Do It Ourselves: Eigen school

‘Ik heb hier mijn spaargeld voor op gemaakt’

Hoge werkdruk, veel vergaderingen, volle klassen – onderwijspersoneel klaagt. Filosoof en econoom Misha van Denderen startte daarom in 2010 zijn eigen school.

Eindeloze akkers en fruitboomgaarden bepalen het landschap van Zuid-Beveland. De wind waait krachtig over de weidse polders, het water is niet ver weg. In het hart van het Zeeuwse schiereiland ligt de gemeente Kapelle met een kleine dertienduizend inwoners, ook wel de Bloesem van Zeeland genoemd. Een aantal jaren geleden stond hier nog geen middelbare school. Na het basisonderwijs gingen de meeste leerlingen op de fiets naar het nabijgelegen Goes. Dat was nooit een probleem, ook de jonge Kapellenaren Jan Kees de Jager en Jan Peter Balkenende volgden die route. Nu is er sinds 2010 pal naast het spoor, op een steenworp afstand van het stationnetje Kapelle-­Biezelinge, de Isaac Beeckman Academie.

In het oude veilingpand waar de school onderdak vond, wordt hard gewerkt aan het inrichten van de lege ruimtes voor een nieuwe lichting leerlingen. Het is er nog een beetje improviseren, zo lijkt het op het eerste gezicht. In de kantine op de begane grond dartelen de kinderen tijdens de lunchpauze rond, leraren eten er ook gewoon hun boterham. Een solliciterende docent kijkt met verwondering om zich heen. Hier draait het allemaal om direct persoonlijk contact tussen leraren en leerlingen. De docenten hebben geen eigen lerarenkamer en dat is een bewuste keuze.

De Isaac Beeckman Academie is de eerste school van Misha van Denderen en zijn Stichting voor Persoonlijk Onderwijs (svpo). Eigenlijk een doodnormale school waar de standaardmethodes worden gebruikt, maar alles net even anders is georganiseerd. Zo geven docenten er les aan vijf klassen van verschillende niveaus binnen een leerjaar. Elke klas telt zo’n vijftien kinderen. Dit moet zorgen voor persoonlijk contact. ‘Als ouder wil je dat je kind gezien wordt’, zegt schooldirecteur Dorien Verweij. ‘En kinderen nemen zo zelf ook meer verantwoordelijkheid.’ Deze manier van onderwijs is beter voor kind en leraar, vindt de stichting. svpo-scholen als die in Kapelle blijven daarom bewust klein.

De vrijheid van onderwijs is in de grondwet verankerd. Artikel 23 bepaalt dat in het Nederlandse onderwijsstelsel naast openbare scholen ook ruimte is voor scholen met een levens­beschouwelijke inslag. Dit zogeheten bijzonder onderwijs komt, als aan bepaalde kwaliteits­eisen is voldaan, voor overheidsfinanciering in aanmerking. En dat al sinds 1917. Maar nieuwe scholen wordt het door bestaande regels niet altijd gemakkelijk gemaakt. Tijd voor verruiming van de wetgeving, stelt de Onderwijsraad. Die stelde dit jaar dat een school die voldoende leerlingen weet te trekken en genoeg maatschappelijk draagvlak heeft voor overheids­bekostiging in aanmerking zou moeten komen. Het alleenrecht van de religieuze ‘zuilen’ moet worden doorbroken.

De praktijk leert dat er vooral in het voortgezet onderwijs maar mondjesmaat nieuwe scholen bij komen. Volgens cijfers van het ministerie van Onderwijs gaat het om enkele goedgekeurde aanvragen per jaar. Vaak zijn dat splitsingen van al bestaande scholen. Initiatiefnemers kampen vaak met veel weerstand, zo heeft ook Van Denderen ervaren. ‘Op vrijwel elke plaats in Nederland is binnen redelijke afstand een school van welke levensbeschouwelijke richting dan ook te vinden. Dat maakt het vrijwel onmogelijk om nog een nieuwe school te starten.’ De overheid kijkt bij aanvragen naar het aantal potentiële leerlingen voor de nieuwe school in een gebied van hemelsbreed tien kilometer rondom de beoogde vestigingsplaats. Er wordt gewerkt met informatie op basis van historische gegevens en de keuzes voor een bepaalde stroming in het basisonderwijs in de betreffende gemeente.

Van Denderen is ervan overtuigd dat het anders moet in het onderwijs. Ooit begon hij een elektronische uitgeverij en ontwierp hij computersimulaties voor gebruik in management­trainingen. Tegenwoordig wendt hij zijn kennis en vermogen aan om kleinschalig, beter onderwijs op te zetten. ‘Scholen weten van dubbeltjes geen kwartjes meer te maken. De basiskennis van eerstejaarsstudenten in het hoger en wetenschappelijk onderwijs is onvoldoende, terwijl de ontwikkeling van kritisch denken beperkt is en studenten hun meningen vaak slecht onder­bouwen.’

De leerlingen op de Isaac Beeckman Academie (nu 160 in totaal, elk jaar komen er tachtig brugklassers bij) komen ook uit Vlissingen en de regio Bergen op Zoom. Zij gaan vier dagen per week hele dagen naar school. Werkdagen dus van negen tot vijf. Leerlingen doen het meeste werk op school. En elke opdracht geldt als toetsmoment. ‘Alles wat ze doen wordt gemeten, er is constant feedback’, licht directrice Verweij toe. ‘Eén keer in de vier weken woordjes leren voor een toets, dat beklijft niet. Het gaat om de herhaling, constant met de leerstof bezig zijn.’

Docenten hebben door deze benadering beter zicht op wat leerlingen doen. Verweij: ‘Ze zijn hier op school echt met hun vak bezig. Geen extra bureaucratie, geen managers en ondersteunend personeel. Hier investeren we in de leraren.’ Die handelingsvrijheid lokt veel leerkrachten naar Kapelle, maar ook ouders worden erdoor aangetrokken. Van Denderen: ‘De animo onder ouders voor het door ons geboden onderwijs is zo groot dat we met intekenlijsten moeten werken.’

Van Denderen identificeerde met eigen software een aantal plekken in het land waar nog wel ruimte voor een nieuwe school zou zijn. Kapelle was zo’n plaats. Daar was aan enthousiasme onder ouders geen gebrek. Ook Hurdegaryp, Geldermalsen en Harderwijk kwamen uit de koker van zijn software rollen. Maar in de Randstad zit het potdicht. Voor een nieuwe project moet je de provincie in.

‘Iedere school moet een levensbeschouwelijke richting hebben’, legt Van Denderen uit. ‘Al doen de meeste bestaande onderwijsinstellingen niets meer aan hun richting, officieel moeten ze er wel een hebben. Ook nieuwe scholen.’ In Kapelle was nog plek voor een nieuwe school in het algemeen bijzonder onderwijs (geen religieuze grondslag, maar een eigen pedagogische visie). Zijn school in het Friese Hurdegaryp (open in 2013) wordt rooms-katholiek. Zulk onderwijs is er daar nog niet. Slim bedacht, maar daarmee wordt ook een deel van de problemen zichtbaar. Van Denderen pleit kortweg voor beter, persoonlijk onderwijs voor hetzelfde geld. Om een levensbeschouwelijke richting is het hem niet te doen. ‘In de praktijk willen de meeste ouders ook helemaal geen aandacht meer voor slechts één bepaalde levensbeschouwelijke richting.’

Het starten van een nieuwe school is een project van de lange adem. Van Denderen vertelt: ‘Om te beginnen zijn er de bestaande scholen die alles uit de kast halen om een nieuwe concurrent tegen te houden. Ze procederen tot aan de Raad van State en ook al krijgen ze geen gelijk, de tijdwinst benutten ze ondertussen om hun eigen onderwijsaanbod op te poetsen.’ Maar ook de gemeente kan dwarsliggen. ‘De huisvesting van scholen is hun taak. Gemeenten krijgen daarvoor een vast bedrag van het rijk. Alleen, dat hoeven ze niet in schoolhuisvesting te steken. Lantaarnpalen of verkeersdrempels mogen ook. Die gemeenten zitten daarom uiteraard niet te wachten op een nieuwe school.’

De startfinanciering voor een nieuwe school vormt ook een hindernis. De uitgaven zijn enorm en overheidsbekostiging is voorafgaand aan de officiële opening nog minimaal. ‘Daarmee zijn de kosten voor open dagen, inrichting en schoolboeken volstrekt niet te dekken’, zegt Van Denderen. Zonder flink startkapitaal ben je nergens. ‘Er is helaas geen bank die met een lening over de brug wil komen. Die ziet de school namelijk als beginnend bedrijf dat zich eerst nog moet bewijzen.’ Voor zijn school in Kapelle nam Van Denderen zijn eigen spaargeld op. Ook een tweede hypotheek op zijn huis was noodzakelijk. Pas na de opening van de school was een verhuurder bereid het gebouw van hem over te nemen.

De svpo had in Zeeland geluk, de gemeente werkte goed met de plannen mee. ‘Het vertrouwen is belangrijk’, zegt Dorien Verweij. ‘Vanuit basisscholen en de gemeente ontvangen we positieve feedback. De omgeving bepaalt uiteindelijk of het een nieuwe school ook wordt gegund.’ De leerlingenaantallen lopen in Zeeland door demografische veranderingen terug. Onderwijsinstellingen worden gedwongen te bezuinigen. Scholen in de buurt vinden zo’n nieuw project dus best lastig. ‘Je moet stevig in je schoenen staan’, zegt Verweij. ‘Bestaande scholen zijn gewoon erg dominant. Zij beheersen de politieke agenda. Doe je het op een andere manier, dan ondermijn je hun positie.’

Tijdens de schoolpauze op de Isaac Beeckman Academie zuchten twee leraressen Nederlands, terugdenkend aan eerdere werkervaringen in het onderwijs, nog eens diep. De kinderen om hun heen eisen aandacht op, maar de docenten voelen zich betrokken en kennen alle leerlingen bij naam. ‘Hier hoeven we veel minder politieagent te spelen, we komen echt aan het lesgeven toe.’ Of alles positief is? ‘Tja, het was in het begin wel wennen om met minder collega’s te werken. En soms is het lastig als vriendjes van leerlingen voor de deur staan. Die zijn dan op een andere school al veel eerder klaar.’ Maar daar is alles wel zo’n beetje mee gezegd.

In de klas van filosofieleraar Jeroen van Ommen zitten de leerlingen in kleine groepjes bij elkaar. Geen uitpuilende schooltassen in dit lokaal. Voor elke leerling is het lesmateriaal op school voorhanden en de kinderen doen er alles op de laptop. De opdrachten worden aan de hand van werkboeken op de computer afgerond, dit via een door svpo ontworpen systeem. In de les van ‘Jeroen’ wordt gesproken over oorzakelijkheid. Geen ingewikkelde theorieën, maar een strip uit de Donald Duck is het lesmateriaal van de dag. De kinderen moeten de uitgeknipte striptekeningen weer in een juiste volgorde plaatsen en hun keuze met behulp van de laptop toelichten.

‘Er is hier meer mogelijk dan in het regulier voortgezet onderwijs. We geven in elk vak meer les. Zo proberen we ook de moeilijke vakken makkelijk te maken. We staan hier voor persoonlijke ontwikkeling, zo breed mogelijk’, zegt Verweij. Een bijkomend voordeel is dat leerlingen ook vakken op een hoger niveau kunnen afsluiten, iets waarvan ze later bij hun studiekeuze profijt kunnen hebben. Van Denderen daarover: ‘Een havist die goed is in Nederlands mag dat vak met een vwo-examen afronden. Ook geven we alle havoleerlingen een tweede taal, zodat ze later makkelijker zouden kunnen overstappen naar het vwo waar een tweede taal verplicht is.’

Waar nieuwe svpo-projecten nog met tegenwerking kampen, staat de school in Kapelle als een huis. Buiten het lesgebouw ligt nu nog een groot stuk braakliggend terrein. Hier verrijzen nieuwe woningen en op een deel van de grond richt de Isaac Beeckman Academie een extra ruim schoolplein in. Dat is vooralsnog toekomstmuziek. Net als het definitieve bewijs dat de werkwijze op de svpo-school vruchten afwerpt. De resultaten op de doorlopende toetsen zijn goed en ook de onderwijsinspectie is positief, maar een definitief oordeel volgt pas na de eindexamens.