Het offensief van Vaticaan-ideoloog Rino Fisichella

‘Ik kijk de crisis recht in de ogen’

‘Onze geloofwaardigheid is tot een dieptepunt gekelderd’, zegt aartsbisschop Rino Fisichella, de strategisch denker van het Vaticaan. De katholieke kerk likt haar wonden. En zet komende herfst een wereldwijd offensief in tot herkerstening van het Westen. In De Groene alvast de aftrap.

Rome, 2010. De pauselijke privé-vertrekken in het Apostolisch Paleis. ‘De Heilige Vader wil je spreken’, zegt monseigneur George Gänswein, persoonlijk secretaris en rechterhand van Benedictus XVI met een enigmatische terughoudendheid. ‘Ik vroeg me af wat er aan de hand was. Alle afspraken die ik tot dusver met deze paus had – en de talloze gesprekken met zijn voorganger, Johannes Paulus II in het verleden – liepen via eenzelfde vast stramien waarin het gespreksonderwerp van tevoren werd medegedeeld, zodat je je kon voorbereiden. Dit was zeer ongewoon. “Hij wil met je praten over een taak, een taak je auf den Leib geschneidert.” Het gebruik van een Duitse uitdrukking om het bijzondere van de zaak te onderstrepen, maakte me des te ongeruster en thuisgekomen bladerde ik koortsachtig door het Annuario Pontificio, het pauselijke jaarboek waarin alle functies in de Romeinse curie beschreven staan, om erachter te komen wat me in hemelsnaam “op mijn lijf geschreven” kon zijn. Ik vond niks. En probeerde het zo goed en zo kwaad als het ging van me af te zetten en maar af te wachten wat de paus voor mij in petto had.’

De bewuste dag zit aartsbisschop Rino Fisichella tegenover een glimlachende Benedictus. ‘Ik heb de laatste maanden veel nagedacht’, zegt de paus. ‘Ik wens een dicasterium op te richten voor een nieuwe evangelisatie van het Westen en heb jou gekozen om daar president van te zijn. Wat denk je?’

Rome, 1997. Zwetend – en niet vanwege de Romeinse najaarszon – zit ik in het kleine gelambriseerde wachtkamertje op de eerste verdieping van de Gregoriana, de pauselijke elite-universiteit, te wachten om bij Rino Fisichella mijn examen fundamentele theologie te doen. Ik herinner me de student voor me die met rood behuilde ogen de gang op liep. Theoloog en filosoof Fisichella (Codogno, Lodi, 1951) was – en is – lid van de Vaticaanse Congregatie voor de Geloofsleer, de waakhond van de katholieke orthodoxie, en de rechterhand van de voorzitter ervan, de machtige curiekardinaal Joseph Ratzinger. Mijn professor is de onofficiële ideoloog van het Vaticaan. En de scherpste cultuurcriticus. Ik stap zijn kamer binnen voor mijn mondelinge examen – en verdedig een dissidente en hoogst metafysische these van de Nederlands-Vlaamse theoloog Edward Schillebeeckx. Ik geloof niet dat we het erg eens waren, Fisichella en ik. Maar don Rino, gevreesd om z’n dikke onvoldoendes, is de beroerdste niet en met een negenenhalf sta ik, wat beduusd, een kwartier later weer buiten. Kort daarop maakt Johannes Paulus II mijn professor hulpbisschop van Rome.

Rome, 2004. Al wordt het hardnekkig ontkend, iedereen weet het: Johannes Paulus ligt op sterven. Binnenkort, zo voel ik, komt er een conclaaf aan en moet er een nieuwe paus gekozen worden en ik wil weten hoe de hazen lopen. Bovendien is er kort tevoren in Amerika een seksschandaal uitgebroken en het grootschalig kindermisbruik door priesters en religieuzen doet de kerk in het Westen op haar grondvesten schudden. Ik voorzie – terecht, zo zal blijken – een cultuurclash tussen Kerk en Wereld die zijn weerga niet kent en bel Fisichella voor een onderhoud.

Het is een publiek geheim dat Fisichella een van de belangrijkste schrijvers is van Fides et Ratio, de pauselijke encycliek van Johannes Paulus II die een brug wil slaan tussen geloof en rede. De tweede vermoedelijke co-auteur is de toenmalige prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer, Joseph Ratzinger, en ingewijden in de wandelgangen noemen Fides et Ratio gekscherend Fisichella et Ratzinger. In schrille kleuren schetst de encycliek, die algemeen beschouwd wordt als het geestelijk testament van Johannes Paulus, de botsing tussen Kerk en Wereld. Niet zozeer de kerk, als wel de westerse beschaving als geheel verkeert in crisis, stelt de encycliek. Of, zoals de, toch vrijzinnige, Duitse krant Die Zeit het wat hermetische pauselijk schrijven in een commentaar samenvat: ‘De wereld wordt dom door ongeloof. De onttroning van theologie en metafysica heeft het denken niet alleen maar vrijer, maar ook nauwer gemaakt. Indien het verstand zich van de fundamentele vragen afwendt, heeft het zich onverschillig gemaakt en is het onbevoegd geworden op het gebied van de levensraadsels van goed en kwaad, van dood en onsterfelijkheid.’ De liberale Duitse krant schetst een spookbeeld ‘van een wereld die eerst ophoudt christelijk te zijn en weldra ook niet meer menselijk is’. Of zoals Fides et Ratio het stelt: ‘Waarheid en vrijheid gaan ofwel hand in hand, of ze gaan beiden ellendig ten onder.’ Het is de blauwdruk waarmee de katholieke kerk in de aanval gaat. Het is onmiskenbaar Fisichella. Het is het ideologische program van Rome voor de 21ste eeuw.

Hij draagt een gouden bisschopsring wanneer ik hem om toelichting vraag in zijn nieuwe kantoor met polychrome middeleeuwse beelden en moderne kunst. ‘We leven in een tijd van zwakte. De westerse cultuur, op dit moment, is zwak. Er is geen debat meer over de grote vragen van het leven en van de wetenschap. We staan als westerse cultuur op dit moment aan het absolute einde van een tijdperk en aan het begin van een volgend. Das Ende der Neuzeit. Het grote probleem, de grote uitdaging, op dit specifieke en bijzondere historische moment, is dat we leven tijdens het afsluiten van een epoche, de moderne tijd. Die is voorbij.’

We leven toch al in een postmoderne samenleving?

‘Ik weet niet zeker of ik deze tijd al postmodern wil noemen. Ik denk eigenlijk van niet. We zitten in een overgangsperiode tussen de moderne tijd en de postmoderne tijd; een geheel eigen tijdvak. De overgang van het ene naar het andere tijdperk duurt geen twee, drie of tien jaar; het duurt honderd tot tweehonderd jaar. En dat is nu precies de moeilijkheid van dit moment, de passage naar iets dat we niet kennen. Maar ik bereid me voor! Ik probeer mijn gedachten te prikkelen, mensen te provoceren tot nadenken. In die zin is dit een erg enthousiast moment in de geschiedenis. Want wij, onze generatie, maken uit hoe de toekomst eruit zal zien. We zijn geworteld in de moderne tijd, we zijn kinderen van de moderne tijd, maar we zullen later beschouwd worden als de vaders van het postmoderne denken. En niemand anders buiten onze generatie kan beseffen hoe het is om op hetzelfde moment vader én zoon te zijn van de beschaving. De moderne tijd, zo grofweg sinds de Verlichting, had positieve en negatieve kenmerken. Zonder twijfel is de ontdekking van het subject de belangrijkste positieve karakteristiek; de ontdekking van de rol van de persoon. Dat betekent: de ontdekking van de vrijheid. Van een nieuwe verhouding tussen mensen; de ontdekking van de waardigheid van de menselijke persoon, van democratie en van de grote kracht die in de mensheid aanwezig is. Het betekende de belofte van de technologie en de wetenschap.

Maar negatief is de secularisatie. De breuk, de discontinuïteit in de relatie tussen God en de mens. Ik herinner me een zin van ­Heidegger, die schreef: “We moeten in staat zijn volledig onafhankelijk te zijn van de openbaring van God.” Dat geeft je een idee van het gevoel van moderniteit in de filosofische optiek: er bestaat iets menselijks dat totaal en volledig onafhankelijk is van God. Mijn vraag is natuurlijk waartoe dat zal leiden, deze mensheid, deze persoon, die denkt dat hij in staat is om alles te doen. We weten vandaag, een generatie na de optimistische jaren zestig, beter: ten diepste is deze persoon zwakker dan vroeger. Het gaat niet alleen om Auschwitz en Bosnië enzovoort. Het fundamentele probleem vandaag de dag is dat de persoon niet langer nadenkt over het vraagstuk van de schepping. Waar kom ik vandaan en waar ga ik naartoe? Dit is het vraagstuk waarop de secularisatie geen antwoord heeft kunnen geven. Maar voor de mens van vandaag is het nog steeds de vraag. Waarom dood? Waarom lijden? Dat zijn geen subjectieve vragen. Dat zijn vragen die direct verbonden zijn met onze identiteit, met de volwassen identiteit van een persoon. Als je daarop geen antwoord geeft, dan heb je als mens geen volwassen en volgroeide identiteit. Want dan heb je geen mogelijkheid om je leven zelf in een richting te sturen. In plaats daarvan houd je je bezig met vragen als: wat zal ik morgen doen? Wat zal ik morgen aantrekken? Hoeveel geld ga ik verdienen?’

Blijft de aloude vraag of het mogelijk is dat iets ooit uit het niets is ontstaan…

‘Precies. Het is een vraag die nog steeds op tafel ligt. Het gaat niet alleen om jouw en mijn leven; het gaat om het leven zelf. Over het mysterie van het leven. Als je met onze tijdgenoten spreekt, dan merk je onmiddellijk dat ze gefascineerd zijn door het mysterie. Maar pas op! De mens is gefascineerd door mysterie omdat zijn ratio zwak is. Omdat de rede zwak is, keert hij zich naar het wonderlijke, het raadselachtige of het magische. Aan de andere kant: het mysterie is een integraal onderdeel van ons leven. We zullen niet in staat zijn alles van ons bestaan te verklaren. In het nieuwe tijdperk met de oppermacht van de technologie moeten wij in staat zijn instrumenten te ontwikkelen die het geloof meer inzichtelijk maken voor een mens die waarschijnlijk niet meer uitvoerig stilstaat bij de grote filosofische vragen, maar in essentie denkt op een uitermate snelle wijze. Hoe te spreken over God? Hoe te spreken over liefde in een technologisch tijdperk waar er een misverstand lijkt te zijn tussen liefde en lust? Hoe ik dat denk te doen? Waarschijnlijk door mensen te provoceren terug te treden in de eigen intimiteit. Niet te blijven steken in oppervlakkigheid. Ik heb de pretentie te denken dat als we in staat zijn mensen bij de hand te nemen en terug te voeren tot de diepere lagen van hun leven, we op een dag zullen begrijpen wat liefde is.’

De fundamentele vragen over de liefde worden ruim voldoende door bijvoorbeeld pop­muziek opgeworpen.

‘Ik denk dat er een cultuur is die juist niet wil dat mensen over deze dingen nadenken.’

Denkt u dat?

‘Ja dat denk ik. De mogelijkheid, bijvoorbeeld, om rond te hangen in een disco tot vier, vijf uur in de morgen; hoe kunnen mensen dan nog stilstaan bij de fundamentele vragen van het leven?’

Omdat ze bij het naar buiten gaan doordrongen zijn van gemis en van verlangen…

‘En niemand meer vinden om hen te vergezellen, om metgezel te zijn. Wie is in staat om deze jonge mensen te vergezellen als ze uit een disco komen, leeg, vol met drugs; wie is er daar, de volgende dag? Vergeet niet: onze westerse cultuur is ook een desolate plaats. Aan de ene kant hebben we de overgang naar een nieuwe tijd, aan de andere kant een christendom dat op het moment geen helder beeld van zichzelf heeft. Wat is er in het midden? Mensen komend uit de disco’s zoeken. Als wij zwak zijn in ons geloof vinden ze het in andere religies.’

De dalai lama boekt in West-Europa en Noord-Amerika meer succes dan de paus.

‘De dalai lama vraagt je niet je leven te veranderen. De paus doet dat wel, dat is het verschil. Vraag je maar eens af waarom al die grote sterren in Hollywood en omgeving volgelingen werden van de dalai lama. Omdat ze alles konden behouden. Ze kunnen blijven wie ze waren. Ze hoeven in niets te veranderen. Ze moeten een moment van reflectie inbouwen gedurende de dag en niets anders. Het is voldoende om willekeurig welke pagina van het evangelie op te slaan om te zien dat ons geloof zo niet in elkaar zit. Het christendom is een radicale weg. Je moet alles achterlaten, inclusief jezelf, om Christus te volgen. Ik ben ervan overtuigd dat we in de toekomst weer geloofwaardig kunnen zijn als onze levensstijl in overeenstemming is met ons geloof.’

Dat was toen. Hele bisdommen zijn sindsdien failliet gegaan aan compensatie van slachtoffers van seksueel misbruik. De geloofwaardigheid van de katholieke kerk in het Westen is gedaald tot een niveau ongekend sinds de Franse Revolutie en de kerk lijkt te wankelen. Het Vaticaan zelf, intussen, rolt van de ene affaire in de andere, in een verbeten machtsstrijd tussen kardinaal-staatssecretaris Tarcisio Bertone en de rest van de curie, met als voorlopig dieptepunt een pauselijke butler in een pauselijke gevangeniscel.

Rome, deze zomer. Fisichella is nu aartsbisschop. Zijn Pauselijke Raad voor de Nieuwe Evangelisatie is, veelzeggend, het eerste dicasterium dat in meer dan een kwart eeuw door een paus is opgericht. Het is een niet mis te verstaan statement van Benedictus XVI naar de wereld. De Duitse paus wil de geschiedenis ingaan niet als de paus van de Ondergang door seksschandalen en intriges, maar als de paus van de Ommekeer. Van de Herkerstening van het Westen. Fisichella’s nieuwe kantoor op de bekende Via della Conciliazione ligt niet toevallig precies halverwege de Romeinse binnenstad en de Sint-Pieter. Jonge priesters lopen in en uit.

‘Tijdens mijn gesprek met de paus sloeg mijn aanvankelijke angst binnen een half uur om in enthousiasme. We brainstormden over hoe we het nieuwe dicasterium vorm zouden kunnen geven. Hoe we de landen waar vanouds het christendom stevig was geworteld en waar het nu op het spel staat terug kunnen winnen. We gaan ons niet slechts op Europa richten, maar op alle landen die geboren zijn uit een christelijke beschaving, zoals ook Noord- en Zuid Amerika en Australië. Tijdens het laatste gesprek dat ik met je had, nu bijna acht jaar geleden, was de crisis die ik schetste wellicht meer op een theo­retisch niveau. Inmiddels is de situatie grimmiger geworden. In Europa is de immigratie flink toegenomen en onder Europeanen is er een toenemend besef van het verschil tussen de wankele eigen identiteit en het zelfbewustzijn van nieuwkomers. De laatste tien jaar zie je dat op politiek niveau een soort van fundamentalisme is ontstaan, een extreme politieke situatie, als reactie op een waardenvrije, seculiere politiek in Europa. Ik wil dat Europa de wortels van zijn cultuur niet vergeet. Ik wou dat Europa niet dacht dat alle religies hetzelfde zijn, want dat is voor Europa niet het geval. Het christendom was voor Europa een teken van eenwording, een teken van vooruitgang, een streven naar wat Europa zou moeten zijn. De grote ideeën van vrijheid, gelijkheid en democratie komen van het christendom. En ook al zijn die ideeën in de praktijk op tal van manieren verwezenlijkt, ze kwamen tot de hele mensheid vanuit hier.

Het meest gebruikte woord in onze tijd is crisis. En we zijn in crisis. En ik blijf herhalen dat de economische en financiële crisis waarin wij leven de consequentie is van een andere, diepere crisis. We gaan door een diepe antropologische en culturele crisis, gegeven door het feit dat mensen niet langer een helder perspectief voor ogen hebben. Ze leven alleen nog in het heden, zonder verleden en zonder een duidelijke toekomst.

Vergeleken met tien jaar geleden is het atheïsme meer concreet. Het is niet langer theo­retisch of filosofisch; het is een concreet en materialistisch atheïsme. Ik maak me daar grote zorgen om, want ik denk dat we in een culturele situatie beland zijn waarin de ontstentenis van God niet langer ervaren wordt als een gemis in je leven. In mijn ogen is dat dramatisch. Zonder een minimum aan religieus gevoel in je leven heb je denk ik geen toekomst, omdat je niet langer in staat bent je leven een idee van zingeving te geven. Hoe kun je bijvoorbeeld nog geloven in de liefde? Of geloven in trouw binnen die liefde zonder de dramatische ervaring verraden te worden? Hoe kun je pijn en lijden in je leven plaatsen? Hoe kan ik, bij de aardbevingen die dit land – en de streek waar ik vandaan kom – de laatste twee jaren troffen, de vele, vele mensen die have en goed verloren een antwoord geven? Ze zijn bang, bang voor alles. Je kunt niet je schouders ophalen en er verder niet bij stilstaan, dat is geen menselijk gedrag. De menselijke aard vraagt om een antwoord op sommige vragen.’

Ik denk niet dat er na tien jaar van misbruikschandalen nog veel vertrouwen in de katholieke kerk bestaat.

‘Dat weet ik. Onze geloofwaardigheid is door de schandalen gekelderd. En ik ben woedend, omdat ieder schandaal onze geloofwaardigheid aantast – en ik wil geloofwaardig zijn wanneer ik het evangelie verkondig. Tegelijkertijd moet je het hele plaatje zien; als je alleen maar naar de schandalen wijst en niet naar de tekenen van heiligheid, van onbaatzuchtige zelfopoffering van talloze zusters, priesters, jonge mensen, overal ter wereld, schets je een scheef beeld en doe je de kerk onrecht.Ik wil niet de andere kant op kijken. Ik kijk de crisis recht in de ogen. Ik ben daar niet bang voor, want ik ben er de man niet naar om het hoofd in de schoot te leggen omdat we door een periode van crisis gaan. Een crisis is een tijd van oordeel, zoals het Griekse woord krinomai ook aangeeft; van zuivering, van aanpassing. We gaan door een dramatische geloofscrisis en ik zie die recht in de ogen. We moeten uitzoeken hoe het zo ver heeft kunnen komen, maatregelen treffen en dan verder gaan.’

En het is waar; toen in 2001 de eerste geruchten van kindermisbruik de kop op staken was het Ratzinger die alle bisschoppen ter wereld beval dergelijke zaken onmiddellijk aan hem persoonlijk te rapporteren in plaats van ze nog langer onder de pet te houden en het was Rino Fisichella die Marcial Maciel, de tot dan toe als een levende heilige beschouwde oprichter van het ultra-katholieke Legioen van Christus, genadeloos neersabelde als een kinderverkrachter op grote schaal. ‘Ik wil dat de onderste steen boven komt’, gelast een woedende Fisichella. ‘Ik wil weten wie z’n agenda bijhield, wie z’n afspraken maakte en wie ’m van een dekmantel voorzag!’ Ratzinger en Fisichella, zoveel is duidelijk, zijn de weg van interne zuivering en cultureel offensief al tien jaar geleden ingeslagen. En het startschot tot een ware Contrareformatie wordt komende herfst gegeven. Honderden bisschoppen zullen van 7 tot 28 oktober op het Vaticaan bijeenkomen in een Synode over de Nieuwe Evangelisatie van het Westen. Daar worden, onder Fisichella’s sturing, de grote lijnen uitgezet. Na afloop van de bisschoppensynode zal de paus in een Apostolische Exhortatie het plan van aanpak decreteren om het Westen terug te brengen tot God.

Een overleg met twaalf van Europa’s belangrijkste bisschoppen is aan de synode voorafgegaan. De aartsbisschoppen van Barcelona, Boedapest, Brussel, Dublin, Keulen, Lissabon, Liverpool, Parijs, Turijn, Warschau, Wenen en Zagreb bespraken in Fisichella’s kantoor de strategie voor de herevangelisatie van het Avondland. Kardinaal Eijk van Utrecht was niet aanwezig – op een spoedige herkerstening van Nederland rekent Fisichella waarschijnlijk niet.

‘Soms, als ik in Rome toeristen Nederlands hoor praten, sta ik even stil en kijk ik naar die mensen en vraag ik me af hoe het mogelijk is dat Holland zo is veranderd. Toen ik een kind was, was de meerderheid van de missionarissen ter wereld Nederlands. Jullie waren diepe gelovigen en grote christenen. En ik vraag me af: hoe heeft in veertig, vijftig jaar tijd de omslag zó groot kunnen zijn?’

Het gaat anders prima met ons in Nederland, dank u, ook zonder God. We horen schijnbaar tot de vijf gelukkigste landen ter wereld.

‘Schijnbaar! Je gebruikt precies het juiste woord! Maar zijn jullie werkelijk gelukkig? Ik ben er niet de man naar te stoppen bij een “schijnbaar”. Ik wil doordringen tot het diepste van het hart. En als je tot in het diepste gaat, zijn jullie geen gelukkige samenleving, het spijt me dat te moeten zeggen, Robert. Er is een verschil tussen een probleemloos leven en waar geluk. Jullie zijn steeds op zoek naar weer iets nieuws, naar nieuwe ervaringen, naar nieuwe kicks, zonder een kritisch onderscheid te maken tussen wat vluchtig is en wat blijvend. Het kenmerk van Europa nu en van de westerse cultuur is fragmentatie. Ik wil die fragmentatie van vandaag voorbij en doorstoten tot een fundament, een basis. Dus moeten we allereerst de christenen die er nog zijn, gaan scholen. Onze gelovigen kennen niet meer de meest basale inhoud van het geloof. Vervolgens gaan we ons op het mysterie richten. Ik ben er sterk van overtuigd dat zonder mysterie, zonder spiritualiteit en zonder het vermogen om de waarde van stilte in je leven te begrijpen, je als persoon niet verder komt. Ten slotte kijken we naar onze levensstijl. Als die niet in overeenstemming is met onze boodschap kunnen we niet de pretentie hebben anderen iets te verkondigen.’

Al moet de paus in oktober nog beslissen wat precies en hoe, de elite gaat de spits afbijten in het komend offensief. De Kulturkampf gaat zich afspelen op de campussen. In de Verenigde Staten lopen een paar duizend twintigers en dertigers zich op de universiteiten al warm om onder studenten en professoren te gaan evangeliseren zodra de paus daartoe het startsein geeft. In de hoofdsteden van Europa – nee: niet in Amsterdam – lezen groepjes jonge katholieken de Belijdenissen van Augustinus, die scherpste denker onder de heiligen die alles, inclusief zichzelf, met het lancet tot op het bot ontleedt. ‘We gaan opnieuw ontdekken wat een geweldige schat aan cultuur en geloof we hebben opgebouwd in de laatste tweeduizend jaar’, verwoordt Fisichella het hervonden zelfvertrouwen. ‘Ik ben geen romanticus en ik ben niet sentimenteel: ik denk niet dat de omslag nabij is. De crisis zal nog twintig, dertig jaar lang duren. Misschien nog wel langer. Maar ik leef nu en dit is een moment van ommekeer en ik gooi de deuren open en treed naar buiten. Nu!’