Interview met de Israëlische schrijver Etgar Keret

«Ik schrijf vanuit een vacuüm»

De Israëlische schrijver Etgar Keret behandelt op uitdagende wijze thema’s uit het alledaagse leven in Israël. «Als je niet zwart-wit denkt, raken veel mensen verward.»

«Ons land is sterk gepolariseerd, alsof je te maken hebt met twee groepen voetbalsupporters», zegt Etgar Keret. «Óf je bent links, óf je bent rechts. In Israël word je al vroeg opgeleid om je vast te bijten in één ideologie. Als je links bent, moet je het eens zijn met dingen die ‹links› zijn. En iemand kan niet rechts zijn en bijvoorbeeld willen dat het incidenteel doden van Palestijnen wordt onderzocht. Maar waarom zou je niet voor een groter Israël zijn en toch willen dat het leger grondig wordt gecheckt? En waarom denken mensen dat alleen iemand die links is, zich verantwoordelijk voelt voor de Palestijnen? Als je niet zwart-wit denkt, raken veel mensen verward.»

Etgar Keret heeft geen last van hokjesgeest. De kleine, 35-jarige Israëlische schrijver, die met zijn scheve glimlach en zachte stem uiterst bescheiden overkomt, heeft een hoofd boordevol dwarse ideeën. Niets in zijn voorkomen doet vermoeden dat hij de bedenker is van de meest absurde, paradoxale verhalen die, gebundeld in hip vormgegeven boekjes, in Israël gretig aftrek vinden onder jonge lezers. De auteur — die ook nog een aantal filmscenario’s, toneelstukken, beeldromans en kinderboeken op zijn naam heeft staan — stond met zijn verhalenbundel Pizzeria Kamikaze maandenlang op de Israëlische bestsellerlijsten. Van de bundel Beste bedoelingen, die onlangs in het Nederlands werd vertaald, verkocht hij alleen al in eigen land vijftigduizend exemplaren. In ultrakorte verhalen, die vaak uitgaan van een alternatieve, fictieve werkelijkheid, behandelt hij thema’s uit het alledaagse leven in Israël en probeert hij het zwart-wit denken in zijn land te bestrijden. «Als er bij ons wordt gesproken over ideologie en moraal, gaat het altijd over politiek», zegt Keret. «Maar moraal is meer dan alleen een politieke kwestie. Als ik zie hoe een Palestijn wordt geslagen, voel ik me vreselijk, dan wil ik dat er een eind aan wordt gemaakt. Dat heeft niets te maken met mijn politieke opvattingen; die reactie komt voort uit humanistische overwegingen. En die mogen niet ondergeschikt worden gemaakt aan een ideologie.»

Keret, wiens Poolse ouders de holocaust overleefden en naar Israël migreerden, werd in 1967 geboren in Ramat Gan, een buitenwijk van Tel Aviv. Samen met zijn broer en zus kreeg hij een vrije opvoeding waarin hem van jongs af aan werd geleerd om zelfstandig te denken. «Mijn moeder is een wees en heeft ons altijd verteld dat ze absoluut niet wist hoe ze ons moest opvoeden. Daarom was haar uitgangspunt: zolang we maar oprecht en eerlijk zijn en doen wat we willen doen, moet het goed zijn. Het gevolg is dat we allemaal extreem verschillende kanten zijn opgegaan. Mijn broer is het hoofd van de pro-marihuanalobby en actief in de extreem linkse vredesbeweging Gosh Shalom. Mijn zus woont met haar man en tien kinderen in de ultraorthodoxe wijk in Jeruzalem en spreekt Jiddisch.»

Zijn vrije opvoeding veroorzaakte de nodige problemen in het Israëlische leger, waar hij veel zaken in twijfel trok en herhaaldelijk een officier beledigde. «Het leger wil je breken om je in staat te stellen mensen te doden zonder al te veel vragen te stellen. Daar had ik een probleem mee.»

Keret is niet de enige die vraagtekens zet bij de rol van het leger in het Palestijns-Israëlische conflict. «Veel jongeren die in dienst treden zijn extreem links en staan kritisch ten opzichte van het leger. Er lopen heel wat gespleten persoonlijkheden rond. Het ene moment staat iemand als soldaat bij een wegversperring de papieren van Palestijnen te checken, de volgende dag loopt hij, zonder uniform, te demonstreren tegen de bezetting. Die schizofrene houding vind je ook onder de Palestijnen. De ene week gaan ze met een Israëlische vriend uiteten, de week daarop fabriceren ze een zelfmoordbom. Het conflict veroorzaakt dat we op twee niveaus leven. Enerzijds werken we met elkaar en zijn we vrienden, anderzijds laten we ons leiden door een abstracte ideologie die dicteert dat de ander de gezichtsloze vijand is. Op dat niveau beschouwt de Palestijn ons als een groep radicale soldaten en zien wij de Palestijn als een wandelend ontploffingsgevaar.»

In zijn absurdistische vertellingen behandelt Keret vaak zijdelings thema’s als het Palestijns-Israëlische conflict of de holocaust. In het verhaal «Gespannen en op veilig», uit Beste bedoelingen, geeft een Israëlische soldaat vrijwillig zijn geweer aan een agressieve Arabier om hem te laten inzien dat het vuurwapen geen klap waard is. Het verhaal «Schoenen», uit dezelfde bundel, gaat over een kleine jongen die denkt dat alle Duitse producten zijn gemaakt van de botten en het vlees van dode joden. Als hij van zijn moeder een paar gloednieuwe, in Duitsland gefabriceerde Adidas-schoenen krijgt, durft hij er amper op te lopen. Hij denkt dat hij daarmee zijn opa, die in de holocaust is omgekomen, pijn zal doen.

Keret schetst vaak bizarre, complexe situaties zonder een duidelijke uitweg. Het is een aanpak die lang niet door iedereen in Israël wordt gewaardeerd. De schrijver A.B. Yehoshua beschuldigde de jonge auteur er bijvoorbeeld van dat hij oppervlakkige, navelstaarderige lectuur schreef zonder enige politieke betrokkenheid te tonen. Keret kan over zulke kritiek alleen maar zijn schouders ophalen. «Ik schrijf geen decadente verhalen over mensen die het allemaal niks kan schelen. In mijn verhalen probeer ik de complexiteit van het leven te tonen en probeer ik niet mijn lezers over te halen voor een bepaalde politieke partij te stemmen. Yehoshua is zo’n typische gematigd linkse schrijver van de oude garde. Iedereen die voor de foto van een literair tijdschrift geen denkerspose aanneemt en een pijp in zijn mond steekt, verraadt volgens hem het imago van de schrijver.»

Dat zijn werk vooral aanslaat bij een jong, seculier publiek, verbaast hem niet. «Ik schrijf vanuit een vacuüm, niet vanuit een bestaande traditie», zegt Keret. «De generatie Israëlische auteurs voor mij, zoals Yehoshua of Amos Oz, houden zich bezig met het schrijven van grootse, epische verhalen over de sociaal-politieke ontwikkeling van het Israëlische volk en de natie. Omdat Israël een nieuw land is, proberen ze in hun boeken een idee van dit land te creëren. Niet door over het huidige Israël te schrijven maar door zelf een nationaal verhaal te bedenken. Dat doe ik niet. Ik schrijf persoonlijke verhalen en laat me inspireren door schrijvers als Kafka, Vonnegut en Raymond Carver. Dat is voor veel lezers nieuw, die stijl kennen ze alleen uit de Europese of Amerikaanse literatuur.»

Het is nog maar sinds kort dat Israëlische schrijvers en kunstenaars een eigen geluid laten horen. Pas in de afgelopen tien jaar, meent Keret, is het zelfvertrouwen onder generatiegenoten gegroeid en zijn Israëlische jongeren, veel meer dan voorheen, op zoek naar hun eigen culturele achtergrond. «Ze hebben geen boodschap aan de verouderde idealen van de vorige generatie en zijn meer geïnteresseerd in zichzelf. Die individualistische kant werd in feite verbannen door de socialistische generatie die opgroeide in de kibboetsen. De overlevenden van de holocaust en de immigranten die naar Israël kwamen lieten hun wortels achter en kregen een nieuwe identiteit. De ware naam van mijn moeder heb ik bijvoorbeeld pas op mijn 27ste voor het eerst gehoord. En thuis hebben wij nooit Pools gesproken. Destijds was alles erop gericht de eigen identiteit te verruilen voor het imago van de trotse, zelfverzekerde, weerbare Israëliër. Veel jongeren hebben een probleem met dat simplistische verhaal en zijn bezig hun afkomst te omarmen in plaats van te verloochenen.»

Los van deze ontwikkeling constateert Keret ook een groeiend nihilisme onder zijn generatiegenoten. «We geloven niet meer in het zionisme, maar er is niks voor in de plaats gekomen. Dat maakt dat veel mensen op jonge leeftijd zijn uitgeblust. Alsof de batterijen zijn weggehaald. Met achttien jaar hebben ze alles al meegemaakt en een houding van: wat nu? Ik voel dat soort energie om me heen en daarom wilde ik een verhaal schrijven over een stel mensen die vanuit die nihilistische positie het leven herontdekken.»

Pizzeria Kamikaze is een parodie op het hiernamaals waarin Ari Chaim, na zijn zelfmoord, op zoek gaat naar zijn vriendin Erga, die vlak na hem zelfmoord heeft gepleegd. Chaim loopt rond in een wereld die verdacht veel lijkt op de werkelijkheid, behalve dat mensen er soms wat vreemd bijlopen met gaatjes door hun slaap, de cafés namen hebben als «Lijkbar» en waar het bier wordt geschonken door Palestijnse zelfmoordenaars. «De mensen leven er in een soort vagevuur», zegt Keret. «Ze hebben zelfmoord gepleegd om aan het bestaan te ontsnappen, maar hun straf is dat ze het leven niet kunnen ontlopen. Nadat ze zichzelf hebben gedood, komen ze terecht in een wereld waar de mensen nog onverschilliger en verveelder zijn dan ze al waren. In die troosteloze omgeving moeten ze proberen een reden tot leven te hervinden.»

Die zelfdestructieve houding die onder veel Israëliërs leeft, is volgens Keret niet hetzelfde onder jongeren in het Westen. «Nihilisme wordt veroorzaakt door een extreme situatie: alles of niets. We leven in Israël continu met het gevoel dat we gevaar lopen. Als je afspreekt in een café, kun je worden opgeblazen.» De terroristische aanslagen veroorzaken een permanent gevoel van onveiligheid waardoor mensen steeds onverschilliger raken. Die situatie zal volgens Keret niet beperkt blijven tot zijn land. «Of er nu wel of niet een oorlog komt tegen Irak, het conflict tussen de westerse en de islamitische wereld zal zich uitbreiden. De processen zijn zo sterk dat je het niet kunt tegenhouden. Wat wij nu in Israël doormaken, gaan jullie in de komende decennia ook in Europa meemaken.»

Etgar Keret

Beste bedoelingen

Uitg. Anthos, 192 blz., € 16,90

Pizzeria Kamikaze

Uitg. Podium, 132 blz., € 13,90