Interview: Tjalling Halbertsma, de beul van Oudkerk

«Ik heb onderschat wat beeldvorming is»

De affaire-Oudkerk bereikte zijn apotheose toen fractievoorzitter van de PvdA in Amsterdam Tjalling Halbertsma zijn in opspraak geraakte partijgenoot definitief afserveerde. Halbertsma blikt terug op de val van een wethouder en alle ellende er omheen. «Ik wil Rob niet opgeven voor de partij. Maar hij moet wél eerst aan zijn bestuurlijke kwaliteiten sleutelen.»

Rob Oudkerk is terug op het toneel, zij het niet op het bestuurlijke podium maar in het lezingencircuit. Vorige week sprak de ex-wethouder in Eindhoven ondernemers toe. Een rechte lijn vaart hij nog niet. Dat hij werd gedwongen tot aftreden wijt Oudkerk nu eens aan de PvdA, dan weer aan de media. Voor oud-bankier Tjalling Halbertsma (46) — directeur van Wedge International, het bedrijf van de Libanese vice-premier Issam Fares dat her en der in de wereld risicovol belegt, en fractievoorzitter van de PvdA in Amsterdam — is de schuldvraag helderder. Hij was het die Oudkerk maandag 19 januari de wacht aanzegde. Reflectie op tien drieste dagen toen het strategisch denken in Amsterdam zoek was.

Het begint op vrijdag 9 januari met de column van Heleen van Royen in ‹Het Parool›?

Tjalling Halbertsma: «Veel eerder. Rob Oudkerk werkte niet één dag als huisarts en vier dagen op het stadhuis. Hij was drie dagen wethouder en één dag op het Mediapark in Hilversum. Begrijpelijk. Het is leuker om hem te interviewen dan mij.

Oudkerk zit ergens aan de bar, loopt leeg naast een kajuitsnolletje en denkt: ik kan het wel maken. Maar zodoende had hij onvoldoende tijd voor zijn draagvlak, niet alleen in de PvdA maar ook bij ambtenaren en andere partijen. Dat maakte hem kwetsbaar. Duco Stadig (wethouder Ruimtelijke Ordening — hs) werd niet weggestuurd na die verschrikkelijke blunder met het Shell-terrein in Amsterdam-Noord. Die had voldoende krediet. Áls Oudkerk nou een dijk van een bestuurder zou zijn geweest…

Ik wist dat Rob naar de hoeren ging. Maar ik had die zaterdag de draagwijdte absoluut niet in de gaten. Ik dacht alleen: als dat cokegebruik waar is, heb je een probleem. Dat kan niet, als je wethouder bent van leraren die in de klas moeten vertellen: ‹Niet snuiven hoor, Jantje, dat is verboden.› Zo gek zou het overigens niet zijn. De coke stuift hier door de cafés. We hebben een minister die het met drie kilo tegelijk het land binnen laat. Rob ontkende categorisch. Ik heb hem geadviseerd een briefje aan de raad te schrijven. Hoererij is volgens de wet en belastingdienst immers een beroep. Ook bij de Sociale Dienst staat prostitutie gewoon in het vacatureboek. Het barstte desondanks onmiddellijk los. Niet alleen onder de gebruikelijke mensen, zoals Bouwe Olij (ex-partijvoorzitter en raadslid — hs) die een vuurtje wilde stoken. Maar het gemurmel in de fractie bleef toch beperkt tot: Rob, nu geen woorden meer maar daden.»

Zelf ook een feitenonderzoek gedaan?

«Ik wist dat er dossiers over hoerenbezoek waren. Rob had me in november ook verteld dat hij was gepakt omdat hij sites bekeek. Ik surf ook wel eens naar een moppentrommel met vrouwonvriendelijke grappen. Ik zei hem toen: best, maar niet via de gemeente, je bent gewaarschuwd. Ik heb geen heibel gemaakt. Ik hoor wel vaker wat over fractiegenoten, corrigeer dat ook. Maar dat blijft verder privé.»

Zaterdag 17 januari maakte ‹Het Parool› gewag van chantage, ‹de Volkskrant› van een dossier bij de AIVD en ‹De Telegraaf› deed ook een duit in het zakje.

«Ikzelf had die chantagebrief al eerder die week boven water. Ik kreeg ook anonieme telefoontjes. Oud-collega’s en partijgenoten uit Den Haag belden eveneens. Er waren mensen aan het jagen. Drie artikelen op één dag, dat ging voorbij aan de wetten van de statistische toevalligheid. Daarom heb ik het germanisme ‹hetze› gebruikt, in de letterlijke betekenis: een jacht met meerdere honden. In de kop boven dat bericht in de Volkskrant klopten drie van de vier woorden niet. In Het Parool stond maar één saillant detail, over de Theemsweg. Ik was kennelijk zo verwilderd dat ik er in eerste instantie overheen heb gelezen. Ik dacht: dit is het zoveelste politiedossier dat, ondanks het ambtsgeheim, op straat ligt. Ik was vooral kwaad.»

Merkwaardig. De Theemsweg is alleen al in politieke zin iets anders dan Yab Yum?

Tjalling Halbertsma: «Burgemeester Cohen had Oudkerk najaar 2002 bij zich geroepen wegens zijn bezoek aan de Theemsweg. Tegelijkertijd had ik zelf de kat ook de bel aangebonden. Bij de algemene beschouwingen in oktober heb ik in de raad openlijk over de Theemsweg gesproken. In de fractie had ik de maanden ervoor al verteld wat ik daar had gezien. Ik hou van dames. Maar wat daar gebeurde? In één woord: mensonterend. Daarna was Oudkerk er niet meer geweest. Ik heb misschien recht gepraat wat krom was. In mijn ogen had hij daar een ethische grens overschreden. Maar politiek? De raad had toch ingestemd met de Theemsweg.»

Toch zat u die zaterdag bij Andries Knevel en Cohen een dag later bij ‹Buitenhof›…

«… om Rob te steunen.»

Hoewel er een ethische grens was overschreden?

«Ik heb die zondag mijn eerste slapeloze nacht sinds de beurskrach van 1987 door gemaakt. De volgende dag was verschrikkelijk. Ik merkte toen pas dat het er niet om ging of de verhalen waar waren, of de bewijzen waren gestolen dan wel netjes verworven. Nee, ik moest constateren dat Oudkerk zijn geloofwaardigheid en dus zijn gezag kwijt was. In de toekomst zou hij alleen nog bezig zijn met zijn persoonlijke rehabilitatie. Maandagmiddag heb ik een uur voor me uit gestaard. Gedacht aan Bram Peper die, als hij niet zo rancuneus was, na de rechtszaken had kunnen teruggekomen. En aan de memoires van Hillary Clinton. Na bladzijde 100 gaat het nog maar om één ding: beeldvorming. Hoe onrechtvaardig ook, dat konden wij ons in Amsterdam niet permitteren. Ik ben ’s middags naar Oudkerk gegaan en heb gezegd: je moet een stap opzij doen. Daarover heb ik ook met Cohen overlegd. Als iemand de banden van je fiets lek prikt, moet je de band plakken, maar als dat te lang duurt een andere fiets nemen. Rob was allerminst overtuigd. Hij vond dat hij het niet naar buiten had gebracht.»

Een politicus die zijn persoonlijkheid in de strijd werpt, daagt de pers uit persoonlijk te worden.

«Dat is nú pas mijn second thought. Toen niet. De kop in de Volkskrant over de AIVD was gewoon onjuist. Hoe moet je bewijzen dat iets er niet is? Chantage? Hij had toch aangifte gedaan. En De Telegraaf herhaalde het bericht van 22 december dat Oudkerk schold en tierde toen hij werd bekeurd om een achterlichtje, hoewel dat niet blijkt uit het proces-verbaal. Het kwam uit de koker van politievoorlichting. Die wilde vlak voor kerst scoren. Voorlichting is de ergste ziekte. Ik was razend.»

Oudkerk wilde wachten op het oordeel van de gemeenteraad die hem in 2002 heeft verkozen.

«Het is bij de PvdA gebruik leed en ellende zo veel mogelijk uit te venten. Ik wilde het gemeentebestuur niet nog meer onnodige schade toebrengen. Rob en ik waren maatjes. Daarom was die laatste seance voor mij persoonlijk ook zo pijnlijk.»

Intussen had ook landelijk partijvoorzitter Ruud Koole zich erin gemengd.

«Ik heb contact gehad met de gebruikelijke hotemetoten. Maar ik voelde me hoofdzakelijk alleen. Het lijstje van mensen aan wie ik werkelijk wat heb gehad, is ongelooflijk kort. Aan de meeste heb ik geen flikker gehad. Ik ben verantwoordelijk. Het mandaat om dit soort beslissingen te nemen, ligt nu eenmaal bij de fractie. Daarom vind ik het ook niet interessant dat Cohen naderhand in de Volkskrant zei dat Oudkerk van hem niet weg had gehoeven. Het gaat erom wat je als bestuurder op het moment zélf doet. Ik heb wél verantwoording afgelegd. Aan de ledenvergadering. Iemand heeft tot slot nog ‹lul› tegen mij geroepen. En dat was het.»

Wat is uw grootste fout geweest?

Tjalling Halbertsma: «Ik heb onderschat wat beeldvorming is.»

Pardon? U zit in aandelen. Als beeldvorming ergens belangrijk is, dan is het op de beurs of in het bankwezen.

«Ik had dat vanaf dag 1 moeten begrijpen. Ik had moeten onderkennen dat hij ook in Den Haag, bij alles wat rond die Tweede Kamer hangt, veel vijanden had. Het was geen complot, wel een samenloop van omstandigheden. Ik had alleen geconstateerd dat hij in Amsterdam nog niet voldoende krediet had.»

Dat is een typisch PvdA-probleem. Altijd problemen met charisma.

«Charisma kan de PvdA niet velen. Zelfs bij Jan Schaefer was het kantje boord. Toen hij eenmaal in de Kamer zat, werd hem niets meer gegund.»

Net als Oudkerk bent u geen leerling uit de school van Wim Kok waar elk woord wordt gewogen. Was die overeenkomst in stijl een handicap? Misschien begreep u Oudkerk té goed.

«We hebben dezelfde grootspraak. Al ben ik meer een manager, gericht op resultaat. Rob is een man van het gebaar. Hij houdt van retoriek. De paradox van Oudkerk is dat hij zo kiezers bindt maar partijgenoten juist vervreemdt. Toen hij na dat vraaggesprek in Het Parool, waarin Wouter Bos pleitte voor geduld, in een reactie een aantal partijgenoten naar Siberië stuurde, waren ook gewone partijgangers godsgruwelijk kwaad. Nog een paradox. Op het lijstje van mensen die er geen morele problemen mee hadden om de Theemsweg open te houden, staan mensen die het ethisch volstrekt uit den boze vonden dat Rob daar kwam. Als je met zo’n dubbele moraal zou beleggen, zou je nergens komen. Beleggen is consistent bezig zijn, politiek wat mij betreft ook.»

In 2001, toen Guusje ter Horst burgemeester van Nijmegen werd, en na de verkiezingen van 2002 wilde u wethouder worden. Dit keer niet.

«Toen het feest in 2001 niet doorging, ben ik braaf lid gebleven en heb ik me weer voor de raad gekandideerd, hoewel de selectieprocedure een puinhoop was. Dat unanieme en klemmende beroep, nu wel, streelde natuurlijk mijn ijdelheid. Maar uiteindelijk programmeer ik zelf mijn levens, niet mijn partij.»

Iedereen heeft reden tot schaamte. Zeker een politicus. Politici behoren niet tot het meest evenwichtige mensensoort.

«Die laatste bewering is voor uw rekening. Inderdaad, ik heb een zakenleven van 25 jaar achter de rug, met een voorkeur voor bloemetjes aan de rand van het ravijn. Zo word je rijk, donder je in het ravijn of beland je in rechtszaken. Ik heb in oud speelgoed gehandeld: ik was betrokken bij smokkel uit de DDR. Daarmee was Ien van den Heuvel (toen landelijk partijvoorzitter — hs) indertijd vast niet blij. Maar dat speelde geen rol. Wél mijn vrouw en het gezin. Mijn zoontje van negen, met wie ik nooit over de affaire had gesproken hoewel hij Oudkerk kende, zei op de morning after: ‹Jij wordt geen wethouder.› Helemaal uit zichzelf.»

Geen andere «self screening» gedaan?

Tjalling Halbertsma: «Ik ben eraan begonnen, zij het met een wankelmoedig hart. Ik heb mijn agenda’s van 1990 erbij gepakt. Wat heb ik uitgespookt? Rechtszaken die ik was vergeten. Ik heb met mijn aandeelhouder Issam Fares gesproken. Die zei me dat ook de Libanese politiek wordt beheerst door vrouwenkwesties. Ik heb weliswaar overal een verhaal bij, maar uiteindelijk domineerde een ander gevoel. Ik had me een soort Judas gevoeld als juist ik, die Rob had gedwongen te gaan, hem had opgevolgd. Dat zal wel onprofessioneel zijn, maar het was me blijven achtervolgen.»

Ik zou de AIVD hebben gevraagd om inzage in een eventueel dossier. Je kunt zelf wel denken dat je alles van jezelf weet, maar je weet niet wat anderen over jou denken te weten.

«Is dat de Russische leefwereld? Leuk idee trouwens. Ik heb er wel aan gedacht dat ik ooit mensen heb ontslagen die mij misschien diep haten. Daarvan heb ik een lijstje gemaakt. Maar is het wenselijk om zo ver te gaan?

Gelukkig is er ook een tegenbeweging. Iedereen maakt nu zo veel ruzie dat er weer wordt geroepen om leiding. Ik ben natuurlijk niet de voornaamste spraakmaker in de PvdA. Maar ze kunnen het krijgen. De lijsttrekker moet volgend jaar ook in Amsterdam rechtstreeks door de leden worden gekozen. Wij hebben hier 5500 leden, waarvan er duizend na Fortuyn zijn binnengekomen. Dat zijn geen asgrauwe apparatsjiks die op grond van bewezen diensten, zoals drie jaar folderen, een plekje willen krijgen. Daar zit talent bij dat je moet scouten. Bij een vacature krijg je de beste ook niet door iedereen een sollicitatiebrief te laten sturen, die krijg je door iemand te vragen.

Ahmed Aboutaleb heeft zijn vinger niet opgestoken. Judith Belinfante (voorzitter van de Amsterdamse partij — hs) en ik hebben hem gevraagd. Nadat Oudkerk was afgetreden, heb ik met hem gesproken omdat hij hoofd van diens belangrijkste dienst was. Ik vroeg: waarover gaat het dossier? Hij hield een exposé van een uur. Ik vroeg: hoe verder? Hij had slechts tien minuten nodig. Toen ik later in het weekeinde besloot het niet te doen, was hij voor mij de eerste kandidaat. Hij is het schoolvoorbeeld van volksverheffing, de kern van de sociaal-democratie: iemand die zichzelf uit de drek trekt.»

U hebt nog wel even het dossier van Aboutaleb opgevraagd?

«Ik heb hem gevraagd of er, privé dan wel politiek, iets is geweest. Bijvoorbeeld dat verhaal dat de LPF hem had benaderd voor een kabinetspost. En zijn relatie met de Marokkaanse overheid. De koning? Gelul.»

De keuze voor Aboutaleb was zo’n originele vondst dat u niet verder zocht?

«We wisten wat we wilden. 1: de opvolger moest meteen aan het werk kunnen. 2: hij diende een interculturele bruggenbouwer te zijn. Nou, Ahmed kan binden, veel beter dan ik. In zijn commissies had Oudkerk altijd heibel. Aboutaleb had ze donderdag meteen in zijn zak. Sommige reacties op de keuze voor hem hebben me overigens verbijsterd. Ik heb, toen Aboutalebs naam was uitgelekt, toch een hoop viezigheid en kinnesinne over me heen gekregen. Tot op het hoogste niveau in de partij zelf. Sommigen zeiden ijskoud: hij is weliswaar Marokkaan, maar hij doet nooit iets voor ons. Met andere woorden: hij doet niet mee aan het cliëntelisme. Aboutaleb doorbreekt het monopolie op de multiculturele belangenbehartiging en is zo een bedreiging voor al die groepjes die over hun bol geaaid willen worden. Als ambtenaar zei hij al: je doet mee aan de integratie of we trekken de subsidie in. En zo moet het. Driekwart van het stadhuis stemt PvdA of GroenLinks. Die ambtenaren denken daaraan rechten te ontlenen. Toen ik bij een discussie over de Theemsweg was, waren de eerste rijen gevuld met personeelsleden van zorginstellingen die daar een baantje hadden. Als dat in Italië gebeurt, zwaaien we met onze vinger. Hier is het net zo.»

Van u mag Oudkerk terugkomen. De huidige wethouders zijn op voorhand kennelijk geen leiders. Dan geef je er toch aan toe dat personen belangrijker zijn dan programma’s?

«Ik wil hem niet opgeven voor de partij. Oudkerk heeft in 2002 twee tot vier zetels van de vijftien binnengehaald. Ik kan tien keer zeggen dat het vmbo het allerbelangrijkste is, het komt nul keer in de krant. Als Rob dat één keer doet, staat het tien keer in de krant. Dat is een gave. Maar hij moet wél eerst aan zijn bestuurlijke kwaliteiten sleutelen. En ik? Ik wil gewoon dat er scholen worden gebouwd, dat de werklozen aan het werk gaan, dat er zorg is voor hen die het echt nodig hebben. Ik heb na alles twee dagen als een zombie in de stoel gehangen. Dit is eigenlijk gezanik.»