Opheffer

Ik heb last van mezelf

Neem mijzelf. Bijvoorbeeld in de verschrikkelijke uitdrukking: jezelf zijn.

Ik ben goddank nimmer mezelf, maar steeds een ander. En is er een ander die me niet bevalt, dan verander ik mezelf.

Zelf verantwoordelijkheid nemen — ook zoiets. Je hebt blijkbaar zoiets als «verantwoordelijkheid nemen» en «zelf verantwoordelijkheid nemen». Dat «zelf» is hier dus belangrijk. Waarom? Blijkbaar omdat je het alleen moet doen.

Zelf en alleen hebben met elkaar te maken. Zelf initiatieven nemen, op jezelf staan, op jezelf zijn, zelf dingen doen, zelfstandig zijn, zelfzuchtig; het ruikt zelfs naar eenzaamheid. De man die alleen maar zichzelf is, staat alleen omdat het een vervelende zeikstraal is. De zelfstandige vrouw heeft geen man. En het zelfzuchtige kind heeft geen vriendjes en vriendinnetjes.

Wees jezelf betekent: wees eenzaam.

Toch zou ik het soms willen — dat ik mezelf was.

Komrij en Pessoa, twee dichters die ik nog steeds met instemming lees: beiden zijn nooit eens zichzelf. De een is afstandelijk en heeft het over een «opwindtrein, ook wel het hart geheten», en de ander noemt zichzelf een «fabeldier». Hun poëtica bestaat uit het verbergen van dat zelf. De een nam zelfs heteroniemen aan, andere persoonlijkheden; de ander bleef zich hullen in nevels.

Ik heb last van mezelf.

Mijn vrienden zeggen dat ik naar de dokter moet om van de drank af te komen. Ikzelf beweer dat het met dat drinken wel meevalt. Mijn ex zegt… Mijn ex… die zie ik niet meer. Dat zou een reden tot drinken kunnen zijn, maar ik ben mezelf en drink dus niet zoveel.

Ik zit mezelf in de weg.

Er zijn er die beweren dat je je persoonlijkheid zelf kunt inrichten. Stel dat dat zou kunnen. Stel dat je dat zelf als een architect kunt ontwerpen — wie is dan de aannemer? En dan nog: hoe moet mijn zelf eruit zien? Hoe richt ik dat in?

Ik zelf heb geen smaak.

Wil ik altijd de waarheid spreken en nooit liegen? Wil ik de dingen zien zoals ze werkelijk zijn? Wil ik altijd lief en aardig zijn? Sterker, zou ik altijd lief en aardig gevonden willen worden?

Nee. Waaruit moet ik zelf dan bestaan?

Zou ik wisselende rollen willen hebben? Zou ik me voortdurend willen kunnen verbergen achter mijn eigen maskers? Ach, voor wie zou ik me willen verbergen? En om welke reden?

«Ik ben mezelf niet en nooit geweest», zingen Acda en De Munnik op de cd van mijn dochter. De vraag is hoe ze dat weten. Blijkbaar hebben zij wel enige notie van hoe ze zelf zijn. Ik heb dat niet.

Soms verzin ik mezelf. Dan stel ik me voor hoe ik zou willen zijn: jonger, knapper, intelligenter — allemaal zaken die je niet zelf in de hand hebt. Zou ik succesvoller willen zijn? Jawel — heb ik ook niet in de hand. Zou ik beroemd willen zijn? Wel als ik echt gelezen zou worden. Maar beroemdheid is altijd modieus.

Ik zou God willen zijn.

Als ik God was,

was ik altijd mezelf, denk ik.

Ik zou mezelf

vermoedelijk herscheppen

tot wat ik nu ben

denk ik.

Maar wat ben ik?

En wie?

Kijk, ik denk.

Ik denk:

neem mijzelf.