Het spektakel van Donald Trump

‘Ik profiteer van de wetten van dit land’

Donald Trumps voornaamste geloofsbrief voor het Amerikaanse presidentschap luidt: ‘Ik ben rijk.’ Analisten verwachten dat hij snel is uitgespeeld. ‘IJdel egotisme heeft een beperkte houdbaarheid.’

Medium rtx1nhv8

Als je blanke Republikeinse kiezers zonder universitaire opleiding de stelling voorlegt dat het Amerikaanse economische systeem de rijken bevoordeelt, zegt driekwart ‘ja’, zo blijkt uit peilingen. Toch dankt Donald Trump zijn leidende positie in de peilingen voor de Republikeinse presidentsnominatie juist aan die groep kiezers. Waarom steunen ze een multimiljardair?

Die vraag probeerde financieel columnist James Surowiecki onlangs te beantwoorden in The New Yorker. Dat die steun deels te maken heeft met Trumps anti-immigratiestandpunten en populistische retoriek staat voor hem buiten kijf. Maar minstens zo belangrijk is dat deze kiezers een hekel hebben aan politieke corruptie, aan het idee ‘dat grote bedrijven invloed kopen, terwijl gewone mensen buitengesloten zijn’.

Trumps rijkdom staat hem toe zichzelf te presenteren als iemand die niet te koop is, stelt Surowiecki, en zijn rivalen als slaven van hun donoren. Tijdens het eerste televisiedebat op de rechtse zender Fox News ging Trump zelfs zo ver dat hij beweerde dat hij al zijn rivalen op het podium al eens geld had gegeven. Dat klopte niet, zo verklaarde de onafhankelijke organisatie PolitiFact de dag na het debat: Trump doneerde alleen aan Jeb Bush en Scott Walker. Trump verklaarde ook nog eens waarom hij dat deed: omdat zij in ruil daarvoor zijn zakelijke belangen zouden bevoordelen. Dit was ook de reden dat hij ooit aan de senaatscampagne van de Democraat Hillary Clinton doneerde. Surowiecki concludeert: ‘En zijn bereidheid om over kwesties te praten die andere kandidaten liever schuwen, zoals immigratie en handelsverdragen, versterkt de boodschap dat geld hem vrijheid verschaft.’

Trump lijkt er ook in geslaagd zichzelf te presenteren als een self-made man, die zijn succes dankt aan zijn sublieme zakelijke instincten. In werkelijkheid was Trump, zoon van een New Yorkse vastgoedmagnaat, al rijk bij zijn geboorte. Zijn eerste grote succes als vastgoedondernemer, de transformatie van het Commodore Hotel in New York tot het Grand Hyatt, dankte hij mede aan een belastingontheffing ter waarde van enkele honderden miljoenen dollars.

Voor iemand die het graag over ‘winnen’ mag hebben, heeft hij opvallend vaak ‘verloren’. Vier keer gingen bedrijven van hem failliet, in 1991, 1992, 2004 en 2009, steeds betrof het casinohotels in Atlantic City die gefinancierd waren met geleend geld en die alle onder de vlag vielen van Trump Entertainment Resorts. Toch hebben deze faillissementen Trumps reputatie nauwelijks geschaad, houdt Surowiecki ons voor: ze hebben hoogstens het beeld versterkt van een entrepreneur die tegenslagen heeft overwonnen. Trump zelf pocht graag dat hij de Amerikaanse faillissementswetgeving gebruikt heeft om de solvabiliteit van zijn bedrijven te verstevigen. ‘Ik profiteer van de wetten van dit land’, zei hij trots tijdens het Fox-debat.

Surowiecki stelt dat Trump de rol speelt van een typisch Amerikaanse figuur, de sjacheraar, en vergelijkt hem daarom met de legendarische circusdirecteur P.T. Barnum, wiens succes stoelde op wat hij zelf ‘humbug’ noemde, door hem gedefinieerd als ‘het neerzetten van schitterende optredens, waarmee je opeens beslag legt op de publieke aandacht en zo het publieke oog en oor bereikt’. ‘Barnums belangrijkste inzicht was dat Amerikanen genieten van schaamteloze overdrijving. Sinds Barnum is geen enkele Amerikaanse zakenman zo bedreven geweest in humbug als Trump’, aldus Surowiecki.

‘Sinds circusdirecteur Barnum is geen enkele Amerikaanse zakenman zo bedreven geweest in humbug als Trump’

Daarin past naadloos dat Trump bij de lancering van zijn verkiezingscampagne als voornaamste rationale voor zijn kandidatuur aanvoerde: ‘Ik ben rijk.’ Het daarop volgende gesteggel over hoe rijk dan wel – volgens Bloomberg News is zijn netto waarde 2,9 miljard dollar, volgens Forbes 4,1 miljard, volgens Trump zelf tien miljard vanwege de waarde van zijn ‘merk’ – was dan ook koren op Trumps molen. Zijn gebral over zijn rijkdom zal in ieder geval niet tegen hem werken, denkt Surowiecki: ‘Daardoor lijkt hij op een gewone man die er geen genoeg van kan krijgen hoe cool het is dat hij rijk is. Bovendien begrijpt Trump dat alleen een krankzinnig hoog getal echt “het publieke oog en oor kan bereiken”.’

Trumps bijna maniakale behoefte aan aandacht deed Jelani Cobb, hoogleraar geschiedenis aan University of Connecticut, concluderen dat Trump in essentie een ‘Amerikaanse rapper’ is. In The New Yorker schrijft Cobb: ‘Op alle manieren die ertoe doen, behalve het daadwerkelijke optreden, is Donald Trump niet een politicus, maar een rapper. Mocht hij gekozen worden, dan zal dat niet zozeer de derde termijn van George W. Bush betekenen als wel de eerste termijn van Kayne West.’ Cobb meent het. ‘Trumps strijdbaarheid en onverholen egomania doen ongetwijfeld het Republikeinse establishment de tenen krommen, want dit is precies het gedrag dat we verwachten – nee, eisen – van hiphopartiesten.’

Hetzelfde geldt voor Trumps neiging zich door mooie vrouwen te laten omringen, wat volgens hem ook zijn recente aankoop van de Miss Universe-verkiezingen verklaart. Daarmee maskeert Trump ‘zijn mannelijke onzekerheid op een manier die al heel lang pijnlijk zichtbaar is in de hiphopcultuur’, schrijft Cobb. ‘Daar komt bij dat hij de enige presidentskandidaat is met een eigen kledinglijn – een atypische onderneming voor een vastgoedmagnaat, maar bijna een vereiste voor merkbewuste muziekimpresario’s als Jay-Z, Diddy en Russell Simmons.’

Cobb acht de vergelijking met hiphop vooral relevant omdat dit bij uitstek een cultuur is die gedomineerd wordt door ‘niet-ironische Amerikaanse hulde aan het zelf’. ‘Zijn aanhoudende aanwezigheid als publieke figuur houdt direct verband met de manier waarop hij een aspirerende identiteit biedt die vooral mannen uit de werkende klasse aanspreekt.’

Cobb denkt niet dat er ook maar de kleinste kans is dat Trump ooit president wordt. ‘Beroemdheid is in Amerika de hoogste trede van burgerschap, maar ondanks de toenemende tekenen dat we in een oligarchie leven wil de meerderheid in ieder geval de schijn van democratie ophouden. Als we stemmen voor een rijkaard, zoals Michael Bloomberg in New York City’s burgemeestersverkiezingen, dan verlangen we dat hij niet naar zijn bankrekening wijst als belangrijkste reden waarom hij nog meer zeggenschap over onze levens zou moeten hebben.’

Ook wijst Cobb erop dat Trump ‘het minimale zelfbewustzijn’ ontbeert dat vereist is om aan dit land leiding te geven. Na zijn opmerkingen over gevaarlijke Mexicanen zei hij tegen NBC News: ‘Ik zal jullie wat vertellen. Als ik de nominatie krijg, win ik de Latijnse stem.’ Cobb verwacht dat Trump snel ‘uitgespeeld’ zal zijn: ‘IJdel egotisme heeft een beperkte houdbaarheid, zelfs voor rappers.’ Hij vergelijkt het huidige succes van Trumps campagne met een ‘nieuwe single die dankzij hype en schokeffect tijdens de release de aandacht van het publiek weet te grijpen, maar niet veel later definitief uit de hitlijsten verdwijnt’.

‘Trump geeft continu toe aan de obscene impulsen waarvan hij het te veel moeite vindt om ze steeds te onderdrukken’

Dat alles betekent natuurlijk niet dat de campagne van Donald Trump zonder betekenis is. Op haar blog I Cite doet Jodi Dean, hoogleraar politicologie aan Hobart and William Smith Colleges, een poging de Trump-campagne te duiden door erop te wijzen dat hij ‘door de ideologische waas van de Amerikaanse politiek heen snijdt’. Ze noemt Trump, terwijl zij weet dat hij de waarheid graag mag oprekken, daarom een ‘kandidaat van de waarheid’.

Terwijl ‘gewone’ kandidaten appelleren aan fictieve gevoelens van eenheid, of morele integriteit veinzen, draait Trump niet om de hete brij heen: hij laat de macht van economische ongelijkheid zien. ‘Met geld koop je toegang – waarom het ontkennen?’ schrijft Dean. ‘Geld creëert mogelijkheden – voor wie het heeft. Geld geeft hen die er veel van hebben de kans hun meest basale impulsen en wensen te uiten – je hoeft je donkerste drijfveren niet te verbergen als er niemand is tegenover wie je je schaamt (we zouden dit het Berlusconi-principe kunnen noemen). Het is aan de rest van ons om te buigen.’

Terwijl Trump de macht van het geld in de hedendaagse Verenigde Staten expliciet maakt, doet hij volgens Dean nog iets: hij faciliteert, stimuleert en verspreidt genot (jouissance). ‘Trump belijdt openlijk het racisme, het seksisme, de minachting en superioriteit die volgens de gedragscodes en politieke correctheid onderdrukt dienen te blijven. Aldus toont hij de waarheid van economische ongelijkheid: beleefdheid is voor de middenklasse, een normatieve demper op de razernij van de onteigenden jegens de minachting van de onteigenaars. De 0,1 procent hoeft daarentegen niet te doen alsof ze zich ergens iets van aantrekt.’

Het spektakel van Trump, die zich onttrekt aan beleefdheidsnormen en zich het privilege van superioriteit toe-eigent, is volgens Dean de reden dat een groot deel van het Amerikaanse publiek zo geniet van deze politieke ronde. Als eerste noemt ze de conservatieve onderklasse. ‘Niet alleen geeft hij ze toestemming om hun racisme, seksisme en haat te uiten, maar ze zijn er al aan gewend zichzelf met zijn macht voor te stellen, hoe ze iedereen met wie ze het oneens zijn ontslaan of anderszins vernederen. Dat hebben ze immers geleerd van zijn tv-programma’s, die hen zo vertrouwd hebben gemaakt met de praktijk van oordelen en afkeuren dat dit van prime time zo de politieke arena in kan.’

Anderen zijn gecharmeerd van Trumps brutaliteit en directheid, de wijze waarop hij de leugens van de twee grote partijen blootlegt. ‘Hij gaat dezelfde mensen naaien die hen genaaid hebben’, schrijft Dean. ‘Hoe vaker Trump vrouwen slonzen, honden en varkens noemt, hoe mooier ze het vinden (onder “ze” bevinden zich vast ook enkele vrouwen). En: hoe aanstootgevender zijn racisme, hoe beter.’ Daarbij is Trump niet bang om terug te krabbelen. Wat hij eruit gooit, neemt hij net zo makkelijk terug. ‘Voor Trump is het gewoon good business, gezond verstand, een gegeven. Hij geeft continu toe aan de obscene impulsen waarvan hij het te veel moeite vindt om ze steeds te onderdrukken.’

Ook voor liberale Democraten is het genieten geblazen, vervolgt Dean: ‘Trump bevestigt hen in hun minachting van de Republikeinse basis, een minachting die overigens nauwelijks verschilt van de minachting die ze zelf voor de werkende klassen voelen. (…) Niet alleen is hij een kandidaat die ze met plezier kunnen haten, hij biedt ze ook de gelegenheid die haat uit te breiden naar al die niet-miljonairs die Trump steunen: dat moeten echt idioten zijn.’

In een plutocratie heersen de plutocraten, concludeert Dean droogjes. Dat Trump dit niet verbergt onder Republikeinse stokpaardjes als abortus en patriottisme, bijvoorbeeld in de vorm van het verkondigen van Amerikaans exceptionalisme, is volgens Dean de reden dat het partij-establishment niet van hem houdt. Niet dat Trump het nooit over de patriottische boeg gooit – zijn verkiezingsleus is niet voor niets ‘Make America great again’ – maar voor Trump staat zijn ‘politiek van de waarheid’ voorop, vervolgt Dean: ‘Wie geld heeft, wint. Wie het niet heeft, verliest. Winnaars doen waar ze zin in hebben. Verliezers wordt verteld wat te doen. Trump legt de driften bloot die de Amerikaanse electorale politiek normaliter verhult in de geijkte scripts.’ Ze besluit: ‘Dit is zijn politiek van genot.’


Beeld: Donald Trump tijdens het eerste Republikeinse presidentiële debat in Cleveland, 6 augustus (Brian Snyder / REUTERS)