‘ik hou toch meer van amerika’

Tournee tot eind mei 1997. Informatie: 06-300500
De musical West Side Story (1957) ken ik alleen van de film (Robert Wise, 1961). Aan die film ben ik jaren verslaafd geweest, zonder precies te weten waarom.

Het was een geheimzinnige, hallucinerende drug: de muziek (Leonard Bernstein) zat in mijn hoofd, de choreografie (Jerome Robbins) in mijn lijf, de teksten (vooral de liedjes van Stephen Sondheim) kon ik dromen. Tien jaar na de première maakte ik de fout de film aan jongere vrienden te laten zien. Kreunend en zuchtend hielden ze het vol, na afloop scholden ze me uit voor ‘sentimentele slet’. Ik heb nadien niemand meer durven verleiden. En bleef zitten met de vraag: heeft de tijd West Side Story definitief ingehaald?
De musical is een bewerking van Romeo and Juliet, het befaamde jeugdwerk van William Shakespeare, een liefdesgeschiedenis tussen kinderen uit twee rivaliserende Noorditaliaanse families. De oorzaak van de vete tussen de twee clans is bij Shakespeare net zo onhelder als de vendetta tussen twee mafiabendes. In West Side Story is het conflict zeer helder. De Jets, een gang van Amerikaanse jongeren, vechten met de Sharks, een gang van Puertoricaanse immigranten. Inzet: de alleenheerschappij over een Newyorkse straat. Als Maria (zus van Shark-leider Bernardo) en Tony (weliswaar ex-Jet, maar nog steeds solidair) op elkaar verliefd worden, gaat de strijd tussen de rivaliserende bendes op scherp. Er vallen drie doden, Tony als laatste. Maria blijft alleen achter. De bendes lijken zich te verzoenen.
Joop van den Ende brengt West Side Story nu een vol seizoen op de Nederlandse podia. Eddy Habbema regisseert, de choreografie is van Jerry Mitchell. Koen van Dijk (die eerder Cyrano schreef) vertaalde de teksten. Die vertaling moet 'a hell of a job’ zijn geweest, Koen van Dijk heeft doorgezocht naar de juiste woorden in het juiste ritme. In het lied over de naam van de geliefde, Maria, vertaalde hij 'When I whisper it’s almost like praying’ met 'Het is net een gebed als ik fluister’ - ik vond dat mooi. In het 'cabaretnummer’ van de show, 'Officer Krupke’, waarin de Amerikaanse streetkids hun eigen ellende ironiseren, heeft Van Dijk zich briljant uitgeleefd (met oma’s die zich lam zuipen en opa’s die fikkies stoken). En voor 'I Like to Be in America’ heeft de vertaler door alle versies van het origineel geploegd en is op vondsten gekomen. Meisjes: 'Ik hou toch meer van Amerika/ Meer van de sfeer van Amerika/ Kom profiteer van Amerika’. Jongens: 'O ja? Wanneer dan Amerika?’ Ik heb lelijke dingen geschreven over Koen van Dijks musicalversie van Cyrano de Bergerac, en daar blijf ik onverkort achter staan. Voor deze hertaling van West Side Story maak ik een diepe buiging.
De voorstelling is een perfect lopende machine. De muziek bezorgt opnieuw kippevel. De choreografieën zijn een feest van herkenning. Ook al zit er een tussen die ik me uit de film niet herinner (een in witte kostuums gedanste droomutopie over 'A Place for Us’) en die ik bovendien overbodig en nogal ranzig vind. De dialoogregie is me te dik aangezet, vol nadrukkelijke lichaamstaal, een demonstratie van gevoelens, zodat dingen die èrg emotioneel zijn bij ons ook als èrg emotioneel naar binnen komen - het theater van de rood geverfde rode tulpen, waar ik eerlijk gezegd niet verzot op ben. Met name de personages van de geliefden (Addo Kruizinga als Tony en Maaike Widdershoven als Maria) hebben daar last van. Het lijkt erop of de theaterversie via hen geforceerd de concurrentie aangaat met de gevreesde sentimentaliteit van de filmversie. Waarom eigenlijk?
Goed, klein vuiltje, moet kunnen, nobody is perfect. Dit briljante werk is, 35 jaar na de eerste kijkervaring, opnieuw bijzonder opwindend en ontroerend. Het materiaal is in zijn waarde gelaten, er is geen moeite gedaan om de musical naar onze tijd te trekken, we mogen zelfs collectief terugkeren in de tijd. En, zo zag ik tot mijn genoegen, die tijd heeft de kracht van het kunstwerk West Side Story allerminst ingehaald.