Gedichten van Tonnus Oosterhoff en Bob van Daalen

Ik ontglip

Als je er net zo je best op doet, zijn de rijmen van de Friese zager Bob van Daalen even mysterieus als de gedichten van Tonnus Oosterhoff. Twee zijden van een wip.

De dichter is gelauwerd met de hoogste prijzen. Waarschijnlijk terecht. En dus ga je hem lezen, want een prijs is een goede voorlichter.

Ik las de bundel Wij zagen ons in een kleine groep mensen veranderen van Tonnus Oosterhoff — «Moet je lezen, echt, gewéldig!» — en ik kan er niet goed mee overweg. Zeker, het is een eigen stem. Zeker, de bundel heeft kwaliteiten. Zeker, de dichter gaat een aardig experiment aan. Maar ergens in een gedicht staat de regel: «Het probleem: ik ontglip.» En dat is precies wat mij gebeurt. Oosterhoff ontglipt mij, terwijl het voor een recensent toch de bedoeling is dat hij iets vat.

In de jaren zeventig van de afgelopen eeuw hadden wij, studenten, bezwaar tegen de Vijftigers. Wij wilden helderheid, directe zeggingskracht, onthoudbaarheid. Nadat we Wittgenstein hadden gelezen, hadden we de wens om «tautologische gedichten» te schrijven (de bundel Blij & Verheugd) omdat we dachten dat dan de optimale «verstaanbaarheid» was bereikt. Onze helden waren Komrij, Kal, Rawie, Kuiper, Wilmink; zij lieten vakwerk zien dat uit de mode was geraakt. Dat deed Lucebert niet, vonden we toen. Dat deed Kouwenaar ook niet.

We zijn nu dertig jaar verder en ik ben links en rechts ingehaald. Mijn opvattingen bleken dun en waterig en soms schaam ik me nu als ik geniet van de gedichten van Kouwenaar of Ilja Pfeijffer.

Oosterhoff drukt naast zijn gedichten ook de verbeteringen en doorhalingen af die hij er met de hand heeft bijgeschreven. Het geeft het effect van meerstemmige onzekerheid. Meerstemmig omdat je letterlijk en figuurlijk twee handschriften ziet; onzeker omdat je merkt dat het juiste woord, de juiste zin, de treffende uitdrukking, het juiste beeld niet wordt vertolkt door de ene stem en niet door de andere; daardoor zijn de regels soms letterlijk onleesbaar geworden. Die onzekerheid — aardig om te zien — begrijp ik. Die meerstemmigheid: goed gelukt experiment. Maar die onleesbaarheid, letterlijk en figuurlijk, wil ik niet. («Gaat me te ver», wil ik schrijven, maar dat heeft zo’n vreemde moralistische connotatie. Oosterhoff zou nu in handschrift «gaat me te ver» over «wil ik niet» schrijven, maar dan op een manier dat je beide niet meer kunt lezen.)

Ook in de grammaticale opbouw van zijn zinnen wil Oosterhoff «meerstemmig» zijn. Je kunt erop wachten: op bladzijden 34 en 35 staat een muziekstukje (van Bach) dat een zekere meerstemmigheid suggereert, waarna een meerstemmig gedicht van Oosterhoff volgt. Hij maakt daarin gebruik van ready mades als een aankondiging in het programma Netwerk. Het is allemaal indrukwekkend, maar ik vraag me toch steeds af welke indruk het nu precies wekt. Het ontglipt me.

Wat mij het meeste aanspreekt zijn de mooie zinnen, de mooie beelden, kortom: de van oudsher beproefde poëtische fundamenten van een goed gedicht. Een voorbeeld:

«(…) achter in de keel zit een klein doosje met juwelen levenskracht/ je maakt het open door te trekken aan de tong// trek aan de tong! trek aan de tong! trek aan de tong, bevrijdt de/ tweede ziel in ’t zelfde lichaam door te blijven trekken aan de rode mensentong/ en met de adem keert het schip met bloemen (…)»

Terwijl ik Oosterhoff aan het bestuderen was — want je moet zijn gedichten bestuderen — kreeg ik de Verzamelde Gedichten van Bob van Daalen.

Bob zit precies aan de andere kant van de wip dan Tonnus. Bob is namelijk vanaf 1966 eigenaar van een doe-het-zelfzaak aan het Vliet te Leeuwarden. In de Leeuwarder Courant en de Huis-aan-Huis publiceerde hij zijn rijmende gedichten. Een redactie koos 230 gedichten van de in totaal 600. Meestal tweeregelig. Bob zal vermoedelijk geen prijs krijgen. Wel zit hij in een bepaalde traditie. Willem Elsschot bijvoorbeeld heeft veel rijmende gedichten gemaakt voor de heerlijke Vlaamse mosterd van Ferdinand Tierentijn. Er zijn meer schrijvers die gedichten hebben geschreven voor de reclame.

De rijmen van Bob van Daalen — schitterend uitgegeven (boek met leeslint, Van Oorschot-achtig, bijna het ironische van de ironie vertolkend) — zijn even mysterieus als de gedichten van Tonnus Oosterhoff, als je er tenminste net zo je best op doet.

«Wacht nog 7 dagen/ dan gaat Bob weer op maat zagen.» Zeven dagen… Op maat… En dan dat zagen. Op maat zagen is trouwens iets wat Bob constant voor je wil doen. «Al sinds 1966 hout en plaat bij Bob op maat.»

Hout, op maat, zagen — je komt het meer dan dertig keer tegen. Je kunt het lezen als een doodswens, verzen die haat tegen het leven suggereren, juist omdat het leven zo ordeloos is. In de dood, tussen de planken, lig je ordelijk. Op maat. In de maat. Het tautologische vers is hier vlakbij.

Natuurlijk moet je Bobs gedichten niet zo lezen. Of juist wel? Als je zijn gedichten niet zo moet lezen, waarom die gedichten van Tonnus dan wel?

Rutger Kopland heeft als psychiater van de Hoofdakker wel eens gezegd dat een mooie regel van een gek — zoals hij die dagelijks tegenkwam in zijn praktijk — geen poëzie is, omdat die gek niet de intentie had om poëtisch te zijn. (Heeft hij dan wel de intentie om gek te zijn?) Ik heb dat altijd een wankele redenering gevonden. Ik, als lezer, heb immers met de gekte van de gek niets te maken. Ik heb alleen met die zin te maken. Beauty is in the eye of the beholder.

Ik mag met Tonnus doen wat ik wil, ik mag met Bob doen wat ik wil, maar de vraag is: mogen ze me welbewust laten glippen?

Ik lees de titel van de bundel van Tonnus als een poëtisch credo: Wij zagen ons in een kleine groep mensen veranderen. Ik weet dat die «wij» net zo goed «ik» kan zijn. De associaties die volgen — zelfs de paukenslag die lijkt op een filmisch plot waarin de dichter een arts citeert die zegt: «Bij mijnheer functioneert slechts één teelbal. De ander is wat wij noemen een haneëi» — zou je nog steeds kunnen lezen als een geloofsbelijdenis over de eigen poëzie. Met welk doel? Ik kan er maar één bedenken: dat Tonnus’ poëzie ons juist niet ontglipt.

Tonnus Oosterhoff

Wij zagen ons in een kleine groep mensen veranderen

Uitg. De Bezige Bij, 56 blz., € 19,50

Bob van Daalen

Verzamelde Gedichten

Uitg. Perio Leeuwarden, € 15,-