De sjamaan van het bedrijfsleven

‘Ik neem weg wat mensen verdeelt’

Dansmeester Jan Pieter van Lieshout laat leidinggevenden dansen. ‘Ik kijk naar hun beweging, die neem ik over en geef ik weer terug.’

Medium jan 20pieter 20van 20lieshout

Onlangs ontmoette ik iemand die me vertelde over een ervaring die hem totaal had veranderd. Hij is ceo van een internationaal bedrijf en het liep al een tijd stroef binnen de raad van bestuur, het gevolg van een haastige fusie. Ze kwamen er met elkaar niet uit en besloten op heidag te gaan. De afdeling Human Resources organiseerde het uitje maar ze wisten niet waarheen. En zo stond zijn hele team op een regenachtige dag in november te dansen, eerst in een kring, daarna los. ‘Het was ongelooflijk wat er gebeurde. Bij de een rolden de tranen over de wangen, bij de ander kwam het inzicht totaal vast te zitten in zijn werk, maar eigenlijk ook in zijn huwelijk.’

Het was dansmeester Jan Pieter van Lieshout die hen letterlijk in beweging had gekregen. Zijn cliënten zijn mannen en vrouwen die de godganse dag bezig zijn met winstcijfers, targets halen, personeel aansturen en personeel ontslaan. Ook zijn het medisch specialisten, politieagenten, docenten, rechters en advocaten – professionals die direct verantwoordelijk zijn voor hun eigen handelen en tevens in teamverband goed moeten functioneren. Op zijn site staat een lange lijst referenties van bedrijven en instellingen waarmee hij heeft gewerkt, zoals ABN Amro, Rabobank, KLM Schiphol, ministerie van Defensie, ministerie van Justitie, Heineken, KPN Telecom, en ook bedrijven over de hele wereld, van Mercedes Benz in Duitsland tot grote firma’s in China en Afrika. Hij blijkt een begrip te zijn in de corporate wereld.

In zijn appartement in Den Bosch ontvangt hij met thee en Bossche bollen. Van Lieshout heeft een stoere kop met helder lichtblauwe ogen, hij is als een heer gekleed. Dat hij een danser is, zie je aan hoe hij loopt. Kaarsrecht met elegante, gecontroleerde passen en als hij zijn woorden wil verduidelijken, beeldt hij die uit met vloeiende balletbewegingen. Hij werd geboren in een grote ondernemersfamilie. Zijn vader had in Den Bosch een aannemings- en handelsmaatschappij voor de bouw van bruggen, viaducten en grote betonwerken. ‘Ik kom uit een milieu van resultaatgericht denken en doen. Ik spreek de taal van de mensen die ik coach. Het moet allemaal niet wollig zijn, maar altijd handen en voeten hebben.’

Hij was voorbestemd om in het bedrijf van zijn vader te werken en ging naar de hts. Zijn vader zag hem door de week depressief uit school komen maar in het weekend stralend terugkeren met bekers van danswedstrijden. ‘Hij zei tegen me dat ik moest ophouden mezelf te kwellen en mijn hart moest volgen.’ Het roer ging om. Van Lieshout volgde de dansvakopleiding, haalde zijn diploma en nam op zijn 22ste voortvarend de dansschool van Wim Voeten over, dé dansschool waar vele generaties Bosschenaren leerden stijldansen.

Onderwijl sloot hij zijn internationale dansstudies cum laude af in Londen met het behalen van de titel Highly Commended Fellow of the Imperial Society of Teachers of Dancing en had hij zelf een carrière als professioneel stijldanser. Hij vertegenwoordigde Nederland bij Europese en wereldkampioenschappen. Ook trainde hij wedstrijdparen. ‘Maar op een gegeven moment ben ik er uitgestapt, toen het Internationaal Olympisch Comité stijldansen erkende en toeliet als een sport. Voor mij is het geen sport maar levenskunst. De lol ging ervan af.’ In 1997 verkocht hij de dansschool, en nam een sabbatical. ‘Ik had totaal geen idee wat ik ging doen, er lag geen kant en klaar plan. Wat ik nu ben, was toen beyond dreaming.’

Van Lieshout besloot zich te verdiepen in de vraag wat de invloed van dansen is op emoties. ‘Ik interesseerde me voor “de binnenkant” van mensen en leerde dat de oorsprong van dans groepsverbindend is. Dansen is vooral je durven te uiten, iets vertellen met je lichaam. Je draagt zonder dat je het merkt onderliggende dromen, ambities en een levenshouding uit. De individuele gemoedsbewegingen verschillen door de eeuwen heen en per cultuur. Salsa, de Argentijnse tango, de Spaanse flamenco. Of krijgsdansen die mensen tot extase opzwepen, gezelschapsdansen, paringsdansen, rituele dansen – ik bestudeerde verschillende stijlen en wilde die ook deels zelf ondergaan.’

Daarvoor volgde hij cursussen in het buitenland. Hij behaalde het certificaat sacraal dansen in het Schotse Findhorn en een certificaat als consultant voor de BarOn EQ-i test (Emotionele Intelligentie). Ook ging hij naar workshops in het Amsterdamse Tropenmuseum waar docenten over de hele wereld les gaven. ‘En Nederland heeft met Peter Rombouts een van de grootste tangodansers ter wereld in huis, hij is drie keer wereldkampioen Argentijnse tango geworden. Van hem heb ik veel geleerd.’

‘Het gaat om oplettendheid, de samen­leving zien, jezelf zien, niet in je eigen rails van verwachting zitten’

De nieuwe kennis en ervaring over dans en emotionele intelligentie bundelde hij in 1999 tot de methode Sensedance. In hetzelfde jaar ontdekte hij zijn gave om mensen feedback te geven op basis van lichaamstaal en daaruit ontwikkelde hij het concept DanceScan. Dat ging hij toepassen voor individuele coaching en workshops voor groepen, van klein tot soms wel zeventig mensen.

Toen hij in 2000 begon als coach ‘dansen voor het bedrijfsleven’ was hij een pionier. Het liep al snel storm. Met de ratrace in de booming economie gingen steeds meer leidinggevenden uit de wereld van het grote geld zich laten begeleiden door een personal coach of laten inspireren door allerlei alternatieve types in de zingevende sfeer. ‘Maar ik ben absoluut niet zweverig’, zegt hij stellig. Van Lieshout bleef zich in de jaren daarna bijscholen over leiderschap; in 2005 haalde hij zijn Master of Business Communication en hij volgde allerlei leiderschapsprogramma’s in onder meer Duitsland, Ierland, Zwitserland, China en Zuid-Afrika.

Alles heeft te maken met verwachtingen: ‘Verwachtingen bijstellen in het leven, dat heb ik al jong gedaan, met veel dank aan mijn vader. En hier raken we aan de essentie van leiderschap: het is voortdurend bijstellen van verwachtingen. Veel ambitieuze mensen zijn geprogrammeerd om het niveau van hun verwachting te halen, en als dat niet lukt, komen ze vast te zitten in een groef. Ze zijn het contact kwijt met hun kern – en dan raken mensen gefrustreerd, ongelukkig, rancuneus, ontevreden. Als in een organisatie tegengeluiden niet zijn georganiseerd of worden geaccepteerd, dan ontstaat er binnen de top een tunnelvisie. Het gaat om oplettendheid, om je heen kijken, de samenleving zien, jezelf zien, en niet in je eigen rails van verwachting zitten. Maar je mag het veel leidinggevenden niet kwalijk nemen, ze krijgen er niet de tijd of de rust voor. Ze moeten het vaak doen met informatie van anderen, daar zijn ze van afhankelijk.’

Met zijn dansmethodiek helpt hij hen andere capaciteiten aanboren waarvan ze zich niet bewust zijn. ‘Het zijn meestal verbindingen die vastlopen, vaak in relatie met anderen of in hiërarchische verhoudingen. In groepen neem ik weg wat mensen verdeelt, en haal ik omhoog wat verbinding brengt. Dit doe ik elke dag, al jaren en over de hele wereld.’ Hij maakt een sierlijke beweging door de kamer. ‘In plaats van op een vast punt te blijven hangen, moet alles bewegen.’

Van tevoren, zegt hij, weet hij niet wat er in een groep speelt, wel van welk bedrijf of welke instelling de mensen afkomstig zijn. Ook weet hij dat hij meestal wordt ingeschakeld als er spanningen zijn. Voor de groep is hij een mystery guest. ‘Ik kom niet binnen als een balletdanser, ik zie er ook niet uit als een danser, ik draag gewone kleren – maar ho even, het is wel een speciale broek.’ Hij maakt een pirouette en gaat diep door de knieën en weer rap omhoog. Zijn Armani-broek is van stretch maar ziet eruit als een herenpantalon.

Eerst legt hij de groep uit wat zijn filosofie is. Die is gebaseerd op het ‘vier-windstrekenmodel’ waarmee hij ondernemen en leiding geven benadert. De inzet is ‘zoeken naar de essentie van leiderschap, hoe je dat kunt optimaliseren en professionaliseren’. Dat is inderdaad geen wollig taalgebruik. Hij pakt, net als in een workshop, een stift en een groot wit vel en tekent daar een kruis op. In elk kwadrant zet hij een windrichting en overeenkomstig met de wereldkaart worden daar begrippen aan gekoppeld. Het westen is gericht op ‘hebben’, dat gaat over resultaat en winst. Het noorden heeft betrekking op ‘doen’, daar zitten de normen via wetgeving, protocollen en afspraken. Het oosten en zuiden gaan over iets anders: het oosten is ‘zijn’, en is gericht op filosofische vragen als ‘wie ben ik?’, ‘waartoe zijn we hier op aarde?’ Het zuiden is ‘voelen’, negatieve én positieve emoties. ‘Het model heeft een holistische kijk op de mens’, doceert hij.

‘Wij zijn producten van onze cultuur en sinds de wetenschap onze wereld domineert is ook de heelheid, de holistische zienswijze, op de achtergrond geraakt. We separeren een deel uit het geheel en met een rationele analyse hebben we verstandige wetten, regels en oplossingen gevonden – maar ons gevoelsleven als drijfveer is op de achtergrond geraakt. Individuele emoties hebben ondertussen enorme impact binnen een bedrijf. Stel dat iemand ziek thuis zit en geen aandacht van de werkgever krijgt. Het bloemetje is vergeten. Daar kan woede uit voortkomen die kan doorwerken; hij gaat bijvoorbeeld in de ondernemingsraad en het de top heel lastig maken. Zijn drijfveer is gekrenkte emotie. Heel vaak, zo is mijn ervaring, hebben relatief kleine gebeurtenissen grote gevolgen. Het had voorkomen kunnen worden door aandacht en verbinding te maken met het onderbewuste motief. Ik ga met de vier windrichtingen aan de slag, die verbind ik met elkaar, en dan ontstaat er een beweging, een flow, het moet met elkaar stromen.’ Hij krast met de stift cirkels tussen de windrichtingen.

‘Ik leg hun drijfveren of blokkades bloot. Meestal sla ik de spijker op de kop. Het is heftig wat het teweegbrengt’

Maar wat doet hij tijdens een workshop? Hij legt het uit, maar natuurlijk zul je het pas werkelijk snappen als je het zelf ondergaat. Op zo’n dag staat iedereen in een kring. Hij verzoekt hen stapjes door de knieën te maken, twee naar voren, twee naar achter en twee keer twee opzij. ‘In feite sta je dan al te dansen. Na twee minuten moeten ze stoppen en hun armen over elkaar doen – het wordt opeens weer veilig. Iedereen is gelijkwaardig.’ Hij vraagt mensen elkaar te begroeten met de ogen en nog eens de stapjes te maken. Al snel zet hij de muziek aan. ‘Iedereen is over een grens heen, iedereen gaat mee. In de afgelopen zeventien jaar heb ik maar drie keer meegemaakt dat iemand niet meedeed, en bij één was dat vanwege een houten been. Er ontstaat meestal binnen vijf minuten chaos, iedereen loopt door elkaar heen, ze vinden elkaar weer. Vaak doe ik nog een dans uit West-Afrika.’

Van ieders bewegingen maakt Van Lieshout in zijn brein filmpjes. ‘Mijn hele wezen is ingesteld op wat beweegt. Ik zie meteen iemands motoriek, hoe iemand loopt, hoe iemand danst. Tijdens die sessie ben ik alleen maar bezig met veiligheid, anders haken mensen af. Ondertussen ben ik aan het observeren. Kunnen mensen zich overgeven aan de dans? Maar het is nooit stigmatiserend, want je kunt het nooit verkeerd doen. Er zijn geen fouten, er zijn alleen variaties. Ik oordeel niet. Dan vraag ik de groep te gaan zitten. Ik kopieer vervolgens ieder op basis van mijn scan en terwijl ik dans vertel ik hardop wat ik voel, wat het bij mij allemaal aan emoties en gedachten losmaakt. Ik kruip als het ware in de huid van iemands bewegingen – daarmee houd ik ze een spiegel voor. Ik leg hun drijfveren of blokkades bloot. Meestal blijk ik de spijker op de kop te slaan. Het is heftig wat het teweegbrengt.’

Uit de evaluatie – een vast onderdeel na afloop, en ook nog eens zes weken later – geven mensen bijna altijd aan het heel bijzonder en heilzaam te vinden. Zelden wekt het tegenzin of argwaan op. Hoewel, zegt hij, ‘vanochtend was er een rechter die weerstand had tegen het feit dat ik zoveel informatie haal uit dans. Het kan confronterend zijn wat er loskomt, zeker. Maar ik probeer altijd te voorkomen dat het gênant wordt. Ik krijg soms wel extreem veel informatie uit iemands dansen. Toen ik begon zag ik alles en kon ik het nog niet goed kanaliseren. Zoals in een supermarkt pak ik er nu iets uit waarvan ik denk dat het goed werkt. Altijd positieve dingen, het negatieve weten mensen meestal wel van zichzelf. Daar lopen ze juist tegenaan. Ik ben alles behalve een therapeut – ik ben coach en ik geef terug wat ik zie. Ik decodeer de bewegingen waar emoties en drijfveren – het zuiden en het oosten – onder schuilgaan. Het is het tegenovergestelde van een tunnelvisie.’

Dat zal telkens veel energie kosten? Ja en nee, zegt hij. ‘Dansen gaat bij mij vanzelf. Maar je moet er wel voor zorgen dat het gecontroleerd gebeurt. Dans is een krachtig middel om een proces op gang te brengen, daar moet je voorzichtig mee omgaan. Mensen zijn er niet tegen gewapend, ze worden ongelooflijk kwetsbaar. Daarom zijn we dus eerst bezig met veiligheid, ze moeten zich onbespied wanen. Ik probeer precies en verfijnd commentaar te leveren op wat ik zie en voel.’

Van Lieshout is eigenlijk een sjamaan, een dansmeester of medicijnman die van Siberië tot in de binnenlanden van Brazilië al eeuwen met dansrituelen in trance raakt, de ziel van iemand overneemt en hem geneest door kwade emoties uit te bannen. Ze doen dat ook met behulp van het aanroepen van de natuur en dieren. Hij zou zichzelf nooit een sjamaan noemen. ‘Maar wat betreft de techniek en ervaring komt het daar wel op neer. Een keer bezocht ik een congres voor Indigenous Peoples in Vancouver en toen ik vertelde wat ik deed zei iedereen “maar dat doen wij toch al eeuwen”. Ik ben zelf door dans wel eens in een trance geraakt – dat gebeurde toen ik voor het eerst de muziek van Astor Piazzolla hoorde. Maar ik ben toch te veel de zoon van een aannemer. Ik werk in een totaal andere context, in onze wereld die gedreven is door het noorden en het westen – door doen en hebben. Dat de mens vooral ook een intuïtief wezen is, emotie-gedreven en vol onbewuste verlangens, breng ik naar boven.’

Soms besluiten mensen na een workshop met hem verder te gaan voor een individueel coachingstraject. Hij organiseert ook voor groepen reizen naar het Umfolozi Nationaal Park in Zuid-Afrika. ‘De natuur werkt net als dans. In een week gaan alle statussymbolen af, er wordt weinig gepraat. Daar vinden ze de kern van hun leiderschap.’

Op tafel ligt een fotoboek van zo’n reis. Een groep captains of industry, gekleed in safarikleurige kleding, kijkt door verrekijkers naar de Big Five. Op een andere foto staan ze met bordjes die ze hebben gemaakt met daarop ‘Be good’, ‘Do good’, ‘Be kind’, ‘Be compassionate’.

DanceScan zet hij niet alleen in voor mensen op hoge posities, maar ook op multiculturele scholen waar hij kinderen leert elkaar te respecteren in hun beweging. ‘Bij dans zijn geen verschillen in huidskleur, gender, rang en stand, het gaat over verbinding.’ Dat idee vormde de basis voor zijn Foundation Dance4WorldPeace. Ja, zegt hij, ‘ik ben een idealist, ik projecteer mijn methode ook op onze tijd. Er is in onze samenleving onrust, en daardoor onvrede. Dat kun je vanuit leiderschap kanaliseren en naar iets positiefs transformeren. Maar je kunt het ook aanwakkeren door olie op het uur te gooien, terwijl er juist behoefte is aan ordening en rust. We zitten midden in een transitie – we zijn in beweging. Je kunt daar in meegaan, en net als een kind dat leert fietsen vertrouwen hebben dat je in staat bent om iets nieuws te leren. Ik ben niet bang voor verandering, het is eerder interessant. Ik zou het liefst de samenleving uitnodigen om te dansen.’


Beeld: Joris van Gennip