Ik hou van vrijheid

Mij werd de vraag gesteld: waar bent u in het leven ernstig in teleurgesteld?
Ik schrok: blijkbaar was ik al zo oud dat men mij deze vraag wilde stellen; ik vermoed dat je hem niet stelt aan iemand van 23.
Inderdaad wist ik meteen het antwoord: ‘Het verbaast me meer en meer, en stelt me daarom ook vaker teleur, dat mensen niet van vrijheid houden.’
Dat vond de interviewer vreemd. Iedereen hield toch van vrijheid? Hij ook.
Ik schudde mijn hoofd. En ik wist dat ik niet goed kon uitleggen wat ik bedoelde.
Ik dacht bijvoorbeeld aan die discussie over wel of geen subsidie voor de kunsten. Omdat ik van vrijheid hou, interesseert die discussie me niet. Ik wil met een overheid, die je per definitie beperkt, niets te maken hebben. Als ik wil zingen, ga ik zingen. Als ik een boek wil schrijven, ga ik schrijven. Als ik dat boek vervolgens niet krijg uitgegeven, ga ik het zelf uitgeven. Heb ik daar geen geld voor, dan leen ik geld. Kan ik geen geld lenen, dan verkoop ik iets, of ik vraag krediet.
Die instelling bepaalt mijn vrijheid.
Ik vind het tamelijk be-nauwend - en dus vrijheidsberovend - als ik geld zou krijgen van de overheid die ik voortdurend kritisch wil blijven volgen. Gezien de discussies over kunst en subsidie in de kranten is dat waarschijnlijk iets persoonlijks.
Maar ook als het gaat om vraagstukken over religie wordt er onmiddellijk een hoge ethische norm gesteld die je vrijheid beperkt. De juiste moraal moet het pleit beslechten. Maar moraal is niets. En zo het al iets is, lijkt het op bewegend water en blijft daarom ongrijpbaar; de moraal zelf lijkt vrijer dan wij die een moraal zogenaamd koesteren. Onder het mom van een maatstaf is moraal een zweep geworden om je te dresseren; het stuk zeep dat de indruk wekt weer schone handen te kunnen tonen, maar het wist de bloedvlekken en de stank van de dood nooit echt uit.
Hoe moeilijk is het praten over het stopzetten van ontwikkelingshulp of het doden van dieren om groter leed te voorkomen. De moraal wordt dan ingezet als zelfverzonnen troefkaart.
Omdat ik hou van vrijheid ben ik misschien wat amoreler dan de rest. Maar ben ik dus een slecht mens? Antwoord niet te snel 'ja’, het kan ook 'nee’ zijn als je niet precies weet wat moraal inhoudt. Vrijheid in relaties. Ook zoiets. Ook ik word beperkt door jaloezie. ('Met wie belde je?’) Maar ik voel wel dat dat jammer is. En wat een kansen heb ik laten liggen door burgerlijk gedrag waarvan ik te laat heb gezien dat dat opvoedingsfouten van mijn angstige ouders waren. Ik heb mijn vrijheid meningmaal moeten bevechten met een stuitende vorm van hypocrisie, wat ik altijd heb ervaren als iemand een schop geven met een stiletto die uit je schoen springt. Het deugt al niet, maar door dat mes deugt het nog minder.
Vrijheid wordt niet meer gezien als een schitterende utopie die binnen handbereik is, maar veeleer als een hel. We houden meer van het woord 'niet’ dan van 'wel’. Wie van vrijheid houdt, ervaart 'niet’ als eczeem.
Ik heb een hond.
Het is geen alfa-hond. Zelfs geen bèta-hond. In de roedel is ze een harde werker die meewarig opkijkt tegen de baas. Ze weet niet wat goed is en slecht. Ze wil eten, op de bank liggen, eten, rennen in het park, balletje opbrengen, stokje kapot bijten en weer op de bank liggen.
Ze is volstrekt amoreel. Ze zou om niets kunnen bijten. Of het nu een kind is of een konijn - ik moet altijd een beetje uitkijken.
Ze is een van de liefste wezens die ik ken.
Ze is dom.
Is zij vrij of niet?