Polderislam Fouad Laroui’s lessen voor gematigde moslims

‘Ik krijg een fatwa aan m’n broek voor dit’

‘Er is iets fundamenteel mis als een Nederlandse moslim zich meer verwant voelt met een imaginaire Pakistaan tienduizend kilometer verderop dan met zijn buurman die toevallig christen is, of atheïst.’ Schrijver Fouad Laroui over het post-islamisme in Nederland.

AAN HET EIND van ons gesprek op een rustig terras in Rabat zegt schrijver Fouad Laroui lachend, maar hij meent het ook: ‘Ik krijg wel een fatwa aan m’n broek voor dit.’
Waaruit tegelijk zijn grote beheersing van het Nederlands blijkt (‘aan m’n broek’) als het feit dat het niet zijn moedertaal is (‘voor dit’). We hebben het gehad over ‘de Europese moslimkwestie’. De Marokkaanse Nederlandse schrijver heeft er uitgesproken ideeën over. De angst van veel Europeanen voor radicalisering van de binnen hun grenzen wonende moslimgemeenschappen, het huidige wederzijdse wantrouwen – ‘daar zou in één klap een einde aan komen’, aldus Laroui, ‘als de miljoenen in Europa wonende moslims het tijdperk van het post-islamisme zouden betreden. En niets hoeft ze daarvan te weerhouden.’
Maar, als dat zo is… waarom dan die fatwa?
Even terug naar een paar dagen daarvoor, een vrijdagavond in april. Amsterdammer Laroui is in zijn geboorteland, onder meer om over zijn meest recente roman te praten, De rijkste vrouw van Yorkshire. Nog nooit heb ik de conferentiezaal in de Villa des Arts in Rabat zo vol gezien, of het publiek zo enthousiast. Voor deze Rbati is de vlot voor de vuist weg sprekende Fouad Laroui een icoon, hún icoon. Hij mag dan al bijna twintig jaar in Nederland wonen, voor hen is hij deze avond even thuis, terug. Velen hebben een exemplaar van een van zijn romans meegenomen om dat te laten signeren.
Een paar dagen later spreek ik Laroui over het ‘post-islamisme’, dat hij die vrijdagavond even aanroerde en waar ik graag meer van wil weten. De term is van Laroui zelf, de auteur van het in 2006 verschenen essay Over het islamisme. Hij bedoelt er dit mee: ‘Veel zonen en dochters van immigranten, tweede-generatie Europeanen, staan er tegenwoordig op zich te definiëren als moslim. Dat is hun goed recht, maar het maakt de andere Europeanen bang. Om de grond voor die angst weg te nemen zouden deze moslims een individuele islam moeten ontwikkelen, een privé-islam die zich niet leent voor politieke ambities, die buiten de politiek blijft. Op de dag dat zij dat en masse zullen doen, zal een heel ander klimaat ontstaan, en mogen we in Europa spreken van het tijdperk van het post-islamisme. Ik hoop dat het niet te ver weg is.’
Ik zeg dat het klinkt alsof hij vindt dat het nog wél ver weg is.
‘Nogmaals, ik hoop het niet, maar het is in ieder geval niet evident wat ik zeg. Veel moslims en zeker de islamisten onder hen koesteren de idee dat religie en politiek onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Maar dat idee is onjuist. Religie en politiek vormen al vanaf Mohammeds dood in 632 twee van elkaar gescheiden sferen. Aboe Bekr, Mohammeds schoonvader, wordt diens eerste opvolger in de politieke sfeer. Een opvolger in de religieuze sfeer is er gewoonweg niet, want hoe volg je in godsnaam een profeet op? Maar sinds Aboe Bekr is vrijwel onophoudelijk om de macht over de islamitische gemeenschap gestreden, is met andere woorden de politiek de boventoon blijven voeren. Zelfs nu nog, in Nederland, is het probleem niet zozeer de islam zelf als wel het willen gebruiken van dat geloof voor politieke doeleinden.’
Maar is dat niet, werp ik tegen, hoe het moderne islamisme zich definieert, als een politieke islam?
‘Jawel, maar waar het mij om gaat is dat dat zeker niet de “normale” vorm van de islam is. Wij kennen het islamisme als reactie op het Israëlisch-Palestijnse conflict, de Iraanse revolutie, het ontbreken van democratie in de Arabische landen, maar het is al in de negentiende eeuw ontstaan, indertijd als reactie op het westerse kolonialisme. Het waren eeuwenlang de moslims geweest die andere volkeren onderwierpen en nu onderwierpen de christenen plotseling hen! Hoe was dat mogelijk? Waar was het misgegaan? Eén verklaring was: we zijn te ver afgedwaald van het voorbeeld van onze deugdzame voorouders: as-salaf as-salih, waarvan het woord “salafist” is afgeleid. We moeten dus terug naar die gouden beginjaren van de islam.’

MET EEN ZEKERE voldoening vermeldt Laroui, gezien de slechte naam die de stroming tegenwoordig heeft, dat de voorman van het salafisme, Muhammed Abduh, die leefde in de tweede helft van de negentiende eeuw, van mening was dat een terugkeer naar de pure islam heel goed te verenigen was met ‘de moderniteit’. ‘Voor deze man waren rationalisme en wetenschappelijk positivisme geenszins strijdig met de islam, integendeel, alleen door binnen de islam een grote plaats toe te kennen aan de menselijke rede kon een einde worden gemaakt aan de intellectuele achterlijkheid die de moslimwereld zo weerloos had gemaakt tegenover het Westen.’
Dit ‘progressieve salafisme’ heeft volgens Laroui helaas plaats moeten maken voor een ‘reactionair salafisme’ dat bedacht is door de Syriër Rashid Rida, een leerling van Muhammed Abduh. ‘Die vatte de terugkeer naar het verleden letterlijk op. Terug naar de politiek-religieuze eenheid van de eerste dagen van de islam. Een utopisme dat bijna automatisch in extremisme omsloeg. Alles wat niet strookte met het Gouden Tijdperk was slecht en moest worden vernietigd.’
Tegenover dit reactionaire salafisme, of welke vorm van radicale islam dan ook, waartoe heel wat jonge moslims zich tegenwoordig voelen aangetrokken, stelt Laroui zijn gematigde, post-islamistische islam, die niet alleen niets met politiek te maken heeft maar ook hoogst individueel is. ‘Maar ik zou nog verder willen gaan. De moderne, post-islamistische moslim moet een humanist zijn die de idealen van de Verlichting koestert. Hij of zij is “functioneel agnostisch”, democratisch, en staat open voor vernieuwingen. Deze moslim zal ook het begrip “oemma” moeten verwerpen, de idee van een overkoepelende islamitische gemeenschap. Dat kan even pijn doen, maar het is noodzakelijk.’
Toont Laroui zélf zich nu niet al te utopistisch? Hoe redelijk is dit nog? Zou het niet makkelijker zijn Europese moslims gewoon te vragen op te houden moslim te zijn?
‘Wat ik propageer is voor moslims niet onacceptabel, al zouden ze dat kunnen denken. Maar dat is een kwestie van uitleggen.’
Ik stel voor het rijtje dan maar af te gaan. De moslim moet een humanist zijn.
‘Daarmee bedoel ik dat moslims iets kunnen leren van de wijze waarop humanisten nadenken over de plaats van de mens in de kosmos. “Van de goden kan ik niets weten”, zei de humanist Protagoras al, en dat is in feite hetzelfde als wat de Moetazilieten beweerden, de stichters van de eerste grote leerschool van de islam. Die zeiden dat God geen “attributen” heeft, sifât in het Arabisch. Protagoras zei ook dat “de mens de maat is van alle dingen”, en in mijn ogen is dat ook de essentie van het natuurlijke monotheïsme – hanifia – van de profeet Mohammed. Die verrichtte geen wonderen, zoals Jezus. De mysteriën waar katholieken zo gek op zijn, kent de islam niet. Vergeleken met het christendom is de islam ongelooflijk modern, tegen allerhande magie, en egalitair van aard, er is geen hiërarchie, er zijn geen priesters, geen kerk. Voltaire bewonderde dit aspect van de islam. Goethe ook.’
POINT TAKEN. De idealen van de Verlichting. ‘Laat ik me beperken tot de rede. Iemand als Ibn Roesjd (Averroës), uit het twaalfde-eeuwse Andalusië, vond dat wetenschap en religie totaal gescheiden moesten blijven. Waar religie de wetenschap tegenspreekt – je zou nu aan Darwin kunnen denken – moeten wij volgens Ibn Roesjd voor de wetenschap kiezen, en moeten de Openbaringen, de Koran dus, opnieuw geïnterpreteerd worden, tot die interpretaties overeenstemmen met de nieuwste wetenschappelijke inzichten. De mens is vrij om eindeloos te zoeken naar de verborgen zin van Het Boek.’
Functioneel agnostisch.
‘Daarmee bedoel ik dat iedereen in de maatschappij zou moeten functioneren als burger, zonder te pretenderen te weten hoe God over de zaken denkt. Problemen in het onderwijs, de uitbreiding van het wegennet, de openingstijden van winkels… dat lossen we allemaal op zonder God erbij te betrekken.’
Democratisch.
‘Voor orthodoxe moslims is democratie een bid’a, een vernieuwing, ook nog eens afkomstig uit het Westen. Er is niet eens een Arabisch woord voor. Arabieren zeggen: dimoqratiyya. Veel moslims, ik ook, hebben met de paplepel ingegoten gekregen dat een bid’a, een innovatie, iets slechts is. “Alle innovaties gaan naar de hel”, hoorden we vroeger altijd. Maar de notie “bid’a” heeft niets te maken met de islam en ik stel voor dat Europese moslims het concept “democratie” oprecht accepteren, net zoals ze doen met het vliegtuig, de televisie, hun mobiele telefoon.’
De oemma.
‘Het is nodig – en hiermee maak ik me niet populair bij moslims – dat we afstand doen van het idee van een internationale “gemeenschap van moslims” die alle andere groepen of kenmerken of meningsverschillen overstijgt. Er is iets fundamenteel mis als een Nederlandse moslim zich meer verwant voelt met een imaginaire Pakistaan tienduizend kilometer verderop dan met zijn buurman die toevallig christen is, of atheïst. Je moet toch het gevoel hebben, als buren, dus als stad- en landgenoten, dat je als het ware in hetzelfde team zit.
Zo vind ik ook dat we in Nederland de verzuiling eindelijk eens moeten afschaffen. Het mag hier een tijdlang hebben gewerkt, Nederlanders vergeten dat de variant van de oemma die nu in Europa wordt gepropageerd een agressieve is. Ik herinner eraan dat de clash of civilizations niet is uitgevonden door Samuel Huntington of Bernard Lewis, maar decennia eerder door de oprichters van de Moslim Broederschap.
Verzuiling zal geen pacificatie brengen. Moslims in een aparte zuil dwingen zal eerder ressentiment kweken à la “oké, als jullie me dan per se als moslim willen zien, eerder dan als Nederlander, ook al ben ik hier geboren, dan zal ik ook moslim zíjn”. Daarom ben ik ook tegenstander van islamitische scholen. Het is gevaarlijk in een democratie toe te staan dat zich groepen vormen die zich vervolgens gaan vervreemden van de samenleving.’

WE HEBBEN de punten gehad. Terwijl we die zonnige namiddag in Rabat het glas heffen op het post-islamisme wil Laroui toch nog kwijt dat we niet moeten vergeten dat de westerse beschaving is gebaseerd op de emancipatie van het individu en ‘dat het belangrijk is dat te blijven uitleggen. En de rechten van dat individu te blijven verdedigen. En dan denk ik vooral aan de rechten van vrouwen en minderheden. Islamisten die zeggen dat dat “vreemde elementen in hun cultuur” zijn, kennen hun eigen geschiedenis niet. Al in het Bagdad van de Abbasiden, zeg maar van 800 tot 1300, werd belang gehecht aan de emancipatie van het individu. In het Andalusië van de “Moren” ook. Je zou dus heel goed kunnen beweren dat dat soort emancipatorische bewegingen op islamitisch terrein is begonnen.’