De beste boeken van 2015

Ik ook

Er waren dit jaar ook mooie Nederlandstalige romans. Annelies Verbeke schreef er een met Dertig dagen, waarin een huisschilder, hij is van Afrikaanse afkomst, zonder daar erg zijn best voor te doen optreedt als weldoener.

Hij zet mensen op de juiste ideeën en trekt een spoor van gemoedelijke liefdevolheid door het Vlaamse land. Ik leefde mee, ook met de vele fraaie zinnen die deze liefdevolheid met kracht versterkten. Met het einde was ik het niet eens, daarover wil ik het graag een keer met de schrijfster hebben. Ook fraai was Compassie van Stephan Enter, hij schrijft al tijden romans die alleen over mij gaan. Al heb ik hem nooit in mijn straat of bij mij thuis betrapt, toch weet hij me ook in dit boek haarfijn in beeld te krijgen.

Er was dit jaar een roman die ik op voorhand het liefst naast me neer zou leggen omdat de romantiek van de vechtsport me niet erg interesseert. Maar Alex Boogers’ roman Alleen met de goden haalde me van begin tot eind over erin te willen geloven. De romantiek van Love and Emotion, dit meeslepende lied van Willy de Ville, klinkt volop door dit gloedvolle boek. ‘Was there ever a chance, no there was never a chance, but then your love…’ Arnold Heumakers wist me met zijn De esthetische revolutie te confronteren met de uitgangspunten van mijn schrijverschap. Dat het zo erg was, en zo lang geleden al lang en veel beter gezien en doorgeredeneerd, wist ik nog niet. Of ik wilde het niet weten.

Het einde van de rode mens van Nobelprijswinnares Svetlana Alexijevitsj bracht me wekenlang geheel van mijn stuk. Zo kan literatuur dus ook zijn: empathisch en niets ontziend tegelijk. Mensen op de rand van wanhoop die alles goed praten en het weerzinwekkende ongelijk van de heersende klasse dan toch maar op zichzelf projecteren. Omdat er niets anders meer over is. Zulke boeken moet ik ook schrijven. Dat moet.