Oud, stram en zonder verblijfsvergunning

‘Ik hoop nog steeds op een goed plekje in Nederland’

Ze kwamen meer dan dertig jaar geleden naar Nederland en bouwden zonder papieren een bestaan op. Nu ze ouder zijn, is dat steeds lastiger. ‘Vroeger was het beter, toen kon je koningin Juliana nog een brief schrijven.’

2 juli 2007- Amsterdam. Het Pardonloket in Amsterdam.

Patrick Poitier (65) maakt zijn telefoon open en toont een foto van het toeristenvisum waarmee hij in 1984 vanuit zijn geboorteland Algerije naar de Benelux kwam. Naar Brussel vloog hij, waar hij op 15 september van dat jaar aankwam. Lang verhaal kort: hij bleef. Soms tijdelijk met een verblijfsvergunning, bijvoorbeeld als hij een vriendin had, maar meestal zonder. Hij werkte wit – dat kon nog, vroeger – en daarna steeds vaker zwart, hij bedroop zichzelf. Poitier: ‘Een advocaat raadde me aan te trouwen voor een verblijfsvergunning, maar ik wilde niet profiteren van een vrouw. Ik wilde gewoon werken.’ Nu lukt dat niet meer. Het is op. Lichamelijke klachten spelen hem parten. Diabetes en glaucoom. Medische kosten worden vergoed maar vaste artsen heeft hij niet en dat staat een optimale behandeling in de weg.

John Longo, ook een zestiger, kwam eind jaren tachtig als verstekeling aan in de haven van Rotterdam, op een boot die uit Kaapstad kwam en die een tussenstop maakte in zijn land van oorsprong, Gambia, West-Afrika. John: ‘Toen had ik asiel aan moeten vragen, zeggen mensen nu vaak tegen me. Maar ik kwam niet voor asiel, ik kwam om te werken. Ik dacht ook dat het wel goed zou komen, ik was jong en sterk.’

Nu is hij oud en ernstig getraumatiseerd. Hij verblijft in Nederland zonder verblijfsvergunning en zonder huis, en met artrose en een kunstknie. Van zijn langdurige harddrugsverslaving is hij af, het methadonprogramma volgt hij trouw. ‘Als mensen me zien die me van vroeger kennen, toen ik nog verslaafd was, zeggen ze: “John, wat zie je er goed uit en wat heb je nette kleren aan!” Maar je kunt niet in mijn hoofd kijken. Ik lach, ik ben een clown, maar van binnen ga ik dood.’

Mercy (60) komt uit Ghana. Ze trekt de neus van haar sneaker omhoog en zegt: ‘Kijk, geen tenen. Die moesten eraf, want door de diabetes waren ze slecht doorbloed geraakt. Het ging heel slecht met me, ik heb elf dagen in coma gelegen. Daarna heb ik geprobeerd op medische gronden een verblijfsvergunning te krijgen, maar dat is niet gelukt.’

Ze is nu 27 jaar in Nederland, nadat ze Ghana verliet omdat zowel haar moeder als haar echtgenoot overleden en ze niet veel mensen meer over had. Ze wilde hier werken en een huis, meer niet. ‘Nu kent niemand me nog in Ghana’, vertelt ze. ‘Daar zou ik medicijnen moeten kopen, en waar betaal ik dat dan van? Ik hoop nog steeds op een goed plekje in Nederland, er moet toch een keer iets goeds mijn kant op komen?’

Eric Vers (65) werd in Suriname geboren. Aanvankelijk had hij een verblijfsvergunning maar die raakte hij kwijt: ‘De alimentatie voor mijn kind werd van mijn inkomen afgetrokken, waardoor mijn inkomen te laag werd voor een verblijfsvergunning.’ Hij kwam in Nederland aan in 1980. Bouterse was net aan de macht. Vers werkte als automonteur in Paramaribo, kluste op een avond te lang door, liep naar huis en overtrad daarmee de avondklok. Vers, de littekens op zijn kale hoofd en in zijn nek aanwijzend: ‘Ik werd meegenomen naar Fort Zeelandia, waar ik zweepslagen kreeg en geslagen werd met een karabijn. Daarna moest ik in dienst. Dat weigerde ik. Daarom ben ik naar Nederland gegaan.’

Hij verlangt naar een rustige oude dag. Het was binnen handbereik, vertelt hij: ‘Ik ben drie jaar met een vrouw geweest, Felicia. We deden het rustig aan maar in februari van dit jaar zouden we in ondertrouw gaan. Ik ging ’s avonds vaak naar haar huis, nadat ik bij het inloophuis had gekookt – dat deed ik drie keer per week. Het was een zondagavond, we zaten de vrouwenvoetbalwedstrijd van Nederland tegen de Verenigde Staten te kijken. Ze was altijd al kortademig maar toen werd ze ineens heel benauwd. De ambulance kwam. Ze heeft het niet overleefd.’

Hij vertelt het in het kantoortje van het Inloophuis Zeeburg in Amsterdam. Zijn wekelijkse kookbeurt zit er weer op: hij heeft een Surinaamse maaltijd op tafel gezet voor een paar dozijn mensen. Daar krijgt hij acht euro voor. De andere twee kookbeurten raakte hij kwijt doordat hij, volgens de Surinaamse traditie, na Felicia’s dood zes weken rouwde. Voor corona verdiende hij elk weekend nog zestig euro met het opbreken van terrassen op de Wallen na sluitingstijd, maar dat is gestopt. Hij kan het ook eigenlijk niet meer. Het lijf is oud en stram.

Hoeveel ongedocumenteerden er in Nederland zijn voor wie de herfst in hun leven is aangebroken, is niet bekend. De meest recente schatting stamt uit 2013 en is van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC). Toen werd becijferd dat het er om en nabij de 35.530 ongedocumenteerden zijn. Naar schatting 6.625 daarvan waren ouder dan veertig jaar, met een minimum van 3.230 en een maximum van 10.020.

Ongedocumenteerd zijn in Nederland betekent dat je, behalve op noodzakelijke gezondheidszorg, nergens recht op hebt: niet op een woning, niet op een baan of uitkering, niet op een opleiding of andere manier om in je levensonderhoud te voorzien. Voor de groeiende groep ongedocumenteerden die ouder wordt, is het leven zonder rechten vaak een zware last. Het lijf wordt oud en soms chronisch ziek, fysieke klussen doen om wat geld te verdienen wordt steeds moeilijker, waardoor een slaapplek bemachtigen lastiger wordt, wat de gezondheid nog verder aantast. Zo brokkelt het leven steeds verder af.

Een groep deskundigen onder de paraplu van Stichting De Regenboog Groep in Amsterdam onderzoekt de noden van deze groep en brainstormt over een oplossing. Een ‘ouderenpardon’ misschien, waarbij iedereen van, zeg, 55 jaar en ouder die al decennia in Nederland is in één klap een verblijfsvergunning krijgt? Of speciale opvangvoorzieningen, waar de daklozen onder de oudere ongedocumenteerden niet bij het krieken van de dag worden uitgebonjourd? Terugkeer naar het land van herkomst, is dat voor sommigen een optie? Dat laatste vindt niemand realistisch, zowel betrokkenen zelf als hulpverleners en onderzoekers niet. Zij zetten in op een rustige oude dag voor deze mensen, die weliswaar geen geldige papieren hebben maar onmiskenbaar een deel van Nederland zijn geworden.

Sinds de jaren negentig van de vorige eeuw zijn er verschillende regelingen geweest om het verblijf van ongedocumenteerden te legaliseren. Zo waren er de maatregelen voor zogeheten ‘witte illegalen’. Dat waren mensen die jarenlang hadden gewerkt mét een sofinummer maar zónder verblijfsvergunning. Sinds 1992 was het niet meer mogelijk een sofinummer te krijgen zonder verblijfsvergunning en met deze regelingen werden de mensen die in eerdere jaren legaal hadden gewerkt en belasting hadden betaald geëxcuseerd. Dit was goed nieuws voor duizenden mensen. In 2007 volgde een generaal pardon voor asielzoekers die al te lang wachtten op een beslissing over hun aanvraag. Er werden ruim 28.000 pardons uitgedeeld.

In dezelfde periode werden de duimschroeven aangedraaid voor de mensen die het níet lukte hun verblijf te legaliseren. Zo was er de Koppelingswet van 1998, waarbij bestanden van overheidsinstellingen aan elkaar werden gekoppeld. Iemand zonder geldige verblijfspapieren had ineens geen recht meer op woning of uitkering, hij of zij kon niet meer werken, geen opleiding volgen, niets. Het doel was mensen het leven zó onmogelijk te maken dat ze zouden terugkeren naar het land van herkomst.

Maatschappelijk werker Said Ben Azouz kan er, in zijn kantoortje in de nok van het midden op de Wallen gelegen inloophuis Princehof, met z’n pet niet bij. ‘Als iemand me vraagt waarom mensen niet teruggaan naar hun thuisland, is mijn wedervraag altijd: waarom vertrekken mensen naar Europa? Omdat er in hun eigen land geen perspectief is. Zolang het systeem zo is dat mensen elders in de wereld doodgaan door honger, door oorlog en door dictators die door het westen worden gesteund, zullen er mensen blijven komen.’ Bovendien hebben mensen in Nederland wat opgebouwd, is zijn ervaring. ‘Ze hebben vrienden, kennissen, vaak een dagbesteding, ze weten de weg in de stad.’

Azouz werkt voor de Stichting De Regenboog Groep in Amsterdam, een organisatie voor mensen met sociale problemen, dak- en thuislozen, verslaafden en mensen met psychiatrische klachten. Hij was in de jaren negentig al betrokken bij acties om het verblijf van mensen zonder verblijfsvergunning te legaliseren. Turkse vrouwen bijvoorbeeld, die scheidden van hun man en geen recht hadden op een zelfstandige verblijfsvergunning, ‘raamwerksters’, zoals hij ze noemt, die niet konden aantonen dat ze al jaren in Nederland verbleven en werkten, en mensen die een strafblad hadden omdat ze betrapt waren bij zwart werken en daarom niet voor een pardon in aanmerking kwamen. ‘De mensen bij wie het niet gelukt is, zijn in stilte oud geworden.’

Azouz stelt vast dat het een groep is waarover wordt gezwegen. De politiek heeft het niet over hen, maatschappelijke organisaties ook niet. Het maatschappelijk debat is nogal veranderd, stelt hij cynisch vast: ‘Tegenwoordig wordt zelfs het recht van mensen mét verblijfsvergunning om in Nederland te zijn betwist.’ Kom in zo’n Nederland nog maar eens pleiten voor een verblijfsvergunning voor mensen die al decennia zonder geldige papieren in Nederland leven. Of zelfs voor het recht op een menswaardige oude dag, met een blijvend dak boven het hoofd, een uitkering of AOW en goede lichamelijke en psychische zorg.

Het grootste probleem van deze groep is dat hun leven steeds verder afbrokkelt, zegt Rian Ederveen. Zij werkt voor de Stichting LOS (Landelijk Ongedocumenteerden Steunpunt) in Rotterdam. ‘Stel dat je een kamer kunt huren en je genoeg baantjes en klussen hebt om die te betalen, totdat je ziek wordt’, zegt ze. ‘Dan raak je je werk, maar ook je kamer kwijt. Hoe ouder je bent, des te moeilijker het is om zulke breuken te repareren. Dat is de kern van het probleem.’

De Regenboog Groep probeert nu de problemen van de groep in kaart te brengen. Een werkgroep experts uit verschillende disciplines wil de komende maanden de bevindingen presenteren en met beleidsvoorstellen komen.

Een soort ‘ouderenpardon’, een wettelijke regeling die het verblijf van deze mensen legaliseert om ze zo een waardige oude dag te geven, zou misschien voor de hand liggen als oplossing, maar jurist Frederiek de Vlaming wijst het af: ‘Hoewel ons onderzoek nog niet is afgerond, is al wel duidelijk dat het om een enorm diverse groep gaat. Individuele oplossingen liggen meer voor de hand dan een algemeen pardon.’

Het frustreert, zegt De Vlaming, dat hulpverleningsinstanties nu niets voor deze groep kunnen doen. Voor dak- en thuislozen is er nachtopvang, maar daar moeten ze ’s ochtends weer uit – en ga maar eens een dag op straat lopen met reuma, een diabetische voet of met een oogaandoening waarvoor zelfzorg nodig is en je een paar keer daags goed je handen moet kunnen wassen. Gratis eten bij inloophuizen is ook niet voor iedereen handig, legt de Ghanese Mercy uit: ‘Er wordt vaak veel rijst geserveerd, terwijl ik als diabetespatiënt vooral groente nodig heb.’ Mercy spuit insuline en bewaart de medicatie in een koelkast in een inloopcentrum, zoals meer dak- en thuislozen doen, maar om haar ziekte goed onder controle te houden, zou ze zichzelf vaker moeten prikken. ‘Maar daar heb ik geen geld voor.’

Eric Vers slaapt niet bij de nachtopvang, want hij verblijft bij een neef en zijn vrouw in Amsterdam-Zuidoost. ‘Ik voel mezelf daar toch een lastpost’, zegt hij. ‘Op den duur zeggen mensen toch: “Kan hij niet ergens anders naartoe?” Dus dan loop ik op straat, waar nu, tijdens de coronacrisis, weinig mensen zijn, maar wel politie.’ Van de habbekrats waarvan hij leeft, kan hij het zich niet veroorloven om elke dag de metro van Zuidoost naar het centrum te pakken, terwijl zijn leven zich vooral daar afspeelt. Zijn oplossing? ‘Ik wil graag een aanvraag voor een Nederlands paspoort kunnen doen’, antwoordt hij.

Patrick Poitier zit niet zozeer op een paspoort te wachten. ‘Ik wil een verblijfsvergunning. Ik vind dat ik daar recht op heb, na 36 jaar.’ De Iraniër Ali Omid (57), al 29 jaar in Nederland en verblijfsvergunningloos sinds 2007, kan het niet zoveel schelen hoe zijn situatie wordt opgelost, áls die maar wordt opgelost. Zijn relaas over hoe hij zijn verblijfspapieren verloor is lang en ingewikkeld. ‘Zelfs ambtenaren zeggen dat ik slachtoffer ben geworden van het bureaucratische systeem, maar ze lossen het niet op. Ik voel me alsof ik met een grote hamer op mijn hoofd ben geslagen.’

Juristen klagen erover dat er geen énkel gaatje meer in de wet zit. Ergens tussendoor glippen is er niet meer bij. Nederland is er maximaal op ingericht mensen zonder verblijfspapieren uit te stoten. Maar ja, ze blijven. Dat ze geen geldige papieren hebben, doet niets af aan het feit dat Nederland, ondanks alles, hun thuis geworden is. ‘In Algerije kan ik als zestiger niets meer opbouwen. Breng me terug, maar dan als jonge man’, zegt Poitier.

Dat er geen ingangetje meer over is om het systeem binnen te komen, komt óók door die pardonnen van voorheen. Een pardon komt altijd met een prijs die wordt betaald door lotgenoten die niet in aanmerking komen. Bij het kinderpardon bijvoorbeeld, ging twee jaar geleden de zogeheten discretionaire bevoegdheid van de minister eraan. Het concept ‘schrijnend geval’ is daarmee in de praktijk afgeschaft. ‘Vroeger, in de tijd van Juliana, was het beter. Toen kon je haar nog een brief schrijven’, zegt Benyounes Ennmili, die al sinds zijn kindertijd in Nederland is en nu de vijftig is gepasseerd maar nog steeds illegaal in Nederland verblijft.

Een ouderenpardon zou inhouden dat het systeem na zo’n pardon geen nieuwe gevallen meer moet creëren. Schoon schip. Maar ja, de twintigers, dertigers en veertigers die nu zonder verblijfsvergunning in Nederland zijn en die besluiten niet terug te gaan naar hun land van herkomst, worden op een dag ook oud. ‘Er zou geen eenmalige regeling moeten komen, maar een criterium dat altijd geldt: als je het productieve deel van je leven in Nederland hebt doorgebracht, zou je hier op je oude dag ook moeten kunnen blijven’, vindt Rian Ederveen.

Dan zou je ook per geval kunnen kijken, in plaats van harde criteria opstellen die altijd arbitrair zijn. Zo’n regeling zou bovendien recht doen aan de diversiteit van de groep. Denk bijvoorbeeld ook aan een groep Afghanen die als asielzoeker naar Nederland kwam en aanvankelijk een verblijfsvergunning kreeg, maar op basis van een omstreden ambtsbericht van het ministerie van Buitenlandse Zaken in 2000 ineens het stempel ‘oorlogsmisdadiger’ kreeg en de verblijfsvergunning verloor. Deze mensen, vooral mannen, zijn nu allemaal oud en hun situaties zijn stuk voor stuk dramatisch: hun echtgenotes en kinderen behielden hun verblijfsvergunning en velen van hen werden Nederlander, met alle rechten van dien, terwijl zij niet eens bij hun familie mogen wonen omdat inschrijven onmogelijk is zonder de juiste papieren.

Deze Afghanen – de zogeheten 1F’ers, genoemd naar het artikel in het Vluchtelingenverdrag dat oorlogsmisdadigers uitsluit van het recht op asiel – kunnen niet worden uitgezet, want Afghanistan geldt niet als veilig land. Eén ding blijft hen dus bespaard, iets dat de andere oudere ongedocumenteerden elke dag boven het hoofd hangt: vreemdelingendetentie, met het risico op gedwongen uitzetting. De Surinaamse Eric Vers verzet zich fysiek als hij naar de Surinaamse ambassade wordt gebracht om zijn terugkeer te regelen, al is dat al een hele tijd niet meer gebeurd.

De Gambiaan John Longo moest met een Nederlandse ambtenaar mee naar de Gambiaanse ambassade in Brussel. Longo: ‘Daar zeiden ze: “Deze man is tijdens zijn dertig jaar in Nederland oud geworden en fysiek en mentaal ziek, en nu moeten wij hem een laissez-passer geven om naar Gambia te gaan? Daar werken we niet aan mee.”’ Inmiddels wordt hij niet meer opgepakt. ‘Als de politie me ziet op straat, nodigen ze me uit op het bureau voor een kop koffie.’

Nederland heeft deze ouderen gevormd, maar zij hebben Nederland en vooral de steden waar ze wonen ook veranderd. De Amerikaan Ronald Johnson, die zijn papierwinkel liet versloffen omdat hij telkens op het punt stond naar de VS terug te keren maar nog wel een kans maakt zijn verblijf te legaliseren, heeft de Amsterdamse Jordaan letterlijk opgefleurd met een bloembakkenproject op de vele bruggen in de wijk. Patrick Poitier is al jaren een vaste vrijwilliger en bestuurder bij inloophuizen, Eric Vers kookt elke week de sterren van de hemel. De meeste vrouwen en mannen werken of hebben gewerkt in de meest uiteenlopende banen en zij die hier het langst zijn, hebben ooit belasting afgedragen.

En dit zijn dan de mensen die bij hulpverleners in het vizier zijn. Tel er nog de mensen bij op die relatief gemakkelijk naar Nederland kunnen komen maar voor wie het lastig is legaal te blijven, zoals Brazilianen, in alle grote steden een groep van duizenden mensen. Zij werken zich een slag in de rondte in de Nederlandse huizen die ze schoonhouden, zonder op wat voor recht dan ook aanspraak te kunnen maken. En ook zij worden oud. Zoals Izalea, die liever haar achternaam geheimhoudt, 67 jaar en twintig jaar in Nederland. Zeventien jaar lang werkte ze als schoonmaakster, nu is ze ziek en gaat het niet meer. Haar dochter heeft wat adressen overgenomen maar in coronatijd zijn vijf van de zeven adressen weggevallen. De huur van 1800 euro voor een kleine flat van een louche huisbaas in Amsterdam-Zuidoost is nauwelijks nog op te brengen, ook al werkt de hele familie mee.

‘Ik had niet gedacht dat het in Nederland zó moeilijk zou zijn’, zegt ze. ‘Mijn droom was om in een restaurant te werken maar het is er nooit van gekomen. Nu heb ik geen dromen meer.’ Het gebrek aan papieren gaat van generatie op generatie: haar kleinzoon is nu een puber en zijn illegale status dringt langzaam tot hem door.

Als er een pardonregeling voor ouderen komt, bepleiten hulpverleners, dan zou dat pardon geen startschot moeten zijn voor nóg strengere regels en een nóg intensiever opgetuigd internationaal visumsysteem, maar voor een radicaal andere visie op migratie met bijbehorend beleid. Er moet recht worden gedaan aan hoop, zegt Rian Ederveen. ‘De jaren dat er pardons werden afgekondigd waren jaren van hoop. Die hebben mensen nu verloren en dat is ontzettend pijnlijk. Ze léven van hoop, maar er is voortdurend spanning.’

Ze maakt een vergelijking met jonge Nederlanders die vol plannen naar de VS vertrekken. ‘Dan weet je dat het lastig wordt. Er kan een fase van illegaliteit zijn maar die gaat voorbij, het systeem biedt daar perspectieven voor. Dat perspectief is er in Nederland niet meer, terwijl voor deze mensen het point of no return al lang geweest is.’

De aantrekkingskracht van het land van herkomst is vervlogen. De taal verleerd, de ouders overleden, vriendschappen verwaterd, netwerken ontrafeld, de samenleving onherkenbaar veranderd. Ederveen stelt zich een ladder voor waarop mensen steeds meer rechten krijgen. Zoiets als de Duldung in Duitsland, waar uitgeprocedeerde asielzoekers die (nog) niet uitgezet kunnen worden het recht krijgen om te wonen en werken of een opleiding te volgen, waarna ze na acht jaar – op voorwaarden – alsnog een verblijfsvergunning kunnen aanvragen. Of een soort sponsorprogramma, waarbij een groepje mensen om een ongedocumenteerde heen staat en hem of haar helpt een leven op te bouwen. Ederveen: ‘Er moet een route uit de illegaliteit zijn. Daar zijn genoeg creatieve manieren voor te bedenken.’

Ongedocumenteerden en hulpverleners kijken nu vooral naar de burgemeesters van grote steden. Zij kennen de mensen in hun stad, zij kunnen voorzieningen financieren voor de mensen die in stilte oud geworden zijn. Zodat de vreemdelingenbewaring niet meer de enige plek is waar mensen soms een paar weken overdag onder de pannen zijn. Want raar genoeg, dat is de enige plek waar ze tot rust komen en structuur ervaren. Zoals Eric Vers. ‘Ik doe in vreemdelingenbewaring de kantinediensten’, vertelt hij. ‘Daar koop ik dan sigaren van. Elke dag een paar trekjes.’


Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (www.fondsbjp.nl). Eric Vers zit inmiddels weer in vreemdelingendetentie