‘ik kan toneel schrijven’

Soms ruikt een voorstelling vanaf de eerste minuut naar de ambitie om hier en nu dit ene verhaal te vertellen. Bij de productie Judith (naar een tekst van Friedrich Hebbel uit 1840; bewerking en regie: Anny van Hoof) moet zoiets aan de hand zijn. Het duurt alleen even voordat die ambitie wordt waargemaakt. Het publiek moet wachten op die ene scène, het moment suprême in het stuk waar het de makers klaarblijkelijk allemaal om te doen is geweest. Midden in de voorstelling komt die scène er ook, en toegegeven, ze ís mooi: de joodse weduwe Judith (Tamar van den Dop) kruipt over een lange vloer vol mozaïektegels naar haar belager, de Assyrische legeraanvoerder Holofernes (Gustav Borremans). Hij is geil als boter, zij is vooral in de war, want dodelijk verliefd en tegelijk bezig om haar volk tegen deze tiran te beschermen. Holofernes heeft één motor, Judith schaakt op twee borden tegelijk. Dat moet wel mislopen. En dat doet het dan ook. Holofernes verliest (letterlijk) zijn hoofd, Judith wordt de heldin die ze nooit heeft willen zijn en ze is vooral bang dat die ene vrijage haar heeft opgezadeld met het kind van de woesteling die ze in koelen bloede vermoordde.

Judith, het toneeldebuut van de in-en-in Duitse en oer-en-oer burgerlijke Friedrich Hebbel, is een draak van een stuk. Hebbel was 27 toen hij het schreef. Het stuk schijnt het resultaat te zijn van een weddenschap. Die pislucht (‘ik kán het, ik kán toneel schrijven’) blijf je de hele tekst lang ruiken. Het stuk oogt als een net ontworpen vliegmachine die maar niet van de grond wil komen. Een hoop gezeur en gezever, geen drama. In het voorwoord bij zijn drie jaar later geschreven burgerlijk treurspel Maria Magdalena legt Hebbel haarfijn uit waar het probleem ligt. Wanneer men botsingen van personages 'uit allerlei uiterlijkheden betreffende liefdeszaken heeft samengelapt, komt daar ontegenzeglijk wel veel treurigs maar niets tragisch uit voort’. Kernachtige omschrijving van wat er mankeert aan zijn toneeldebuut.
Regie en acteurs in deze versie van Judith zoeken de oplossing precies in de verkeerde toonzetting: overdrijving. En dat gaat vrij snel mis. Heftige emoties en radeloze verwarring worden heftig en radeloos gespeeld. Anders gezegd: rode tulpen worden rood geschilderd. Het tragische resultaat van al deze zweterig volvoerde inspanningen is (althans bij mij) dat ik me ga concentreren op die ene vraag: wat gebeurt hier nu precies in dit prachtig vormgegeven (toneelbeeld: Jan van Hoof) paleis? Wat is de meerwaarde van deze Grote Gevoelens? Ik zou het niet weten. Van den Dop doet vreselijk haar best nog wat humor en relativering in het gortdroge portret van de joodse weduwe naar binnen te masseren, maar het blijft bij acteerparels die voor de zwijnen worden geworpen. Gustav Borremans krijgt een springerige eerste opkomst, die hij voor geen meter waarmaakt, waardoor hem meteen alle wapens uit handen worden geslagen.
Die ene scène maakt veel goed. De eindeloze kruipgang van Judith naar een likkebaardend op een chaise-longue gedrapeerde en eindelijk ontspannen geacteerde Holofernes. Maar dan zijn we al bijna een uur net niet in slaap. En we hebben nog een vol uur Grote Gevoelens tegoed.

  • Sprookjes over de liefde is een zeventig minuten durende ode aan het grote verhaal dat van alle windstreken een tik heeft meegekregen: we reizen met acteurs en poppen de hele wereld rond. De productie is gemaakt voor iedereen vanaf 6 jaar en handelt over de zoektocht naar de Ware Liefde. Er is veel te zien en er is ook veel lawaai en een hoop gedoe en eerlijk gezegd had ik het na een minuut of tien wel gezien. Misschien is de term 'revue’ nog wel het meest geëigend om Sprookjes over de liefde te karakteriseren. Aan mij was het niet besteed. Het publiek om me heen was het massaal met me oneens. Ga dus zelf kijken. Overal te zien. Inlichtingen: 0299-372295.