Ik sta op de planken

Theater is uniek: het is een plek waar de mensen nog de tijd voor elkaar hebben, waar zij het geen tijdverspilling vinden om iets nutteloos te doen. Als ik het zou durven en kunnen zou ik hier, vanavond, niet als performer, maar als katalysator willen optreden. Dan zou ik u ertoe verleiden om, zoals u hier zit, een voor een het toneel op te gaan, de hoofdrol op u te nemen, een bijrol te vervullen en even een figurant te spelen, voordat u weer in het donker verdwijnt.

Doorgaans zijn wij bang voor het podium. Waarom eigenlijk? Omdat het podium meestal in beslag wordt genomen door ijdeltuiten, opsnijers, blaaskaken, mensen met kruiwagens en mensen met ellebogen. Vlot bedienen zij zich van licht, geluid en rookeffecten. Zij willen ons laten geloven dat men zich op het toneel een rol moet aanmeten. Wie bescheiden en beschaafd is, doet daarom een stapje terug. Maar voordat je het weet, bewonder je zo'n opgefokt type, dat zo langzamerhand het alleenrecht op de schijnwerper heeft. Wij, op onze beurt, turen in zijn licht, net zolang tot wij blind worden voor onszelf en het publiek om ons heen.
De Italiaanse ex-openbare aanklager Di Pietro maakte deze week een sanitaire stop op een autoweg, ergens bij een benzinepomp.
Onder het plassen werd hij getroffen door het hoofd van een gefascineerd toekijkende landgenoot.
‘Judice, u hier! Dat ik dit mag beleven! U bent onze held!’
De tragedie van dit ogenschijnlijk vermakelijke voorval is dat op het gelaat van de stakker het ongeloof te lezen stond over het feit dat ook dit soort hooggeplaatste functionarissen van tijd tot tijd een plasje moet doen.
Want wij, het publiek, neigen tot mythologisering. Maar pas op, het is beter jezelf (zoals ik doe) te overschatten dan jezelf weg te cijferen. Vandaar dat ik hier vanavond op de planken sta, klaar om desnoods op mijn bek te gaan. Niettemin blijft het een kans om mijzelf eindelijk te leren kennen.