Ik sla graag jonge meisjes

Opeens merk je het: je zit te praten met een jongere en je denkt: ‘Hij/zij vindt me nu een ouwe lul.’ De mensheid valt dan in twee categorieen uiteen; zij die dat niet erg vinden en zeggen: he, heerlijk dat ik ouder word en eigenlijk niet meer zo veel hoef, en zij die dat niet kunnen verkroppen.

Ik behoor tot die laatste ouwe lullen.
Veel van wat ik moeizaam heb verworven blijkt tevergeefs. Zo wil ik graag een verhaal mooi vertellen - met leuke terzijdes en spitse opmerkingen. Maar dat is een kwaliteit die geouwehoer in de hand werkt. Men wil directe informatie.
Als men mij vroeger vroeg: ‘Hoe gaat het met Annie?’ dan was ik geneigd te antwoorden: 'Je kent Annie, weet je wel… - zo'n reet. Afijn, laatst kom ik dat hok van d'r binnen, is ze net onder de douche geweest. En ik zie d'r staan, weet je wel, met zo'n treurige Mickey Mouse om d'r middel, en van die rare butsen in d'r reet, weet je wel, en…’
Fout! Als een jongere vraagt: 'Hoe gaat het met Annie?’ dan moet je zeggen: 'Goed!’ Of 'Niet goed!’ Het verhaal verzint men er zelf wel bij.
Ik merk het omgekeerd bij mensen van de generatie van mijn ouders. Hun ouwehoerverhalen zijn gewoon niet te harden.
'Hoe is het met Annie, mam?’ 'Je weet, Annie d'r zuster heeft een man die familie is van oom Joop die destijds van tante Sophie is gescheiden die vervolgens kanker kreeg, nu die man heeft nu zelf darmkanker, niets meer aan te doen, maar Anke, zo heet die vrouw, weet je wel, neemt hem in huis, terwijl die een hartkwaal heeft. Maar ja, hoe dat mens ook leeft. Ik zei laatst nog tegen Tanja, niemand kan op onze leeftijd al dat gesjouw in z'n eentje doen.’
Het is mijn voorland; het zijn afstervende hersencellen die vroeger de spraak verbonden met enthousiasme en overtuiging en opwinding.
Als ik tegenwoordig op middelbare scholen mijn verhalen sta voor te lezen - die van een eenvoud zijn dat ik mezelf iedere keer weer schaam wanneer ik me mijn kinderboekenzinnen hoor voorlezen - en merk dat ik totaal niet begrepen word, omdat de thematiek die ik bespreek (oude geile man is regelmatig depressief en doet niets anders dan dromen en drinken en zelfmedelijden koesteren) ver buiten het gezichtsveld van de lieve jongens en meisjes zijn, dan voel ik me een afstervend blad aan een boom.
Ik doe het ook niet graag meer, voorlezen aan jongeren. Achter iedere depressieve zin die ik voorlees zit een jagen de, koortsachtige geilheid, maar de minachting in de blikken die ik terugkrijg zijn een straf die ik niet heb verdiend.
Ik kan er toch niets aan doen dat ik ouder word? Ik ben een sadist, weet ik nu. Na mijn veertigste heb ik de neiging gekregen om jonge meiden te slaan. Het was een jaar geleden dat ik daar voor het eerst over droomde - zo'n droom die je dag verpest en je ernstig verwart.
Ik had op een academie les gegeven waar een meid was die zo mooi was dat je het bestaan daarvan niet eens kon vermoeden. Ze kon alleen niks, en luisterde ook niet naar wat ik zei. ’s Nachts droomde ik dat ik haar sloeg, wat me opluchtte maar oneindig treurig maakte - en ik haatte haar toen ze zei: 'Ik zeg toch niks tegen je, ik zeg toch niets tegen je!’ Ik ben toen in mijn droom gevlucht terwijl ik voelde, heel duidelijk, hoe de tranen uit mijn ogen rolden.
Dat ik zo kon haten en slaan en geil zijn.
Ik herinner me, nu ik het opschrijf en terugdenk aan die droom, haar slanke meisjeshand die mijn slagen probeerde af te weren - ik hield van die smalle vingers en ik kon, omdat ze haar hand spreidde, haar hals zien en haar mond; en ik werd zo droevig van die fonkelende perfectie dat ik steeds harder de dood van me af sloeg.