioen uit te leggen. ‘Dat is leeftijdsdiscriminatie’, riepen ze verontwaardigd uit. Donald Trump, de kersverse president, is met zeventig jaar zelfs iets ouder. ‘Dat is de wet’, zei Van Aartsen. ‘Het is nou eenmaal zo.’

Den Haag is de stad waar Jozias van Aartsen is geboren, en waar hij altijd heeft gewerkt als ambtenaar en politicus, vrijwel altijd op redelijk invloedrijke posities binnen de vvd. In 1970 werd hij fractie-assistent in de Tweede Kamer om zich in een mum van tijd op te werken tot secretaris van de fractie onder Hans Wiegel – zijn leermeester en vriend. Hij schreef verkiezingsprogramma’s en werd directeur van de Teldersstichting, het wetenschappelijke bureau van de vvd.

Hij stapte over naar de ambtenarij, klom op tot secretaris-generaal op Binnenlandse Zaken en werd vervolgens minister van Landbouw en Buitenlandse Zaken in de twee paarse kabinetten. Hij was onder de eerste kabinetten van Balkenende fractieleider van de vvd. Na een teleurstellend resultaat bij de gemeenteraadsverkiezingen stelde hij zich niet meer verkiesbaar, maar besloot al snel dat zo’n terughoudende rol hem niet paste. Hij verliet de Kamer, werkte voor de EU-commissaris voor energie en werd in 2008 burgemeester van Den Haag – met een kantoor op slechts een steenworp afstand van het parlement.

Van Aartsen is, wat je noemt, een prominent vvd’er. En als burgemeester was hij nooit helemaal weg uit het landelijke hart van de politiek. Tot de definitieve invoering van de nationale politie in 2013 was hij voorzitter van het korpsbeheerdersberaad (dat geregeld overleg voerde met het ministerie), daarna werd hij regioburgemeester, en daarmee is hij het bestuurlijke aanspreekpunt van de politie eenheid Den Haag.

In 2010 ging een lang gekoesterde wens van de vvd in vervulling: het superministerie van Veiligheid en Justitie werd gecreëerd. Van Aartsen blijft echter ‘gewoon’ spreken over de minister van Justitie. Voor hem is dat een principieel punt. ‘Ik heb me er altijd tegen verzet, tegen de overgang van de politie vanuit het ministerie van Binnenlandse Zaken naar Justitie. Mijn fundamentele bezwaar is dat het niet verstandig is om op één departement zowel de rechterlijke macht als het Openbaar Ministerie als de politie te hebben. Alle aspecten van de rechtsstaat, waar ook heel veel evenwicht in moet zitten, zetelen nu op dat ene departement. Het is een ongelooflijk gevoelig departement dat gaat over onze vrijheden en onvrijheden. Maar ook over onze zwaardmacht.

Je moet de juiste checks and balances hebben. Kijk naar de Amerikanen.’ We maken in het interview al snel een uitstapje naar Donald Trump, de man die, of beter gezegd het onderwerp dat, je als raspoliticus niet kunt negeren tijdens een interview. Het zijn turbulente tijden. ‘Ik ben en blijf altijd een enorme optimist. In Amerika is een goede balans van de macht, een president is niet almachtig. Over twee jaar zullen er weer midterm elections zijn en ik hoop dat Democraten met nieuwe ideeën komen, met nieuwe mensen. Het is waar dat er in die tijd heel veel mis kan gaan, maar ik geloof erg in de kracht van de Amerikaanse democratie. De historie kent lange lijnen, een president komt en gaat ook weer.’

U heeft dus geen zorgen?

‘Dat is weer zo’n typische journalistieke draai. Dan krijg je zo’n kop: “Van Aartsen maakt zich geen zorgen”. Punt. Natuurlijk wel. Je kunt je terugtrekken en boos worden. Je kunt je min of meer afzonderen. Maar ik zeg: doe wat! Zit niet bij de pakken neer en begin niet eindeloos te zeuren. Zet er iets tegenover. Dat kán de Amerikaanse samenleving. Die moslimban moet scherp veroordeeld worden en dat deed de rechterlijke macht. Europa heeft heel lang achterover geleund: ach, alles blijft wel zoals het is. Nee, het is nú het moment om iets te doen. Nogmaals: doe iets.’

Als fractieleider van de VVD pleitte u in 2005 voor Nederland als een soort New York van Europa. Ziet u nog steeds zo’n rol voor Nederland?

‘Nederland heeft een enorme economische en ook culturele capaciteit. Ik heb me vooral altijd verzet tegen mensen die zeiden: “Nederland is een klein land.” Nederland is helemaal niet klein. Geografisch misschien, maar we hebben veel invloed, vooral ten opzichte van de middelgrote landen in Europa. Er wordt door hen naar Nederland gekeken.

Dit Europa is met 28 landen echt een heel ingewikkeld bestuurbaar concept. Wat gaat Nederland nu bijdragen aan de problemen die er in Europa zijn? Daar heb je veel intellectuele capaciteit voor nodig. Ik hoop dat een volgend kabinet daar echt werk van gaat maken.’

Uw VVD zat twee kabinetten aan het roer; heeft u die intellectuele capaciteit gezien in de afgelopen periode?

‘Rutte opereert in Europa buitengewoon handig. Maar ik denk dat we in de komende jaren méér nodig hebben’

‘Over het buitenlandse beleid en Europa heb ik weinig anders gehoord dan vasthouden aan wat we hebben. Rutte is een fantastisch operationeel opererende minister-president die in Europa buitengewoon handig te werk kan gaan. Maar ik denk dat we in de komende jaren op een aantal fronten meer nodig hebben.

Ik heb grote bewondering voor Angela Merkel. Ze heeft met “wir schaffen das” als enige in Europa een moreel imperatief neergelegd op een belangrijk moment in de geschiedenis. En ze heeft daar in het begin terecht veel waardering voor gekregen. En dan is er een incident, Keulen, waarvan nooit helemaal duidelijk is geworden wat daar is gebeurd, en de sfeer slaat om. Dan vergeet iedereen wat de grondgedachte was van de bondskanselier.

Net zo goed als Merkel onlangs ook weer een helder verhaal richting Ankara hield over de vrijheid van meningsuiting. Of richting Trump. Dát is het geluid dat Europa als een geheel zou moeten laten horen. Ik denk dat Duitsland er iets aan heeft als het echt weer een meedenkende bondgenoot heeft, dat hoor ik ook van mensen die zeer goede relaties hebben met de Bondsrepubliek. Nederland zou zo’n bondgenoot moeten zijn. We moeten echt weer actief meedenken over de toekomst van Europese Unie.’

Zelf bestuurde Van Aartsen de afgelopen negen jaar de politiek meest versplinterde stad van Nederland. Den Haag telt momenteel vijftien partijen, waaronder veel afsplitsingen van afsplitsingen. Het college van burgemeester en wethouders telt vijf partijen. ‘Het vergt veel stuurmanskunst, maar ik heb er ook een hoop plezier aan beleefd.’

Het Haagse model kan vanaf 15 maart, na de verkiezingen, zomaar model staan voor de landelijke politiek.

‘Kijk! Daar komen we op een heel ander chapiter. We hebben in Nederland het systeem van de evenredige vertegenwoordiging. Iedereen die de kiesdeler haalt, komt in de Kamer, de Provinciale Staten of de gemeenteraad. Ik ben voor het districtenstelsel naar het Franse model.

Frankrijk is een politiek divers land, je hebt er evenveel partijen als kaassoorten. De volksvertegenwoordiger wordt door het district gekozen. De kiezer kan in de eerste ronde naar een politieke overtuiging stemmen. Daarna vormen de partijen blokken, stembusakkoorden. En uiteindelijk kom je als kiezer in de tweede ronde voor de vraag te staan: wil ik liever naar het midden, naar rechts of juist naar links? En wie vertrouw ik nou eigenlijk? Vooral dat laatste element is verduisterd geraakt in Nederland.

Ik ben nooit lid geweest van d66, noch zal ik dat ooit worden, maar wat dat betreft ben ik echt een volgeling van Hans van Mierlo: die heeft eindeloos gehamerd op het districtenstelsel. We hebben veel discussies in Nederland, maar steeds weer stoppen we dit probleem in de kast. Het zal ook de houding van het parlement ten opzichte van de regering veranderen. Kijk, als je op eigen kracht in de Kamer zit zul je kritischer zijn. Dat is nu niet het geval, want de partijlijn is altijd leidend. Zie de verkiezingen van 2012. Na de bekende kwartetterij van de heren Bos en Kamp is in superkorte tijd een regeerakkoord tot stand gekomen. Daarna hebben de fracties heel kort de tijd gehad om te reageren en vervolgens zijn de coalitiepartijen vier jaar gebonden aan een regeerakkoord. Dat is natuurlijk een zeer ongelukkig systeem.’

U omarmde ook nog andere kroonjuwelen van D66: het gekozen burgemeesterschap en het referendum.

‘Dat klopt. Maar ik vind de huidige referendumwet echt niet goed. Je moet veel scherper omschrijven in welke omstandigheden en waarom je een referendum wilt houden. De vvd heeft onder mijn leiding in de Kamer voor een referendum over de Europese grondwet gestemd. Er zouden namelijk zaken veranderen die verankerd liggen in onze eigen grondwet en voor zo’n fundamentele stap moet je de kiezer weer raadplegen.’

Vorig jaar was er het Oekraïne-referendum. Heeft het kabinet handiggeopereerd?

‘Het zittende kabinet heeft schaars het eigen standpunt verdedigd. Dat ging ook al mis in 2005, bij het referendum over de Europese grondwet. Ik herinner me het nog goed. Pas op het laatste moment kwam het kabinet erachter: o jee, we moeten nog campagne voeren. Dan komen ineens die beelden op tv van folderende bewindspersonen op het Plein, hier in Den Haag, verder kwamen ze geloof ik niet.

Datzelfde zag je fout gaan bij het Oekraïne-referendum. Jan Roos en Thierry Baudet, toen nog beiden van GeenPeil, hadden er veel emotie in gestopt. Daar stond weinig tegenover. De minister-president verkocht het allemaal alsof het alleen een handelsverdrag was en verder was de boodschap van het kabinet: “Stem nu maar gewoon.” Pas veel later, toen het kwaad al was geschied, kwam Rutte met de echte argumenten: we hebben ook nog Rusland.

Als je nagaat hoe geschokt Nederland was over de MH17. Mensen voelden zich terecht geraakt. De wereld is niet zo vreedzaam als wij in Nederland denken en opeens was die boze buitenwereld er. Ik snap wel dat niemand campagne wilde voeren over de ruggen van de MH17-slachtoffers. Maar om het dan maar helemaal uit de campagne weg te laten is vreemd. Juist de positie van Rusland in het MH17-dossier had bij dit referendum een cruciale rol kunnen spelen.’

‘Het superministerie van Veiligheid en Justitie gaf veel ellende. De politie moet terug naar Binnenlandse Zaken’

Dan ligt er een uitslag en wordt er lang om de hete brij heen gedraaid.

‘Boos zijn de mensen over de onhelderheid. Dat is het punt. Wees gewoon helder en eerlijk. Kijk, de referendumwet ligt er: speel het spel dan vol en met open vizier. Sta dan ook voor het besluit dat je hebt genomen en blijf daarbij. Zwalken, dat is waar het electoraat een hekel aan heeft. Het kabinet had moeten zeggen: u zit als kiezer in een adviesrol en wij bepalen wat we met de uitslag doen. Dat is ons recht. Dat had Rutte een hoop gedoe bespaard.’

De vorming van het superministerie van Veiligheid en Justitie bracht ook een hoop ellende, zegt Van Aartsen. ‘De politie moet echt weer terug naar Binnenlandse Zaken’, is zijn dringende advies aan het volgende kabinet. ‘Alles is bij elkaar gestopt, het is het departement met de meeste ambtenaren, meer dan honderdduizend. Dat is lastig te managen en brengt veel problemen met zich mee. Dat is de laatste tijd ook wel gebleken.’ Het departement is aan de lopende band slecht in het nieuws. Drie bewindspersonen stapten op wegens een verdwenen – en weer opgedoken – bonnetje, cijfers kloppen niet en er is steeds gedoe rondom die andere enorme reorganisatie: die van de nationale politie.

Van Aartsen was als secretaris-generaal op Binnenlandse Zaken nauw betrokken bij de opheffing van de gemeentepolitie in 1993. Er kwamen voor in de plaats een landelijke eenheid en 26 regionale korpsen onder leiding van de korpschefs (de blauwe pet) en de korpsbeheerders (de burgemeesters). Het werd altijd gezien als een tussenoplossing, als een stap naar een meer landelijke politie. ‘Na tien jaar had men het moeten evalueren.’ Dat is toen niet gebeurd. Er zijn wel drie vuistdikke rapporten geschreven over de noodzaak van zo’n nationale politie, maar die verdwenen steeds weer in een la. ‘Ik was binnen de vvd geen tegenstander van de nationale politie, tot woede overigens van Ivo Opstelten, destijds nog burgemeester van Rotterdam’, zegt hij.

De fervente tegenstander zou later als eerste minister van Veiligheid en Justitie de nationale politie invoeren. En dat moest vooral snel. De Tweede Kamer stemde in december 2011 unaniem in met de wet; het debat verliep snel en niet eens in de plenaire zaal. Dat is opmerkelijk voor een van de grootste reorganisaties na de Tweede Wereldoorlog. ‘De sfeer was van links tot rechts: het moet maar eens afgelopen zijn. De korpsbeheerders kregen er de schuld van dat alles al tien jaar fout ging. Een grondige discussie bleef achterwege.’

En de problemen bleven aanhouden: slechte aankopen, niet samenwerkende korpsen en een totaal failliet ict-systeem. ‘Dat laatste was een logisch gevolg van 26 autonome korpsen met elk een eigen systeem. Als korpsbeheerders konden we aan het slot nog maar één ding doen: zorgen dat er geen grote ongelukken gebeurden.’

Alle waarschuwingen van de korpsbeheerders werden weggewoven als ‘burgemeesters die hun koninkrijkjes’ verdedigen. ‘Ook het advies van de Raad van State werd genegeerd door het ministerie en de Tweede Kamer. Tegenwoordig zegt het kabinet al snel bij kritiek: ja, maar we willen het nou eenmaal zo. Dat is ook bij de politiewet gebeurd, de Raad van State had een buitengewoon interessant advies, dat is gewoon terzijde geschoven.’

Het ministerie van Veiligheid van Justitie staat er bekend om adviezen niet zo nauw te nemen. Neem de strafbaarstelling van illegaliteit en inderdaad de politiewet.

‘O. Dat is niet alleen maar Veiligheid en Justitie, hoor…’

Uw partij wil de directe werking van internationale verdragen afschaffen, volgens het verkiezingsprogramma. Eerder was er een plan om niet altijd rekening te houden met het Europees Hof voor de Rechten van de Mens omdat dat nog wel eens regels tegenhield.

‘Ja, ja. Er was een Kamerlid dat daarvoor pleitte. Daar ben ik het dus niet mee eens. Maar goed, de wet wordt door een meerderheid van het parlement gemaakt. Je moet daarbij wel goed bedenken dat er iets mis kan gaan als je het veiligheidsventiel eruit haalt.’

Rechters staan onder druk, kijk naar de reactie van Wilders.

‘Het valt in het pulletje van: ze doen maar wat, die elite, die rechters van d66. Luister, we hebben niet voor niets een onafhankelijke rechterlijke macht en je wordt echt niet zomaar rechter. De rechtsstaat is een mooie verworvenheid. Ook als je het niet met een uitspraak eens bent, moet je er voorzichtig mee omgaan.’

Partijleider Mark Rutte schreef een open brief deze campagne: doe normaal of ga weg, is zijn boodschap. Wat vindt u van zo’n uitspraak?

(schouderophalend en ietwat ontwijkend) ‘Ik ben burgemeester van Den Haag en ken daarom deze stad heel goed. Dit is een stad met veel compassie waar de inwoners veel begrip hebben voor elkaar. Natuurlijk zijn hier, net als in andere Europese steden, problemen en die moet je bestrijden. Maar dat beeld, alsof Nederland zo’n vreselijk land is, klopt natuurlijk niet.’

In de tijd van Lubbers noemde u het CDA een wollige deken die al het leven uit de politiek haalt. Dat is wel veranderd. Vindt u dit een prettigere tijd?

‘Ja, die wollige deken is weg. Het huidige politieke klimaat is ruw. Maar denk aan de lange lijnen van de geschiedenis. Thorbecke had ook geen gemakkelijke periode, ook hij werd bedreigd. Het is politiek, en ja het is een prachtig vak. Ik ben er nu eenmaal door geraakt en kan daar niets aan doen. Dat was al zo toen ik als klein jongetje meeging met mijn vader die minister was. Ik vond het fantastisch in de Tweede Kamer. Het was de geur, het bekende Van Mierlo-beeld van de wilde beesten, dat me greep. De politiek is onder mijn huid gekropen en zit daar nog steeds. Als ik de Tweede Kamer binnenkom, ja, dan gebeurt er iets met me.’