Opheffer

Ik stem nooit op wat ik denk

Eerst even wat vragen.

Deugt een democratie met aan het hoofd een vorst die niet democratisch is gekozen?

Deugt een democratie als ook de grootste stomkoppen gekozen kunnen worden?

Deugt een democratie als het volk let op uiterlijk en niet op de inhoud?

Deugt een democratie als één humorist het stemgedrag kan bepalen?

Deugt een democratie als de opiniepeilingen invloed kunnen uitoefenen?

Je schijnt deze vragen met «ja» te moeten beantwoorden, maar ik heb daar moeite mee. Ik vind een vorst die niet gekozen is en toch op een of andere manier invloed uitoefent nogal zwak. Ik blijf altijd denken: waarom mag Beatrix dit doen? Waarom hebben we trouwens maar één vorst, waarom niet twee? Waarom wil zij zelf zo veel macht? Domkoppen die in de Kamer zitten vind ik eng. Dat Freek de Jonge eventueel stemgedrag zou kunnen bepalen, is zorgwekkend, maar wel leuk. Stel dat je de verkeerde komiek hebt… dat ik ga doen wat Dolf Jansen vindt, of een andere Vara-komiek…

Dat uiterlijk belangrijker is dan innerlijk is eveneens vreeswekkend. Een mooi uiterlijk deugt nooit. En de invloed van de opiniepeilingen — opdat men zogenaamd strategisch kan stemmen — is in wezen eveneens zwak. Het enige fundament dat een democratie nog heeft, is: de meeste stemmen gelden. Is dat een sterk fundament?

Een slechte politiek dwingt mij als gewone stemmer tot handelen, maar op basis van wat? Wat ik zou moeten doen — en wat ik ook doe — is het volgende: ik lees zo veel mogelijk partijprogramma’s en stem op de partij die het beste programma heeft. Maar nu doet zich het volgende voor: ik kan die partijprogramma’s niet lezen, want die zijn onduidelijk en oersaai. Wat moet ik dan?

De meeste stemmen gelden… maar het gelijk en de nuance, zo weten we ondertussen, zitten nooit bij die «meeste stemmen». Die zitten misschien maar bij één man of bij zeven vrouwen, of bij negen allochtonen.

Ik heb de Stemwijzer een paar keer gedaan en steeds kwam er VVD uit. Nu wilde ik geen VVD stemmen, maar ik heb het uiteindelijk toch gedaan, omdat ik op Ayaan wilde stemmen. Had zij bij de LPF gezeten, dan had ik LPF gestemd, had zij bij de SP gezeten, dan had ik op de SP gestemd. Terwijl ik de Stemwijzer deed, dacht ik: waarom vullen we de Stemwijzer niet in en de uitkomst is je stem? Sterker: je krijgt zelf niet te zien wat je stemt. Eerlijker kan de uitslag niet zijn. Je stemt zoals je examen doet. Het is ook een soort examen. Interesseert de politiek je, dan bestudeer je de partijprogramma’s en dan moet je stem overeenkomen met wat de Stemwijzer jou als uitkomst geeft.

Nu zou ik daar ook weer de grootste tegenstander van zijn en wel om de volgende reden: eigenlijk — behalve deze keer dan — stem ik nooit op wat ik denk. Mijn denken is redelijk fascistoïde en wreed. Ik wil meteen oorlog, ik wil macht, geld en lekkere wijven, de doodstraf, ik vind in wezen mensen die het minder hebben dan ik een stelletje suffers, enzovoort. Maar ik heb ook onderwijs gehad, een goede opvoeding, ik heb wel eens een boek gelezen en dus ben ik tegen discriminatie, tegen de doodstraf, tegen pijn in het algemeen, voor bescherming van minderheden en stem ik altijd op mensen die het beter weten dan ik. Ik heb ondertussen geleerd dat democratie juist is: niet stemmen op wat je eigenlijk denkt en voelt. Denken en voelen zijn maar heel beperkte raadgevers.

Je moet stemmen op opvattingen, theorieën, redeneringen, structuren. Het gevaar van de democratie is juist dat men gaat stemmen op wat men denkt, en gaat doen wat men voelt. Die lieden mogen nooit de meerderheid krijgen.