Vrouwen en ambitie

‘Ik noem het liever gepassioneerd’

Onverschrokken, gretig, een echte ‘powervrouw’ – de rol van de vrouw met ambities blijft vaak wat eendimensionaal. ‘Kun je als vrouw straffeloos uitkomen voor je ambities, zonder de gedachtenis van je moeder om zeep te brengen, en zonder te spugen op je al dan niet geboren nageslacht?’

Medium 2017 06 25 schoen001 kleur

‘Het is oké om ambitieus te zijn’, sprak koningin Máxima een nieuwe generatie vrouwelijke ondernemers toe. Zij had het thema aangedragen voor de bijeenkomst van netwerkplatform TheNextWomen: ambitie. ‘Nee echt’, herhaalde ze alsof haar gehoor getroost dan wel overtuigd moest worden. ‘Het is oké.’

Ze stonden er fris bij, die aanstormende ondernemers. Nee, we hoeven het hier niet te hebben over de hoge hakken van nu versus de stevige stappers van weleer. Die bekrompen gedachten over vrouwelijkheid en macht hebben we immers nu wel zo’n beetje afgelegd. Kijk naar de koningin heurzelve, in vergelijking met haar voorgangster: de haren lang, blond en decent wuivend, de lach gul, het ensemble op een veilige manier spannend. Een even aanlokkelijk rolmodel als Linda de Mol, nabij en menselijk, maar alles geregisseerd en in control. Zelfs Ivanka Trump – iets minder nabij, iets meer van plastic – wil nu eindelijk wel eens af van het negatieve stereotype van de werkende vrouw als iemand in een zwart broekpak die enkel gefocust is op haar carrière. Dat zei ze tenminste tijdens de internationale vrouwentop W20 in Berlijn, toen ze aan tafel zat met onze koningin én met Angela Merkel, de laatste in zwart maar met brandweerrood jasje. Drie jaar geleden richtte Ivanka Trump óók al een platform op, met de wervende naam #womenwhowork. Draaiend aan haar fonkelende armbanden zei ze in een interview met cnn: ‘Je kunt een werkende vrouw zijn en zoveel méér.’

***

Toen filosofe Marjan Slob een paar weken geleden in haar column voor de Volkskrant voorzichtig een lijn trok van de fysieke verschijning van Ivanka Trump en haar moeder Melania, op audiëntie bij de paus, naar die van koningin Máxima, en die bovendien beschouwde tegen het licht van de geringe beweeglijkheid van de Barbiepop, kwam haar dat op nogal wat haatreacties te staan. Terwijl, wat zei ze nou helemaal?

Ze vroeg zich iets af, dat allereerst. Of je vooruitgang binnen een strakke mal moet zien als politieke winst of als zoethoudertje. En daarnaast had ze het over de hardnekkigheid van de biologie, die maakt dat vrouwen nog steeds lijken te moeten kiezen tussen seks en maatschappelijk succes. ‘Wij mensenvrouwen doen er onder het gesternte van seks alles aan om zo jong mogelijk over te komen’, schreef ze. ‘Met seks in gedachten doen we ons zo kinderlijk mogelijk voor.’ Ook Máxima laat zich volgens haar vangen in een stijf beeld van vrouwelijkheid, en werkt er overduidelijk hard aan om dat beeld te behouden. Slob riep op tot een wat ‘speelsere’ benadering van de onvermijdelijke mal van het vlees, en al doende uitvinden waar nog wat te buigen en te knikken valt. Je biologie een beetje luchtig nemen, noemde ze dat.

Dat die mal al minder strikt is, blijkt overigens uit de meest recente cijfers van het cbs. Wellicht is een nieuw tijdperk zomaar stilletjes aangebroken: voor het eerst heeft een meerderheid van de Nederlandse vrouwen tussen de 45 en 65 een betaalde baan. Een niet heel royale meerderheid, 62 procent, maar toch. Van de 25- tot dertigjarigen verdient ietsje meer dan tachtig procent haar eigen geld. Omdat die tachtig procent nu al zo’n tien jaar gelijk blijft, zou je kunnen denken: dit is het. De max.

Hoe luchtig een vrouw haar biologie publiekelijk mag nemen, werd Marjan Slob gewaar toen de reacties op haar column binnenstroomden. ‘Het is niet persoonlijk bedoeld’, hield ze zichzelf voor. Ondertussen hakten de aantijgingen zich naar binnen. Op GeenStijl werd ze jaloers genoemd – altijd een goeie –, en verder werd ze uitgemaakt voor dat waarvoor vrouwen altijd worden uitgemaakt (zonder dat het went).

Medium 2017 06 25 schoen005 kleur

Zuur.
Lelijk.
Dik.
Feminist.

Kan een vrouw ooit ophouden op de eerste plaats vrouw te zijn? Zoals bijvoorbeeld Arnon Grunberg recentelijk in zijn Voetnoot te kennen gaf zich niet te willen laten voorstaan op wie hij is of zou zijn? Nederlander, jood, man… ‘Het gaat om wat je doet met de kaarten die je van de dealer hebt gekregen. Waarom zou je trots zijn op het toeval?’ redeneerde hij. Als hij hiermee ‘post-identiteit’ zou zijn, zoals een vriendin hem verweet, so be it.

Post-identiteit; het klinkt als iets wat je je moet kunnen veroorloven, maar het klinkt ook naar iets potentieel bevrijdends. Iets wat je misschien zou moeten veroveren.

***

Parallel aan het groeiend aandeel van vrouwen op de arbeidsmarkt loopt een andere ontwikkeling, ingrijpender nog denk ik. De laatste generatie vrouwen die vanzelfsprekend huisvrouw werd, of ze daar nu zin in had of niet, heeft de pensioenleeftijd bereikt. De helft van de 45plus-vrouwen, de dochters van de vrouwen die na schooltijd voor hun kinderen klaar zaten met thee en koekjes, heeft een betaalde baan buitenshuis. In cijfers is dit een helder proces, een geleidelijk stijgende lijn met een duidelijk resultaat. Mentaal is het een door bermbommen geflankeerd pad richting een ongewisse einder.

‘Wat heb je van je moeder geleerd?’ Het is niet toevallig de eerste vraag die journaliste Daniela Hooghiemstra stelt aan de vrouwen die ze interviewt voor haar serie ‘vrouw-zijn’ in de Volkskrant. Een brede waaier van vrouwen is het, jong en oud en alles daartussen, werkzaam in het bedrijfsleven of de popindustrie en alles daartussen. Wat ze gemeen hebben is hun ambitie, of die nu schuilt in het ondersteunen van hun echtgenoot, in het schrijven van een boek of in het leiden van een bedrijf. Die ambitie is altijd wel, direct of indirect, terug te voeren op de verhouding met hun moeder, het leven dat die hen vóórleefde, de lessen die ze hen im- of expliciet leerde.

‘Dit zijn niet de condities waarop wij getrouwd zijn’, zei hij. ‘Jij doet het huishouden, ik verdien het geld’

Zo antwoordt Ingrid Thijssen, chief operating officer van netwerkbedrijf Alliander en topvrouw van het jaar, op de vraag wat ze van haar moeder heeft geleerd: ‘Het maximale uit mijn talent te halen. Zij was een intelligente vrouw die rechten had gestudeerd, maar stopte met werken toen ze trouwde.’

Kitty Saal, die meer dan twintig jaar de levenspartner van Harry Mulisch was en na zijn dood haar betaalde werk in de zorg weer heeft opgepakt, vertelt van haar moeder te hebben geleerd goed voor anderen te zorgen. ‘Als moeder van elf kinderen wist ze hoe je van een dubbeltje een kwartje maakte. Van niets iets maken, daar was zij goed in.’

Het schrikbeeld van de getalenteerde vrouw die zichzelf niet kon ontwikkelen, heeft er bij de huidige werkende generatie vrouwen van boven de veertig behoorlijk ingehakt. Toen Ingrid Thijssen een jaar of zestien was, zag haar moeder een advertentie voor een baan die haar op het lijf geschreven was. Haar vader vond het hele idee onbespreekbaar. ‘Dit zijn niet de condities waarop wij getrouwd zijn’, zei hij. ‘Jij doet het huishouden, ik verdien het geld.’ Thijssen: ‘Ik bekeek het tafereel en dacht: over my dead body dat mij later zoiets gebeurt.’

Small 2017 06 25 schoen002 kleur

In de praktijk blijken ambities, verlangens en verwachtingen hardnekkige fricties op te leveren. De verdeling van zorg en werk, thuis en buiten, is niet alleen een kwestie van onderhandelen over wie wat doet, maar ook een kwestie van – jawel – gevoelens, die onontwarbaar verknoopt zijn met ideeën, en die soms dieper blijken te zitten dan voorzien. Bijvoorbeeld het gevoel dat je als moeder zelf zoveel mogelijk voor je kinderen moet zorgen, of misschien gewoon de wens om zoveel mogelijk bij je kinderen te zijn. Of een onvermogen om schuldeloos van maatschappelijk succes te kunnen genieten, omdat op het persoonlijk vlak de prijs hoog is. Om maar te zwijgen over wat liefdesrelaties teweeg kunnen brengen. Opvallend vaak genoemde zwakke schakel in een nauwkeurig geregisseerd traject is de soft spot voor de ander, meestal een man, die tot zelfopoffering leidt of tot een (tijdelijke) kortzichtigheid, of algehele verstandsverbijstering. ‘Als je van iemand houdt, neem je dingen niet nauw meer’, zegt zangeres Corrie Konings, wier mannen in haar leven ook altijd automatisch haar management gingen doen.

De frictie tussen ambitie en loyaliteit is het centrale thema in het werk van de Italiaanse schrijfster Elena Ferrante, die als een hedendaagse George Eliot (Mary Anne Evans) of Currer Bell (Charlotte Brontë) alleen onder pseudoniem vrijuit hierover dacht te kunnen schrijven. In het slotdeel van de vier Napolitaanse romans, Het verhaal van het verloren kind, wordt steeds meer ingezoomd op de brandende ambitie van verteller Elena Greco, die om haar schrijfsterschap te kunnen verwezenlijken man en kinderen verlaat.

Het portret dat Elena van zichzelf schetst, als iemand die zich laat leiden door een enorme bewijsdrang, is fascinerend en genadeloos zoals alleen in fictie een portret dat kan zijn. Voordat ze man en kinderen adieu zegt, moet ze haar milieu verraden, haar stad, haar moeder, en zelfs de vriendin met wie ze in een eeuwige concurrentiestrijd is verwikkeld. Ook als ze successen boekt, blijft ze het gevoel houden een imposter te zijn, een phoney, een oplichter die moet leven met de mogelijkheid ieder moment door de mand te kunnen vallen. ‘Ik hoorde bij de mensen die dag en nacht keihard werkten, die uitstekende resultaten behaalden, die zelfs met sympathie en achting bejegend werden, maar die nooit de bij de hoge kwaliteit van die studies behorende uitstraling zouden hebben. Ik zou altijd bang zijn: bang om een verkeerde zin uit te spreken, een overdreven toon te bezigen, niet op de juiste manier gekleed te zijn, blijk te geven van minderwaardige gevoelens, geen interessante gedachten te hebben.’

Levenslange toetssteen voor haar zelfverwerkelijking is vriendin Lila, van wie ze denkt dat die eígenlijk het genie is van hun beiden, de ‘echte’ schrijfster. Met meesterlijk masochisme laat Ferrante die mogelijkheid ook tot en met de laatste pagina van het slotdeel open. Ondertussen laat ze haar alter-Elena spartelen in de armen van de eindelijk op haar vriendin veroverde Nino, een even onweerstaanbaar als onbetrouwbaar sujet.

Hoe diep iemand kan vallen uit naam van de liefde, tot welke zelfbegoocheling ze in staat is, beschrijft Ferrante in onvergetelijke scènes met deze Nino, die zijn carrière te danken blijkt te hebben aan een heel leger van dienstvaardige vrouwen. ‘Liefde heeft niet alleen geen ogen, maar ook geen oren’, weet hij, en dus kan hij de vrouwen in zijn omgeving rustig voor de gek houden. Als hij aan Elena bekent dat het aan hem te wijten is dat haar eerste verhaal niet werd geplaatst in het tijdschrift waaraan ze het had opgestuurd, een trauma dat haar jarenlang op achterstand plaatste – Nino had het verhaal onderschept en verscheurd, omdat hij zag hoe goed het was – is ze héél even verbijsterd van woede, om al snel zijn vergrijp te interpreteren als bewijs van ultieme liefdesjaloezie. Het is maar heel langzaam dat ze voor zichzelf durft toe te geven wie hij is – zacht gezegd iemand op wie niet te rekenen valt – en dat haar toekomstig leven er uitsluitend op ingericht moet zijn een roman te schrijven. ‘En die roman moest heel goed zijn. En niets of niemand, zelfs Nino niet, mocht me verhinderen mijn werk goed te doen.’

***

‘Double Bind’ luidt de omineuze titel van een recent verschenen verzameling essays van een brede verzameling schrijfsters over het fenomeen ambitie. ‘Double bind’: was dat niet de psychologische aanduiding van de gekmakende situatie waarin zowel het een als het ander van je wordt verwacht, terwijl dat ene en het andere met elkaar conflicteren, zo niet elkaar ondermijnen? Iets dergelijks spreekt in ieder geval uit al deze stukken, waarin vrouwen zich uitspreken over het gevecht dat ze lever(d)en om te komen waar ze nu zijn.

Het meest gegeven antwoord als succesvolle vrouwen wordt gevraagd naar hun ambitie, zo schrijft samensteller Robin Romm in haar inleiding, is dat ze zich afvragen of je het wel ambitie moet noemen. Wat ze hebben bereikt is een kwestie van geluk, hard werken, discipline. Het komt erop aan om goed werk te leveren, en het als zodanig ook erkend te doen worden door mensen die er verstand van hebben. Maar mag je dat ambitie noemen?

De hier verzamelde schrijfsters blijken erin te excelleren op een zachte manier hun doel te bereiken, met een zweem van zelfopoffering zelfs. Gemotiveerd, maar niet agressief. Is ambitie niet te veel met het ego verbonden? Is een goed leven leiden niet óók een ambitie? ‘Ik gebruik liever het woord “gepassioneerd”’, schrijft iemand. ‘Ik zie het liever als een zaak van toewijding’, zegt een ander. ‘Het is betrokkenheid’, vindt weer iemand anders.

Westerse vrouwelijke politieke leiders trekken kleurige doch praktische broekpakken aan en verlagen het timbre van hun stem

Misschien is het geen toeval dat ik niet eerder gehoord had van de meeste van deze schrijfsters; ik ken alleen het werk van Roxane Gay, Claire Vaye Watkins en Francine Prose. En uitgerekend zij drieën tonen zich pittiger, minder slachtofferig en tegelijkertijd diffuser in hun streven. Zo raakte Roxane Gay zich al bewust van de omvang en kracht van haar ambitie toen ze een kleuter was en de juf te slim af dacht te zijn. Sinds dat moment is ze nooit opgehouden met altijd beter te zijn dan ‘goed genoeg’, als de dood dat daaraan toegevoegd zou worden ‘voor een zwarte vrouw’. ‘I call this ambition, but it’s something much worse because it cannot be ever satisfied.’ Claire Vaye Watkins kijkt met gemengde gevoelens terug op de moeite die het haar kostte haar geboortedorp Pahrump, Nevada, achter zich te laten. Voor wat? Ten koste van wat?

Medium 2017 06 25 schoen003 kleur

Francine Prose beschrijft de oorsprong van het westerse taboe op ambitieuze vrouwen door terug te gaan naar de mythische heldinnen uit de Griekse oudheid. ‘An ambitious woman is a witch out of hell’, concludeert Prose. Om eraan toe te voegen dat je alleen maar kunt hopen dat kleine meisjes erachter komen hoeveel meer aantrekkelijk en interessant heksen zijn in vergelijking met semi-hulpeloze en bescheiden prinsesjes.

***

Ook classicus Mary Beard vindt in de Griekse oudheid de prototypes van almachtige vrouwen, zoals Clytaemnestra, Lysistrata, Athena en Medusa; mannelijke creaties die stuk voor stuk even ambitieus als vernietigend zijn. En die ook stuk voor stuk gruwelijk aan hun einde komen. In haar essay Women in Power, onlangs gepubliceerd in de London Review of Books, constateert ze dat het beeld van de machtige vrouw nog helemaal nieuw uitgehakt zal moeten worden. Zaken als macht, en ambitie, worden gemodelleerd naar wat mannen daarvan hebben gemaakt. En dus trekken westerse vrouwelijke politieke leiders, van Merkel tot Clinton, kleurige doch praktische broekpakken aan, en verlagen ze het timbre van hun stem. En dus zullen ambitieuze vrouwen ook altijd in een krijgshaftig idioom worden neergezet, alsof ze ergens met geweld doorheen proberen te breken. Terwijl hiermee juist wordt benadrukt dat ze hiertoe niet op aarde zijn.

Een mooi Nederlands voorbeeld van dit fenomeen werd pas nog in de Volkskrant geleverd, waarin Jan Tromp het profiel schetste van aanstormend (!) GroenLinks-talent Kathalijne Buitenweg. ‘Ze is ambitieus. Ze is daar altijd open over geweest, op on-Nederlandse wijze.’ De ambities van Buitenweg worden opgetrokken in een soort oorlogsretoriek; de terminologie moet benadrukken hoe stevig Buitenweg is. Ze heeft een ‘Wille zur Macht’. Ze doet haar tegenstanders ‘in het stof bijten’. Ze ‘krijgt dingen voor elkaar’, ‘dwingt anderen tot inkeer’, is een ‘politiek dier’, ‘verslingerd aan spanning’. ‘De wereld ligt aan haar voeten.’ Ze kiest voor ‘de diaspora’, ‘werkt zich drie slagen in de rondte’ (combineerde het moederschap met schrijven en promoveren), heeft ‘een grote gretigheid’. Ze ‘neemt direct de leiding’, ‘ze wil’ en ‘ze wil’, ‘ze staat vooraan’, ‘ze voert het debat op het scherp van de snede’. En dan is er nog de les: door schade en schande wijs geworden weet ze dat je altijd moet uitkomen voor je ambities. ‘Anders gaat het schuren.’ Ze zegt zelf wat ‘een typisch vrouwelijke fout’ het is om ‘schroomvallig’ te zijn: ‘wel iets te willen, maar het niet durven te zeggen’. Dat zal haar nooit meer overkomen. Een professor doctor, de hoogleraar bij wie ze promoveerde, mag het slotakkoord leveren: ‘Zij is volbloed politicus. Hier jongens, hier heb je er een, maak er alsjeblieft gebruik van.’ Op de begeleidende foto is een krijger te zien in signaalrood jiujitsupak, de ook al rode krullen opwaaiend, stevig voortstappend tegen de wind in, haar lach ontbloot een sterk gebit.

Het ziet er kortom patent uit voor Kathalijne Buitenweg, maar als ik Mary Beards redeneertrant goed begrijp is zo’n soort profilering alleen maar een onderstreping van de pioniersstatus van die enkele, uitzonderlijke superwoman. Het merendeel van de vrouwen wordt er des te harder mee buiten spel geplaatst. Beard vraagt zich af of in plaats van dat vrouwen zichzelf zouden moeten herdefiniëren – minder schroomvallig worden bijvoorbeeld – zoiets als macht niet opnieuw gedefinieerd zou moeten worden. Meer een zaak van volgers dan van leiders zou moeten zijn; iets wat je kunt aanwenden (Beard stelt het werkwoord ‘to power’ voor) in plaats van iets wat je bezit. Als voorbeeld geeft Beard wat volgens haar een van de meest invloedrijke politieke bewegingen is van de laatste jaren, Black Lives Matter, dat opgericht is door drie vrouwen. Maar weinig mensen kennen de namen van die vrouwen, wat niet wegneemt dat ze gezamenlijk bij machte waren om bakens te verzetten.

***

‘Ambitie kan een deugd zijn’, probeert Commodus duidelijk te maken aan zijn vader Marcus Aurelius in Ridley Scotts spektakelfilm Gladiator. Marcus Aurelius heeft in al zijn wijsheid besloten zijn zoon níet tot de volgende keizer van Rome uit te roepen. Een beslissing waarvan hij niet eens spijt kan hebben, zo snel wordt hij door zijn ambitieuze zoon omgebracht.

Small 2017 06 25 schoen006 kleur

Ambitie gaat door roeien en ruiten.
Soms.

In het titelessay van Rebecca Solnits nieuwe essaybundel, The Mother of All Questions, vertelt Solnit hoezeer zij in publieke interviews wordt lastiggevallen met de vraag waarom ze geen kinderen heeft. En dat daar simpelweg geen bevredigend antwoord op te geven valt. Misschien is het wel groter dan dat: ‘There is no good answer to being a woman; the art may instead lie in how we refuse the question.’

Kun je als vrouw straffeloos uitkomen voor je ambities, zonder de gedachtenis van je moeder om zeep te brengen, en zonder te spugen op je al dan niet geboren nageslacht?

Kun je als vrouw je biologie net zo luchtig nemen als een man?

Kijk hoe post-identitair Arnon Grunberg de moeder aller vragen pareert als hij in NRC wordt geïnterviewd ter ere van zijn eerste plaats in de Cultuur Top 100, de rangorde van kunstenaars die het gemaakt hebben in het buitenland. Desgevraagd antwoordt hij wel een kind te willen, dat wil zeggen: ‘Ik denk serieus na over een kind.’ Om vervolgens op te merken dat hij niet weet of hij dan radicaal anders zou gaan leven. Grunberg noemt zichzelf niet ambitieus – dat zou bij hem net zoiets zijn als zeggen dat hij zijn best doet om ergens te komen waar hij nog niet is – maar gedisciplineerd. ‘Werk vreet veel tijd weg. Ik ben gedisciplineerd. Maar ik vraag me ook wel eens af: zijn dit de juiste beslissingen? Kloppen de prioriteiten?’ Het lijkt alsof hij klaar is voor een vertragende, en verdiepende, factor in zijn bestaan als hij ietsje verderop in het interview een eventueel vaderschap in een voordeel voor zijn schrijverschap ombuigt: ‘Ik denk dat een kind om heel veel redenen goed voor me zou zijn. Voor mij als schrijver ook. Een kind kan heel goed als spiegel functioneren.’

***

Rebecca Solnit heeft bedacht dat zij niet kan volstaan met een welgemeend ‘fuck this shit’ als ze na haar lezing over Virginia Woolf vooral vragen uit het publiek krijgt over de kinderloosheid van Woolf. Zoveel mensen die kinderen hebben, maar er is maar één iemand die To the Lighthouse heeft geschreven, en The Waves, denkt ze dan. Buiten dat: waarom altijd dat krampachtige vasthouden aan die ene verhaallijn wat een goed leven zou zijn, terwijl zoveel mensen die die lijn volgen volkomen ongelukkig zijn?

Wat is het meest betekenisvol dat je kunt doen met je leven? Wat is jouw bijdrage – ik citeer nog steeds Solnit, zelf zou ik dit soort vragen niet hardop durven stellen – aan de wereld, aan de gemeenschap? Wat is jouw nalatenschap? Wat betekent jouw leven? Waarom zijn we zo geobsedeerd door geluk? Is dat niet een manier om niet te hoeven onderkennen dat onze levens groter zijn dan dat, rommeliger, doellozer, beperkter… Misschien geldt hetzelfde wel voor ambitie. Dat die meerkantig is, en veelomvattend. En dus is het niet zo gek hoe Máxima dat formuleerde. Dat het oké is, ambitieus te zijn. Zijzelf is er per slot van rekening koningin mee geworden.