Sociale media Op Facebook toon je je lifestyle

Ik is een ander

Weinig is echt spontaan op Facebook, het grootste sociale netwerk ter wereld dat werd gebouwd door een jongen die niet werd geaccepteerd. Het lijkt te gaan om contact met anderen, maar het draait in wezen om jezelf.

DE GEBOORTESCÈNE van Facebook, volgens metingen na Google de drukst bezochte website ter wereld, is even triviaal als menselijk. Op 28 oktober 2003 werd de toen negentienjarige Harvard-student Mark Zuckerberg gedumpt door een meisje. Zuckerberg, gepikeerd, wraakzuchtig, liep terug naar zijn studentenhuis, opende een biertje en begon te bloggen. ‘Jessica A. is a total bitch.’ Meer van dit volgde, en gaandeweg begon hij een plannetje te bedenken.
Hij blogde verder (21.48): 'I’m a little intoxicated, not gonna lie. So what if it’s not even 10 p.m. and it’s a Tuesday night? What? The Kirkland [dorm] facebook is open on my desktop and some of these people have pretty horrendous facebook pics. I almost want to put some of these faces next to pictures of farm animals and have people vote on which is more attractive.’
Onder de whizzkids had Zuckerberg al een flinke reputatie. Als middelbare scholier had hij de interesse van Microsoft gewekt door software te ontwerpen voor mp3-spelers die met kunstmatige intelligentie kon berekenen in welke nummers de luisteraar zin had. Microsoft zou hem er een miljoen voor hebben geboden; Zuckerberg zette het programma liever gratis downloadbaar online.
Zuckerberg was geen cliché-nerd - hij was aanvoerder geweest van het schermteam - maar op de campus had hij zich niet ontwikkeld tot mensenmens. Hij maakte moeizaam vrienden en voor alle exclusieve studentenverenigingen die de sociale pikorde op de universiteit bepaalden, was hij afgewezen. Uit arren moede was hij lid geworden van de joodse club.
Die avond in oktober liet hij zijn frustraties de vrije loop (23.09): 'Yea, it’s on. I’m not exactly sure how the farm animals are going to fit into this whole thing (you can’t really ever be sure with farm animals…), but I like the idea of comparing two people together.’
(0.58): 'Let the hacking begin.’
Binnen een paar uur kraakte Zuckerberg de databases van negen studentenhuizen en downloadde alle pasfoto’s van de vrouwelijke bewoners. Terwijl hij bleef bloggen over hoe kinderlijk eenvoudig hij het hacken vond, schreef hij samen met een paar huisgenoten de broncode voor een website die hij 'Facemash’ noemde, een site waarop pasfoto’s van twee willekeurige studentes verschenen - en waar de bezoeker vervolgens kon klikken welke het mooist was. Hot or not. Als een virus verspreidde Facemash zich over de campus. Diezelfde nacht nog kreeg de site 22.000 hits, crashte de universiteitsserver en sloot Harvards systeembeheerder Zuckerbergs internetverbinding af. Nadat hij verschillende vrouwenverenigingen zijn excuses had aangeboden, kwam hij er met een reprimande vanaf.

DEZE DINSDAGAVOND is het beginpunt van The Social Network, de nieuwe film van regisseur David Fincher (Fightclub, Se7en, Zodiak) en scriptschrijver Aaron Sorkin (The West Wing), die nu al een van de meest - en best - besproken films in Amerika is. Uit 'Facemash’ zou 'Facebook’ voortkomen, vandaag de grootste sociale netwerksite ter wereld, met vijfhonderd miljoen gebruikers wereldwijd, die zevenhonderd miljard minuten per maand op de site doorbrengen. Een website die vorig jaar achthonderd miljoen winst maakte, en mocht de site een beursgang maken, dan wordt de waarde op 25 miljard geschat - wat Zuckerberg de rijkste 26-jarige ter wereld maakt.
In de openingsscène is Zuckerberg, gespeeld door Jesse Eisenberg, gepreoccupeerd met de kans dat hij wordt toegelaten tot een 'final club’, een van de elitaire studentenverenigingen. Eisenberg speelt feilloos, schermt zijn emoties af; hij staart vooruit, mijdt oogcontact, praat in onregelmatige, korte spurten, als een processor.Hij denkt sneller dan hij praat en is permanent geïrriteerd als zijn lieftallige vriendin (Rooney Mara) de draad kwijtraakt en zijn obsessie probeert te relativeren. Zuckerberg is even arrogant als onzeker en elke opmerking die bedoeld is om het meisje te imponeren, jaagt haar verder weg. Maar snap je niet, zegt hij bits, dat als ik in een final club kom, het voor jou, slechts een Boston University-studente, een unieke kans is om belangrijke mensen te ontmoeten?
Ik wil niet dat je denkt dat ik het uitmaak omdat we niet bij elkaar passen, zegt ze, ik maak het uit omdat je een enorme eikel bent.
Fincher toont de sociale structuur van Harvard ingenieus. Hij toont de nerds achter hun computers, die Zuckerberg bewonderend volgen; hij toont de final clubs waar corporale jongens met dronken meisjes feesten. Alles draait om sociale status en klassenverschil. Zuckerberg houdt twee Ivy League-broers - blonde übermenschen met brede kaken en knalblauwe ogen - die hem benaderen om een universitaire datingsite te schrijven aan het lijntje, juist om zijn superioriteit over hen te bewijzen. Ondertussen ontwikkelt hij 'the Facebook’. Dat is dan de ironie: het grootste sociale netwerk ter wereld is tot stand gekomen dankzij een jongen die niet meedraaide in het sociale universum van de universiteit.

THE SOCIAL NETWORK is geen zuiver feitelijke weergave van wat er is gebeurd. Aaron Sorkin baseerde zijn script grotendeels op Accidental Billionaires, de reconstructie van de oprichting van Facebook door de Amerikaanse journalist Ben Mezrich. Mezrichs boek leest als een trein en geeft een vaak geestig beeld van het studentenwereldje op Harvard, maar schiet als overtuigend non-fictiewerk net te kort. In zijn inleiding geeft Mezrich al aan dat hij, 'voor het leesgemak’, bepaalde gesprekken heeft ingedikt of heeft samengevoegd, wat sommige dialogen onwerkelijk doelmatig maakt. Nog onwerkelijker is de hypothetische modus waarin hij soms doorschiet, als hij een scène reconstrueert waarbij geen van zijn bronnen direct aanwezig was: 'Laten we ons een jongen voorstellen. Hij zit alleen op zijn kamer en hij is boos. Hij pakt zijn laptop. Wat gaat hij doen?’ Et cetera.
Aangezien Sorkins script hier weer een bewerking van is, kijk je in The Social Network naar een her-herbewerking van feiten die vaak maar uit één bron komen, Eduardo Saverin, de enige die van binnenuit bij de oprichting van Facebook betrokken was. Savarin was een van de eerste geldschieters, maar werd er uiteindelijk door Zuckerberg uitgewerkt. Gevolg is dan ook dat hij veruit als de 'meest normale’ overkomt; hij investeerde niet in Facebook omdat hij dollartekens in de ogen had, hij investeerde omdat hij graag zijn beste vriend Zuckerberg wilde helpen. De manier waarop hij door vooral Sean Parker Facebook uit wordt gewerkt vormt de dramatische kern van The Social Network.
Tot ieders verrassing kwam het verhaal van Mark Zuckerberg half september naar buiten, toen hij meewerkte aan een profiel in The New Yorker. Het was zijn eerste interview in jaren. Hij had Finchers film niet gezien, wilde die ook niet zien, en op Saverin reageerde hij liever niet. Maar het leek evident dat Zuckerberg naar buiten trad om zijn imago wat op te poetsen (hij verscheen ook kort en ongemakkelijk bij Oprah Winfrey, waar hij hatseflats honderd miljoen weggaf aan zwakke scholen in New Jersey). Hoe veelbesproken het artikel ook was, echt wezenlijke informatie kreeg journalist Jose Antonio Vargas niet. Dat Zuckerberg half kleurenblind is, en daarom de kleur blauw overheerst op de website. Dat hij een steady vriendin heeft, met wie hij graag Kolonisten van Katan speelt. Hij is rustiger, gemakkelijker geworden, meer volwassen, en hoewel hij nog steeds vol ambitie zit, is hij niet meer het verongelijkte jongetje dat hij op zijn negentiende was, zegt hij.
Gevraagd naar zijn visie zei Zuckerberg dat er een nieuw internet aankomt; Google en andere zoekmachines kunnen het web indexeren, informatie openbaar maken, maar de informatie die er echt toe doet zit in het hoofd van mensen. Als sociale netwerksites een steeds grotere rol gaan spelen in het leven van mensen, en de groeicijfers van Facebook liegen er niet om, dan betekent dat ook dat privacy 'een evoluerende sociale norm’ is. Want als je digitale identiteit net zo waardevol wordt als je echte identiteit, dan zul je steeds meer van jezelf moeten laten zien om mee te tellen.

WAAROM WILLEN mensen eigenlijk zo graag meetellen op Facebook? Zoeken de vijfhonderd miljoen mensen, met een groei van vijf procent per maand, vermaak? Het is Zuckerbergs talent dat hij de site zo overzichtelijk heeft ontworpen dat het bijhouden van je profiel een verslavende bezigheid is. Je kunt onbeperkt veel foto’s plaatsen, je kunt kinderlijk eenvoudig links naar opvallende krantenberichten en YouTube-filmpjes plaatsen, die dan ogenblikkelijk in beeld ploppen. De vijfhonderd miljoen gebruikers besteden zevenhonderd miljard minuten per maand op Facebook; dat is gemiddeld 1400 minuten per persoon. Dat is meer dan 23 uur per maand, bijna een heel etmaal.
Wat zoeken ze (we) in die tijd? Seks, suggereren Fincher en Sorkin. In de film vraagt een huisgenoot aan Zuckerberg of hij dat en dat meisje kent, en of hij weet of ze een vriendje heeft. Zuckerberg racet naar zijn kamer en voegt een aantal nieuwe multiple choice-vragen toe die essentieel zijn voor de profielpagina’s van de studenten:
Geïnteresseerd in: Mannen; Vrouwen (je kon allebei aanvinken).
Op zoek naar: Vriendschap; Een relatie; Een afspraakje; Random Play; 'Alles wat ik te pakken kan krijgen’.
Burgerlijke staat: Vrijgezel; In een relatie; Verloofd; Getrouwd; 'Moeilijk te omschrijven’; 'In een open relatie’.
Binnen een afgeschermd terrein als de campus, waar iedereen van dezelfde leeftijd is en naar dezelfde feestjes gaat, is seks inderdaad een reële motivatie om je ervoor in te schrijven. Zoals Facebook vandaag functioneert, wereldwijd, voor jong en oud, zal het ongetwijfeld nog steeds een rol spelen (je kunt op je BlackBerry of iPhone zo zien wat de burgerlijke staat van de juffrouw op je boekpresentatie is), maar het sekselement is sindsdien sterk verminderd. De keuzemogelijkheden 'Moeilijk te omschrijven’ of 'Alles wat ik te pakken kan krijgen’ zijn vervallen. Facebook is sowieso serieuzer geworden. Minder studentikoos, meer corporate. En daarin schuilt een essentieel deel van de aantrekkingskracht; het netwerk heeft een onmiskenbare sociale waarde.
Interessant is het onderzoek van Danah Boyd, een Amerikaanse onderzoekster voor Microsoft en docente aan Harvard, die de afgelopen jaren een paar duizend scholieren en studenten ondervroeg naar hun gebruik van sociale media (en daar een buitengewoon leesbare blog over bijhoudt, www.danah.org). Boyd schreef dat alleen al de keuze voor Facebook - en niet concurrerende sites als Friendster, MySpace, of in Nederland Hyves - een statussymbool is. Omdat Facebook begon op Harvard heeft het altijd een universitair imago gehad, met als gevolg dat scholieren die hopen te gaan studeren eerder voor Facebook kiezen (zoals reeds afgestudeerden dat ook doen). Het meest concrete voorbeeld hiervan is het Amerikaanse leger; Boyd kon turven dat veruit de meeste officieren, die vaak hoger opgeleid zijn, Facebook gebruiken, terwijl de lager opgeleide soldaten massaal voor MySpace kiezen.
In een wetenschappelijk artikel dat Boyd dit jaar schreef voor Digital Race Anthology toonde ze aan dat leden van vermogende families 25 procent sneller voor Facebook zullen kiezen dan voor andere sociale netwerksites (mensen uit armere gezinnen zullen 37 procent sneller voor MySpace kiezen). En niemand die deze sociale status sneller aanvoelt dan scholieren en studenten. Zo citeert Boyd een scholiere, Kat, veertien jaar oud, met een 'comfortable blackground’: 'Ik wil niet discrimineren, maar MySpace is now more like the ghetto or whatever.’
Het begrip 'sociale klasse’ is steeds vager geworden. Termen als 'arbeidersklasse’, 'middenklasse’ en 'bovenklasse’ dekken de lading niet meer, nu je inkomen steeds meer los komt te staan van je sociale klasse. Een voor de hand liggend voorbeeld: je kunt makkelijk beneden het gemiddelde inkomen verdienen en toch (in de terminologie van Wilders) tot de 'linkse elite’ horen. Een abonnement op de stadsschouwburg of De Groene Amsterdammer lijkt daar soms voldoende voor. Sociale klasse lijkt nu het best te duiden met Max Webers 'stratificaties’: sociaal kapitaal (relaties, netwerken) en cultureel kapitaal (kennis, opleiding, sociale vaardigheden). In de 21ste eeuw vertaalt zich dat al snel naar wat we 'lifestyle’ noemen.
Op Facebook toon je je lifestyle, door op je profielpagina een etalage te maken van je persoonlijke smaak. Hoewel Danah Boyd schrijft dat veel Facebook-profielen - ze bekeek er tienduizend - ogenschijnlijk 'spontane’ berichten hebben, in de categorie 'Ik heb het koud’, of 'Honger!’, bleek uit haar interviews dat de gebruikers bij elk prikbordbericht een afweging maken hoe dat zijn of haar profiel beïnvloedt. Weinig is écht spontaan: de gebruikers hebben een sterk ontwikkeld gevoel voor welke smaakkenmerken ze wel en niet van zichzelf etaleren.
Zo kom je uit bij de Franse filosoof Pierre Bourdieu, wiens studie La distinction: Critique sociale du jugement (1979) nog steeds geldt als handboek over hoe sociale klasse onze culturele smaak voor kunst, films en muziek bepaalt. Facebook zou een experiment naar Bourdieu’s hart zijn: gebruikers zeggen dagelijks wat ze bij H&M hebben gekocht, of bij de Bonneterie, welke film ze gaan zien, welk boek ze lezen, en wat ze vinden van de boeken en films en jurkjes van hun vrienden. Natuurlijk is er ook intermenselijk contact, vrienden die willen weten hoe het met je gaat, maar het merendeel van de tijd reageer je op de smaak van anderen - door een berichtje achter te laten, maar vaker door op de 'vind ik leuk’-button te klikken, waarmee je je eigen smaak, je lifestyle bevestigt.
Dat is de dubbele ironie van Facebook: het is een netwerksite bedacht door een jongen zonder eigen sociaal netwerk; het is een site die je in contact brengt met 'de ander’, maar vooral gaat over het 'ik’.
Het spreekt voor zich dat 'fans’ voor de in 2002 overleden Bourdieu een eigen Facebook-pagina hebben gemaakt. Tot nu toe vinden 2161 mensen hem leuk.


The Social Network draait vanaf 28 oktober in de bioscoop. Accidental Billionaires van Ben Mezrich verscheen in Nederlandse vertaling als Facebook: Het krankzinnige verhaal van twee nerds die per ongeluk de grootste sociale netwerksite ter wereld oprichten (Carrera, 287 blz., € 17,90). Een profiel aanmaken bij Facebook is helemaal gratis