Ik verhoer me

O ja, ik heb ook schandelijke dingen gedaan om aan de poen te komen. Vorig jaar nog heb ik voor drieduizend gulden in een folder van de Postbank geschreven wat voor moeite het mijn tachtigjarige moeder kost om te pinnen.

Leuk verhaal, al zeg ik het zelf. En ooit heb ik seksverhalen geschreven voor Penthouse, zodat ik op vakantie kon.
Toch moet je ergens een grens trekken. Wie niet zo rijk is en niet zo bekend, mag alles: hij mag reclamespotjes doen, huilende zigeunerinnen schilderen, schrijfopdrachten aannemen van verdachte bedrijven et cetera. Wie bekend is en meent een artistieke opdracht te vervullen, moet zich bij die artistieke opdracht houden.
Mag Boudewijn Büch nu reclame maken voor Lassie-toverrijst? Boudewijn verdient zich helemaal het apezuur, is een nationale bekendheid en hij en ik hebben een gezonde hekel aan elkaar. En toch vind ik het helemaal niet erg dat Boudewijn reclame maakt voor Lassie-toverrijst, of weet ik veel voor wat.
Ik kan dat zelf niet goed verklaren. Waarschijnlijk heeft het ermee te maken dat Boudewijn in alles tegendraads is en dat ik een stille bewondering voor hem heb. Daarbij is Boudewijn ‘uit’. Hij wordt door de gearriveerde kunstpausen opeens terzijde geschoven, en - hoewel ik in het persoonlijke vlak Büch een eigengereide eikel vind - kies ik toch liever voor hem dan voor die kunstpausen.
Hetzelfde geldt voor Remco Campert die reclame maakt voor de Nederlandse Spoorwegen. Ik hoop zelfs dat Remco daar heel veel geld mee verdiend heeft.
Remco - hij staat op mijn lijstje van beste Nederlandse auteurs - heeft het de laatste tijd pas goed. Ik herinner me nog de aankondigingen in de krant waarin stond dat de deurwaarder bij Remco de boel ging verkopen. Niet zo heel lang geleden was dat. Daarbij - en dat is ook heel belangrijk - zijn de Nederlandse Spoorwegen mij sympathiek.
Ik ben wel eens gevraagd om voor een boekhandelketen reclameteksten te schrijven. Voor heel veel geld. Heb ik niet gedaan, niet omdat ik dat ethisch niet verantwoord vind, maar omdat ik geen zin had om boeken van collega’s aan te prijzen. Had ik echter mijn eigen boeken ook mogen beschrijven, dan had ik het zeker wel gedaan. Maar die winkelketen - die toen nog een hele bijzondere literaire prijs sponsorde - wilde mijn boeken niet eens in hun boekwinkels hebben.
Er zijn wel meer dingen die je mag doen, terwijl ze niet horen. Als mijn vriendin op wie ik verliefd ben, bij het ministerie van Defensie zou werken en mij een opdracht zou geven een leuke folder te maken over wapentuig waarmee kinderen, honden, leuke jonge meisjes en mijn eigen moeder vermoord zouden kunnen worden, dan zou ik die folder met genoegen maken. Maar dan moet ik wel zeker weten, dat ik daarmee haar liefde win. Je moet dan natuurlijk wel proberen om geheim te houden dat jij die folder hebt gemaakt, maar daar kunnen ze bij het ministerie wel voor zorgen, denk ik.
Aan de andere kant kan ik een goede kunstenaar die zich verhoert niet meer serieus nemen, wanneer hij reclame maakt voor iets onsympathieks.
Als ik bijvoorbeeld Remco Campert reclame zou zien maken voor de aanleg van golfterreinen in het Vondelpark.
Of Reve zou een tekst uitspreken over mobiel telefoneren die niet door hem is geschreven. Zou ik jammer vinden.
Eigenlijk ben ik een coulant mens van wie veel mag.
Het komt hier eigenlijk op neer dat je voor geld niets mag doen, maar voor iets sympathieks wel. En je moet in nood zitten. Je moet er onder lijden, en je moet je schuldig voelen dat je het gedaan hebt. Je moet er zeker niet trots op zijn. Collega’s en vrienden moeten er de draak mee kunnen steken.
'En wat is het ergste dat je ooit gedaan hebt, hoer Opheffer.’
Okee, hier komt de onthulling: 'Ik heb ooit een anti-alcoholfilm gemaakt… En die heeft een prijs gekregen! De enige prijs die ik ooit heb gehad!’