Opheffer

Ik heb Wim gezien

«Ja ja, dat zijn nou mensen, Wim», wou ik zeggen toen ik Kok afgelopen week in het Vondelpark zag fietsen. Hij keek zijn ogen uit. Er was niet veel te zien — voor mij. Hij zag verwende jongeren die breezers op het gras dronken, een jointje rookten, zich lieten bevoelen en keihard schreeuwden. Hij zag ook junks, meestal allochtonen, die op de bankjes rond de vijver zaten, maar hij zag vooral ontevreden, jaloerse, angstige blanken. Hij zag mijn buren. lpf-stemmers.

Wim begreep het nog steeds niet. Die jongeren waren misschien decadent, maar die hadden toch niets te klagen? Die junks moesten toch geholpen worden? En die angstige jaloerse blanken hadden het nog nooit zo goed gehad. Waar waren ze bang voor, jaloers om en ontevreden over?

Wim had een rood jekkertje aan en was bruin gebrand. Hij viel niet op. Opeens zag ik hem iets verschrikkelijks denken: «De sociaal-democratie heeft al haar doelstellingen bereikt en het heeft geen zin meer nieuwe doelstellingen te formuleren zonder de partij op te heffen.»

Die lieve, mooie, sociaal-democratie was folklore geworden, zoals het communisme allang folklore is. Waar zijn de massa-arbeiders? Waar zijn de «onmondigen die een stem nodig hebben»? Waar zijn de achtergestelden? Ze zijn er wel, maar ze staan onder de paraplu van de SP, of GroenLinks. Ze zijn niet groot in aantal.

Arme Wim.Hij vond het, en velen met hem, onbeschaafd om steeds maar te wijzen naar criminele jongeren van Marokkaanse afkomst. Iemands afkomst moest je niet relateren aan crimineel gedrag. Daarin had hij natuurlijk gelijk, maar ja, het waren gewoon criminele Marokkaanse jongeren, en criminele Antillianen.

In Amsterdam heb je een grote groep jongeren van Chinese afkomst. China ligt verder van Amsterdam dan Marokko. Toch is er nooit angst voor criminele Chinese jongeren geweest. Integendeel. De Chinezen in Amsterdam worden niet eens als minderheid erkend. Het is de grootste groep allochtonen in de stad; ze hebben nog nooit een afvaardiging in de Amsterdamse gemeenteraad gehad. Ze hebben een vijfde van de Amsterdamse economie in handen. Goedbeschouwd zijn de Chinezen, in vergelijking met andere allochtonen, schandelijk door ons behandeld — ze hebben nergens een monument in de stad. Je ziet ze niet in het Vondelpark. Ze zitten niet op het gras breezers te drinken, zitten niet op de banken te freebasen, misschien zitten ze ergens in een opiumkit op de Binnen Bantammer, maar ze inspireren niemand om op de lpf te stemmen.

Wim stapte van zijn fiets. Ik vermoedde dat hij een ijsje wilde kopen, want het was warm. Maar dat deed hij niet. Hij keek — en dat was ontroerend.

Hij keek vol onbegrip.

«Wat heb ik fout gedaan?» leek hij zich af te vragen. «Jullie hadden geen werk, ik heb jullie werk gegeven. Daar drink je nou de breezers van — en daar koop je je jointje van.»

«Wim, je deed niets fout, maar met dat werk en die rijkdom kregen we angst, jaloezie en ontevredenheid. Dat is alles.»

«Maar wat krijgen de mensen dan nu, nu wij weg zijn?»

«Nu krijgen de mensen domheid, lafheid, onbeschaafdheid, rancune, de knoet, straf en onnozelheid.»

«Dat is toch veel erger.»

«Ja.»

«Maar waarom willen de mensen dat dan?»

Iemand van de gemeente Amster dam vertelde mij het volgende. Nadat Rob Oudkerk (pvda) had gesproken over «kut-Marokkanen» werd hij gebeld door Kok. «Waarom zeg je zulke dingen, Rob?»

«Het was inderdaad niet verstandig, Wim, maar het zijn nu eenmaal…»

«Maar wij zeggen zulke dingen toch niet?»

Daar had Wim gelijk in.

Beschaving is niet altijd eerlijk.