Voorbij het eigen gelijk Shirin Musa

‘Ik laat me voor geen enkel karretje spannen’

Na zelf te zijn ontkomen aan ‘huwelijkse gevangenschap’ richtte Shirin Musa Femmes For Freedom voor migrantenvrouwen op. Ze werkt samen met opzienbarende partners; voor Musa geen etiketten in de strijd voor vrijheid.

Medium mvdgshirinmusa 2324
Shirin Musa – ‘Het gaat om ónze moeders, zussen en dochters die beschadigd en verminkt worden’

Voor haar werk spreekt Shirin Musa (39) geregeld met mannen af in een openbare gelegenheid. Of ze neemt een taxi en zit dan voorin naast de mannelijke chauffeur. Soms wordt ze in de gaten gehouden door een gepensioneerde vriend van haar vader, die blijkbaar niets anders te doen heeft. Het valt hem op dat zij in het gezelschap van steeds andere mannen verkeert. Af en toe draagt ze bij die gelegenheden een jurk of hakken, wat in zijn ogen helemáál fout is voor een vrouw zoals zij, met een hoofddoek en een Pakistaanse achtergrond.

Zijn observaties verspreidt hij onder zijn vrienden en komen ook haar vader ter ore. Eén keer belde weer een andere Pakistaanse man haar vader op: ‘Jouw dochter maakt onze gemeenschap te schande.’ Haar vader antwoordde: ‘Dat hoeft mijn dochter niet te doen, dat doet Pakistan zelf wel. Een van de belangrijkste exportproducten van ons land is geweld tegen vrouwen.’ Haar vader controleert haar gangen niet, toch voelde Musa zich gedwongen uit te leggen hoe het zat met die mannen. ‘Als jij te horen krijgt dat ik met veel mannen word gezien’, zei ze tegen haar vader, ‘weet dan dat het is voor mijn werk.’

Shirin Musa zit in haar huis in hartje Rotterdam. Door haar handen gaan foto’s van zoenende mensen die onlangs overal in Rotterdam op grote posters stonden afgedrukt. Het zijn koppels met een verschillende achtergrond die omwille van hun liefde problemen zouden kunnen verwachten met hun sociale omgeving. ‘In Nederland kies je je partner zelf’, stond erboven. Het was een actie van de gemeente Rotterdam, maar het idee kwam van Musa die met haar stichting Femmes For Freedom strijdt voor vrouwenrechten.

De posters hingen nog maar net of Musa kreeg bakken met kritiek over zich heen, vooral uit islamitische en links-feministische hoek. Op twee foto’s stonden gehoofddoekte vrouwen en een derde zou islamitisch kunnen zijn – alsof alleen zij onvrij zijn in hun partnerkeuze, luidde het verwijt. Er was ook commentaar op haar samenwerking met Ronald Schneider van Leefbaar Rotterdam, die als wethouder integratie het woord voerde over de campagne. ‘Haha een Leefbaar-wethouder die campagne voert vóór diversiteit. Geloof je het zelf?’ verklaarde voorman Nourdin el Ouali van de islamitische partij Nida Rotterdam.

De posters zijn allang weer weg, maar Musa snapt nog altijd niet wat er fout aan was. Wat haar betreft was er veel meer in de campagne te zien dan de onvrijheid van moslimvrouwen. Op de foto’s stonden ook een hindoestaanse vrouw, een man met een keppel en een witte man, die evengoed kunnen worden verketterd om hun geliefde. Musa krijgt soms telefoon van moeders die hun zoon liever niet met een moslima zien trouwen, omdat hij zich dan moet bekeren en een bruidsschat moet betalen.

De houding van El Ouali vindt ze onbegrijpelijk. ‘Dan denk ik: jongen, je weet donders goed dat dit geen campagne was van Leefbaar Rotterdam maar van de hele gemeente. In plaats van dat je bijdraagt aan de polarisatie had je kunnen zeggen: deze campagne is mijn smaak niet, maar laten we met elkaar in gesprek gaan over hoe we dit probleem aanpakken. Je kunt niet ontkennen dat onvrije partnerkeuze voorkomt in de moslimgemeenschap.’

Dáárom vertelt ze het verhaal van de Pakistaanse vrienden van haar vader. Ze kan niet eens met mannen voor haar werk afspreken zonder dat het gedoe oplevert, laat staan dat ze vrij is in de keuze voor een geliefde. Musa leeft alleen. Ze heeft een ruim, licht huis met een tuintje. De enige man die deze middag binnenkomt, is de reparateur van de afzuigkap.

‘Als ik iets voor vrouwen kan doen dankzij rechtse partijen, wat is daar mis mee?’

Shirin Musa richtte Femmes For Freedom op in 2011, nadat ze het jaar ervoor een klinkende overwinning in haar privéleven had behaald. Via de rechter kreeg ze gedaan dat haar ex-echtgenoot moest meewerken aan de ontbinding van hun islamitische huwelijk, op straffe van een dwangsom van maximaal tienduizend euro. Voor de Nederlandse wet waren ze gescheiden, maar hij weigerde een einde te maken aan het religieuze huwelijk, ook al had hij allang een nieuwe partner.

Deze praktijk komt veel voor, ook in joods-orthodoxe kringen. Een vrouw belandt erdoor in ‘huwelijkse gevangenschap’, want volgens de religieuze regels pleegt ze overspel of bigamie zodra ze een nieuwe partner heeft. In meerdere moslimlanden kan ze dan in de gevangenis belanden, worden gestenigd of opgegeten door wilde honden. Op deze manier kan een man zijn ex-vrouw eindeloos dwarsbomen en zelfs onverwacht weer claimen. Het maakte Musa gek. Ze was ‘extreem vastberaden’ om definitief van haar man af te komen.

Nadat de rechter haar kant had gekozen, wilde Musa andere vrouwen helpen die om allerlei redenen onvrij zijn. Zo ontstond Femmes For Freedom, waarvan het kloppend hart een juridische helpdesk is. Gemiddeld doen jaarlijks vijftig vrouwen en een enkele man er een beroep op. De meesten hebben een migratie-achtergrond en kampen met problemen waarbij huwelijkse onvrijheid en geweld een rol spelen. Femmes For Freedom geeft hulp in de vorm van diplomatie achter de schermen tot het voeren van een proefproces.

Daarnaast bewerkstelligt Femmes For Freedom verandering via voorlichting, trainingen en een politiek-maatschappelijke lobby. Mede door toedoen van Femmes For Freedom werd in Nederland huwelijkse gevangenschap en achterlating van de partner in het buitenland strafbaar, en kwam er anderhalf miljoen euro beschikbaar voor de veiligheid van uitgehuwelijkte en/of achtergelaten vrouwen. Sinds 2015 vestigt Femmes For Freedom de aandacht op de soms abominabele toestanden waaronder jaarlijks twaalfduizend vrouwen leven in de vrouwenopvang.

Met het succes kwam de kritiek, al ver voor de postercampagne in Rotterdam. Samenvattend komt die hierop neer: in haar activisme heult Musa met de verkeerde clubs. Nida noemde haar eind vorig jaar de ‘spreekbuis van Leefbaar Rotterdam’, omdat zij net als Leefbaar pleitte voor een eerwraakeenheid bij de politie. Toen ruim honderd mediavrouwen onlangs het seksisme van GeenStijl aan de kaak stelden, twitterde Musa dat GeenStijl eind 2016 wél een oproep aan lezers had gedaan om Femmes For Freedom te steunen in een kort geding waarin ze was verwikkeld. Twitter ontplofte. Dat gebeurde begin juni opnieuw toen Musa een toespraak hield voor de jeugdafdeling van Forum voor Democratie. ‘Misselijkmakend die @shirinmusa’, luidde een van de tweets.

Wat drijft haar? Waarom doet ze zaken met clubs die bepaald niet bekend staan om hun liefde voor nieuwkomers of de islam? Of die seksistisch zijn? Al tijdens onze eerste ontmoeting wordt duidelijk hoe groot haar hekel is aan etiketten die op haar worden geplakt. We zien elkaar bij de Rijksuniversiteit Groningen, waar ze de expositie over ‘Stereotypering van vrouwen in de media’ bezoekt. Dat is geen toeval, want de studenten die het zaaltje met foto’s hebben ingericht, lieten zich door haar inspireren.

Ze heeft ze laten zien hoe vrouwen met een migratieachtergrond vaak in de Nederlandse media worden afgebeeld: als slachtoffers. Op foto’s staan ze bijna standaard in nikab, eventueel met henna op de handen en omringd door tenten en kamelen. ‘Ik ben het zat’, zegt Musa nu. ‘Ik ken de vrouwen over wie dit soort verhalen gaat. De meesten dragen geen hoofddoek en het zijn de sterkste en mooiste vrouwen die er zijn. Ze vechten zich uit hun beroerde situatie, net zoals ik heb gedaan.’

Toen haar echtgenoot Musa verliet, vroeg de Pakistaanse gemeenschap haar: ‘Was je wel onderdanig genoeg?’

Toen ze zelf voor het eerst in Vrij Nederland over haar huwelijk vertelde, dacht ze dat ze liet zien hoe sterk ze was. ‘Maar ik stond op de foto alsof ik een pak slaag had gehad.’ De foto is te bezichtigen op de expositie, waar allerlei vrouwen op twee manieren in beeld zijn gebracht: zoals de buitenwereld hen ziet én zoals ze graag gezien willen worden. Naast de trieste foto van Musa hangt er een waarop ze lachend en vol zelfvertrouwen staat.

Het beeld over haar is in zoveel opzichten anders dan de werkelijkheid waarin ze leeft, vindt Shirin Musa. ‘Social justice warriors zeggen dat ik me laat gebruiken door rechts, maar dat doe ik niet’, zegt ze als we bij haar thuis in Rotterdam aan de thee zitten. ‘Ik hoor alles wat er gezegd wordt over radicalisering en de islam, ook in rechtse kringen.’ Vaak houdt ze haar gezelschap voor: ‘Weten jullie wel dat moslims óók bang zijn voor radicalisering, dat ze er óók slachtoffer van zijn?’

Musa werd geboren in Pakistan en woonde er de eerste zes maanden van haar leven. Ze hoort tot de sjiitische Hazara-minderheid die fel wordt bestreden door Taliban-achtige groeperingen. In de zuidwestelijke stad Quetta, waar haar familie vandaan komt, is een begraafplaats vol Hazara’s die de afgelopen jaren zijn omgekomen bij terreuraanslagen. Er liggen vele vrienden, bekenden en familieleden van haar ouders. Haar zus maakte tijdens een verblijf in Quetta meerdere aanslagen in de Hazara-wijk mee. ‘Dat zijn ingrijpende dingen. Aanslagen in Parijs en Londen zijn ook erg, ik leef met iedereen mee, maar de verhalen over wat moslims wordt aangedaan, hoor ik te weinig.’

Musa is overtuigd moslim. ‘Het geloof geeft ontzettend veel hoop en kracht’, zegt ze. Het ligt dan ook voor de hand dat ze probeert moslimorganisaties mee te krijgen in haar strijd voor vrouwenrechten. Maar dat lukt niet. Vijf jaar geleden wilde ze spreken op het Nationaal Islam Congres van islamgeleerde Saoed Khadje. Het leek haar goed vrouwen te vertellen hoe ze kunnen ontsnappen uit de huwelijkse gevangenschap waarin ze zelf had gezeten. Ze kreeg te horen dat er alleen moefti’s mochten optreden en zij was geen moefti. ‘Ik kon komen als ik een paar duizend euro voor een standje betaalde. Toen dacht ik: laat maar.’

Voorbij het eigen gelijk

Het publieke debat is verhard en gaat steeds sterker om loyaliteit aan gelijkgestemden. In deze serie komen mensen aan het woord die zich met liefde buiten de eigen groep wagen. Deze week: Shirin Musa, directeur van de stichting Femmes For Freedom, die opkomt voor de belangen van vrouwen met een migratieachtergrond.

Islampartij Nida benaderde ze twee keer. Via de mail stelde ze de vraag wat ze samen konden doen aan de emancipatie van moslimvrouwen, bovendien bood ze El Ouali een column aan op de site van Femmes For Freedom. Ze kreeg nooit antwoord. ‘Veel moslimorganisaties worden geleid door mannen en in die patriarchale cultuur zijn vrouwen de eer van de vaders, broers en echtgenoten. Ze willen niet dat vrouwen opstaan en hun vrijheid opeisen. De feministen van vroeger kregen toch ook de kerk en de christelijke partijen niet mee?’

Ze vindt het jammer. ‘Ik geef moslimvrouwen concrete handvatten om hun situatie te verbeteren, maar iemand als El Ouali spreekt zich er nooit over uit. Hij kan zo ontzettend veel doen, maar doet het niet. Dit soort jongens zit op Twitter, Facebook en Instagram, maar behoort nog steeds tot het patriarchaat.’

‘Ik kan niet wachten tot de partij van Sylvana Simons of Nida in de Tweede Kamer komt’

Ze snapt dat moslims wel drie keer nadenken voor ze misstanden in hun gemeenschap naar buiten brengen. Ze moeten zich al constant verantwoorden. Fel: ‘Maar ik kan de verhalen die ik hoor niet uit mijn hoofd krijgen. Ik ken vrouwen die geslagen werden tot ze het kind in hun buik verloren, omdat ze buiten het huwelijk zwanger waren geraakt. Ik ken vrouwen die de rest van hun leven moeten onderduiken omdat ze verliefd zijn op een zwarte man. Niemand vertelt hun verhalen, terwijl het om ónze moeders, zussen en dochters gaat die beschadigd en verminkt worden. Dat doet me pijn.’

‘Als ik iets voor die vrouwen kan doen dankzij rechtse partijen, wat is daar mis mee?’ vraagt Musa een paar keer. Met klem zegt ze dat GeenStijl en Forum voor Democratie meestal niet in haar stijl opereren. Maar als GeenStijl uit zichzelf een actie begint om haar te helpen bij een kort geding en Forum voor Democratie haar uitnodigt voor een praatje, waarom zou ze weigeren? ‘Ik word niet door ze gesteund en laat me voor geen enkel karretje spannen.’

Overal vertelt ze hetzelfde verhaal: Nederland heeft het VN-Vrouwenverdrag geratificeerd, waarmee het zich heeft verplicht stereotypering en discriminatie van vrouwen tegen te gaan, evenals geweld tegen vrouwen. Dat zou iedereen zich moeten aantrekken, zowel links als rechts. Met beide probeert ze haar doelen te bereiken, waarbij ze vindt dat rechtse clubs niet het patent hebben op racisme en islamofobie. Wie heeft het woord ‘kut-Marokkaan’ bedacht? Juist, een pvda-lid. ‘Maar de pvda wordt er niet op afgerekend.’

Ze droomt van een emancipatieplan voor vrouwen met een migratieachtergrond dat wordt gedragen door een brede coalitie van politieke en maatschappelijke organisaties. ‘Ik ben ook voor meer vrouwelijke hoogleraren en voor genderneutrale wc’s’, zegt ze. ‘Maar alle cijfers wijzen erop dat de misstanden onder vrouwen met een migratieachtergrond het grootst zijn. Laten we dus naar elkaar luisteren en kijken wat we concreet voor die vrouwen kunnen doen.’

Musa vertelt over haar kinderjaren, waar de kiem van haar activisme ligt. Ze groeide op in een gezin met vijf dochters en twee zonen. ‘Mijn moeder houdt onvoorwaardelijk van al haar kinderen, maar had een voorkeur voor zonen. Ik vond dat zwaar.’ Haar oudste broer kreeg eten op een speciaal bord, dat zijn moeder hem voerde tot hij een jaar of tien was. Hij mocht als eerste naar de koranschool. ‘Dat vond ik discriminatie. Ik was zijn oudere zus, ik vond dat ik ook mocht.’

Het was haar vader die zijn dochters aanzette tot grootse daden. Hij had een avontuurlijke, vrije geest, daarom emigreerde hij begin jaren zeventig naar Nederland. Hij had jong zijn ouders verloren en wilde los van zijn oudere broers een eigen leven opbouwen. Hij was leraar op een technische middelbare school in Quetta en werd pijpfitter in Rotterdam. Hij wees zijn dochters op vrouwelijke politieke leiders als Indira Gandhi, Benazir Bhutto en Margaret Thatcher. ‘Dat kunnen jullie ook worden’, zei hij.

Musa kreeg de traditionele normen en waarden mee. Ze moest de naam van de familie hoog houden en zich kuis gedragen, wat inhield dat ze thuis bleef tijdens schooluitstapjes en geen vriendjes mocht. Gaandeweg werd ze losser gelaten. Haar vader was het niet eens met haar rechtenstudie omdat ze als jurist met tuig te maken kon krijgen, maar ze kreeg toch zijn fiat. Op kamers en op reis naar het buitenland mocht ze niet, later kregen haar jongere zussen wel toestemming. ‘Er gebeuren veel goede dingen waar je superblij van wordt. Dat is ook emancipatie’, zegt Musa.

Op één punt zijn haar ouders onveranderd: mocht ze opnieuw willen trouwen, dan moet haar partner een moslim zijn, geen bekeerling, maar een geboren moslim. Dat gold vroeger en dat geldt nog steeds. ‘Als ik me daar niet aan hou, word ik verstoten.’ Musa begint te huilen. Eerder op de middag heeft ze de foto met de gehoofddoekte vrouw en de witte man omhoog gehouden, die zoenend op een van de posters in Rotterdam figureerden. Ze zei dat ze deze foto de allermooiste vond. ‘Snap je het nu?’

Ze pakt een doek en droogt haar gezicht. De afzuigkap is gemaakt en ze laat de reparateur uit. Ze geeft niet op, dat heeft ze óók van haar vader geleerd. Vaak hield hij zijn kinderen voor: ‘Ik was een wees in Pakistan, jullie hebben alle kansen in Nederland.’ Hij wilde dat ze strijders werden. Hij was het die haar aanspoorde een rechtszaak aan te spannen tegen haar ex-echtgenoot.

Het opmerkelijke was: haar echtgenoot verliet háár. Toen dat gebeurde, vroegen mensen uit de Pakistaanse gemeenschap: ‘Was je wel onderdanig genoeg?’ Haar vader reageerde anders. Hij liep met haar imams af om te onderzoeken hoe ze een einde kon maken aan haar religieuze huwelijk. Toen dat op niets uitliep, zei haar vader: ‘Jij gaat een medicijn vinden voor dit probleem, er móet iets gebeuren voor vrouwen die hieronder lijden. Als je niets doet, ben je mijn kind niet meer.’

Zo kwam Musa definitief van haar echtgenoot af, maar voor een van haar jongere zussen liep het anders. Ook zij was gedumpt en werd daarna aan het lijntje gehouden, maar tot de dag van vandaag is haar religieuze huwelijk niet ontbonden, omdat haar ex-man in het buitenland zit. ‘Ik kan alle vrouwen helpen, behalve mijn zusje. Haar leven staat stil en ons hele gezin lijdt eronder. En dan zeggen mensen tegen mij: waarom ben je zo fanatiek? Dat ben ik niet. Maar ik kan niet wachten tot de partij van Sylvana Simons of Nida in de Tweede Kamer komt. Ik moet het doen met de mensen die er zitten. Met hen zoek ik de dialoog.’