Ik moet christelijk blijven

Ik herinner het me nog goed: de christenhonden wilden me te grazen nemen.

(Lees: ‘Niet God, maar mijn oom Koen’, uitgeverij Mets, 1998).
Ik had niet alleen God beledigd, maar ook het Geloof. Ze zouden me wel eens leren!
Ze spanden een proces tegen me aan. Ik won. Ze gingen in hoger beroep; ik won weer.
Ik sprak over vrijheid van meningsuiting. Zij zeiden: Betekent dat dat je ons zomaar kan beledigen? Ik sprak over vrijheid van denken. Zij zeiden: Als je tegen God bent, gaat dat te ver. Aan alle kanten probeerden ze me onderuit te halen. Grote lange stukken in EO-visie waarin ik werd neergezet als een misdadiger. Het kostte me werk; bij een bepaalde nationale omroep wilden ze me niet hebben vanwege 'al die opspraak’.
De christenhonden probeerden me te bijten. Ze stonden voor m'n huis kaarsen te branden, ze gingen bij m'n oude moeder op bezoek, ze duwden pamfletten door m'n bus en ze belden me ’s nachts op. Ik discrimineerde en moest aan de hoogste boom.
Wanneer ik - toen al - sprak over de homohaat onder de gereformeerden en over de jodenhaat in de islam, probeerden ze me te schoppen en te slaan; voor de rechtbank waar ik veroordeeld zou worden, zaten ze psalmen te zingen.
Ik kan niet anders zeggen dan dat ik het heerlijk vind dat ze nu eens zelf geschopt en gebeten worden vanwege hun afschrikwekkende homohaat. De RPF is walgelijk, discriminerend en daardoor weinig christelijk.
Maar ik moet eerlijk en wel christelijk blijven.
Ik heb destijds betoogd dat iedereen moet kunnen denken wat hij wil. Hoger nog dan de vrijheid van meningsuiting vond ik de vrijheid van godsdienst, met daaraan toegevoegd het door het Europese Hof erkende 'right to insult’. Natuurlijk meen ik ook dat minderheden beschermd moeten worden, maar tegelijk moet men kunnen denken wat men wil. Men mag homo’s, negers, joden, roodhuiden, bejaarden, christenen en noem de minderheden maar op (vrouwen zijn in de meerderheid in de wereld - ik zeg het maar eventjes), beledigen tot op het bot, men mag ze echter niets doen.
De uitspraak: 'Homo’s zijn vieze holneukers en daardoor potenti‰le moordenaars’ moet een zieke geest mogen denken en zeggen, maar hij mag er verder niets mee doen.
De minderhedenwet, zoals die vijf jaar geleden door Hirsch Ballin is ingediend, is dus een slechte wet. Hij beschermt minderheden, maar is strijdig met de vrijheid van meningsuiting. Het CDA heeft destijds de vraag: wat is belangrijker, de vrijheid van meningsuiting of de minderheden, beantwoord met: 'minderheden’. Waarbij ze vooral dachten aan christenen (die geen minderheid zijn!).
Arme mijnheer Van Dijke van het RPF - hij moet zich nu verdedigen met m¡jn argumenten, de argumenten van de man die h¡j wilde aanvallen!
O, lieve homo’s, maak het hem nog even moeilijk! Pest hem, treiter hem, ik wil wel meehelpen, maar sleep hem niet voor het gerecht. Hij moet kunnen zeggen wat hij wil - hoe abject ook.
Die minderhedenwet beschermt geen minderheden - hij zit zo wrakkig in elkaar dat iemand er toch altijd onderuit kan. Net als ik destijds.
Het is namelijk een wet die een beroep doet op je eigen ethiek, op je eigen beschaving - en die is in geen wet te vangen.
De rechter heeft niet te oordelen over iemands ethiek, hij moet een uitspraak doen over iemands handelen.