Verloren generatie De jeugd van Nederland

Ik heb mijn studie, ik ben gewoon blij

Van het vmbo en het mbo tot studenten aan de universiteit - Nederlandse jongeren zijn optimistisch over hun mogelijkheden. En ze hebben niet helemaal ongelijk.

KREDIETCRISIS, bankencrisis, schuldencrisis, eurocrisis - hoe vaak het woord ‘crisis’ de laatste jaren ook valt, de studenten die binnenkort afstuderen en op zoek moeten naar een baan, zijn er grotendeels immuun voor. Crisis? What Crisis? En ze lijken niet eens ongelijk te hebben.
Neem Reinier (27), die business studies doet aan de Universiteit van Amsterdam. Hij heeft zijn eindscriptie zojuist ingeleverd en verwacht op korte termijn aan de slag te kunnen bij 'een kleiner consultancy-kantoor’. 'Om me te oriënteren heb ik de laatste tijd veel van de open dagen bezocht die die kantoren organiseren. Ze waren overal positief, ze namen nog steeds nieuwe mensen aan.’ Nanette (25), net als Reinier in de laatste fase van haar studie bedrijfskunde, maakt zich evenmin zorgen: 'Ik ga me pas zorgen maken als het me niet zou lukken binnen een termijn van, zeg, drie maanden, een baan te krijgen.’
Een van de redenen dat dit tweetal vooralsnog optimistisch blijft, is dat Nederland, zoals Reinier zegt, 'natuurlijk niet de problemen heeft die landen als Griekenland, Italië of Spanje nu hebben. En zolang wij die landen nog kunnen helpen, zal de crisis waarover iedereen het nu heeft ons niet zo hard raken.’ Reiniers eerste zorg is niet zozeer óf hij aan de slag komt, maar wáár: 'Ik wil een goede keus maken, want het is mijn eerste baan.’
Studenten weten dat ze voor de betere banen moeten concurreren met leeftijdgenoten, en maken zich vooral zorgen over hun cv. De Marokkaans-Nederlandse Saber, die binnenkort als accountant hoopt af te studeren, liep stage bij een accountantskantoor, had een bijbaan 'in de administratie’ en hielp als vrijwilliger leden van het CNV met het invullen van hun belastingformulieren. 'Ik heb inmiddels twintig brieven gestuurd en ben nu drie keer voor een gesprek uitgenodigd, toch niet slecht. Het laatste gesprek was gisteren. Ik had met die man wel een klik. Maar ik was beslist niet de enige sollicitant, ze hadden ontzettend veel reacties gehad.’ Bedrijfskundestudent Reinier zat in het bestuur van een studentenvereniging, liep stage bij een trainings-coachingsbedrijf, deed vijf weken lang research in China voor bedrijven die zich willen oriënteren op emerging markets (georganiseerd door de Financiële Studievereniging Amsterdam) en heeft een bijbaan bij een makelaar, waar hij financieel advies geeft aan mensen die een huis willen kopen. Nanette maakte in Tanzania een financieel plan voor een kliniek, een project georganiseerd door de Vrije Universiteit, waar, naar ze zegt, 'de dokter erg blij mee was. Daarmee kan hij een lening aanvragen.’ Het is allemaal 'relevante ervaring’ die het goed doet op het cv.

DE SITUATIE op de arbeidsmarkt geeft ook wel reden voor optimisme. De werkloosheid is met 5,4 procent betrekkelijk laag. De jeugdwerkloosheid, doorgaans het dubbele van eerdergenoemd cijfer, bedraagt slechts zeven procent. Onder allochtonen is de jeugdwerkloosheid twee tot drie keer zo hoog, maar ook de allochtonen die ik spreek, en die allebei ooit op het vmbo zijn begonnen, zijn erg optimistisch. De Afghaanse Iwa (23), die haar naam spontaan spelt als 'Isaak Willem Anna’, kwam in 2002 met haar familie naar Nederland. Ze is inmiddels derdejaars studente mondhygiëne, een hbo-opleiding. 'Terwijl ik als kind nooit mijn tanden poetste’, zegt ze lachend. Al moet ze nog een jaar, ze werkte deze zomer al bij een tandarts, reden dat ze zich over een baan weinig zorgen maakt. 'Tandartsen delegeren ook steeds meer aan mondhygiënistes, zoals boren en gaatjes vullen, dus er is werk genoeg.’ De eurocrisis gaat grotendeels langs haar heen: 'Ik volg het nieuws niet zo nauwgezet, ik ben bezig met mijn eigen leven. Ik heb mijn studie, mijn familie, ik ben gewoon blij.’
De Portugese Carlos, die hier op zijn twaalfde naartoe kwam, strandde op het mbo: 'Ik verveelde me daar, het was niet uitdagend.’ De voortijdige schoolverlater ging werken in hotels, souvenirwinkels, restaurants, tot hij bedacht dat hij dat niet zijn hele leven wilde blijven doen, 'werken om te overleven’, zoals hij het noemt. Via de 21plus-toets mocht hij aan de hogeschool Utrecht beginnen aan de lerarenopleiding Spaans, en hij zit nu in zijn derde jaar. Na deze opleiding wil hij nog een master Engels doen, om de kans op een baan als leraar te vergroten. Carlos zegt dat zijn oude leraar Nederlands op het vmbo erg belangrijk voor hem is geweest: 'Door hem voelde ik me gesteund, die heeft me gestimuleerd.’ Hij hoopt zo'n rol later ook te kunnen vervullen voor zijn toekomstige leerlingen.
Het optimisme onder deze jongeren wordt gedeeld door Marije Hulsbosch van de MBO Raad. 'De arbeidsmarkt is krap in de techniek, de zorg en in de agrarische sector, daar vindt men moeilijk personeel. In sommige streken, zoals Limburg, waar veel werk is, komt men ook moeilijk aan mensen, zozeer zelfs dat daar nu een wervingscampagne is gestart.’ De arbeidsmarkt voor mbo'ers, zegt Hulsbosch, is altijd goed geweest: 'Er worden niet voor niets ook mensen uit het buitenland gehaald.’
Een van degenen die dat doen is Sebastiaan Schreier (23), die bestuurskunde studeerde. Hij richtte een paar maanden geleden recrutement-bureau gllrmo.nl op, dat Spanjaarden aan een baan wil helpen. De werkloosheid onder jongeren is er torenhoog, 45 procent. Sebastiaan, die Spaans spreekt en veel in Spanje was, heeft er een goed netwerk. 'Ik ben nog maar pas begonnen, en het is nu nog vooral leuren bij bedrijven. Maar ik weet dat in de ict en in de duurzame energie de vraag naar gekwalificeerd personeel groot is.’ Sebastiaans eerste rekruut, een Spaanse kok, ging deze week in Amsterdam aan de slag. Een aantal pas afgestudeerde Spaanse tandartsen riep zijn hulp ook in.

RUUD MUFFELS, hoogleraar arbeidsmarkt en sociale zekerheid aan de Universiteit van Tilburg, geeft de betrekkelijk zorgeloze student van nu deels gelijk: 'Op de korte termijn is er wel reden tot zorg, maar op de langere termijn zijn de vooruitzichten gunstig.’ Volgens Muffels groeit de vraag naar personeel op de korte termijn minder hard dan de economie, die zich langzaam herstelt van de kredietcrisris van 2008. In het eerste kwartaal van 2011 groeide de economie nog met 2,8 procent ten opzichte van vorig jaar, maar in de miljoenennota houdt het kabinet rekening met een groei van maar één procent in 2012. Muffels verwacht niettemin dat we weer banen gaan creëren vanaf medio 2012.
Tegen die tijd zullen bovendien de babyboomers de arbeidsmarkt gaan verlaten, 'en dat is natuurlijk gunstig voor jongeren’, aldus Muffels. Hij verwacht vooral veel vacatures bij de zorg, het onderwijs en de overheid. In datzelfde jaar 2012 moet volgens de hoogleraar ook de Europese aanpak van de eurocrisis vruchten gaan afwerpen. Griekenland, Spanje, Italië en Ierland zullen hun problemen dan nog niet hebben opgelost, ze moeten flink saneren, maar Muffels verwacht dat er dan heldere afspraken zijn voor landen die in de problemen komen, met maatregelen die kunnen worden afgedwongen: 'De eurolanden zullen bereid moeten zijn een deel van hun soevereiniteit in te leveren, ze moeten wel als ze de euro overeind willen houden.’ En een serieus alternatief voor de euro is er volgens hem niet: 'Dat vraagt solidariteit en het zal even pijn doen, maar als de kogel eenmaal door de kerk is komt er ook weer vertrouwen. Dat is wat de financiële markten nodig hebben, vertrouwen. Ik verwacht dat er vanaf volgend jaar dan weer schot in zit.’
We moeten niet vergeten, zegt Muffels tot slot, dat het er op wereldschaal in economisch opzicht niet zo slecht uitziet: 'In Amerika en in een aantal Europese landen gaat het wat minder, maar daartegenover staan heel wat landen die het goed doen, zoals China en India en sommige Latijns-Amerikaanse landen. Er is geen reden om te denken dat er een mondiale recessie aan zit te komen. De eurocrisis geeft wat dat betreft een vertekend beeld.’

DE TWAALFHONDERD Grieken die in Nederland studeren zijn wellicht minder optimistisch. De TU is populair bij ze, daar alleen al zitten er vierhonderd. Theodoor Klouvas (25), voorzitter van de Griekse studentengemeenschap Nederland, kent ze allemaal. 'Er komen er nu wel wat meer hierheen door de crisis’, zegt hij, 'maar Nederland was daarvoor ook al populair bij Griekse studenten die een tweede master in het buitenland willen doen.’ Nederlandse universiteiten staan hoog bij ze aangeschreven, het collegeld is betrekkelijk laag en de masters worden in het Engels gegeven. Trouwens, Nederlandse universiteiten werven sinds een paar jaar zelf ook actief studenten in Griekenland.
Theodoors Griekse medestudenten op de TU kiezen vaak voor een master gericht op duurzaamheid. 'Duurzaamheid is hot. Het is een groeimarkt in Griekenland, er gebeurt veel met zonnepanelen.’ Na hun studie willen de meeste van deze studenten terug naar hun eigen land, nog altijd. Theodoor: 'Maar er zijn er nu wel steeds meer die in het buitenland willen werken.’
Hebben ze last van de in de media rondzingende beschuldiging dat Grieken 'lui en corrupt’ zouden zijn? Theodoor: 'Dat doet natuurlijk pijn, afgezien van de consequenties.’ Een consequentie is onder meer dat het voor Griekse studenten volgens Theo moeilijker wordt een bijbaan te krijgen. 'En die hebben ze hard nodig om hier hun studie en verblijf te kunnen betalen. De Griekse studenten voelen zich echt gediscrimineerd nu.’
Over luiheid gesproken - volgens Theo werken ze juist harder dan de Nederlandse studenten: 'Aan de TU scoren Griekse studenten bovengemiddeld. Nederlanders zijn vaak al tevreden met een zesje. Een Griekse student denkt: ik ben maar kort hier, ik moet er het beste van maken. Die zal dat tentamen nog een keer willen doen om alsnog een acht te halen.’
Theo vindt Nederlandse studenten wel ondernemend: 'Ze zorgen ervoor dat hun cv er goed uitziet, met stages, bestuursfunties en buitenlandervaring. Maar ze laten de kans liggen om hier, in Nederland, een internationaal netwerk te creëren. Er lopen op de TU Chinezen rond, Brazilianen, Indiërs, en die moeten toch van goeden huize komen om hier te kunnen studeren. Dus je zou denken: contact met ze leggen kan lonend zijn. Maar ik zie Nederlandse studenten nauwelijks met de buitenlandse omgaan.’
Ze lijken evenmin nog in maatschappelijk engagement te geloven. Voorzitter van FNV Jong Dennis Wiersma (25), die in Utrecht de master bestuurs- en organisatiewetenschap volgt, maakt zich daar zorgen over: 'Hoe gaan onze pensioenen later betaald worden? Daar maken jongeren zich nauwelijks druk om, terwijl ze straks wel eenvijfde van hun loon aan pensioenpremies gaan inleveren, wat ze vaak niet eens weten. Er zijn er ook maar weinig die zich druk maken om bijvoorbeeld de opwarming van de aarde. En toch gaat het om onze toekomst, net als bij de pensioenen, al lijkt die nog ver weg.’ Dennis zegt dat hij 'gelatenheid’ constateert bij studenten: 'In de jaren zeventig en tachtig maakte men zich nog druk om de wereld. Nu denken ze: ’t zal wel zo zijn, en ik kan er toch niks aan doen. Ze gaan ervan uit dat het in de toekomst wat minder wordt allemaal, maar ze zijn moeilijk in beweging te krijgen voor zaken die hun eigen belang niet direct raken. Ik mis een beetje de vibe.’