Interview met GroenLinks-Kamerlid Femke Halsema

‘Ik kan hard zijn’

GroenLinks-Kamerlid Femke Halsema vond zichzelf als meisje maar middelmatig. Naar de circusschool wilde ze, maar haar ouders verhinderden dat. Nu strijdt ze als politica tegen de benepenheid om zich heen. ´Ik ben scherp op anderen en scherp op mijzelf.ª

´Als jullie die boom willen weghalen, keten ik me eraan vast, zei ik tegen de onderburen, mijn mede-huiseigenaren. Ik ben geen milieufreak, maar om nu net die ene boom uit de tuin weg te halen…ª

Femke Halsema (33), Kamerlid voor GroenLinks, is allergisch voor de benepenheid die ze om zich heen ziet oprukken, juist daar waar ze geestverwanten dacht te hebben. Zij is niet bang om het conflict aan te gaan. ´Ik kan uitermate brutaal zijn. En hard.ª Zij spreekt over de ´flutargumentenª waarmee slechte situaties zich maar voortslepen, zoals de onzorgvuldige werkwijze van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (ind). ´Wat wij al jaren willen, maar wat maar niet wordt geregeld, is dat het verhoor van een asielzoeker op band wordt opgenomen. Heel simpel.ª Verzet zich tegen de kortzichtigheid en de ondoordachtheid van de nieuwe Vreemdelingenwet die nu door de Kamer moet worden geloodst. Toegegeven, zij is door de materie geobsedeerd, maar heeft inmiddels geleerd haar standpunten gefaseerd te verwoorden. ´In politieke termen over een onderwerp nadenken is iets volstrekt anders dan een zuiver inhoudelijk standpunt innemen. Overwegingen van haalbaarheid spelen altijd mee.

Ik ben scherp op anderen en scherp op mijzelf. Anders dan vroeger. Ik was echt een meisje, dat graag populair wilde zijn.ª

De nieuwe Vreemdelingenwet moet grondig gewijzigd worden, want anders koerst hij af op een zeker fiasco. Dat is voor Halsema een uitgemaakte zaak. De rechtspositie van de reguliere vreemdeling verslechtert dramatisch. Evenals die van de verdragsvluchteling, omdat die nu ook een zogeheten volgtijdelijke status krijgt voor drie jaar, in plaats van direct een permanente status. ´Zowel vanuit het oogpunt van integratie als vanuit humaniteit vind ik dat zeer ongewenst.ª De motivatie voor de beslissing over hun lot wordt niet openbaar gemaakt om procederen tegen te gaan. ´Je kunt mensen dat recht niet ontzeggen. Het betekent een stuitende rechtsongelijkheid ten opzichte van Nederlanders.ª Dat het aantal procedures kan worden verminderd, is volgens haar een fictie. Zoals het een fictie is om te denken dat je door middel van wetgeving de kwaliteit van de beleidsuitvoering kunt verbeteren. ´Alsof ind-medewerkers beter gaan werken op het moment dat ze een andere wet hebben.ª

Dan is er nog het probleem van de ´voorraadª van de oude gevallen die wachten op een beslissing. Zo’n zestigduizend mensen wachten, variërend van een half jaar tot zeven jaar, op een definitieve beslissing. Blijven of niet. Al die zaken zouden moeten worden afgerond vóór 2001, als de nieuwe wet in werking moet treden. ´Dat lukt natuurlijk nooit. En als het de ind wel lukt, dan kun je ervan op aan dat het slechte beslissingen zijn waardoor het probleem wordt verschoven naar de rechterlijke macht.ª Om de groeiende puinhoop te voorkomen, vindt Halsema dat de oude gevallen versoepeld moeten worden afgerond. ´Dit jaar moet schoon schip worden gemaakt. Veel ruimhartiger dan je oorspronkelijk zou doen, moet besloten worden dat mensen mogen blijven.ª

In het asieldebat ziet ze de rol van GroenLinks vooral als een principiële, al zal ze ook zoveel mogelijk wijzigingen in de wet proberen aan te brengen. ´Elk amendement is er één.ª Asieldebatten vindt ze moeilijk. ´Ons contact met individuele asielzoekers is vrij heftig. Veel mensen komen uiteindelijk in nood bij ons aan met de smeekbede of wij willen bemiddelen. Dat betekent dat je nooit het zicht verliest op de mensen om wie het gaat. Dat betekent ook, althans zo ervaar ik het, dat je emotioneel zwaar onder druk staat.ª

In het begin van haar Kamerbestaan dacht ze dat het werk niet te verenigen was met een aangenaam privé-leven. ´Geleidelijk ontdek ik dat je toch heel veel dingen waaraan je waarde hecht wel degelijk kunt doen. Je krijgt een grotere mond, je wordt wat vrijer. En ik ga nu beter met m’n vrije tijd om. Ik plan veel meer vakanties. Ik leef natuurlijk op grote voet op dit moment. Het is onvoorstelbaar hoe rijk je bent als Kamerlid. Je verdient 150.000 gulden bruto per jaar. Daar bovenop krijg je een onkostenvergoeding, belastingvrij, van bijna dertigduizend gulden.ª

Haar ambitie is een ´werkelijk gezaghebbendª Kamerlid te worden. ´Ik heb in eerste instantie altijd gedacht: dit doe ik vier jaar en dan ga ik iets leuks doen. Ik ben het werk echter leuk gaan vinden. Als je eenmaal bent opgenomen in de dynamiek van het Kamerbestaan merk je dat vier jaar kort is. De droom van veel Kamerleden is natuurlijk toch om ooit een eigen wet te maken en om die in de Eerste Kamer te mogen verdedigen. Alleen het ritueel al is prachtig. Ik werk nu stiekem aan zo’n wet. Tegen de tijd dat de Tweede Kamer hem behandeld heeft, zijn de verkiezingen, en tegen de tijd dat hij in de Eerste Kamer dient…ª



Door de heisa rondom het dagboek van haar PvdA-collega Marjet van Zuijlen is ze nog alerter geworden wat de publieke belangstelling voor haar privé-leven betreft. ´Je politieke handelen mag niet in het gedrang komen. Ik ben een vrij ernstig mens en wil op die manier ook tegemoet getreden worden. Het is overigens schandalig hoe Marjet is aangepakt in de pers. Het was de hele generatie van mannelijke vijftigers die collectief schande riep, zonder de moeite te nemen zich écht in haar boek te verdiepen.ª

Zelf houdt ze geen dagboek bij. ´Ik probeer wel heel erg veel te onthouden. Ik merk dat het niet goed mogelijk is om volwaardig politicus te zijn en tegelijkertijd een soort antropologische distantie te bewaren. Ik heb de keuze gemaakt er vol voor te gaan. Al vind ik ook dat je jezelf enigszins moet blijven relativeren. Het is heel makkelijk om een diva te worden. Je wordt gefêteerd en je krijgt permanent aandacht. Mensen gaan je belangrijk vinden. Ik vind dat je scherp op jezelf moet blijven letten.ª



Ze ontdekte relatief laat dat ze wel degelijk iets kon. ´Ik heb een vrij trage schoolcarrière gehad. Ik had het beeld van mezelf dat ik middelmatig was. In de brugklas werd ik geselecteerd voor het gymnasium, waar ik per se niet naartoe wilde. Het is de enige keer dat mijn ouders mij mijn zin hebben gegeven. Ik heb een dag in mijn bed liggen janken. Er zaten alleen maar watjes op het gymnasium. Ik wilde bij de stoere mensen horen en was bang dat ik uitgestoten zou worden. Ik heb met veel moeite de havo gedaan. Het grootste deel van de tijd was ik afwezig. Ik was voornamelijk dwars. Met maatschappijleer moesten we stelling nemen over het een of ander, en links of rechts in de klas gaan zitten. Ik bleef demonstratief midden in de klas zitten, omdat ik niet op die manier gecategoriseerd wilde worden. Zo ben ik ook twee keer van dansles afgetrapt, in zo’n buurtdansschooltje in de periferie van Enschede. De jongens moesten de meisjes vragen, je moest dus afwachten tot er een jongen op je afkwam. En al in de eerste les wilde ik niet meer opstaan. Twee lessen heb ik zittend aan de kant doorgebracht. Toen werd ik naar huis gestuurd. Mijn vader had al voor een seizoen betaald, dus die baalde. Uiteindelijk heb ik nooit leren dansen.ª

Ze wilde naar de circusschool, toen de toneelschool te hoog gegrepen bleek. ´Mijn ouders wilden niet dat ik de rest van mijn leven drie ballen in de lucht zou houden. Ze stelden me voor de keuze: je wordt au pair, of je gaat naar de Vrije School in Driebergen. Met kinderen omgaan leek mij niet alles. Het is heel goed geweest, Driebergen. Een antroposofische school, bedoeld voor mensen die eigenlijk nog niet weten wat ze willen. Ik kwam in een zachtaardige omgeving terecht, met interesse voor de menswetenschappen, voor filosofie, voor allerlei creatieve vakken. Allemaal mensen van mijn eigen leeftijd die, gedwongen door het systeem waar je in gegoten werd, op een aardige manier met elkaar omgingen. Ik voelde me opgenomen. Op dat moment ben ik mezelf ook meer gaan waarderen. Ik bedoel, Enschede… Ik wil niks lelijks over de stad zeggen, want dan krijg ik kwaaie brieven, maar het milieu waarin ik groot werd, niet het milieu van mijn ouders maar het iets wijdere milieu van school, was benauwd, met harde oordelen over mensen.ª



Femke Halsema studeerde criminologie bij Frank Bovenkerk, docent aan het Utrechtse Willem Pompe Instituut. Bovenkerk, van oorsprong antropoloog, was toen net begonnen met zijn onderzoek naar de georganiseerde misdaad. Samen met hem ging ze de Wallen op en de casino’s af. Het plan was dat zij zou promoveren op een historiografie van de Amsterdamse penose. ´Het bleek al snel dat ik mijn veldwerk waarschijnlijk in Marbella moest gaan doen, omdat die lui daar allemaal naartoe verhuisd waren. Dat zag ik ook wel voor me. Maar die mannen zijn gewoon geen normale omgang met vrouwen gewend. Eentje zei: nou, dat wijffie mag wel langskomen, hoor; doe ik wat voor haar, doet zij wat voor mij.ª Toen ze een advertentie zag van de Wiardi Beckmanstichting, vlak voor haar afstuderen, solliciteerde ze. Ze wil nog steeds promoveren, al zal ze dat niet meer doen op de penose, maar op de wijzigingen in het criminaliteitsbeleid.

Zij heeft zich, vertelt ze, mateloos opgewonden over de recente vpro-actie van Felix Rottenberg rond de Leidsestraat, juist omdat ze zich met hem verwant voelt. ´Als je maatschappelijke ambities devalueren naar dát niveau… Het is zó kleinsteeds. Als je tegen de paddestoelenhouder op de hoek gaat zeggen: ‘Dondert u maar op’, terwijl je het tabakswinkeltje verdedigt. Rottenberg legt de verantwoordelijkheden voor de verloedering op het niveau van de individuele burger. De fietsers, de automobilisten. Ik vind de Leidsestraat ook niet mooi, maar het is verdorie wel een grote stad. Beklémmend. De vertrútting van zo’n vpro, om Rob Muntz op non-actief te zetten; en zich excuserend omdat ze iets smakeloos hebben uitgezonden. Er slaat een golf van politieke correctheid over dit land.ª

Een bloedhekel heeft ze aan makkelijke excuses. Daarentegen was ze onder de indruk van de schuldbetuiging die Jorge Semprun, schrijver en politicus, in de serie van Wim Kayzer aflegde, geïnterviewd over zijn communistische verleden. ´Hij betuigde zijn schuld op een overtuigende manier. Hoe hij zijn verzetsvrienden in die showprocessen had verraden. Hoe hij de loyaliteit aan de partij liet prevaleren boven loyaliteit aan zijn vrienden.

Een fout van die grootte maken wij niet allemaal, omdat wij niet in aan dit soort extreme omstandigheden worden blootgesteld. Maar ik weet niet wat voor fouten ik in vergelijkbare omstandigheden zou maken. Ik denk dat onze menselijke integriteit afhangt van de mate waarin wij in staat zijn om achteraf onze fouten te erkennen.ª



´In het jaar dat ik me gelukkig ging voelen, in Driebergen, was er een jongen die buiten de boot viel. Op een avond, een beetje dronken, heb ik hem publiekelijk voor gek gezet. Ik heb me daar jaren schuldig over gevoeld. Dat je iemand die al onderligt, nog eens natrapt. Op een heel kleine schaal is het hetzelfde laffe gedrag. Je weet dat je het in je hebt.ª

Veroordelen is makkelijk. Neem de jongens in Srebrenica. ´Ik vind dat er een parlementaire enquête moet worden gehouden over Srebrenica. Zolang er geen politiek oordeel wordt geveld over de gang van zaken, dus dat wil zeggen: over de wijze waarop vanuit Nederland, zowel vanuit het leger als vanuit de politiek, aanwijzingen zijn gegeven, zolang daarvoor geen verantwoording is genomen, blijft de schuld eenzijdig bij individuen liggen. Wat Toneelgroep Amsterdam toen heeft gedaan, met dat toneelstuk waarin die jongens min of meer werden veroordeeld, vind ik heel slecht. En dat daarbij ook nog eens een relatie met hun klasse werd gelegd, is zonder meer schandalig.ª

Het debat rond de nieuwe Vreemdelingenwet gaat ze optimistisch in. ´Als politicus moet je altijd denken: het doet ertoe wat ik vind. Natuurlijk ben ik wel eens moedeloos, maar dat ligt in het verlengde van het idee dat je ertoe doet. De orde van de dag is dat wij, GroenLinks, een politiek ideaal vertegenwoordigen dat bij lange na nog niet bereikt is en ook nooit bereikt zal worden, omdat we waarschijnlijk steeds de lat een beetje hoger leggen.ª

Ter plekke doet ze, de ex-PvdA’ster, een belofte: ´Al val je nooit helemaal samen met alle standpunten van je partij, er is voor mij geen andere partij dan de mijne en er zal ook nooit een andere partij zijn.ª