Interview Maarten Mourik

«Ik kan niet tegen onrecht»

Hij is zowel oud-topdiplomaat als dichter. Maar vooral een lastpak, met een oprechte morele verontrusting. Binnenkort klaagt Maarten Mourik de vader van Máxima aan.

Waar land en zee elkaar raken, stapelen torenhoge wolkenpartijen zich op. De vlakte tussen Den Helder en Callantsoog wordt geteisterd door een straffe wind die maar nauwelijks gebroken wordt door de oude West-Friese stolpboerderij van de voormalige topdiplomaat Maarten Mourik. Binnen brandt de haard. «Wil ik u even rondleiden?» Mourik gaat voor in de smalle gang die de met boeken bezaaide woonkamer scheidt van een sobere keuken. Deze boerderij in de kop van Noord-Holland was eens een onbewoonbaar verklaarde bouwval. Toen Mourik en zijn vrouw Margrieth Zijl stra, beeldend kunstenares, het huis jaren geleden betrokken, moesten ze het eigenhandig stukje bij beetje weer opbouwen. «Mijn vrouw is erg goed in het metselen. Ikzelf heb me gewijd aan het renoveren van de vloer en het broodnodige timmerwerk.»

Het is moeilijk voorstelbaar dat deze minzame man voornemens is het merendeel van de Nederlandse bevolking tegen zich in het harnas te jagen. Maar hij is vastbesloten: Maarten Mourik (77) wil koste wat het kost een koninklijk huwelijk tussen prins Willem-Alexander en diens Argentijnse vriendin Máxima Zorreguieta voorkomen. Dat zal het Oranje-minnende volk dat reikhalzend uitziet naar het romantische hoogtepunt van de royalty soap, hem niet in dank afnemen.

Mourik werd vooral bekend als diplomaat — tussen 1946 en 1988 werkte hij voor het ministerie van Buitenlandse Zaken. Zijn belangrijkste posten behelsden het ambassadeursschap bij Unesco (1978-1985) en Internationale Culturele Samenwerking. Tegenwoordig is hij weer wat hij altijd óók was: dichter, schrijver, publicist. Tussen 1955 en 1992 verschenen acht dichtbundels van zijn hand en allerhande cultureel-diplomatieke publicaties. De producten van zijn visuele of concrete poëzie hangen ingelijst aan de wand: vele malen het woord «muur», als betonblokken opeengestapeld; «tijd» die wegvloeit door een zandloper bestaande uit zijn eigen letters; een kort verticaal streepje op een groot wit veld — «Dat vind ik mijn mooiste: Eenzaam heet het.»

«Oud-ambassadeur wil komst Jorge Zor reguieta voorkomen», kopt het Algemeen Dagblad. «Ze hebben er weer niets van begrepen», bromt Mourik, na de rondgang, terwijl hij de krant terzijde legt. «Dat is mij niet genoeg. Het zou natuurlijk een prettige bijkomstigheid zijn als de man het land niet in komt, maar belangrijker is dat het niet tot een huwelijk komt tussen zijn dochter en onze kroonprins. Tenminste, zolang Wil lem- Alexander aanspraak blijft maken op de Nederlandse troon.»

Het is hem natuurlijk te doen om Jorge Zorreguieta, Máxima’s vader, die tijdens het brute militaire regime van Videla verantwoordelijk was voor de regeringspost landbouw. Tijdens het bewind verdwenen duizenden mensen, onder wie veel boeren. Som migen werden teruggevonden in massagraven, veel anderen bleven spoorloos. Zor reguieta heeft nooit openlijk afstand genomen van het regime. Sterker nog, onlangs zou hij in het wat dubieuze Argentijnse week blad Noticias hebben gezegd dat hij zijn deelname aan het regime «niet verloochent».

Mourik is van zins zeer binnenkort aangifte te doen tegen Zorreguieta. Daartoe is hij in zee gegaan met Britta Böhler, de bevlogen strafpleitster die het onder meer opnam voor de Koerdische leider Öcalan. Zij is momenteel bezig uit te zoeken aan welke mensenrechtenschendingen Zorreguieta zich schuldig heeft gemaakt. Mourik is bloedserieus. Al eerder gaf hij de Amsterdam International Law Clinic, een onafhankelijk wetenschappelijk instituut, opdracht onderzoek te doen naar de strafrechtelijke aansprakelijkheid van Argentijnse regeringsleden in de periode 1976-1983. Volgens de Law Clinic kan Jorge Zorreguieta volledig aansprakelijk worden gesteld voor de misdaden die het regime beging terwijl hij minister was.

Mourik: «Het pure lidmaatschap van een dictatoriaal bewind is voldoende om medeplichtig te zijn aan de misdaden die dat regime heeft gepleegd. Zelfs als men er niet van heeft afgeweten, want men had het móeten weten. Dat is de algemene basis van de aanklacht. Waar we nu naartoe werken, is het bijeenbrengen van concrete gegevens over de misdaden van het regime. Die zijn er te over. Al zou hij niet letterlijk bloed aan de handen hebben, dan nog is hij medeplichtig aan de misdaden van het regime. Misdaden tegen de menselijkheid, folteringen, massale verkrachtingen, massa-executies, het in zee werpen van mensen met blokken beton aan hun been.»

In de ogen van Maarten Mourik is het een drievoudig teken van minachting als de toekomstige Nederlandse koning een huwelijk sluit dat hem associeert met een dergelijke schoonvader. Mourik somt op: «Minachting jegens de slachtoffers van het Videla-regime en hun nabestaanden. Die vragen zich nog elke dag af waar hun verwanten zijn gebleven. Minachting voor de mensenrechten, want die worden volstrekt genegeerd. En minachting jegens het Nederlandse volk in zijn totaliteit dat zich immers laat voorstaan op de bescherming van de mensenrechten. Niet zolang geleden hebben we zelfs een internationaal ambassadeur voor de mensenrechten benoemd.»

Mourik wil niet wachten met het indienen van een aanklacht tegen Zorreguieta totdat een verloving wordt aangekondigd. «Dan is het te laat», zegt hij. «Een verloving is een plechtige belofte die je doet om iemand te trouwen. Als je de verloving verbreekt pleeg je woordbreuk, en dat wordt in de Argentijnse machocultuur vast heel zwaar opgenomen. Nu kan men nog terug zonder gezichtsverlies. Ik zou me kunnen voorstellen dat mijnheer Zorreguieta niet blij is met wat hem boven het hoofd hangt. Misschien dat hij zijn dochter zal adviseren niet in het huwelijk te treden met de prins. Ik denk wel dat hij zoveel macht over haar heeft. Waarom zou ze zich anders nog steeds niet van haar vader hebben gedistantieerd?»

De actie is zeer pijnlijk voor Máxima en Willem-Alexander. «Critici vragen me vaak: ‹En Bernhard dan, die lid was van de NSDAP en de Reiter SS, en Claus met zijn Hitler jugend? Daar moet je dan toch ook tegen ageren?› Ja zeg, zo blijven we bezig. Laten we nu eindelijk maar eens schoon beginnen met de relaties van ons toekomstig staatshoofd.

Begrijp me goed, ik misgun ze hun geluk niet. Wat mij betreft mogen ze trouwen. Maar dan moet Willem-Alexander wel beseffen dat hij niet zomaar een Nederlandse jongen is, maar onze toekomstige koning. Hij zou een afweging moeten maken tussen zijn persoonlijke geluk en de plichten die zijn functie hem oplegt. Ik meen dat hij in een tv-interview eens heeft gezegd dat hij zijn hart zou volgen als hij moest kiezen tussen persoonlijk geluk en staatsrechtelijke plichten.»

Het is dan ook niet genoeg wanneer Máxima afstand zou nemen van haar vader, of zelfs wanneer Jorge Zorreguieta spijt zou betuigen. Mourik: «Hij is medeplichtig aan misdaden die niet zijn verjaard. Zelfs als hij nu zou zeggen: ‹Het spijt me verschrikkelijk›, dan zou hem dat niet minder schuldig maken. Als een moordenaar zegt ik heb spijt, dan blijft hij een moordenaar. Zeker zolang hij niet bestraft is. Als hij straf heeft ondergaan, kun je zeggen: zand erover. Zolang dat niet gebeurt, blijft zijn schuld jegens de mensheid openstaan. Pas als Zorreguieta voor het gerecht is gebracht, kan hij schoon schip maken. Maar dat gaat heel lang duren, en zolang kan het huwelijk vast niet wachten.»

In een enquête van Interview/NSS bleek eind april nog dat de helft van de ondervraagden vond dat het huwelijk doorgang kon vinden wanneer Máxima publiekelijk afstand zou nemen van de politieke daden en het verleden van haar vader. Bijna veertig procent vond zo'n gebaar zelfs niet nodig. Maar liefst 83 procent had uiteindelijk geen overwegende bezwaren tegen het huwelijk. Het zijn cijfers die Mourik aan het denken hebben gezet. «Ik heb geen hoge verwachtingen van de stellingname van het Nederlandse volk. Maar dat weerhoudt me er niet van te wijzen op de morele aspecten. Het gaat me niet om een juridische of staatsrechtelijke kwestie, maar om een morele. En die zit me erg hoog. Maar als de meerderheid het wel best vindt, dan heeft mijn actie weinig betekenis. Het zou een enorme morele nederlaag zijn van het Nederlandse volk. Daar kan ik niet tegenop.»

Maarten Mourik handelt als eenling. «Ik heb geen organisatie achter me en houd met niemand last en ruggespraak. Wel krijg ik steun. Het valt me op dat die met name komt uit de elite van de samenleving. Nederland is duidelijk sociaal verdeeld over de kwestie.» Margreeth de Boer (PvdA) schreef hem een bemoedigende brief. Ook zij viel Zorreguieta onlangs publiekelijk af. Hetzelfde geldt voor Theo van Boven en de historicus Von der Dunk, die Mourik eveneens zoveel mogelijk steunen.

Zijn enige drijfveer, zegt hij, is oprechte morele verontrusting — «ook al klinkt dat misschien wat brave hendrikachtig». Hij heeft geen banden met Argentinië, nooit gehad ook, en bepaald geen «chip on the shoulder» wat betreft het koningshuis. Wel is hij eerder republikein dan monarchist. «Ik zou zonder meer kunnen leven met een gemoderniseerde monarchie à la D66, maar dat speelt in deze kwestie geen enkele rol. Ik heb van de republikeinen en hun genootschap vooralsnog geen enkele steun gekregen. Dat bewijst maar weer dat het Republi keins Genootschap niet meer is dan een grap. Mensen die zo nu en dan eens bij elkaar komen om overvloedig te eten en te drinken, maar verder geen ene bal doen om hun ideeën in de praktijk te brengen. De laatste tijd voel ik me dan ook meer de verdediger van de monarchie. Ik tracht haar immers te behoeden voor een verschrikkelijke faux pas die wel eens haar einde zou kunnen inluiden.»

Waar komen die morele verontrusting en die vastberaden strijdbaarheid toch vandaan? Wie met Maarten Mourik spreekt, merkt dat hij van doen heeft met een oud-topdiplomaat. Maar ook met een dichter: hij kiest zijn woorden zorgvuldig en zijn taalgebruik is tot in de puntjes verzorgd. En daar, in de combinatie topdiplomaat en dichter/schrijver, ligt de sleutel tot zijn bevlogenheid. Tijdens zijn ambassadeurschap is hij immer een «hoeder der cultuur» geweest. Menigmaal trok hij op niet mis te verstane wijze bij Buitenlandse Zaken aan de bel. «Ik heb altijd gezegd: we hebben wel buitenlandse culturele betrekkingen, maar we hebben geen buitenlands cultureel beleid. Dat hebben we nog steeds niet. Een typisch Nederlands gebrek aan inzicht in de rol van de cultuur in het leven. Je merkt het elke keer opnieuw. De politiek heeft geen werkelijke belangstelling voor cultuur — en al helemaal niet in de buitenlandse relaties. Cultuurpolitiek in Nederland is alleen maar kunstpolitiek en een beetje media. Maar cultuurbeleid zou veel meer moeten omvatten. Ons drugsbeleid bijvoorbeeld, emigratie, immigratie, allochtonen: dat wordt allemaal los gezien van onze presentatie naar buiten, terwijl het toch zeer tot onze specifieke cultuur behoort. Mijn cultuurbewustzijn heeft mij ertoe gebracht het naderende koningshuwelijk zeer serieus te nemen. Ik zie het als een inbreuk op onze eeuwenlange belangstelling voor en bevordering van het volkenrecht — te beginnen met Hugo de Groot — waar later de mensenrechten uit zijn voortgevloeid.»

Een andere levenservaring die zijn vastberadenheid heeft gevormd deed hij op tijdens de oorlog. Hij weigerde de loyaliteitsverklaring te tekenen die de Duitsers verplicht hadden gesteld voor alle studenten. Het kwam hem vanaf 1943 tot het eind van de oorlog te staan op dwangarbeid in Duitsland. Eerst bij een munitiefabriek en toen hij daar de boel iets te opzichtig saboteerde, in een strafcompagnie die gevaarlijk bouwvakkerswerk moest doen — soms op tien meter hoogte, zonder houvast. «Dat kwam weliswaar goed van pas bij de latere verbouwing van onze woning, maar het was geen pretje.

De dwangarbeid vormde hem. «Ik kwam uit een boeren-burgerlijk gezin. Toen ik vijf was, hield mijn vader op met boeren en werd hij gemeenteambtenaar in een klein dorp in de Alblasserwaard. Ik wist eigenlijk niet wat het arbeidersmilieu was. Dat heb ik in Duitsland wel leren kennen. Vooral de ondergeschiktheid: je was een schmutzige Ausländer. Ik heb geleerd wat terreur is. Vlak voordat wij werden opgepakt, zetten ze in ons dorp mensen tegen de muur. Er was een jongen bij van zestien jaar. En in Duitsland zag ik hoe ze de Russische en de Poolse dwangarbeiders behandelden. Daar zijn geen woorden voor. Hoe kun je leven met een vertegenwoordiger van een gelijksoortig regime in ons koningshuis?»

«Sinds de oorlog heeft Maarten enorme moeite met onrechtvaardigheid», vertelt zijn vrouw Margrieth terwijl we met de auto de bewolkte vlakte doorsnijden op weg naar het treinstation kilometers verderop. «En met lijdzaam toekijken. Van der Stoel heeft hem eens een spreekverbod gegeven toen hij een ambtenaar steunde die volgens hem onschuldig was.»

Toen Mourik net de uitslag binnen had van de Law Clinic, stuurde hij een brief naar alle Eerste- en Tweede-Kamerleden: of de dames en heren parlementariërs de uitslag van het onderzoek — namelijk de mogelijkheid Zorreguita te vervolgen voor misdaden tegen de menselijkheid — in hun overwegingen omtrent een eventueel huwelijk zouden willen laten meewegen. De reacties waren uiterst teleurstellend. De PvdA'er Jurgens verzocht Mourik met klem niet op zijn «heilloze weg» voort te gaan, en zelfs de Socialistische Partij meldde niets tegen het huwelijk te hebben als Máxima afstand zou nemen van het verleden van haar vader en het regime. Toen wist Mourik dat hij er écht tegenaan moest en besloot hij Zorreguieta zo snel mogelijk aan te klagen.

«Ik wil zeker niet worden gezien als een activist in de pejoratieve betekenis van het woord», zegt hij. «Maar ik kan dit onrecht niet aanzien. Ik wil geen querulant zijn. Het gaat hier om uiterst serieuze zaken. Toen ik aan het eind van mijn diplomatieke loopbaan mijn opwachting maakte bij minister Van den Broek, vertelde hij me dat ik ‹een lastig man› was. Hij had gelijk. Maar ik beschouw dat als een compliment. Lastpakken heb je nodig in een organisatie. Oók in een monarchie.»