INTERVIEW: MARIANNE VAN DEN ANKER             Over zelfbeschikking of gedwongen abortus: «Ik snap het dilemma heel goed»

«Ik snap het dilemma heel goed»

De scheidende wethouder Marianne van den Anker van Leefbaar Rotterdam haalde zich onlangs de woede op de hals door te pleiten voor gedwongen abortus bij bepaalde groepen vrouwen.

«Ik liep een keer samen met hulpverleners die daar dagelijks werken door een Rotterdamse achterstandswijk. Een dominee zei: ‹Ik heb eigenlijk een heel simpel mensbeeld: aan het onderhoud van een tuin kun je zien hoe mensen in hun leven staan.› Op dat moment zagen we een voortuintje vol oude bankstellen, bergen afval en gescheurde vuilniszakken. Ik belde aan en na een tijd deed een bleek meisje vol pukkeltjes de deur op een kiertje. De stank sloeg me in het gezicht. Ik zei: ‹Hallo, ik ben de wethouder en ik kom eens kijken hoe het met je gaat.› Binnen stonden vier vogelkooien, overal volle asbakken, bierglazen en opgestapeld afval. Ze was vijftien jaar en mocht van haar vriendje de deur eigenlijk niet open doen. Later bleek dat ze was weggelopen van huis, niet meer naar school ging en door deze man totaal werd uitgewoond. Ze had een gezinsvoogd, maar hij was haar al een jaar ‹kwijt› en nu was hij opgelucht dat ze weer ‹terug› was. Op het pand stonden tientallen klachtmeldingen, maar niemand deed iets. De ggd heeft de woning op hygiënische gronden onbewoonbaar verklaard. Ik word gék van mensen die professioneel actief zijn, langs dit huis rijden en denken: dat kan niet goed gaan, maar het gewoon op z’n beloop laten. In het ergste geval was dit meisje ook nog zwanger geworden.»

Aan dit stuwmeer van ellende heeft Marianne van den Anker als wethouder van Veiligheid en Volksgezondheid in Rotterdam geprobeerd iets te doen. Maar nog meer, zegt ze, was het haar politieke passie om de discussie binnen de hulpverlening open te breken: «Ze doen hun werk fantastisch, daar niet van. Maar het gaat te langzaam. Ernstige gevallen verdwijnen soms in de bureaulade. Bij veel vrouwen kun je aan de omstandigheden waarin zij leven precies aflezen wat hun kind te wachten staat. Ik moet ervoor zorgen dat álle kinderen in mijn stad normaal opgroeien.»

Dat dit streven niet bepaald getuigt van realisme weet Van den Anker, moeder van twee opgroeiende kinderen, wel: «Toch kan ik me er niet bij neerleggen. Bij mij, als beleidsmaker, ligt de verantwoordelijkheid te voorkomen dat iemand voor de rest van zijn leven getraumatiseerd is. Dat is me niet gelukt. Ik heb gefaald.»

Van den Ankers groeiende gevoel van onmacht kreeg een extra oplawaai toen ze eind februari de uitkomst van een onderzoek van de Rotterdamse ggd over kindermishandeling en seksueel misbruik gepresenteerd kreeg. Tien procent van de jongeren tussen twaalf en vijftien jaar is slachtoffer van deze vormen van geweld. Voor haar was dit de directe aanleiding om twee weken voor de gemeenteraadsverkiezingen op haar weblog een onorthodoxe oplossing te lanceren om kindermishandeling te voorkomen. Ze pleitte voor gedwongen abortus of gedwongen anticonceptie bij bepaalde groepen waar een kind een onaanvaardbaar hoog risico loopt: (Antilliaanse) tienermoeders, junks en verstandelijk gehandicapten.

Het voorstel leidde tot grote commotie. Van den Anker werd «Dr. Mengele aan de Maas» genoemd. Haar partij, de erfgenamen van Pim Fortuyn, zou hiermee het ware – bruine – gezicht tonen. Het volgens deskundigen juridisch onhaalbare en ethisch verwerpelijke plan werd binnen de politiek genegeerd en niet aangegrepen om tot een inhoudelijke discussie te komen over de achtergronden.

Die week nam de Rotterdamse pastoor Polhuis het in Trouw voor Van den Anker op. Hij zei dat ze wat betreft het immense leed en het onvermogen dit te voorkomen volkomen gelijk had, ware het niet dat de aangedragen oplossing niet door de beugel kon. Ook noemde Polhuis de wethouder een integere vrouw die keihard staat voor haar agenda Jeugdzaken. Hij beschreef hoe ze eens op een schoolplein werd aangeklampt door een Antilliaans meisje dat smeekte haar te helpen omdat ze zich thuis onveilig voelde. Wat Van den Anker volgens de pastoor had bedoeld te zeggen: er moet gepraat worden over het oprekken van de juridische grenzen in individuele gevallen.

Deze steun van een man uit onverdachte hoek riep een ambivalent beeld op. Wie is die boodschapper van dit voorstel, dat werd afgeserveerd als een verderfelijk pleidooi voor eugenetica? Is zij een losgeslagen cryptofascist of een oprecht bezorgde wethouder die zich, hoe dan ook, politiek cru heeft gemanifesteerd?

In haar statige werkkamer praat een blonde vrouw van 35 jaar in hoog tempo over haar ambities «de kinderen van Rotterdam een beter leven te bieden». Van den Anker houdt niet van abstracte analyses. Haar portefeuille benadert ze vanuit de prakrijk. Ze is een doener en heeft, zegt ze zelf, tomeloze energie om de maatschappij te verbeteren. Liever staat ze met haar benen in het bluswater dan dat ze vanachter het bureau dossiers verstouwt.

Vanuit haar achtergrond is ze wél gewend de samenleving te beschouwen vanuit de theorie. Ze studeerde bestuurskunde aan de Rijksuniversiteit Leiden en werkte daarna enkele jaren als wetenschappelijk onderzoeker bij de vakgroep Strafrecht & Criminologie van de Erasmus Universiteit. Dat resulteerde in vijf publicaties over onder meer milieucriminaliteit en fraude in de Rotterdamse haven. Haar onderzoeken, met aanbevelingen voor de Haagse politiek, leidden soms tot kamervragen. Maar nooit, tot haar grote ergernis, tot politieke daadkracht.

Het roer ging om. Ze ging aan de slag als organisatieadviseur bij de Nederlandse Politieacademie en bij de Regionale Recherchedienst van de politie Rotterdam/Rijnmond. Daar hield ze zich onder meer bezig met integriteit, corruptie en (internationale) fraude binnen het politiekorps. Ook daar streed ze tegen «onaanvaardbare praktijken die wel worden gezien, maar niet worden aangepakt». Van den Anker: «Waar ik tot nu toe heb gewerkt doe ik niks anders dan mijn boerenklompenverstand gebruiken. Ik stel mezelf voortdurend de vraag: hoe kan dit, en wat ga je eraan doen?»

De komst van Pim Fortuyn op het politieke toneel van Rotterdam in 2001 ervoer ze als een verademing: «Eindelijk iemand met de daadkracht om de stroperige structuren aan te pakken.» De «taboedoorbrekende debatten» inspireerden haar tot het schrijven van een mail («Hebt u ooit iemand nodig op het gebied van veiligheid?») en ze stapte, na de winst van Leefbaar Rotterdam, over naar de uitvoerende macht in het stadhuis. Ze kreeg de kans om aan de voorkant van een proces iets te veranderen, in plaats van «de shit op te ruimen».

Voorafgaand aan haar gewraakte voorstel timmerde Van den Anker aan de weg in de preventiesfeer. «Mensen die met probleemgezinnen werken, doen er alles aan om een vrouw zo ver te krijgen dat ze zelf de verantwoordelijkheid neemt om de prikpil te gebruiken. Met behulp van de eerste sociale schil, de familie, lukt dat meestal wel. Bij tienermoeders hebben we van alles geprobeerd om via scholen en ouders te voorkomen dat ze zwanger worden. Toen ik hier begon waren er 690 tienermoeders, van wie zeventig procent van Antilliaanse afkomst is. De ellende is niet etnisch gebonden, maar wel zie je bij Antilliaanse vrouwen vaak overerving van problemen. Ze worden jong zwanger, de vaders zijn compleet afwezig en komen alleen langs als de moeders geld nodig hebben. Er liepen al projecten om te voorkomen dat die vrouwen zwanger worden. Wij hebben project Voorzorg gestart. Vrouwen met risicofactoren, zoals verslaving, zwakbegaafdheid, een verleden met incest en geen stabiele inkomenssituatie, krijgen intensieve begeleiding. We wijzen ze op de consequenties van zwangerschap en kinderen. Daarnaast heb ik hard gewerkt om de verspreide informatie over individuele gevallen te bundelen bij één loket. We toetsen het aan een risicoprofiel en als er een rood lampje gaat branden, wordt er gehandeld. Als eerste stad in Nederland werken we met een verplichte gezinscoach bij multiproblem gezinnen. Voor deze groep is hulpverlening niet langer vrijblijvend; als ze weigeren, wordt hun uitkering ingetrokken. Nu zijn er bij tweehonderd gezinnen gezinscoaches actief, maar er is behoefte aan vijftienhonderd. Hier is nog een hele wereld te winnen.»

En verder heeft Van den Anker «heel veel ruzie gemaakt». Ze heeft hulpverleners bijeengeroepen tijdens een expertmeeting op het stadhuis om hen te confronteren met hun «medeverantwoordelijkheid voor het in stand houden van vreselijke thuissituaties».

Marianne van den Anker: «Vanuit hun vertrouwensrelaties hebben hulpverleners een loyaliteitsprobleem. Het beroepsgeheim versus het dragen van kennis van mogelijk strafbare feiten. Het is altijd een persoonlijke afweging wat ze wel of niet melden. Ik snap het dilemma heel goed, maar ik constateer dat hun loyaliteit te vaak bij de ouders ligt. Hulpverleners en Jeugdzorg blijven te lang op informatie zitten, zodat onacceptabele patronen blijven voortduren. Dat maakt ze voor mij medeverantwoordelijk. Zij zeggen: het is niet onze taak om de ouders te straffen. Maar ik vind dat hulpverleners voor het tuchtrecht gedaagd moeten kunnen worden. Het zou goed zijn om hierover via een rechtszaak jurisprudentie op te bouwen.»

De hulpverlening heeft het idee formeel afgewezen. «Zij beroepen zich op hun beroepsgeheim. Nu gaat het als volgt: als een baby na de geboorte voorlopig onder toezichtstelling van de staat komt, krijgt hij een gezinsvoogd. Die komt eens in de zes weken kijken hoe het gaat. Pas als aangetoond kan worden dat het kind wordt mishandeld, volgt een proces van uithuisplaatsing. Dan ben je na een enorme administratieve rompslomp en veel twijfel drie à vier jaar verder. Er is dan al zoveel met een kind gezeuld dat het in een pleeggezin opgroeit met meervoudige gedragsproblemen. Ik vind dat echt niet kunnen, al dat geëmmer en gepraat over het lot van een kind.»

Van den Anker kreeg in het stadhuis een miljoen euro extra vrij om huiselijk geweld aan te pakken. Tegen het College en de Raad zei ze: wat vinden jullie belangrijker, nieuwe lantaarnpalen neerzetten of kindermishandeling oplossen?

Marianne van den Anker: «Ik trek me dit aan omdat het om kinderen gaat. Zij kunnen niet voor zichzelf opkomen en dus moeten wij volwassenen hen beschermen tegen huiselijk geweld. Ik ben soms heel boos en verdrietig. Maar ik weet dat het tijd kost om vicieuze cirkels te doorbreken. Als ik afgekickte ex-prostituees thuis bezoek, zie ik altijd dezelfde foto’s boven hun bed hangen. Van henzelf voordat ze verslaafd waren – mooie jonge vrouwen – en van hun kinderen. Ze kijken terug op de ellende die ze hebben aangericht. De kinderen zitten in een pleeggezin en als ze mazzel hebben bij hun grootouders. De meeste zijn zwaar beschadigd en zitten in allerlei hulpprogramma’s of in de jeugdgevangenis. Geen van de vrouwen zal zeggen dat het beter was geweest dat deze kinderen nooit geboren hadden moeten worden. Ze zijn er nu eenmaal. Maar ik zeg: als laatste redmiddel was abortus beter geweest.»

Over de reacties op haar omstreden plan van gedwongen abortus bij bepaalde groepen vrouwen om kindermishandeling te voorkomen, is Van den Anker toch enigszins aangeslagen. Ze kreeg, behalve tientallen woedende mails, evenveel steunbetuigingen. Maar ze had nooit verwacht dat het zo veel zou losmaken. Ze heeft het, zegt ze, niet zo bedoeld: «Door het fors te formuleren hoopte ik discussie los te maken. Mijn idee was dat je in een incidenteel, extreem geval gedwongen abortus moet kunnen overwegen. En natuurlijk nooit standaard per groep. Ik dacht in ieder geval draagvlak te kunnen creëren voor gedwongen anticonceptie. Ondertussen heb ik onderschat hoe gevoelig abortus ligt. Het blijkt in ons land een enorm taboe te zijn. Het wordt opeens gelijkgesteld met kindermoord. Dan denk ik: my goodness, dat werd in de tijd van de abortuswet ook geroepen door de christelijke partijen en vanuit het Vaticaan. Ook binnen mijn eigen partij zeiden sommige mensen: dat kun je niet menen.»

En ja, zegt ze, natuurlijk weet ze ook wel dat het niet om de abortus alléén gaat. Dwang betekent aantasting van het zelfbeschikkingsrecht van de moeder. «Maar daar wilde ik nou net een discussie over losmaken: hoe verhoudt zich dat tot de rechten van het kind?»