JEFFREY EUGENIDES, HUWELIJK

‘Ik hou van je’ betekent niks

Jeffrey Eugenides, The Marriage Plot, € 29,50
Jeffrey Eugenides, Het huwelijk, € 19,95

Het begint met haar boekenkast. De 22-jarige Madeleine Hanna, de vrouwelijke hoofdpersoon van Jeffrey Eugenides’ langverwachte roman Huwelijk, wordt allereerst gekarakteriseerd door haar ‘redelijk grote, maar nog steeds gemakkelijk verplaatsbare bibliotheek’.

Medium 9789044619638

Daarin staan de romans van Edith Wharton, de complete Modern Library-serie van Henry James, veel Charles Dickens, Jane Austen, George Eliot en de gezusters Brontë. Veel Victoriaanse romans kortom. Als de boekenkast een spiegel van de ziel is, dan is Madeleine ‘artistiek’ en 'gepassioneerd’. Met die typeringen zou ze ook wel kunnen instemmen; bevreesder is ze voor etiketten als 'narcistisch’ en 'op het gezinsleven gericht’, al is het stempel 'ongeneeslijk romantisch’ het meest waarschijnlijk.
Ongeneeslijk romantisch, dat is Madeleine ook. Maar die oude boeken zijn meer dan zomaar leesvoer, ze vormen ook haar studieobject. Al in het eerste jaar van haar studie Engels volgde Madeleine bij een bejaarde professor een serie hoorcolleges die De huwelijksplot heette. De stelling van die professor was overtuigend in haar eenvoud: in de tijd dat het van je huwelijk afhing of je slaagde in het leven en de echtverbintenis afhing van status en geld, hadden romanciers iets om over te schrijven. De huwelijksplot vormde het hoogtepunt van de romankunst en de toenemende gelijkheid tussen de seksen was goed voor vrouwen, maar een ramp voor de roman.
Het is natuurlijk een uitdagende, zo niet ironische stelling in een roman die in het Engels The Marriage Plot heet (waarom is de Nederlandse titel eigenlijk aangepast? En waarom voor zo'n braaf, suikerzoet omslag gekozen?) en die draait om een studente met twee huwelijkskandidaten, kortom om het soort pre-huwelijkse driehoeksrelatie dat je ook al bij Austen vindt, zij het moderner.
Huwelijk speelt zich af in het begin van de jaren tachtig. Onvermijdelijk maakt Madeleine aan de universiteit dan ook kennis met de Franse theoretici die in die jaren Amerika hebben veroverd en die er juist hun specialisme van maakten de liefde te deconstrueren. Steeds vaker hoort Madeleine studiegenoten vertellen dat ze verpletterd zijn door Derrida - 'Derrida is God!’ - dat ze Lyotard hebben ontdekt en Deleuze, Baudrillard, Barthes. Vandaar dat ze zich inschrijft voor het modieuze vak semiotiek 211, dat wordt gegeven door een docent met een hygiënisch kaalgeschoren hoofd, een wit zeemansbaardje zonder snor, gekleed in Franse schipperstruien en ribfluwelen broeken, die, naar verluidt, in Parijs een openbaring kreeg en bij het nuttigen van een cassoulet bekeerd werd tot het nieuwe geloof van de Franse denkers. Van Derrida kan Madeleine geen chocola maken, maar aan Roland Barthes, en dan vooral zijn Fragments d'un discours amoureux, raakt ze verslingerd.
Het is meer dan toeval dat ze tijdens het college semiotiek verliefd wordt op Leonard Bankhead, een lange jongen met veel haar, die tussen alle in new wave-kleding gestoken en postmodern pratende medestudenten een verrassend autonome indruk maakt. Ze krijgen wat met elkaar, maar als zij hem na een overweldigende vrijpartij de liefde verklaart - 'Ik hou van je’ - stapt hij het bed uit, vist het exemplaar van Fragments d'un discours amoureux dat ze altijd met zich meedraagt uit haar tas en laat haar de passage onder het lemma 'Ik hou van je’ hardop voorlezen: 'De figuur verwijst niet naar de liefdesverklaring, naar de betekenis, maar naar het herhaalde uiten van de liefdesschreeuw (…) Als de eerste bekentenis eenmaal achter de rug is, betekent “ik hou van je” niets meer…’
En zo moet Madeleine Hanna niet alleen kiezen tussen twee aanbidders - naast Leonard Bankhead heeft haar goede vriend Mitchell Grammaticus in zijn hoofd gezet dat zij zijn ideale bruid is - ze moet ook kiezen tussen twee concepten van de liefde. Dat van de Victorianen die, grofweg, lieten zien dat de liefde een verwoestende kracht kon zijn die in het huwelijk moest worden gedomesticeerd (de gezusters Brontë, James) en dat van de postmoderne filosofen voor wie de liefde niet meer dan een menselijke constructie was en 'ik hou van je’ niet meer dan een citaat. Je kunt het zelfs zo interpreteren dat de twee huwelijkskandidaten die twee liefdesconcepten belichamen. Bij Mitchell is zijn obsessie voor Madeleine bovenal een idee, zij heeft niets met de werkelijkheid van doen. In Leonard, die manisch-depressief blijkt te zijn en meermaals in een psychiatrische kliniek wordt opgenomen, is zowel een mannelijke variant van the madwoman in the attic (naar de beroemde literair-historische studie van Sandra Gilbert en Susan Gubar, die met hun titel verwijzen naar Jane Eyre, waarin Rochester zijn gekke vrouw op zolder opgesloten hield) te herkennen, als de onweerstaanbare maar onvoorspelbare byronic hero (bijvoorbeeld Heathcliff in Wuthering Heights).
Huwelijk is pas de derde roman van Jeffrey Eugenides (1960), die in 1993 naam maakte met zijn geheimzinnige debuut The Virgin Suicides en in 2002 definitief als een groot schrijver werd gezien toen hij Middlesex publiceerde, een spetterende roman met een hermafrodiet als hoofdpersoon, waarin het epos van een Griekse immigrantenfamilie in Amerika wordt verteld. Hij kreeg er de prestigieuze Pulitzer Prize voor. Net als na zijn debuut moesten zijn lezers na Middelsex negen jaar op een nieuw boek wachten. Huwelijk lijkt op zijn twee eerdere romans in stilistische brille, maar onderscheidt zich van het breed uitwaaierende Middelsex door de intimiteit van het verhaal en de prachtige schildering van de personages.
De roman geeft een onweerstaanbaar tijdsbeeld van de jaren tachtig - de Franse filosofenziekte, het verzuurde college-feminisme dat in elke wolkenkrabber een fallus ziet - maar vertelt vooral een tijdloos verhaal over jonge mensen die de liefde ontdekken, hemelhoog juichend op de toppen van de verliefdheid verkeren, doodsbedroefd hun liefdesverdriet verwerken, al dan niet met Roland Barthes op het nachtkastje. Natuurlijk is het heel anders dan in de tijd van Jane Austin, toen er geen sprake van kon zijn dat geliefden ongehuwd samenwoonden, maar zo heel anders is het niet als de bekakte moeder van Madeleine in Leonard vooral een misalliance ziet. Een huwelijk verbieden kan ze niet, subtielere ontmoedigingsstrategieën inzetten wel.