Opheffer

Ik kon niets vinden

Ik hou van kunst, maar waarom eigenlijk?
Waarom ik vroeger van kunst, in het bijzonder de literatuur, hield, weet ik wel. Ik wilde erbij horen, ik wilde geïnspireerd raken, ik was nieuwsgierig naar hoe mijn leeftijdgenoten dachten, ik hield van the scene.

Medium opheffer keuze

Daarnaast gaf de literatuur mij een andere manier van denken mee. Ik hield van Reve omdat hij een ironische kijk op de wereld had. Die wilde ik ook hebben. En ik voorzover ik hem niet had, wilde ik weten hoe dat kwam. Zo was ik voortdurend in gesprek met schrijvers. Met Hermans, met Campert, met Wolkers, met Piet Grijs, Battusen uiteraard vaak en veel met Karel van het Reve.
Het ging mij, uiteindelijk, erom mijn weg te vinden in die verschillende manieren van denken.
Dat ben ik kwijtgeraakt.
Ik was vanmorgen twee uur in de boekhandel aan het dwalen. Ik liep al rond met enkele non-fictietitels maar ik wilde ook fictie kopen. Ik wilde zelfs Nederlandse fictie. Maar wat?
Om een boek te kopen, moet je een vermoeden van de inhoud hebben. Dat vermoeden kun je krijgen door de achterkanten van boeken te lezen, door erin te bladeren, door iets van de stijl op te vangen, zonder dat je een definitief oordeel hoeft te geven.
Wat ik ook opsloeg en doornam, ik kon niets vinden.
‘Je wordt oud’, wist ik. Mijn dochter, die bij een uitgeverij werkt, geeft me wel eens een boek, en dat lees ik dan, maar ik heb dat wanneer ik enthousiast ben de recensenten dat niet zijn, en als ik iets totaal waardeloos vind, dan zijn de critici laaiend enthousiast.
Nu stond ik met de nieuwe Dijkshoorn in mijn handen en met Vuijsje. Dijkshoorn vind ik een aardige man, dus ik legde Vuijsje weg. Maar toen begon het talmen. Ga ik dit boek kopen of niet. Om het geld ging het niet. Om de persoon ook niet. Eigenlijk wil ik alles wel lezen van Nico. De vraag was: zou ik zijn boek ook gaan lezen?
Ik heb alleen de recensie in De Groene over het boek gelezen.
Ik talmde, en talmde. Mijn vader noemde dat 'tandakken’, een Maleise uitdrukking waarmee een vorm van wachten wordt bedoeld waarbij je van je ene been op je andere been gaat staan.
Dat ik aan mijn vader dacht, was niet zo heel vreemd, want de nieuwe Dijkshoorn gaat over zijn vader. Wilde ik dat lezen? In interviews voor de radio en op de televisie had ik al veel vernomen over 'Klaas’. Ik was even nieuwsgierig naar de twitters die Dijkshoorn over 'Klaas’ heeft getweet en de overeenkomsten in het boek. Dat zou voor mij een leuke column opleveren. Maar aan de andere kant: ik wilde niets meer over vaders lezen. Dat heeft met mij te maken, niets met Nico. Ik had de pest in toen ik het boek van Nico weglegde. Ik wilde iets anders, maar wat. Geen zin in Siebelink, geen zin in Marente de Moor. Waarom ik daar geen zin in had? Ik weet het niet. Ik pakte Dijkshoorn weer op.
Toen zag ik opeens het boek Huwelijk liggen van Jeffrey Eugenides. Vaag had ik over dat boek horen spreken, maar ik wist niet of dat goed was, of niet. Het was waarschijnlijk niet om te lachen, zoals het boek van Nico. Maar opeens, ik weet niet waarom, voelde ik dat Huwelijk goed was.
Kan iemand mij dat uitleggen?
Omdat ik ook tegenover mezelf geen ruggengraat heb, kocht ik én de nieuwe Dijkshoorn, die ik waarschijnlijk alleen maar ga inkijken, en Huwelijk, waaraan ik meteen begon bij thuiskomst.
En onmiddellijk wist ik: dit is een boek waarover ik nog lang moet nadenken, een geweldig boek.
Het boek van Nico moet nog even wachten.
Waarom toch?