Ik & Madonna

WAHWAH. LITERAIR POPTIJDSCHRIFT NUMMER 11: THE QUEEN OF POP 50
Nieuw-Amsterdam, 112 blz., € 7,95

Het goede nieuws is dat ze toch best wel lijkt te kunnen zingen, blijkens haar recente optreden in Amsterdam, en het slechte dat haar looks toch niet helemaal alléén het resultaat lijken te zijn van iedere ochtend een personal trainer aan haar bed. Aan de andere kant: who cares? Velen, gezien de emotionele reacties op de foto die onlangs opdook op allerlei smoezelige sites. Madonna ziet eruit alsof ze weken onder aan een keldertrap heeft gelegen, nadat ze eerst verbouwd is geworden door haar Guy. Gekke, smalle neus, opgeschroefde jukbeenderen, uitgebeende wangen… Hé ze is VIJFTIG, voor wie dat nog niet wist, en dan moet je toch wat, kennelijk. Alles voor de show.
Maar stiekem jammer is het wel. Met het lekkere wijf dat ze toch ooit lijkt te zijn geweest, heeft ze definitief nog maar weinig te maken. Madonna is een tanige mevrouw met mevrouwenhaar, in een opkruipend balletpakje en op krampachtige laarzen tot in haar liezen, en met een gezicht dat onlangs treffend in de Times werd gekenschetst als een McFace. Ooit was ze een elfje in een witte bustier met een karmijnrood mondje en kleine dansschoentjes. Althans, zo beschrijft Candy Dulfer haar, die als gasthoofdredacteur meteen het leukste stuk schreef in deze aflevering van het literaire poptijdschrift WahWah, dat bijna geheel is gewijd aan de queen of pop.
Dulfer stond in 1987 als zeventienjarige met haar band in het voorprogramma van Madonna, en ze geeft een smakelijk en relativerend kijkje achter de schermen. Madonna zelf laat zich niet zien tijdens het voorprogramma, denkt Dulfer, tot ze erachter komt dat het kleine knipogende jongetje in boksersochtendjas op de eerste rij, met blonde kuif half verscholen onder capuchon, daaronder die witte bustier aan heeft. Leuk stuk, maar het had ook ergens anders in kunnen staan.
Sowieso blijkt het fenomeen ‘literair poptijdschrift’ een wat gezochte constructie. Een onderwerp als popmuziek brengt kennelijk automatisch het type introspectie met zich mee dat wordt gekenmerkt door narcisme en nostalgie. Al die ik & Madonna-verhalen komen je snel de neus uit omdat ze zo veel op elkaar lijken. Alleen popjournalist Britt Stubbe komt prettig analytisch uit de hoek, in een betoog dat erop neerkomt dat Madonna zichzelf kwijt lijkt te zijn. Haar smeekbede aan het slot heeft echter iets pathetisch: blijf ons vrouwen alsjeblieft leiden. Als we dan toch onder ons zijn: kunnen we niet gewoon zonder haar verder? Als we haar een groot kruis nageven?