De bestrijding van de vaccinatiescepsis

‘Ik laat aan iedereen mijn prik zien’

In achterstandswijken als het Utrechtse Zuilen en Amsterdam-Nieuw-West is de vaccinatiebereidheid laag. Vertrouwenspersonen moeten het wantrouwen wegnemen.

Een huisarts gaat op huisbezoek om mensen te vaccineren, Rotterdam, 22 april © Rene Bouwman

‘Ik ga me écht niet laten vaccineren, hoor’, roept een meisje van een jaar of achttien, terwijl ze door haar telefoon scrolt. ‘Ik wil nog zwanger worden.’

‘Dan moet je sowieso geen AstraZeneca nemen’, zegt haar buurmeisje aan de grote houten tafel. ‘Daar worden allemaal slechte dingen over gezegd.’

‘Er zijn ook veel politici die het vaccin zelf niet nemen, dat zegt genoeg’, vult een ander aan. ‘En ik zag ook op TikTok een filmpje van een man die gevaccineerd was. Even later bleef er een magneetje aan zijn arm hangen.’

Op een frisse vrijdagochtend in het Utrechtse Zuilen druppelen zes jongeren, de meesten van Turkse en Marokkaanse komaf, binnen in buurtcentrum Oase. Voor hun stage gaan ze vandaag de straten op om informatie te verspreiden over het coronavaccin, met folders in het Nederlands, Engels, Turks en Arabisch. Maar tijdens het inloopuurtje wordt al snel duidelijk dat deze jongeren zelf niet bepaald vooraan staan om zich te laten prikken. Complottheorieën, dubieuze filmpjes en serieuze twijfels vliegen heen en weer als ze het onderwerp met elkaar bespreken. Van de 26 jongeren die hier in een week over de vloer komen om te flyeren, wil ongeveer driekwart geen vaccin.

Een van hen is Abdiqani (23), een jongen van Somalische afkomst met een aanstekelijke vrolijkheid. Gewapend met een tas vol folders onder zijn arm vertelt hij dat hij er zelf niks van moet weten. ‘Dat spul is zo snel ontwikkeld, dat kan gewoon niet goed zijn’, zegt hij stellig. ‘Niemand in mijn familie gaat het nemen. O, daar loopt iemand!’ Hij zet zijn grootste glimlach op en roept naar de overkant van de straat. ‘Mevrouw, hoe staat u tegenover de coronavaccinaties?’ Wat volgt is een absurdistische dialoog tussen de stagiair en een jonge vrouw. Ze wil zich absoluut niet laten prikken en ontsteekt in een tirade over alle gevaren van het vaccin. Abdiqani luistert aandachtig. ‘Ik snap u wel. Ik zou het persoonlijk ook niet doen.’

Het heeft lang geduurd, maar uiteindelijk gaat het goed met het vaccineren in Nederland. Elke week worden er meer dan een miljoen prikken gezet. Iedereen die het wil – zo belooft minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid – is half juli minstens één keer geïnjecteerd.

Tegelijkertijd dreigt een enorm probleem: lang niet iedereen wíl. Naast al bekende vaccin-sceptische groepen als streng gelovigen in de Bijbelbelt en antroposofen rond Zutphen en Zeist is er een veel grotere groep prikweigeraars: inwoners van achterstandswijken in de grote steden. Bij hen is het wantrouwen ten aanzien van de overheid dermate groot dat ook de vaccinboodschap met scepsis wordt ontvangen. Huisartsen, ggd’en en zelforganisaties zoeken naar oplossingen. Hoe krijgen ze mensen zover dat ze wél hun mouw opstropen?

‘Hier is absoluut geen plek voor schaamte. Laat je alsjeblieft testen.’ Aziz Kalla kijkt recht in de camera, in een filmpje dat Stichting Al Amal in januari van dit jaar maakte om de Arabische gemeenschap in Utrecht aan te sporen hun coronabesmetting niet uit schaamte te verzwijgen voor hun omgeving. Kalla is 39, maar door zijn fitte voorkomen zou hij een twintiger kunnen zijn. Die fitheid zit in de familie, ook zijn vader (78) was in topconditie. Toch overleed hij een paar maanden geleden, anderhalve week na een positieve test, onverwacht aan corona. ‘Een enorme klap’, vertelt Kalla later openhartig in een ander filmpje van de Al Amal-stichting, waarmee hij ook probeert te zeggen: neem deze ziekte alsjeblieft serieus. Het is geen grap, ik kan het weten.

Kalla, geboren en getogen in Overvecht, werkt inmiddels al tien jaar bij de thuiszorginstelling Kleurrijk en komt bij veel buurtgenoten over de vloer. Samen met Zuilen en Kanaleneiland is deze wijk sinds het begin van de coronapandemie een van de zorgenkindjes van de gemeente Utrecht. De helft tot twee derde van het aantal inwoners in deze wijken heeft een niet-westerse migratieachtergrond, met name de Turkse en de Marokkaanse gemeenschap zijn sterk vertegenwoordigd. De hele coronacrisis was van meet af aan een lastig punt in deze delen van Utrecht, zag Kalla met eigen ogen.

‘Hier wonen de mensen in torenhoge flats dicht op elkaar, ze delen één lift met het hele gebouw. We hebben grote groepen Syriërs en Somaliërs die hier net wonen, de taal niet spreken en niks snappen van alle corona-informatie van de overheid. In veel Turkse en Marokkaanse families heerst schaamte om te testen op corona, vanuit de angst dat de rest van de buurt je er op aankijkt als je besmet bent.’ Sinds een paar maanden komt daar de vaccinscepsis bovenop. Vooral de jongeren spelen daarin een cruciale maar ook zorgwekkende rol, merkt Kalla.

‘Veel ouderen in deze gemeenschap spreken slecht Nederlands. Voor hun informatievoorziening over corona zijn ze afhankelijk van de jongeren. En juist de jongere generatie volgt weinig betrouwbaar nieuws via televisie of kranten, maar wordt wel makkelijk blootgesteld aan misinformatie via sociale media.’ De geruchten rond het AstraZeneca-vaccin kregen een groot podium op YouTube, Facebook en Instagram. Er deden verhalen de ronde dat alleen Pfizer en Moderna goed zouden zijn. Kalla kent genoeg ‘oudjes’ die een oproep kregen voor een prik en daar zelf niet moeilijk over deden. ‘Maar de kinderen bepalen vaak. En die zeggen: laten we er nog maar even mee wachten. Veel mensen kwamen bij de huisarts uiteindelijk niet opdagen.’

Samen met een aantal sleutelfiguren uit de regio zit Kalla in een WhatsApp-groep, waar de pijnpunten van de haperende vaccinatiestrategie besproken worden. Een van hen is ggd-arts Putri Hintaran. Om te begrijpen waarom er zoveel wantrouwen is, zo legt ze uit, moet je iets van de belevingswereld van deze mensen meekrijgen. Zo gaat elke subcultuur binnen deze multiculturele wijken volgens haar heel anders met het virus om.

Elke subcultuur binnen deze multiculturele wijken gaat heel anders met het virus om

Ze wijst op de hindoe-gemeenschap. Daar staat men massaal in de rij voor het vaccin, aangewakkerd door de vreselijke beelden van naar adem happende coronapatiënten in thuisland India. De Marokkaanse inwoners hebben juist vaker moeite met de strenge regels hier, merkt ze, omdat de lockdown in Marokko eerder versoepeld werd dan in Nederland. ‘Zelf ben ik Indonesisch en ik krijg van mijn ouders veel aan corona gerelateerde Facebook-berichten van familieleden doorgestuurd. Maar de situatie daar lijkt helemaal niet op wat er hier gebeurt. Dat moet ik ze dan echt uitleggen.’

Het mobiele vaccinatieteam van de GGD vaccineert dak- en thuislozen bij het Leger des Heils, Utrecht, 26 mei © Marcel van den Bergh / ANP

Het virus zal nog lang onder ons blijven, verwacht Alma Tostmann, epidemioloog infectiepreventie bij medische microbiologie aan Radboudumc. ‘Gemiddeld is de vaccinatiebereidheid in Nederland hoog en de verspreiding zal zeker een stuk minder worden. Maar de komende winter is de kans groot dat daar waar weinig geprikt is regionale uitbraken plaatsvinden.’ De Nijmeegse wetenschapper deed zelf onderzoek naar de verspreiding van mazelen in de Bijbelbelt. ‘Dan gaat het in totaal om zo’n 250.000 mensen die om religieuze redenen niet geprikt willen worden. Ze ontmoeten elkaar in de kerk, bij het zangkoor of verenigingen en dat leidt dan tot regionale uitbraken van mazelen die bijvoorbeeld voor volwassenen die niet zijn ingeënt best gevaarlijk kunnen zijn.’

Dat geldt ook voor mensen in de buurt van zo’n cluster, blijkt uit onderzoek naar de grote mazelenuitbraak in 2019 in de orthodox-joodse wijken in New York. Ook buiten die wijk sloeg de ziekte toe bij mensen die om een of andere reden niet gevaccineerd waren. ‘Dat soort gemeenschappen leven toch minder geïsoleerd dan vroeger’, weet Tostmann. ‘Mensen werken elders, gaan naar school.’

We moeten nooit met de beschuldigende vinger wijzen, vindt de epidemioloog: ‘Dat werkt niet. Maar het is wel heel belangrijk om de prikscepsis bij bepaalde groepen te verminderen.’ In de Bijbelbelt is dat relatief moeilijk, omdat er niet alleen medische argumenten tellen. ‘Daar is vaak het standpunt deels theologisch onderbouwd.’ Maar in achterstandswijken zijn veel mensen misschien nog wel over te halen. Paradoxaal genoeg omdat de gezondheidssituatie daar slechter is. Zo lijdt in Kanaleneiland en Overvecht 59 procent van de 65-plussers aan één of meer chronische ziekten. ‘We weten dat aandoeningen als obesitas en suikerziekte daar relatief veel voorkomen en dat zijn grote risicofactoren voor ernstige complicaties van Covid-19. Dat is een belangrijk gegeven waarover we met bewoners in gesprek moeten komen. Het ontkrachten van misinformatie is erg belangrijk, omdat je wilt dat mensen hun vaccinatiebeslissing op juiste informatie baseren.’

‘Ik laat mijn prik aan iedereen zien.’ Ahmed Moro (75) is een man met gezag. Als de grote, kale man spreekt, wordt er naar hem geluisterd. Meer dan twintig jaar geleden was hij een van de eerste buurtvaders in Amsterdam-West die in de wijk de orde hielpen herstellen. Op het August Allebéplein keerden 150 jongeren zich tegen de politie na de arrestatie van een jonge Marokkaans-Nederlandse jongen die naast een brandende prullenbak stond waar hij eigenlijk niets mee te maken had. Stenen vlogen door de lucht, de ME trad hard op. Moro ging met vrienden door de buurt lopen. De buurtvaders waren aanwezig, maakten praatjes met hangjongeren, spraken ouders aan, legden een kaartje of dronken een kop thee. ‘Ik leerde naar mensen luisteren, kwam erachter hoe verschillend mensen zijn. Dan pas kun je goed advies geven.’ Het was het startpunt van een carrière in het vrijwilligerswerk.

Ahmed Moro groeide op in Bni Yettf, een klein dorpje in de buurt van Al Hoceima, een havenstad in Noord-Marokko. Als twintigjarige zocht hij eerst werk in Tanger en toen dat niet lukte stapte hij, zoals veel Marokkaanse jonge mannen toentertijd, op het vliegtuig naar Nederland. Hij werkte als ongeschoold arbeider in een fabriek en werd daarnaast ook voorzitter van moskee El Oumma in Nieuw-West. ‘Ik was een pionier en op zoek naar een beter bestaan.’

Op donderdagmiddag zitten de vrijwilligers Ali, Latifa, Jamal en Ahmed Moro bij het clubhuis van de Marokkaanse Ouderen Salon (mos). Vóór corona kwamen er dagelijks zeventig mensen van tussen de 45 en 85 jaar over de vloer om thee te drinken of een praatje te maken, nu vanwege de coronaregels nog maar een paar tegelijk. ‘En dat is een van de problemen’, zegt Latifa, bestuurslid bij de mos-stichting en in het dagelijks leven ondernemer. ‘Mensen zitten veel thuis, vereenzamen, en halen hun informatie van de raarste plekken. Het gesprek ontbreekt. En als er zo’n vaccinatiebrief komt, dan leggen ze die opzij. Ze weten vaak niet wat ze ermee aan moeten en kunnen er alleen met hun kinderen of kleinkinderen over praten.’

De mos-stichting is gevestigd in Nieuw-West, een wijk met veel ouderen en mensen die van Turkse of Marokkaanse komaf zijn. Omdat de meeste coronabesmettingen telkens in Nieuw-West plaatsvonden, opende de gemeente in september een teststraat op Plein 40-45 om het testen laagdrempeliger te maken, en in maart kwam daar een extra vaccinatielocatie in het Sportcentrum Caland bij.

Toch loopt het zeker niet storm. Volgens recent onderzoek is maar dertig procent van de Marokkaanse Nederlanders in Nieuw-West van plan zich te laten vaccineren. Door de wijk en op sociale media gaan de raarste geruchten rond over de chips die Bill Gates of de Israëlische geheime dienst in het vaccin verstopt heeft. En er zijn veel vragen: is het vaccin halal? Mogen we ons laten vaccineren van Allah? Folders en filmpjes met artsen en imams die in het Berbers of Arabisch informatie delen over het vaccin moeten hierop antwoord geven.

‘Mooi maar niet genoeg’ – zo beoordeelt Maria van den Muijsenbergh dit soort initiatieven. ‘Om mensen echt over te halen zijn mensen als meneer Moro essentieel. Zo’n man is echt goud waard.’ Van den Muijsenbergh is bijzonder hoogleraar gezondheidsverschillen en persoonsgerichte eerstelijnszorg aan de Radboud Universiteit, huisarts én straatarts. In die laatste functie houdt ze spreekuur in een Nijmeegse kerk voor daklozen en andere mensen die buiten de reguliere zorg vallen.

Ook in deze groep wordt met argwaan naar het vaccin gekeken, merkt ze. ‘Maar we hebben nu op drie ochtenden een open vaccinatiespreekuur gepland waar iedereen welkom is die niet op een andere manier wordt uitgenodigd voor een vaccinatie. Dan gaan we echt met mensen in gesprek. We nemen hun gezondheidssituatie door en vertellen waarom het voor hen belangrijk is. Als ze dan zelf het besluit nemen, kunnen we direct een prik zetten.’

‘Wat, gast? Ga jij je laten vaccineren? Hoezo? Durf jij dat?’

Het is een methode die werkt, weet Van den Muijsenbergh uit talloze wetenschappelijke publicaties. ‘Allereerst moet je het zo gemakkelijk mogelijk maken om het vaccin te krijgen. Dus geen moeilijke brieven en websites waarop je een afspraak moet maken. Dat werkt bij vaccintwijfelaars vaak niet. Nee, als ze dan het besluit hebben genomen, moeten ze in hun eigen wijk meteen een prik kunnen krijgen.’

Autoriteiten ontmoeten in achterstandswijken wantrouwen. ‘En ik kan mensen geen ongelijk geven’, zegt Van den Muijsenbergh. ‘Maar al te vaak worden ze met onbegrijpelijke, hardvochtige beslissingen geconfronteerd. Wist je bijvoorbeeld dat minderheden veel vaker te maken hebben met uithuisplaatsingen van hun kinderen?’

Vertrouwenspersonen zijn essentieel om het ijs te breken, weet ze. ‘Dat kan een huisarts zijn, een imam of dominee, vrijwilligers uit de buurt zelf. Als mensen die vertrouwd worden reële informatie geven, of vertellen waarom ze voor een vaccin kiezen, dan zijn er nog veel mensen over te halen.’

De Rotterdamse huisarts Shakib Sana laat dat op dit moment zien, vindt de Nijmeegse hoogleraar/huisarts. ‘Na de berichtgeving over AstraZeneca kwam er bijna niemand meer opdagen om gevaccineerd te worden. Nu geeft hij voorlichting op de markt en spijtoptanten kunnen daar meteen geprikt worden. Je ziet dat dit aanslaat.’

‘Het sneeuwballetje moet langzaam maar zeker gaan rollen’, zegt ook Latifa. De mos-stichting organiseerde in april een live meeting met twintig aanwezigen. ‘We krijgen elke dag tientallen berichtjes en telefoontjes van mensen die niet weten of ze zich wel moeten laten vaccineren. En wat als ze AstraZeneca krijgen?’ Die avond kwam een arts van de GGD Amsterdam uitvoerig vertellen over alle verschillende vaccins en welke bestanddelen ze hebben. ‘Wanneer het gebrek aan contact en de taalbarrières weggewerkt zijn, krimpt de angst van de mensen en het geloof in de complottheorieën meteen’, merkt Latifa op. Vrijwel iedereen liet zich dan ook na de bijeenkomst vaccineren. ‘En wanneer zij terug de straat op gaan en aan andere buurtbewoners vertellen dat het vaccin niet gevaarlijk is, worden ook anderen overtuigd om zich te laten vaccineren.’

Niet wát er gezegd wordt doet ertoe, maar wíe het zegt. Dat merkte Aziz Kalla al snel toen buurtbewoners hem begonnen aan te spreken en met vragen bestookten, op straat, tijdens zijn werk, in de moskee. ‘Naar een bekend gezicht wordt hier sneller geluisterd dan naar de burgemeester.’ Hij wijst op de grote moslimgemeenschap in de wijk, die veel van haar informatie uit de moskee haalt. Juist daarom gaat ook de imam actief met buurtbewoners het gesprek aan over de vaccins. ‘Voor veel mensen hier geldt: als de imam het zegt, dan zal het wel goed zijn. Hij is een belangrijke schakel om het vertrouwen van mensen in de buurt te winnen.’ Ook Kalla is inmiddels dag en nacht in de weer, tijdens zijn werk en in zijn vrije tijd, om zo veel mogelijk mensen te overtuigen zich te laten prikken.

‘Alsjeblieft, laat je niet gek maken’, drukt hij de ouderen op het hart die hem bellen voor wat extra advies. ‘We hebben een wereldprobleem, dus bel en maak die afspraak. Doe niet zo moeilijk over een Engels of een Nederlands vaccin, maar ga het gewoon halen.’ Voor de jongeren heeft hij maar één boodschap: ‘Pas op. Denk aan onze ouderen.’ Ook hij ziet het tij langzaam keren. ‘Zodra een paar mensen uit de buurt het aandurven een vaccin te halen, volgt al gauw een grotere groep.’

Na wat uurtjes in tweetallen door het Utrechtse Zuilen te hebben gesjouwd, druppelen de stagiairs het buurthuis weer binnen. Er wordt getafelvoetbald, een groepje meiden pakt het schoolwerk erbij en terloops passeren de avonturen van die ochtend de revue. Dan blijkt dat een van de jongeren in hun midden, Nathaniël (19), zich wél wil laten vaccineren. Klasgenoot Abdiqani staat versteld: ‘Wat, gast? Ga jij je laten vaccineren? Hoezo?’

‘Ik weet niet, man.’ Nathaniël mompelt, staart naar de grond, alsof hij iets op te biechten heeft. ‘Ik denk dat het gewoon goed is. Ik vertrouw het wel.’

‘Ja, durf jij dat?’

‘Je hebt als kind toch ook allerlei prikken gehad?’ kaatst Nathaniël nuchter terug. ‘Dat is eigenlijk hetzelfde.’

Abdiqani is er even stil van. Dan lacht hij. ‘Je moet het zelf weten, man.’

Een paar meter verderop slaat hun stagebegeleider het gesprek trots gade. ‘Zie je wel, dit is waar het allemaal om draait. Ga dat gesprek met elkaar aan. Praat, praat, praat. Dan komt de rest vanzelf.’