Wat als je zoon andere – of geen – keuzes maakt?

‘Ik kan je niet dwingen, maar doe in godsnaam iets’

Zoon David blowt en woont in het schuurtje bij zijn vader in de tuin. Mees slaapt al vijf maanden uit. En Gijs woont op zijn dertigste nog altijd antikraak. Drie vertwijfelde vaders over hun kinderen.

Medium kerst

‘I am bitterly, bitterly disappointed’, zo sluit Nick Crews (67), een Britse gepensioneerde marineofficier, een brief aan zijn drie kinderen af. In de e-mail – geschreven aan zijn dochters en zijn zoon – bekritiseert hij hun mislukte huwelijken, verkeerde keuzes en hun gebrek aan volwassenheid. De e-mail belandde op internet en werd talloze keren gedeeld.

Nick Crews schrijft: ‘It is obvious that none of you has the faintest notion of the bitter disappointment each of you has in your own way dished out to us. (…) We are constantly regaled with chapter and verse of the happy, successful lives of the families of our friends and relatives and being asked of news of our own children and grandchildren. I wonder if you realise how we feel – we have nothing to say which reflects any credit on you or us.’

Het woord ‘teleurgesteld’ zal Jacques van der Poel (63) niet zo snel in de mond nemen. Wel is hij een vertwijfelde vader. Van der Poel zit in de kajuit van zijn zeilboot. Hier heeft hij het afgelopen weekend zijn verjaardag gevierd. Zijn twee zonen zijn ook langs geweest. De oudste is 25 en net begonnen met zijn promotie. Zijn jongste zoon David (23) ziet hij bijna elke dag. David woont nog thuis: sinds twee jaar woont hij in het schuurtje in de tuin bij Van der Poel in Heemstede. ‘We hebben het samen opgeknapt. Ik heb het hem aangeboden. Hij was er geloof ik wel blij mee en voor mij is het ook prettig.’

Het is een bijzondere situatie, erkent Van der Poel. Maar hij zal zijn zoon niet op straat zetten. ‘Ik wil zo graag dat hij iets vindt wat hij graag doet en waarmee hij zijn geld kan verdienen. Ik denk alleen niet dat ik hem kan motiveren. Ik heb wel eens gezegd: oriënteer je, ga naar meeloopdagen en informeer je over wat er allemaal kan. Maar daar gebeurt vervolgens niks mee.’

De problemen begonnen toen David vijftien was. ‘Tot die tijd ging zijn schoolloopbaan goed. Hij kon na de lagere school zo door naar het vwo. In de derde klas ging het mis; hij redde het niet meer alleen met zijn verstand, hij moest echt iets gaan doen.’ Maar David deed niks. Hij begon met blowen en haalde de ene onvoldoende na de andere. Hij werd van school gestuurd. Ging naar een andere school, maar werd daar ook weggestuurd. ‘In het begin had ik niet in de gaten dat hij zoveel blowde. Ik zei zelfs tegen hem: ik vind het minder erg dat je af en toe een wietje rookt dan dat je echt gaat roken. In mijn beleving was blowen iets incidenteels. Maar dat was bij David niet het geval. Daarbij is die wiet van tegenwoordig echt veel te sterke troep.’

Met ‘hangen en wurgen’ haalde David de havo op het volwassenenonderwijs. Hij begon een hbo-opleiding. Maar na een half jaar haakte hij af. ‘Het probleem is dat hij niet weet wat hij wil gaan doen. Dat speelde toen ook. Ik zei: ga iets doen wat je goed kunt, dan wordt het vanzelf leuk.’ Zijn vaderlijk advies had geen effect.

Onder druk van zijn ouders ging David een half jaar lang een keer in de week naar een instelling waar ze hem hielpen met zijn wietverslaving. Van der Poel: ‘Ze waren daar heel tevreden over hem. Ze zeiden ons: “Dit gebeurt vaker bij kinderen op deze leeftijd en het komt eigenlijk altijd wel goed.” Inmiddels zijn we vijf jaar verder en blowt hij nog steeds.’

David begon met een andere opleiding. Maar na een half jaar hield hij het weer voor gezien. Het idee om zijn werkende leven achter een bureau door te brengen stond hem niet aan, vertelt Van der Poel. Dat hij stopte is nu een jaar geleden. ‘In dat jaar heeft hij niet veel gedaan. Hij is een beetje in de weer met computerspelletjes, en zijn vrienden komen langs. Het is eigenlijk een groot feest; onbekommerd vermaak. Verder werkt hij twee avonden in de week in een Indonesisch restaurant, hij valt daar ook soms in.’

De vader van David zit aan de kleine houten tafel in zijn kajuit. Hij neemt een slok van zijn koffie. Buiten waait de wind hard. David zal nu wel in zijn tuinhuis zitten, denkt hij. Maar het kan ook best dat hij wat aan het doen is met vrienden. Hij weet het niet, en eigenlijk is hij daar wel blij om. ‘In het begin probeer je nog alles te regelen. Maar hij is nu 23.’

Van der Poel geeft les aan de pabo: didactiek voor rekenen en wiskunde. Als geen ander weet hij hoe je jonge mensen iets bij kunt brengen. ‘Een collega van mij zei een keer: “Hier lukt het me wel, maar bij mijn eigen kinderen is het een heel ander verhaal.” Dat gevoel heb ik zelf ook.’ Van der Poel praat met collega’s en andere ouders regelmatig over wat hij nou moet met David. ‘Het baart me zorgen. Ik zie meer ouders in mijn omgeving die met dit soort problemen te maken hebben. Een vriend van mij heeft een zoon die ook niks doet. Hij zei laatst: “Als mijn zoon straks zijn cv moet afgeven voor een sollicitatie heeft hij een gat van een jaar.” Dat geldt voor David natuurlijk ook en dat is niet al te best.’

Zijn schrikbeeld is dat David, als hij straks op zichzelf woont, dit leven doorzet. Dat hij bijbaantjes heeft, maar niet echt iets vindt waar hij harder voor gaat lopen. En dan die ‘verdomde’ wiet. ‘De grootste oorzaak is denk ik toch die verslaving.’ Hij is even stil. ‘David moet in een situatie terechtkomen waarin hij ziet dat het zo niet langer gaat. Omdat hij nog onder mijn vleugels zit, ervaart hij dit niet. Ik heb wel eens gevraagd of hij mee ging zeilen. Dat wilde hij niet. Wel zei hij pas – al denk ik dat het een grap was: “Als jij straks met pensioen gaat kunnen we samen tonijn vissen. We hoeven maar één grote vis te vangen en dan zijn we binnen.”’

Uit de brief van Nick Crews: ‘I can now tell you that I for one, and I sense Mum feels the same, have had enough of being forced to live through the never-ending bad dream of our children’s underachievement and domestic ineptitudes. I want to hear no more from any of you until, if you feel inclined, you have a success or an achievement or a REALISTIC plan to tell me about.’

Fred van der Zwaard (54), vader van een zoon en een dochter, leest met verbazing de brief van de gepensioneerde marineofficier Nick Crews. Zoiets zou hij nooit schrijven aan zijn kinderen. Maar de afgelopen jaren zijn er zeker momenten geweest dat hij zijn zoon Mees (18) een flinke schop onder zijn kont wilde geven. ‘Naarmate het eindexamen dichterbij komt ga je toch gesprekken voeren: wat wil je gaan doen? Waar liggen je interesses? Mees’ antwoord was steevast: uitslapen.’

Wonder boven wonder slaagde Mees dit jaar voor zijn gymnasiumexamen, vertelt Van der Zwaard. Vanaf de derde klas spande het er ieder jaar om. Duizenden euro’s werden uitgegeven aan bijlessen en huiswerkbegeleiding. De ouders van Mees zaten hem flink achter zijn broek. ‘Het was echt nodig. Latijnse rijtjes kun je niet bedenken, die zul je toch echt uit je hoofd moeten leren. Het lukte hem niet geconcentreerd te blijven. Ik ging ook wel eens naast hem zitten. Dan zat hij keurig in zijn boek te lezen. Later vertelde hij mij: “Je zat dan wel naast me, maar ik deed gewoon alsof ik leerde. Ik sloeg af en toe een bladzijde om, verder deed ik niks.”’

Het komt allemaal goed, zei zijn zoon dit jaar toen de zomervakantie begon. ‘“Ik kom net van zes jaar ploeteren op het gymnasium af, laat me eventjes.” Ik kon me daar ook wel iets bij voorstellen, dus liet ik hem zijn gang gaan.’ Maar sindsdien gaat Mees vrijwel iedere avond uit, vertelt Van der Zwaard. ‘Dat kan makkelijk in Amsterdam. Zijn vriendengroep verzamelt zich rond een uur of negen bij iemand thuis. Om twaalf uur gaan ze naar een club – die gaan pas tegen die tijd open. Meestal blijven ze tot sluitingstijd. Er wordt natuurlijk ook wat gedronken, niet geblowd gelukkig. Vervolgens ligt Mees tot zeker drie uur de volgende dag in bed.’

Fred van der Zwaard ziet een opvallend contrast met de meisjes uit het examenjaar van zijn zoon: ‘Die hadden gedurende het laatste schooljaar allemaal plannen gemaakt. De een ging een reis maken, de ander schreef zich in voor een taalcursus en weer een ander ging vrijwilligerswerk doen.’ Van der Zwaard wilde het belang van een weloverwogen keuze duidelijk maken aan zijn zoon. Ze hebben er ruzie over gemaakt, dat werkte niet. ‘Hij had het gevoel dat ik op hem zat te jagen. Dat ik hem bij wijze van spreken neer zou schieten als hij even stil zat.’ Van der Zwaard kwam met het plan om samen een reis te maken naar Zuid- Afrika. ‘Ik wilde hem echt even uit die uitgaanssfeer trekken.’ Voor de reis moest zijn zoon een nieuw paspoort aanvragen. ‘Daar is hij zes weken mee bezig geweest: tegen de tijd dat hij was opgestaan was het gemeentehuis al weer dicht. Uiteindelijk moest hij in de laatste week voor vertrek nog zijn paspoort regelen.’

‘In Zuid-Afrika stond Mees wel een stuk vroeger op, maar nog steeds was het redelijk laat. Hij miste iedere dag het ontbijt. Na een week was ik het zat: “Godverdomme zeg. Waarom verras je me niet een keer: pap, we moeten opstaan, anders missen we nog het ontbijt!”’

Mees is genetisch niet begiftigd met veel activiteit en discipline, vertelt zijn vader. Dat is ook de reden dat hij zijn zoon wil waarschuwen. Van der Zwaard herkent de ongeconcentreerdheid en luiheid van zijn zoon heel goed. ‘Ik had gepland om tijdens de laatste dagen van onze reis een goed gesprek met Mees hierover te voeren. Ik wilde hem vertellen dat ik niet achter hem aan zat te jagen, maar dat hij zijn leven wel zelf moet oppakken. Ik wilde zeggen: “Het zou zo jammer zijn als je aan het einde van dit jaar niks hebt gedaan. Vooral omdat ik zo goed weet hoe je je voelt. Ik weet waarom je zaken uitstelt, ik heb daar ook last van. Breek door die weerstand heen, anders blijf je er je hele leven last van houden. Kijk maar naar mij.” Zoiets.’

Het gesprek kwam er. ‘Het duurde zo’n tien minuten. Mees zei meteen: “Helemaal mee eens!”’ Maar bij terugkomst in Amsterdam ging Mees gewoon weer vrolijk verder met zijn leven van uitgaan, uitslapen en niks doen. Als vader wil Van der Zwaard zijn zoon vooral behoeden voor een leven van uitstellen en moeilijk tot dingen komen. ‘Hij heeft veel talenten, maar hij is onzeker en komt moeilijk tot actie. Die twee dingen samen kunnen – als hij niet oppast – leiden tot een soort lethargie.’

Laatst kwam een vriend van Mees langs om te eten. Van der Zwaard zag daarin het perfecte moment om hét gesprek nu eens echt te voeren. Hij sprak ze toe: ‘Jullie weten niet wat jullie willen studeren, maar als jullie zo doorgaan is het straks juli en dan weet je het nog niet. Probeer in ieder geval je doelstellingen voor de komende tijd te bepalen. Ga naar open dagen, spreek met mensen, doe een stage. Ik kan jullie niet dwingen, maar doe in godsnaam iets.’

Mees is inmiddels naar een open dag geweest. Daar heeft hij meteen een studie gevonden die hem interessant lijkt. ‘Hij denkt natuurlijk: huppakee, die is binnen. Maar ik hoop toch dat hij zich wat breder nog gaat oriënteren. Hij heeft nu gezegd dat hij op 1 april weet wat hij gaat studeren. Ik hoop niet dat het een grapje van hem is.’

‘Fulfilling careers based on your educations would have helped – but as yet none of you is what I would confidently term properly self-supporting. Which of you, with or without a spouse, can support your families, finance your home and provide a pension for your old age?’ De Britse marineofficier was keihard in zijn kritiek. Met het viral gaan van zijn e-mail wordt een taboe doorbroken: je kunt als ouder best teleurgesteld zijn in je kinderen, maar het aan de buitenwereld verkondigen is een doodzonde, dat doe je niet. Dat waren althans de reacties. Twee van de drie kinderen van Nick Crews hebben sinds het versturen van de brief, februari dit jaar, geen contact meer met hun vader. De vader zelf zei in een interview: ‘Ze hebben alleen de kritiek gelezen, maar niet mijn oneindige liefde die tussen de regels door spreekt.’

‘Je bent jong, je gaat naar school, komt iemand tegen die je leuk vindt, je gaat trouwen en je krijgt kinderen. Dat is voor veel mensen het patroon’, vertelt Sjaak van de Geer (58), vader van drie kinderen. Hij vervolgt: ‘Bij mij ging het in ieder geval zo. Maar bij Gijs werkt het anders. Hij is een beetje een vrijbuiter.’

Van de Geer zit op een plastic tuinstoel in zijn toekomstige slaapkamer. Hij zit midden in de verbouwing van zijn zelf ontworpen droomhuis in Noorden – een dorpje in de buurt van Nieuwkoop. Gijs heeft hem het afgelopen jaar regelmatig geholpen. ‘Hij kon het geld goed gebruiken en ik had iemand nodig die wat hand-en-spandiensten kon verrichten. Daarbij dacht ik: het zou leuk zijn als hij plezier vindt in het werken met zijn handen. Ik zou daar in elk geval, ondanks het feit dat hij behoorlijk goed is opgeleid, geen moeite mee hebben.’ Het was best plezierig werken, zegt Van de Geer. Maar al vrij snel zag hij dat de prioriteiten van Gijs ergens anders lagen: ‘Als hij muziek wilde maken, zei hij af. Ik begreep dat trouwens ook wel.’

Gijs besloot na het afronden van zijn studie sociologie dat hij zich het liefst op een carrière in de muziek wilde richten. Als vader vond Van de Geer dat in die tijd best lastig: ‘Ik ga niet zeggen: ik vind het zonde dat je een heel goede opleiding hebt gehad en de talenten die je hebt niet gebruikt. Want ja, zijn ideaal is toch echt de muziek. Maar hij maakt het zichzelf wel lastig; je moet namelijk veel talent en doorzettingsvermogen hebben om daar succesvol in te worden.’

Sjaak van de Geer werkt als strategisch inkoper hout- en bouwmaterialen voor een groothandel. Hij herkent in zijn middelste zoon zijn hang naar vrijheid. ‘Ik zoek alleen wel naar zekerheden. Ik bouw nu een huis, maar dat zou ik niet doen als ik niet de zekerheid heb van een baan. Gijs woont al jaren antikraak. Hij heeft op zoldertjes driehoog-achter gewoond. Daar werd ik niet blij van; hij leidde een soort zwerversbestaan. Nu woont hij in een oud bankgebouw op een toplocatie. Dat vind ik mooi om te zien. Hij neemt alleen wel het risico voor lief dat hij er van de ene op de andere dag uit kan worden gezet.’

Ongeveer acht jaar geleden zag Van de Geer dat zijn zoon niet zou kiezen voor de makkelijke weg. ‘Gijs houdt niet van bazengedrag. Hij had een keer een baantje als taxichauffeur. Maar hij kon het niet vinden met zijn baas, van de ene op de andere dag was hij weg. Ik dacht toen even: wat wordt jouw toekomst?’ Maar hij bewondert dit gedrag tegelijkertijd ook wel: ‘Gijs gaat niet mee met wat de maatschappij van hem verwacht, hij doet alleen waar hij zelf achter staat. Maar dat hij soms afhankelijk is van het geld van zijn ouders en familie maakt het wel ingewikkeld. Hij heeft wel iets op zijn bankrekening, maar veel zal het niet zijn. Hij heeft ook wel baantjes gehad, maar kiest toch elke keer voor de muziek.’

Gijs heeft al jaren een vriendin, zij heeft een vaste baan en is snel gegroeid. Ze hebben de leeftijd waarop je gaat denken aan samenwonen en kinderen krijgen. ‘Voor zijn gevoel hoeft Gijs die keuze alleen nu niet te maken, hij stelt het uit. Ik denk omdat hij weet dat het consequenties zal hebben voor zijn leefpatroon. Het gevaar is dat de keuze voor jou wordt gemaakt. Dan laat je de liefde van je leven lopen omdat je vindt dat je je eigen weg moet gaan. Ik kan hem daarin niet adviseren, maar ik kan wel zeggen: tel je zegeningen. Ik denk dat het best goed voor hem zou zijn om gewoon huisvader te worden, dan kan hij daarnaast andere dingen blijven doen.’


Om privacyredenen zijn de namen van de zonen gefingeerd