Toneel

‘Ik hou van niemand. Wil ik ook niet’

TONEEL Het wijde land (1)

De Weense arts en schrijver Arthur Schnitzler (1862-1931) en de grondlegger van de psychoanalyse Sigmund Freud (1856-1939) woonden zo ongeveer bij elkaar om de hoek. Ze meden elkaar. In een roerende brief van Freud uit 1922, geschreven ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van Schnitzler, legt Freud uit waarom: ‘Ik heb u gemeden uit een soort dubbelgangersangst. Ik heb altijd weer, als ik me in uw fraaie scheppingen verdiep, achter hun poëtische schijn dezelfde veronderstellingen, interesses en resultaten denken te vinden, die mij als mijn eigen bekend waren. Uw determinisme zowel als uw scepsis – wat de mensen pessimisme noemen – uw gegrepen zijn door de waarheden van het onderbewuste, van het driftkarakter van de mens, uw ontleding van de cultureel-conventionele zekerheden, het hechten van uw gedachten aan de polariteit van liefhebben en sterven, dat alles trof me met een griezelige vertrouwdheid. Daardoor heb ik de indruk gekregen dat u door intuïtie – eigenlijk door allerfijnste zelfwaarneming – alles weet, wat ik in moeizame arbeid aan andere mensen ontdekt heb. Ja, ik geloof, in de grond van uw wezen bent u een psychologische diepteonderzoeker, zo eerlijk onpartijdig en onverschrokken als er maar weinigen zijn.’ Op bijna metafysisch niveau is deze brief ook te lezen als samenvatting van een van Arthur Schnitzlers mooiste toneelteksten, Das weite Land (1911), nu in een nieuwe vertaling van Tom Kleijn te zien bij de Theatercompagnie, Het wijde land, in de regie van Theu Boermans.

In het centrum van dit stuk staan Frederik Hofreiter, directeur van een fabriek waar gloeilampen worden gemaakt, een ‘groeimarkt’, en zijn vrouw Genia. Hofreiter is een ongrijpbare man die zich verbergt achter wolken van smeulende luchtigheid. Hij lijkt charmant, hij slaat zich overal met geestige oneliners doorheen, Engelsen zouden hem witty noemen, maar zijn humor is even hard als zwart. Hofreiter is een archetypische vertegenwoordiger van de Weense haute bourgeoisie in de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie tijdens haar nadagen. Hij bedriegt zijn vrouw Genia aan de lopende band en openlijk. Als blijkt dat Genia, die door de buitenwacht wordt gezien als toonbeeld van huwelijkse trouw, er ook buitenechtelijke verhoudingen op nahoudt, wordt er een diabolische kracht in Hofreiter wakker geroepen, een duivels vuur van drift waarover hij alle controle verliest. Het stuk opent met de zelfmoord van een door Genia afgewezen minnaar, het sluit met een minnaar die door Hofreiter in een duel wordt doodgeschoten. Wij kijken naar een vreemde, vulkanische mens die zichzelf afpelt en die aan het slot in een bizarre en zwarte leegte kijkt. In vijf bedrijven van ruim drie uur toneel volvoert Schnitzler waar Freud eindeloze sessies en volgeschreven folianten voor nodig had. De jalousie de métier waar de psychoanalyticus het in zijn brief over had, is volledig begrijpelijk.

Mark Rietman speelt bij Theu Boermans Frederik Hofreiter. Hij heeft diverse opkomsten met de uiterlijke schijn van ‘jeetje, dat jullie er allemaal weer zijn, gezellig!’, daarónder een vileine broeierigheid, groeiend van argwaan naar haat. Ik denk dat Rietman de meest ‘Engelse’ van onze toneelspelers is, het _tongue-in-cheek-_acteren van Jeremy Irons, gemengd met de verfijnde, bijna gemaniëreerde Haagse School van Paul Steenbergen, maar dát allemaal nét niet uitsluitend, want altijd méér, altijd geheimzinniger, vulkanischer. Rietman heeft in deze voorstelling een aantal uitbarstingen van twaalf op de schaal van Richter die hem lijken te overkomen, ogenschijnlijk weloverwogen, maar gespeeld met een peilloze intuïtie. Geraffineerd werkt Rietman als Frederik Hofreiter toe naar de doffe dreunen die hij in het slot van het stuk uitdeelt. De manier waarop hij zich in die slotscène ontdoet van zijn laatste verovering – een jonge vrouw die ín hem klimt en die hij afschudt als een vroeg oud geworden boom zijn bladeren – is de apotheose van een mens die de liefde beziet als het dovend licht van een gloeilamp. Hij houdt naar eigen zeggen van niemand op de wereld. En zijn slotzin is van een gruwelijke beslistheid: ‘Wil ik ook niet.’ (wordt vervolgd)

Theatercompagnie, Het wijde land, tournee tot en met 26 april. www.theatercompagnie.nl