Toneel

«Ik heb heel lang niet meer gepraat»

Toneel: Zus van door Lot Vekemans, Elsie de Brauw en Allan Zipson

Hoe kom je op? Dat is opgelost. De actrice is al op als wij binnen komen. Op de speelvloer (kaal, zes banen van een zwarte dansvloer, omzoomd door donkere gordijnen) staat de actrice ongeveer aan het begin van baan 3, links uit het midden, voeten, gezicht en lijf rechts gedraaid. Naast haar ligt een jas. Het zaallicht blijft aan als ze begint.

Hoe begin je een monoloog? Actrice Elsie de Brauw begint met kijken, een verwrongen blik, pogingen tot een boosaardig mombakkes. Het eerste geluid dat haar ontsnapt is een dierlijk janken. Haar eerste teksten zijn nauwelijks verstaanbaar. Ze verslikt zich in de woorden. Die woorden gaan over het janken van honden. Ze komen van heel ver, die woorden. De eerste zin die voluit verstaanbaar is, werkt als een draai om onze oren: «Ik heb heel lang niet meer gepraat.»

Iets verderop maakt ze ons deelgenoot van iets dat ze zichzelf bezworen heeft: de naam van haar zus komt niet meer over haar lippen. De vrouw die hier staat is Zus van… Ze is een voetnoot in de geschiedenis van de Grote Grieken uit Thebe. In een encyclopedisch boek over de namen uit de klassieke mythologie, dat ik na de voorstelling raadpleegde, werd haar gelijk bevestigd: in dat boek is ze een annex in de historie van Oedipus, haar vader. Toen die man ontdekte dat hij zijn eigen moeder had beslapen, zijn ogen uitstak en in vrijwillige ballingschap ging, was deze jonge vrouw – die een vader bleek te hebben, die tevens haar halfbroer was – nog maar een kind. Daarna werd ze de «zus van» Antigone, de Heldin, de Halfgodin. Haar eigen naam is ze vergeten. Of ze heeft die verdrongen. Ze heet Ismene. Maar dat doet er niet meer toe. Ze is de vrouw die drieduizend jaar heeft gezwegen. En nu praat ze. In een tijdloze ruimte. Eindelijk heeft ze een stem. Echt blij lijkt ze er !
niet mee te zijn. In het eerste half uur zoekt ze steun bij ons. Wat moet ik vertellen? Dat schiet dus niet op. Hakkelend, stotterend besluit ze de cocon van haar historie los te pellen.

In de tijdloze ruimte van Zus van staat de tijd stil. Elsie de Brauw staat ook stil. In haar lijf vinden aardbevingen plaats. Maar ze wijkt niet van haar plek. De zus van de beroemde heldin, van wie ze heeft gezworen de naam niet meer te noemen, onderzoekt de mogelijke redenen van haar bestaan vanuit stilstand. Totale stilstand. En nuchterheid. Deze «zus van» ontbeert ieder cynisme. Ze is een vrouw die heeft gekeken, die heeft gezien. Ze oordeelt niet – nou, af en toe een beetje, glim lachend commentaar op al dat heldengedoe, die strijd om de macht, waar ze met geaarde verbazing naar heeft gekeken. Ze wil eindelijk van die waarnemingen worden verlost. Na drieduizend jaar mág dat ook. De types uit die gestoorde familie zou ze nog wel eens willen spreken. Of dat er nog in zit, weet ze niet. Ze wacht op de verlossing. Wij bieden die niet. De honden misschien?

Sommige alleen-spelende-toneelspelers hebben een dampkring om zich heen, waardoor je vergeet dat het alleen-spelende-toneelspelers zijn. Je zit met tientallen, een kleine honderd, in een zaal, en die alleen-spelende-toneelspeler speelt alleen maar voor jou. Je huilt plotseling, om een voorbij waaiende zin («Ik heb heel lang niet meer gepraat»), of om een verhaal over een dood konijn, en dan lach je weer, omdat de alleen-spelende-toneelspeler zichzelf met een opgezet konijn vergelijkt.

Ondertussen is het licht om Elsie de Brauw veranderd. Zoals het toneelbeeld in deze voorstelling afwezig is, zo is ook het licht afwezig. Je merkt niet dat het er is. Of liever: je merkt het pas als het er níet meer is. Deze voorstelling – Zus van – gaat over afwezigheid. Er wordt niet gespeeld, er wordt verteld. Er is geen regie, er is adem benemende stilstand. Er is geen toneelbeeld, er is een hallucinerende omgeving. Er is geen geluid, er zijn opflakkerende flarden. En aan het eind zijn er de honden. Er gebeurt in die laatste seconden iets dat ik niet durf, niet wil verklappen. Omdat het niks is. En toch een oorverdovende klap. In de voorstelling die ik zag, was het daarna eindeloos lang stil. Pas toen durfden mensen – ik ook – te doen wat mensen doen als een voorstelling voorbij is: in hun handen klappen.

De overige namen die bij dit theaterwonder horen: Lot Vekemans schreef een tekst om lang over na te denken; Allan Zipson stond aan stuurboord en bakboord (dat heet: regie); het onzichtbare toneelbeeld en licht zijn van Manny Dassen, het onhoorbare geluid is van Paul Koek. En de producent (naast de Haarlemse Toneelschuur) heeft de mooiste naam: Meerdere Antwoorden Mogelijk, M.A.M.

Zus van – stil van!

In maart te zien in de Brakke Grond te Amsterdam. Daarna: afhankelijk van de theaterprogrammeurs. Inlichtingen [st.mam@planet.nl](_.html)