Opheffer

Ik ken de omroep

Ik maak wel eens een programma, als presentator. Ik maak wel eens een programma, als producent. Ik maak wel eens een programma, als redactielid op de achtergrond.

Ik ken de Nederlandse omroepwereld dus een beetje — als een vakantieganger die ook de rare, vreemde, gekke, afgrijselijke plekjes heeft bezocht. Is het Nederlandse omroepland een fijn vakantieland?

Dat ligt er maar helemaal aan hoe je met vakantie gaat. Bij de commerciëlen kan meer (met geld) maar heb je minder vrijheid (als producent), en bij de publieken kan niks (als producent) maar heb je meer vrijheid (als bijvoorbeeld presentator), tot je commercieel moet zijn. Ik zou een merkwaardige atlas kunnen maken, met fantasiestrelende plattegronden.

De publieke omroep is een typisch Nederlands product. Het laat zich goed vergelijken met nieuw gewonnen land, met polders en dijken. Zie een zuil als een polder, zie een dijk als iets wat de polders scheidt maar soms breekt, en je hebt een fraai beeld van de publieke omroep. We zijn ertoe veroordeeld.

De programma’s van de publieke omroep deugen niet, hoor je allerwege. Je moet je dan altijd afvragen: zegt wie? Zegt de overheid. Je hoort eigenlijk zelden een publieke omroep zeggen dat ze een programma van zichzelf niet vinden deugen. En terecht, want als ze dat wel zouden vinden, hebben ze het verkeerde uitgezonden. Nu het vreemde: het eventuele «niet deugen» komt voornamelijk door die overheid zelf, die dus zegt dat de omroepen niet deugen.

Wat betekent «niet deugen» volgens de overheid? Dat betekent dat een programma niet het juiste kijkcijfer haalt. Verantwoordelijk voor dat kijkcijfer is, gek genoeg, niet de omroep maar de netmanager. Die netmanager zit namens ons op zijn netmanagersplek. Hij is een dijkgraaf. Hij zorgt voor de verdeling van het kijk- en luistergeld en het reclamegeld aan de omroepen.

De netmanager heeft een makkelijke taak als hij makkelijke omroepen heeft die zorgen voor een mooi marktaandeel, dus hoge kijkcijfers. (Dan zegt de overheid: dank je wel, netmanager.) Maar een netmanager heeft een moeilijke taak als een omroep eigenzinnig is en met hoge golven op hem af komt. (De om roep zegt weliswaar: dank je wel, netmanager, maar de overheid is kwaad, want «wat doe je met ons geld?»)

Een omroep is ontstaan omdat men het belangrijk vond te bestaan. Er moest een katholiek geluid komen (KRO) of een liberaal geluid (Avro), of een protes tant geluid (VPRO), juist omdat dat geluid niet goed gehoord werd, te weinig kijk- en luistercijfers had. Men vond wat er was niet deugen, en vandaar dat er veel zuilen kwamen die bijna niets droegen.

Nu heeft men daarboven weer netmanagers geplaatst die in feite moeten doen wat de publieke omroepen vroeger zelf deden, maar dan niet gedwongen door de kijkcijfers. Ondoorzichtig? Zeker. Omroepland is een land waar iedere politieagent tevens parkeerwachter is, maar ook trambestuurder. Of iedere bakker tegelijkertijd restauranthouder en controleur vleeswaren.

Nu wil de overheid meer invloed in omroepland. (Meer agenten in dubbelrollen.) Wat betekent dit?

Dit betekent dat ik u voorspel dat er binnenkort één omroep het bestel zal verlaten. Ik gok op de Tros. Ik voorspel dat de Tros met John de Mol kiest voor de vrije wereld. Waarom? Omdat ze er gek van worden. Van wie? Van die overheid. Hebben ze daar gelijk in?

Nee, en ja. In omroepland is het namelijk voor de vrije jongens een slecht ondernemers klimaat. Voor de rest echter is het ondernemersklimaat er fantas tisch. De vraag is dus: heb je vrije jongens nodig of niet?